Verdeling van de zorg- en opvoedingstaken
Beschikking op het op 10 september 2025 ingekomen verzoek van:
[de vader],
de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. J.S. Dijkstra te Den Haag.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:
[de moeder],
de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. J.M.G. Hulsman te Delft.
Procedure
De rechtbank heeft kennis genomen van de stukken waaronder:
- het verzoekschrift;
- het F9-formulier van 17 september 2025 van de zijde van de vader, met bijlage;
- het verweerschrift, tevens zelfstandig verzoek.
Op 30 oktober 2025 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:
Feiten
- De vader en de moeder hebben een affectieve relatie met elkaar gehad.
- Zij zijn de ouders van de minderjarige [minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2024 in [geboorteplaats].
- De vader heeft [minderjarige] erkend bij akte van erkenning op 15 februari 2024.
- De ouders hebben gezamenlijk het gezag over [minderjarige].
- [minderjarige] verblijft bij de moeder.
- Bij beschikking van deze rechtbank van 14 mei 2025 is – voor zover hier van belang – bepaald dat [minderjarige] bij de vader zal zijn:
- eens per veertien dagen van vrijdagmiddag 16:00 uur tot zondagavond 18:00 uur, waarbij de vader [minderjarige] zal ophalen en terugbrengen (aan de voordeur bij moeder thuis);
- eens per veertien dagen van dinsdagavond tot donderdagavond, met als uitgangspunt tussen 18:30 uur en 19:30 op dinsdagavond (en zo mogelijk iets eerder of later dan genoemde tijdstippen afhankelijk van het verkeer) met dien verstande dat de vader op dinsdagen telkens om 16:00 uur vrij is, dan eerst met het openbaar vervoer naar huis zal gaan en van huis met de auto [minderjarige] zal halen waarbij hij moeder een berichtje stuurt wanneer hij in de auto van huis wegrijdt om [minderjarige] te halen, en haar op donderdag om 18:00 uur terug zal brengen.
Verzoek en verweer
De vader verzoekt:
- de beschikking van deze rechtbank van 14 mei 2025 te wijzigen en een
zorgregeling te bepalen inhoudende dat [minderjarige] eens per 14 dagen bij de vader zal verblijven, te weten in de weken dat hij conform zijn rooster niet werkt, op donderdag vanaf 09.00 uur tot maandag 18.00 uur waarbij hij [minderjarige] zal ophalen en terugbrengen (aan de voordeur bij de moeder thuis) op de genoemde tijdstippen, dan wel een zorgregeling te bepalen waarvan de rechtbank meent dat dit behoort;
- te bepalen dat de moeder dient mee te werken aan het maken van afspraken met de
vader waarbij [minderjarige] in aanvulling op de reguliere zorgregeling bij de vader verblijft wanneer de vader vakantie heeft en zijn vakantiedagen met [minderjarige] zou willen doorbrengen dan wel tijdens die vakantiedagen met [minderjarige] naar bijvoorbeeld Aruba zou willen gaan, dan wel een regeling te bepalen waarbij [minderjarige] in aanvulling op de reguliere zorgregeling ook bij de vader verblijft op dagen waarop de vader vakantiedagen heeft en wenst dat [minderjarige] ook tijdens zijn vakantiedagen bij hem verblijft;
voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.
De moeder voert verweer, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken. Daarnaast verzoekt zij zelfstandig:
- primair: de huidige zorgregeling te wijziging naar een zorgregeling waarbij de
vader één weekend in de 14 dagen van vrijdag 12.00 uur tot maandag 09.00 uur omgang heeft met [minderjarige], waarbij hij als [minderjarige] naar de peuterspeelzaal gaat hij haar daar ophaalt op vrijdag en haar daar naartoe brengt op de maandag daarop;
- subsidiair: de verzoeken van de vader af te wijzen;
voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.
Beoordeling
Wijziging zorgregeling
Wettelijk kader
Op grond van artikel 1:253a vierde lid in samenhang met artikel 1:377e van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de rechter op verzoek van de ouders of een van hen een beslissing over de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken (zorgregeling) onder meer wijzigen op grond dat nadien de omstandigheden zijn gewijzigd. De rechtbank neemt een zodanige beslissing als haar in het belang van het kind wenselijk voorkomt.
Ontvankelijkheid
De rechtbank is van oordeel dat er sprake is van gewijzigde omstandigheden aangezien de vader kort na de beschikking van 14 mei 2025 werkloos is geraakt. Inmiddels heeft de vader nieuw werk gevonden, maar is het niet meer haalbaar om de huidige zorgregeling na te komen. De rechtbank zal de vader daarom ontvankelijk verklaren in zijn verzoek.
Inhoudelijke beoordeling
De vader verzoekt een wijziging van de zorgregeling en voert daartoe het volgende aan. In april 2025 hebben de ouders overeenstemming bereikt over een zorgregeling, welke bij beschikking van 14 mei 2025 is vastgelegd. Kort daarna is de vader werkloos geraakt. Na intensief solliciteren heeft hij sinds september 2025 weer een baan. Door het werkrooster dat bij deze nieuwe baan hoort, is het voor de vader niet mogelijk de huidige zorgregeling na te komen. De vader heeft geprobeerd om in onderling overleg met de moeder tot een gewijzigde zorgregeling te komen, maar dit is niet gelukt.
De moeder voert verweer. Zij geeft aan het lastig te vinden dat de vader de zorgregeling telkens wil aanpassen aan zijn werkrooster. Volgens de moeder lijkt het werk van de vader voorrang te krijgen boven de behoefte van [minderjarige] aan structuur en regelmaat in de omgang. Aangezien de vader zijn huidige baan nog maar kort heeft, vreest de moeder dat hij wellicht weer van werkgever zal veranderen met als gevolg dat de zorgregeling binnenkort wederom gewijzigd zal moeten worden. Dat biedt geen stabiele situatie voor [minderjarige]. Daarnaast merkt de moeder dat tussen partijen regelmatig communicatieproblemen optreden en als gevolg daarvan spanningen ontstaan, rond de doordeweekse omgangsmomenten. Om die reden vindt zij dat het doordeweekse omgangsmoment moet komen te vervallen. De omgang zou volgens haar eens per twee weken moeten plaatsvinden, van vrijdag tot en met maandagochtend.
De rechtbank overweegt als volgt. [minderjarige] verblijft op het moment eens per veertien dagen van vrijdagmiddag tot zondagavond bij de vader en eens per veertien dagen van dinsdagavond tot donderdagavond. Tijdens de zitting heeft de vader toegelicht dat hij bij zijn nieuwe baan de ene week op zee is (vaart) en de andere week thuis is. Deze weken beginnen telkens op dinsdag, zodat hij de dinsdag daarop (rond 19.30 uur) weer thuis is. Naar het oordeel van de rechtbank bestaat er geen aanleiding om het aantal dagen dat [minderjarige] bij haar vader is substantieel te verminderen. Er is geen discussie over dat vader goed voor [minderjarige] zorgt en dat [minderjarige] het ook bij haar vader fijn heeft. Wel is tijdens de zitting duidelijk geworden dat beide ouders vooral behoefte hebben aan een regeling die zij daadwerkelijk kunnen nakomen, zodat wordt voorkomen dat er telkens aanpassingen nodig zijn. Aangezien vaststaat dat de vader de huidige regeling, gelet op zijn nieuwe werkrooster, niet kan naleven, is de rechtbank van oordeel dat de zorgregeling moet worden aangepast. Met inachtneming van het uitgangspunt dat de gewijzigde zorgregeling te allen tijde uitvoerbaar dient te zijn, zal de rechtbank bepalen dat [minderjarige] om de week (in de week dat de vader vrij is) vanaf donderdagochtend 9.00 uur tot en met maandagochtend naar de crèche bij de vader zal verblijven. De moeder kan [minderjarige] op maandag weer van de crèche ophalen.
Daarnaast heeft de vader verzocht om een vakantieregeling. De rechtbank zal dit verzoek afwijzen, omdat de voorgestelde regeling ertoe zou leiden dat [minderjarige] telkens bij de vader moet verblijven zodra hij vakantie heeft, waardoor de moeder zich daar volledig naar zou moeten schikken. Dat is niet wenselijk. Tijdens de zitting is echter duidelijk geworden dat het verzoek van de vader met name ziet op de mogelijkheid om met [minderjarige] naar het buitenland of naar een (buitenlands) pretpark te kunnen gaan. De moeder heeft aangegeven hier geen bezwaar tegen te hebben, mits de vader dit tijdig meldt. De rechtbank zal daarom bepalen dat de vader, in het kader van een vakantieregeling, ten minste één keer per jaar met [minderjarige] naar het buitenland mag reizen, onder de voorwaarde dat dit minimaal één maand van tevoren aan de moeder wordt doorgegeven, zodat zij zich daarop kan voorbereiden en zij tijdig de benodigde toestemming voor de reis kan geven.
Beslissing
De rechtbank – met wijziging in zoverre van de beschikking van deze rechtbank d.d. 14 mei 2025 – :
bepaalt dat de minderjarige [minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2024 in [geboorteplaats], om de week (in de week dat de vader vrij is) van donderdagochtend 9.00 uur tot en met maandagochtend naar de crèche bij de vader zal zijn;
bepaalt dat de vader in aanvulling op de zorgregeling minimaal één keer per jaar met [minderjarige] naar het buitenland op vakantie mag, waarbij de vader dit minimaal één maand van tevoren bij de moeder aangeeft;
verklaart deze regeling inzake de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken uitvoerbaar bij voorraad;
wijst af het meer of anders verzochte.