ECLI:NL:RBDHA:2025:25342

ECLI:NL:RBDHA:2025:25342, Rechtbank Den Haag, 27-11-2025, C/09/690503 / FA RK 25-6365

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 27-11-2025
Datum publicatie 09-01-2026
Zaaknummer C/09/690503 / FA RK 25-6365
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Den Haag

Samenvatting

Voorlopige voorzieningen ex artikel 223 Rv

Uitspraak

Voorlopige voorzieningen ex artikel 223 Rv

Beschikking op het op 22 augustus 2025 ingekomen verzoek van:

[de vader] ,

de vader,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. I.J. Pieters te Leiden.

Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de moeder] ,

de moeder,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. M.M. van Wijk te Delft.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:

Op 30 oktober 2025 is de zaak ter terechtzitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:

Verzoek en verweer

De vader verzoekt:

- een voorlopige contactregeling vast te stellen die er als volgt uitziet:

- Week 1: 1 x 2 uur;

- Week 2: gelijk aan week 1;

- Week 3: 2 maal 2 uur;

- Week 4: gelijk aan week 3;

- Week 5: een gehele middag (13.00 uur – 17.00 uur) + 2 uur op een andere dag;

- Week 6: gelijk aan week 5;

- Week 7: 2 maal een gehele middag van 13.00 uur – 17.00 uur;

- Week 8- gelijk aan week 7;

- Week 9 tot en met week 11: 2 gehele dagen van 10.00 uur – 17.00 uur

aaneengesloten met overnachting;

- Week 12 tot en met week 15: 2 gehele dagen aaneengesloten met overnachting en

een andere dag van 10.00 uur – 17.00 uur

een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.

De moeder heeft verweer gevoerd en verzoekt zelfstandig:

Feiten

- [de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2021 in [geboorteplaats] .

belast.

- Bij vonnis in kort geding van deze rechtbank van 8 mei 2025 is – voor zover hier van

belang – bepaald dat er voorlopig geen omgangsregeling zal gelden tussen de vader en

[de minderjarige] .

Beoordeling

Ontvankelijkheid

Op grond van het eerste lid van artikel 223 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) kan iedere partij tijdens een aanhangig geding vorderen dat de rechter een voorlopige voorziening zal treffen voor de duur van het geding. Op grond van het tweede lid moet deze vordering samenhangen met de hoofdvordering. In een verzoekschriftprocedure kan een voorlopige voorziening naar analogie van artikel 223 Rv worden verzocht (Hoge Raad 5 december 2014, ECLI:NL:HR:2014:3533).

Vereist voor de ontvankelijkheid van het verzoek van de vader ten aanzien van de voorlopige voorziening is dat hij een spoedeisend belang heeft bij zijn verzoek. De vader heeft aangegeven spoedeisend belang te hebben bij zijn verzoek, aangezien hij [de minderjarige] op het moment al geruime tijd niet ziet en graag weer fysiek contact wil. De vader verzoekt om die reden een voorlopige (opbouwende) omgangsregeling.

Daarnaast wordt voldaan aan de in het tweede lid van artikel 223 Rv gestelde voorwaarde dat de gevraagde voorziening samenhangt met de verzoeken in de bodemprocedure, nu in de bodeprocedure ook om een omgangsregeling wordt verzocht.

Het voorgaande leidt tot de conclusie dat de vader in zijn verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening ontvankelijk is zodat de rechtbank zal overgaan tot de inhoudelijke beoordeling van het verzoek.

Omgangsregeling

Wettelijk kader

Op grond van artikel 1:377a, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek (BW) heeft een kind het recht op omgang met zijn ouders en met degene die in een nauwe persoonlijke betrekking tot hem staat. De niet met het gezag belaste ouder heeft het recht op en de verplichting tot omgang met zijn kind.

De vader verzoekt omgang met [de minderjarige] . De vader heeft tot januari 2025 altijd regelmatig (fysiek) contact gehad met [de minderjarige] . Op dit moment is er alleen contact via videobellen. Dit komt omdat er in het begin van dit jaar incidenten hebben plaatsgevonden waarbij de vader de veiligheid van [de minderjarige] niet kon waarborgen. De vader erkent dat deze incidenten niet hadden mogen gebeuren, maar geeft aan dat hij de afgelopen maanden, samen met een coach, intensief aan zichzelf heeft gewerkt. Volgens de vader heeft dit geleid tot een positieve verandering, waardoor een uitbreiding in het contact met [de minderjarige] , in de vorm van (fysieke) omgang, in het belang van [de minderjarige] is.

De moeder voert verweer. De moeder stelt dat zij de afgelopen jaren binnen de relatie met de vader last heeft gehad van intieme terreur. Volgens de moeder heeft de vader het afgelopen jaar gedrag vertoond waardoor zij haar vertrouwen in hem is verloren en zij vreest voor de veiligheid van [de minderjarige] als [de minderjarige] bij haar vader is. De moeder is dan ook van mening dat omgang op dit moment niet in het belang van [de minderjarige] is. Zij vindt dat eerst duidelijk moet worden hoe het staat met de psychische gesteldheid van de vader en in hoeverre hij in staat is een veilige opvoed- en opgroeiomgeving te kunnen bieden voor [de minderjarige] , voordat kan worden gestart met enige vorm van omgang.

Uit de stukken en de toelichting ter zitting is ten aanzien van de betrokken hulpverlening het volgende gebleken. De ouders zijn aangemeld bij het Jeugd en Gezinsteam (JGT) en daarnaast krijgt [de minderjarige] begeleiding van een psycholoog. De moeder heeft echter weinig vertrouwen in het JGT. Zij is van mening dat het JGT onvoldoende zicht heeft op [de minderjarige] en haar belangen. In de psycholoog van [de minderjarige] heeft de moeder wél vertrouwen. Volgens de moeder komt de psycholoog beter tot de kern bij [de minderjarige] . Daarnaast heeft de psycholoog volgens de moeder het beste zicht op de vraag of [de minderjarige] al toe is aan contact of omgang met de vader. De vader heeft aangegeven dat hij het op zichzelf prettig vindt dat het JGT is betrokken, maar dat het traject stagneert omdat de moeder als gezaghebbende ouder de voortgang belemmert. De psycholoog van [de minderjarige] kent de vader niet.

De Raad heeft tijdens de zitting het volgende geconcludeerd. De Raad vindt het positief dat er hulpverlening betrokken is, maar maakt zich desondanks zorgen over de opvoedsituatie van [de minderjarige] . De Raad merkt op dat het JGT en de psycholoog van [de minderjarige] niet goed op elkaar lijken aan te sluiten, waardoor geen volledig en eenduidig beeld ontstaat van wat, met het oog op contact en omgang tussen [de minderjarige] en de vader, het meest in het belang van [de minderjarige] is. De Raad is dan ook van oordeel dat een raadsonderzoek noodzakelijk is om alle betrokkenen, hun bevindingen en beschikbare informatie in kaart te brengen en de vraag te kunnen beantwoorden of omgang op dit moment in het belang van [de minderjarige] is, zo ja, op welke wijze dit het beste zou kunnen en het best aansluit bij [de minderjarige] .

De rechtbank overweegt als volgt. Vooropgesteld dient te worden dat niet ter discussie staat dat de vader op grond van family life in beginsel recht heeft op omgang met [de minderjarige] . De rechtbank twijfelt niet aan de intenties van de vader en aan zijn wens om een serieuze vaderrol in het leven van [de minderjarige] te vervullen. Tegelijkertijd kan de rechtbank er niet omheen dat in januari en maart van dit jaar heel vervelende incidenten hebben plaatsgevonden waarbij de veiligheid van [de minderjarige] in het geding was en die het vertrouwen van moeder ernstig hebben aangetast. Zo lijkt er sprake te zijn geweest van stalking en heeft de man in verwarde toestand [de minderjarige] rond nieuwjaarsdag meegenomen waarna er ernstige zorgen waren over de veiligheid van [de minderjarige] . De rechtbank begrijpt de zorgen die de moeder heeft.

Gelet op deze gebeurtenissen en omdat de rechtbank onvoldoende zicht heeft of fysieke omgang met haar vader in het belang van [de minderjarige] is, vindt de rechtbank het belangrijk dat vooruitlopend op de bodemprocedure een raadsonderzoek wordt gestart. De Raad kan daarmee onderzoeken óf en zo ja, op welke wijze, contact tussen [de minderjarige] en de vader op een veilige manier vorm kan krijgen.

De rechtbank zal de Raad verzoeken onderzoek te verrichten en te adviseren over de volgende vragen:

Het voorgaande brengt mee dat de rechtbank op dit moment geen mogelijkheden ziet om een omgangsregeling vast te leggen waarbij [de minderjarige] en haar vader fysieke omgang met elkaar hebben. Het raadsonderzoek wijst naar verwachting uit of dit in de (nabije) toekomst wel een mogelijkheid is. Dat neemt niet weg dat als de op dit moment betrokken hulpverleners (te weten het JGT en de psycholoog van [de minderjarige] ) en de moeder daartoe mogelijkheden zien, al wel een voorzichtig begin kan worden gemaakt met herstel van het contact. De rechtbank zal verder bepalen dat het wekelijks videobellen, dat momenteel al iedere maandag om 14.30 uur plaatsvindt, wordt voortgezet.

Beslissing

De rechtbank:

verzoekt de Raad voor de Kinderbescherming een onderzoek te verrichten met het hiervoor omschreven doel en daarover aan de rechtbank te rapporteren en advies uit te brengen in de bodemprocedure met zaak- en rekestnummer C/09/690506/ FA RK 25-6367;

bepaalt dat de griffier een afschrift van de processtukken aan de Raad voor de Kinderbescherming zal toesturen;

bepaalt ten aanzien van het videobellen:

dat de vader ten minste één keer per week –op maandag om 14.30 uur – met [de minderjarige] zal videobellen;

verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af het meer of anders verzochte.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. L.E. Visser

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?