ECLI:NL:RBDHA:2025:25343

ECLI:NL:RBDHA:2025:25343, Rechtbank Den Haag, 27-11-2025, C/09/693331 / FA RK 25-7934

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 27-11-2025
Datum publicatie 09-01-2026
Zaaknummer C/09/693331 / FA RK 25-7934
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Den Haag

Samenvatting

Voorlopige voorzieningen

Uitspraak

Voorlopige voorzieningen

Beschikking op het op 21 oktober 2025 ingekomen verzoek van:

[de vrouw],

de vrouw,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. M.S. Odink te ‘s-Gravenhage.

Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de man],

de man,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. G. Koyak te ’s-Gravenhage.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:

Op 13 november 2025 is de zaak ter zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:

De minderjarigen [minderjarige 1] en [minderjarige 2] hebben in een gesprek met de kinderrechter hun mening gegeven over het verzoek.

Feiten

- [minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2008 te [geboorteplaats], en

- [minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 2] 2013 te [geboorteplaats].

Verzoek en verweer

Het verzoek van de vrouw strekt ertoe dat:

een en ander met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.

De man voert geen verweer tegen het verzochte gebruik van de woning en de toevertrouwing van de kinderen aan de vrouw. Hij voert wel verweer tegen de verzochte kinderalimentatie.

Daarnaast verzoekt de man zelfstandig:

- een regeling inzake de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken ten aanzien van de minderjarige kinderen van partijen, waarbij:

- primair de kinderalimentatie voorlopig op nihil te stellen;subsidiair een door de man aan de vrouw te betalen voorlopige kinderalimentatie van € 93,- per maand per kind vast te stellen, met ingang van twee maanden na de datum van de beschikking, telkens bij vooruitbetaling te voldoen;

een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.

De vrouw voert verweer tegen het door de man verzochte, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.

Beoordeling

Uitsluitend gebruik echtelijke woning en toevertrouwing minderjarige kinderen

De vrouw heeft verzocht het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning aan haar toe te wijzen en de minderjarige kinderen aan haar toe te vertrouwen. Zij stelt dat de man de woning vorig jaar al voor negen maanden heeft verlaten en dat hij de woning na een escalatie op 24 september 2025 opnieuw heeft verlaten. Daarnaast vindt zij het in het belang van de kinderen dat zij samen in de woning blijven.

Hoewel de man een andere lezing heeft van zijn vertrek uit en terugkeer naar de echtelijke woning, is hij het ermee eens dat de vrouw en kinderen voorlopig in de woning blijven wonen. Hij verblijft momenteel afwisselend bij familieleden en is op zoek naar eigen woonruimte.

Omdat de man geen verweer voert tegen het door de vrouw verzochte en de rechtbank het in het belang van de kinderen acht dat zij samen met de vrouw in de echtelijke woning kunnen blijven, zal de rechtbank de verzoeken van de vrouw toewijzen.

Het verzoek om te bepalen dat dit uitsluitend gebruik ‘met inbegrip van de inboedel’ is, zal de rechtbank bij gebrek aan belang afwijzen. Bij toewijzing van het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning aan een partij is die partij ook uitsluitend gerechtigd tot de tot die woning behorende inboedelgoederen, voor zover niet bij rechterlijke beschikking tot het dagelijks gebruik aan de andere partij en/of de kinderen toegewezen.

Ook het bevel dat de man de woning dient te verlaten zal worden afgewezen, omdat is gebleken dat de man die woning al heeft verlaten. Wel zal een bevel worden gegeven dat de man de woning verder niet mag betreden.

Voorlopige zorgregeling

De man heeft verzocht een voorlopige zorgregeling vast te stellen tussen hem en de minderjarige kinderen. Vanwege het leeftijdsverschil vraagt hij voor beide kinderen een eigen regeling.

[minderjarige 1] komt zelf vaak al zelf een paar keer per week langs. Hij regelt dit zelf regelt de vader. Voor [minderjarige 2] is dat anders. Zij ziet haar vader op dit moment nauwelijks en wil niet bij de vader op bezoek. De vrouw wil ook graag dat er een zorgregeling wordt vastgesteld, waarbij zij het wel belangrijk vindt dat de man die regeling nakomt.

Tijdens de zitting is gesproken over een haalbare voorlopige zorgregeling. Daarbij moet rekening worden gehouden met de omstandigheid dat de man op dit moment nog geen eigen woonruimte heeft en bij familie verblijft. Voor [minderjarige 1] zal de rechtbank beslissen dat hij en de man in onderling overleg afspreken wanneer zij elkaar zien. Dit past bij zijn leeftijd en biedt hem ruimte voor andere zaken in zijn leven. De vader zal daarbij in ieder geval op donderdag meegaan naar [minderjarige 1] zijn voetbal. Dit is meestal rond 22.00 uur. Voor [minderjarige 2] is afgesproken dat zij elke donderdag bij de vader eet. De verwachting is dat [minderjarige 1] daarbij aan zal sluiten voor zijn voetbal. [minderjarige 2] zal daarnaast elke zaterdag van 12.00 uur tot 19.00 uur bij de vader zijn.

Op donderdag haalt de vader [minderjarige 2] om 18.00 uur op en brengt hij haar om 21.00 uur weer bij de moeder thuis. Op zaterdag zorgt hij ook voor het ophalen en brengen van [minderjarige 2].

Op de zitting is ook besproken dat beide kinderen tijdens hun gesprek met de kinderrechter hebben aangegeven dat zij het fijn vinden om tijd met de vader alleen door te brengen, zonder dat daar andere familieleden bij aanwezig zijn. Daarnaast is het voor [minderjarige 2] belangrijk dat zij met haar vriendinnen kan afspreken in de weekenden. De rechtbank gaat ervan uit dat de ouders daarmee in de uitvoering van de zorgregeling rekening zullen houden.

Voorlopige kinderalimentatie

De vrouw verzoekt een voorlopige kinderalimentatie vast te stellen van € 516,- per maand per kind. De man heeft verweer gevoerd en heeft verzocht de kinderalimentatie voorlopig op nihil te stellen, dan wel op maximaal € 93,- per maand per kind.

Bij de beoordeling van het verzoek stelt de rechtbank voorop dat deze voorlopige vaststelling het karakter heeft van een ordemaatregel. Daarbij is het uitgangspunt dat wordt uitgegaan van de actuele situatie van partijen, voor zover de rechtbank daar voldoende inzicht in heeft. Indien de rechtbank onvoldoende inzicht in de situatie van partijen heeft, zal de rechtbank beoordelen wat zij redelijk acht en in dat kader een schatting maken.

Behoefte van de kinderen

Bij de berekening van de kinderalimentatie wordt eerst gekeken naar wat de kosten van een kind (de behoefte) zijn. De behoefte van de kinderen is tussen partijen in geschil. De rechtbank zal daarom hierna de behoefte vaststellen.

Voor het bepalen van de behoefte moet allereerst het netto besteedbaar inkomen (NBI) van ieder van partijen tijdens hun huwelijk worden bepaald.

NBI van de vrouw

Voor het berekenen van het NBI van de vrouw gaat de rechtbank uit van een inkomen van € 1.716,31 bruto per maand, te vermeerderen met een uitbetaling vakantiereserve van € 138,57 per maand en een uitbetaling eindejaarsuitkering van € 142,97 per maand. De rechtbank houdt verder rekening met de ingehouden premies. De rechtbank gaat hierbij uit van de salarisspecificatie van oktober 2025.

Op basis van de hiervoor genoemde uitgangspunten en rekening houdend met de in de aangehechte berekening opgenomen fiscale heffingskortingen, berekent de rechtbank haar NBI op het moment van het huwelijk op € 1.793,- per maand.

NBI van de man

De man is zelfstandig ondernemer. Sinds november 2022 heeft hij een eenmanszaak, daarvoor werkte hij in loondienst. De man heeft over de jaren 2022 en 2023 aangiften inkomstenbelasting en verklaringen van zijn geregistreerd inkomen overgelegd. Hij stelt geen recentere stukken over te kunnen leggen, omdat zijn boekhouder deze stukken niet kan aanleveren op dit moment in verband met een verhuizing.

Blijkens de overgelegde stukken had de man in 2022 een inkomen van € 34.397,-. Dit zag op de periode van januari tot en met oktober 2022. Omgerekend naar een volledig jaarinkomen is dat ([12 / 10] x 34.397) € 41.276,-. In 2023 is een inkomen van € 0,- geregistreerd. Volgens de man was deze aangifte nog niet definitief, en kan er worden gerekend met zijn inkomen in 2022.

De vrouw heeft een prognose ondernemersinkomen op basis van de resultatenrekening 2024 overgelegd, waaruit een fiscaal inkomen uit onderneming van de man blijkt van € 52.500,-. Dit inkomen sluit, rekening houdend met enige indexering, redelijk aan bij het omgerekende inkomen uit 2022. Bij gebrek aan andere gegevens zal de rechtbank daarom uitgaan van een winst uit onderneming van € 52.500,- per jaar.

Op basis van de hiervoor genoemde uitgangspunten en rekening houdend met de in de aangehechte berekening opgenomen fiscale heffingskortingen, berekent de rechtbank zijn NBI op het moment van het huwelijk op € 3.463,- per maand.

Met het inkomen van partijen hadden zij recht op een kindgebonden budget van € 386,- per maand. Het netto besteedbaar gezinsinkomen (NBGI) van partijen bedraagt in 2025 daarmee € 5.642,- per maand (€ 1.793 + € 3.463 + € 386). Op basis van de tabel eigen aandeel kosten van kinderen in 2025 leidt het voorgaande tot een behoefte van € 1.298,- per maand voor beide kinderen, en dus afgerond € 649,- per maand per kind.

De rechtbank zal hierna beoordelen in welke verhouding deze behoefte tussen partijen moet worden verdeeld.

Draagkracht van de vrouw

Voor de bepaling van de draagkracht van de vrouw gaat de rechtbank uit van de hiervoor vermelde inkomensgegevens.

Het kindgebonden budget moet volgens vaste rechtspraak bij het inkomen van de desbetreffende ouder die het ontvangt, worden opgeteld. De rechtbank berekent het kindgebonden budget aan de hand van bovenstaande inkomensgegevens.

Op basis van de hiervoor genoemde uitgangspunten en rekening houdend met in de aangehechte berekening opgenomen heffingskortingen en toeslagen, berekent de rechtbank het NBI van de vrouw in 2025 op € 2.630,- per maand. De rechtbank verwijst hiervoor naar de aangehechte berekening.

Omdat het NBI van de vrouw hoger is dan € 2.125,- zal de rechtbank voor de berekening van haar draagkracht de formule 70% x [NBI – (0,3 NBI + € 1.310,-)] gebruiken. De draagkracht van de vrouw bedraagt dan € 372,- per maand.

Draagkracht van de man

De man stelt dat hij op dit moment geen draagkracht heeft. De vrouw heeft een adresonderzoek in laten stellen, als gevolg waarvan de man geen woonadres meer heeft en daardoor ook geen bezoekadres heeft voor zijn onderneming. Hierdoor is zijn registratie bij de Kamer van Koophandel (KVK) ongeldig en heeft zijn opdrachtgever hem momenteel op non-actief gesteld. Hij werkt op dit moment niet, waardoor zijn inkomsten onzeker zijn.

De vrouw heeft betwist dat de man geen draagkracht heeft, de inschrijving bij de KVK is volgens haar nog actief. De vrouw stelt dat kan worden gerekend met een geschat inkomen op basis van de door haar overgelegde prognose.

De rechtbank overweegt dat de man op geen enkele wijze inzage heeft gegeven in zijn recente financiële situatie. Dat de man momenteel op non-actief is gesteld omdat zijn inschrijving bij de KVK niet actief is, kan hij oplossen door alsnog een bezoekadres te registreren. De rechtbank ziet hierin onvoldoende aanleiding om aan te nemen dat de man op dit moment geen draagkracht heeft en gaat ervan uit dat de man in ieder geval op korte termijn weer aan de slag kan gaan. De rechtbank zal daarom ook bij de bepaling van de draagkracht van de man uitgaan van een winst uit onderneming van € 52.500,- per jaar.

Zoals hiervoor al is berekend bedraagt het NBI van de man op basis daarvan in 2025 € 3.463,- per maand.

Omdat het NBI van de man ook hoger is dan € 2.125,- zal de rechtbank voor de berekening van zijn draagkracht dezelfde formule 70% x [NBI – (0,3 x NBI + € 1.310,-)] gebruiken. De draagkracht van de man bedraagt dan € 780,- per maand.

Draagkrachttekort

De draagkracht van partijen bedraagt gezamenlijk € 1.152,- per maand (€ 372 + € 780). Dit is onvoldoende om volledig in de behoefte van de kinderen van € 1.298,- te voorzien. De rechtbank komt daarom niet toe aan een draagkrachtvergelijking. Er is sprake van een tekort van € 146,- per maand.

De rechtbank overweegt dat de Hoge Raad op 16 april 2021 (ECLI:NL:HR:2021:586) heeft geoordeeld dat de rechter bij een tekort aan draagkracht (ambtshalve) zal moeten nagaan of er aanwijzingen zijn dat de woonlasten van een ouder duurzaam aanmerkelijk lager zijn dan het bedrag dat volgt uit toepassing van het forfait (0,3 x NBI), en of dat zou leiden tot een hogere onderhoudsbijdrage. De rechtbank ziet daartoe, gelet op de omstandigheden van dit geval, geen aanleiding. Niet is gebleken dat de woonlasten van de vrouw aanmerkelijk lager zijn, en voor de man geldt dat hij – hoewel hij momenteel bij familieleden verblijft – op zoek is naar eigen woonruimte waarvoor hij het berekende woonbudget nodig heeft.

Omdat sprake is van een tekort van € 146,- per maand, wordt het tekort aan beide ouders voor de helft toegerekend. De helft van het tekort komt in mindering op de zorgkorting van de man.

Tussen partijen is het te hanteren zorgkortingspercentage in geschil. Gelet op de voorlopige zorgregeling die wordt vastgesteld geldt naar het oordeel van de rechtbank een zorgkorting van 15%. De zorgkorting bedraagt dan € 194,- per maand (15% van 1.298). Dit betekent dat hij nog recht heeft op een zorgkorting van € 121,- per maand (€ 192 - € 73).

Het aandeel van de man in de kosten van de kinderen bedraagt dan € 659,- per maand.

Ingangsdatum

De rechtbank stelt voorop dat zij op grond van artikel 1:402 van het Burgerlijk Wetboek een grote mate van vrijheid heeft bij het vaststellen van de ingangsdatum. Drie data liggen het meest voor de hand: de datum van het inleidend (zelfstandig)verzoek, de datum waarop de rechter beslist of de datum waarop de omstandigheden intreden die voor de onderhoudsverplichting bepalend zijn.

De vrouw heeft verzocht de ingangsdatum te bepalen op de datum van indiening van het verzoekschrift. De man heeft verzocht de ingangsdatum niet eerder te bepalen dan twee maanden na de datum van de beschikking, omdat hij dan verwacht weer een het werk te kunnen zijn.

De rechtbank zal de kinderalimentatie vaststellen met ingang van de datum van indiening van het verzoekschrift, omdat de man vanaf die datum rekening heeft kunnen houden met de vaststelling van een voorlopige bijdrage. Zoals hiervoor is overwogen gaat de rechtbank ervan uit dat de man op korte termijn zijn werkzaamheden weer zal kunnen hervatten, en zij ziet daarom geen aanleiding om de ingangsdatum op een latere datum te bepalen.

Conclusie

De rechtbank zal gelet op het voorgaande bepalen dat de man aan de vrouw, met ingang van 21 oktober 2025, een voorlopige kinderalimentatie van € 659,- per maand, te weten € 329,50 per kind per maand voor [minderjarige 1] en [minderjarige 2] moet betalen.

Beslissing

De rechtbank:

*

bepaalt dat de vrouw bij uitsluiting gerechtigd zal zijn tot het gebruik van de echtelijke woning aan het adres [adres] te ([postcode]) [plaats] en beveelt mitsdien dat de man die woning verder niet mag betreden;

*

bepaalt dat de minderjarigen:

- [minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2008 te [geboorteplaats], en

- [minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 2] 2013 te [geboorteplaats],

aan de vrouw zullen worden toevertrouwd;

*

bepaalt dat de man voorlopig gerechtigd is om de minderjarige [minderjarige 2] bij zich te hebben:

waarbij de vader [minderjarige 2] op de genoemde tijdstippen ophaalt en weer terugbrengt bij de vrouw;

*

bepaalt dat de man met de minderjarige [minderjarige 1] in onderling overleg zal afspreken wanneer zij elkaar zien;

*

bepaalt dat de man aan de vrouw, met ingang van 21 oktober 2025 voorlopig een kinderalimentatie ten behoeve van de minderjarigen [minderjarige 1] en [minderjarige 2] (bij co-ouderschap eventueel: medeverzorgt en opvoedt) van € 329,50 per maand per kind zal betalen, telkens bij vooruitbetaling te voldoen;

*

verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

*

wijst af het meer of anders verzochte.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. C. van Hees

Griffier

  • mr. M.I. Noordegraaf

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?