ECLI:NL:RBDHA:2025:25350

ECLI:NL:RBDHA:2025:25350, Rechtbank Den Haag, 27-11-2025, C/09/690169 / JE RK 25-1453 en C/09/693172 / FA RK 25-7846

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 27-11-2025
Datum publicatie 09-01-2026
Zaaknummer C/09/690169 / JE RK 25-1453 en C/09/693172 / FA RK 25-7846
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Den Haag

Samenvatting

I. Voorlopige voogdij II. Afwijzen verzoek ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Jeugd- en Zorgrecht

Zaaknummer: C/09/690169 / JE RK 25-1453 en C/09/693172 / FA RK 25-7846

Datum uitspraak: 27 november 2025

Beschikking van de meervoudige kamer

I. Voorlopige voogdij

II. Afwijzen verzoek ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing

in de zaken van

de Raad voor de Kinderbescherming, 'sGravenhage,

hierna te noemen: de Raad,

over

- [minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2021 in [geboorteplaats],

hierna te noemen: [minderjarige 1],

- [minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 2] 2023 in [geboorteplaats],

hierna te noemen: [minderjarige 2],

hierna tezamen ook te noemen: de kinderen.

De rechtbank merkt als belanghebbenden aan:

[de moeder] ,

hierna te noemen: de moeder,

wonende in [woonplaats],

advocaat: mr. E. Kocabas-Güler te Den Haag,

[de vader] ,

hierna te noemen: de vader,

per briefadres te [woonplaats],

William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering,

hierna te noemen: de gecertificeerde instelling.

1. Het verdere verloop van de procedure

Bij beschikking van 29 augustus 2025 heeft de kinderrechter [minderjarige 1] en [minderjarige 2] onder toezicht gesteld met ingang van 29 augustus 2025 tot 29 november 2025 en voor dezelfde duur een machtiging verleend om [minderjarige 1] en [minderjarige 2] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een voorziening voor pleegzorg (C/09/690169 / JE RK 25-1453). De behandeling van het verzoek is voor het overige aangehouden, met verwijzing van de zaak naar de meervoudige kamer van deze rechtbank op 27 november 2025.

Bij beschikking van 17 oktober 2025 heeft de kinderrechter het verzoek om toepassing te geven aan het bepaalde in artikel 800, derde lid van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering afgewezen en de behandeling van het verzoek tot de voorlopige voogdij aangehouden tot de zitting van 27 oktober 2025 (C/09/693172 / FA RK 25-7846).

Bij beschikking van 27 oktober 2025 heeft de kinderrechter de gecertificeerde instelling belast met de voorlopige voogdij over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] met ingang van 27 oktober 2025 tot 29 november 2025 (C/09/693172 / FA RK 25-7846). De behandeling van het verzoek is voor het overige aangehouden tot de zitting bij de meervoudige kamer op 27 november 2025, voor gelijktijdige behandeling met het verzoek tot de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van de kinderen.

De rechtbank neemt nu ook mee in de beoordeling:

- de beschikkingen van 29 augustus 2025, 17 oktober 2025 en 27 oktober 2025.

Op 27 november 2025 heeft de meervoudige kamer van de rechtbank de zitting met gesloten deuren voortgezet. Daarbij waren aanwezig:

[naam 1] namens de Raad;

mr. T. Kobacas, waarnemend voor mr. E. Kocabas-Güler;

[naam 2] en [naam 3] namens de gecertificeerde instelling.

De moeder en de vader zijn niet verschenen. De rechtbank stelt vast dat zij wel juist zijn opgeroepen.

2. De verzoeken

Bij verzoekschrift van 15 augustus 2025 heeft de Raad verzocht [minderjarige 1] en [minderjarige 2] onder toezicht te stellen voor de duur van een jaar en een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] in een voorziening voor pleegzorg te verlenen voor de duur van zes maanden. Daarbij heeft de Raad verzocht die beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. Van dat verzoek resteren nog negen maanden ten aanzien van de ondertoezichtstelling en drie maanden ten aanzien van de machtiging tot uithuisplaatsing.

Bij verzoekschrift van 17 oktober 2025 heeft de Raad verzocht de gecertificeerde instelling te belasten met de voorlopige voogdij over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

De Raad heeft ter zitting het volgende naar voren gebracht. De afgelopen maanden heeft de Raad aanvullend onderzoek gedaan naar de invulling van het ouderlijk gezag door beide ouders. De Raad is van mening dat het in het belang van de kinderen noodzakelijk is dat het ouderlijk gezag van beide ouders wordt beëindigd. De Raad heeft een verzoek tot gezagsbeëindiging bij de rechtbank ingediend en was daarbij in de veronderstelling dat dat verzoek ook ter zitting behandeld zou worden. De Raad begrijpt echter dat het verzoek te laat is ingediend om de procedurele waarborgen in acht te kunnen nemen. Tot er op het verzoek tot gezagsbeëindiging wordt beslist, dient de gecertificeerde instelling belast te blijven met de voorlopige voogdij over de kinderen. Het lukt namelijk niet om contact te krijgen met de ouders, waardoor toestemming voor belangrijke zaken voor de kinderen niet verkregen kan worden. Voor de kinderen moeten er wel dingen geregeld worden. De ontwikkel-/gedragsproblemen van de kinderen komen steeds meer naar voren en het is daarom belangrijk dat zij snel passende hulpverlening krijgen.

3. De standpunten

Namens de moeder is ingestemd met de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing. De moeder erkent de zorgen en beaamt dat zij is teruggevallen in middelengebruik. Dit verklaart haar beperkte bereikbaarheid voor de hulpverlening en de kinderen. De moeder ziet in dat de kinderen op dit moment niet bij haar kunnen wonen. Wel meent zij dat de Raad te snel heeft gegrepen naar een verzoek tot een gezagsbeëindigende maatregel. De moeder moet een eerlijke kans krijgen om te laten zien dat zij de verzorging en opvoeding voor de kinderen op termijn weer kan dragen. In het verleden heeft zij laten zien dat zij langdurig stabiel kan blijven en dat zij goed kan en wil meewerken met de hulpverlening.

De gecertificeerde instelling onderschrijft de zorgen van de Raad. De gecertificeerde instelling bevestigt dat het niet lukt om toestemming te krijgen van de ouders voor gezagsbeslissingen. De gecertificeerde instelling probeert op diverse manieren contact met de ouders te krijgen, maar de ouders zijn niet tot nauwelijks bereikbaar. Het is ook niet gelukt om een omgangsmoment te organiseren sinds de uithuisplaatsing. Hierdoor hebben de kinderen hun ouders al maanden niet gezien. Met de kinderen gaat het naar omstandigheden redelijk goed. De pleegmoeder biedt de kinderen de structuur en duidelijkheid die zij nodig hebben. Wel is duidelijk dat de kinderen intensieve hulp nodig hebben.

4. De beoordeling

C/09/693172 / FA RK 25-7846

De rechtbank stelt vast dat het gezag over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] niet wordt uitgeoefend. Daarom is de rechtbank van oordeel dat het dringend en onmiddellijk noodzakelijk is om in de gezagsuitoefening over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] te voorzien om hun belangen te kunnen behartigen.

Daartoe overweegt de rechtbank dat de zorgen zoals beschreven in de beschikking van 27 oktober 2025 nog onverminderd aanwezig zijn. Het lukt de gecertificeerde instelling, de betrokken hulpverleningsinstanties, maar ook de Raad niet om contact te krijgen met de ouders. Ook zijn de ouders niet op de zitting verschenen. Door het uitblijven van contact met de ouders lukt het de gecertificeerde instelling en de pleegmoeder al langere tijd niet om (praktische) zaken voor de kinderen te regelen, omdat hiervoor geen toestemming van de ouders kan worden verkregen. Sinds de gecertificeerde instelling met de voorlopige voogdij over de kinderen belast is, is het gelukt de schoolinschrijving van [minderjarige 1] te regelen. De rechtbank vindt het positief om te horen dat [minderjarige 1] inmiddels ook naar school gaat. De komende tijd moet er nog meer voor de kinderen geregeld worden, waar de toestemming van de ouders met gezag voor nodig is. Daarbij gaat het onder andere om het inschrijven van de kinderen bij een huisarts en tandarts en het opstarten van noodzakelijke hulpverlening voor de kinderen. Nu de ouders hun gezag over de kinderen op dit moment nog altijd niet invullen, is het noodzakelijk om in de gezagsuitoefening te voorzien. De rechtbank zal de gecertificeerde instelling daarom belasten met de voorlopige voogdij over de kinderen, zodat de gecertificeerde instelling de noodzakelijke zaken voor de kinderen kan regelen.

De beslissing wordt van rechtswege aangetekend in het gezagsregister.

De rechtbank verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

C/09/690169 / JE RK 25-1453

Met de toewijzing van het verzoek tot de voorlopige voogdij, welke beslissing direct geldt, komt het belang aan het verzoek tot de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing te ontvallen. De rechtbank zal dat verzoek dan ook afwijzen.

5. De beslissing

De rechtbank:

C/09/693172 / FA RK 25-7846

belast William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering met de voorlopige voogdij over [minderjarige 1] en [minderjarige 2];

stelt vast dat de voorlopige voogdij van rechtswege na drie maanden eindigt, namelijk op 27 januari 2026, tenzij voor het einde van die termijn aan de rechtbank een voorziening in het gezag over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] is verzocht. Dat verzoek is inmiddels ingediend, waardoor de voorlopige voogdij doorloopt tot op dat verzoek is beslist;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

C/09/690169 / JE RK 25-1453

wijst af het verzoek.

Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 27 november 2025 door

mr. C.M. Koole, mr. A.C. Olland en mr. K.A.M. van der Zon, kinderrechters, in aanwezigheid van mr. J.M. Dreef als griffier, en op schrift gesteld op 8 december 2025.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. J.M. Dreef als

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?