ECLI:NL:RBDHA:2025:25367

ECLI:NL:RBDHA:2025:25367, Rechtbank Den Haag, 28-11-2025, C/09/691617 / FA RK 25-6981

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 28-11-2025
Datum publicatie 09-01-2026
Zaaknummer C/09/691617 / FA RK 25-6981
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Den Haag

Samenvatting

Gezag, hoofdverblijfplaats, verdeling van de zorg- en opvoedingstaken c.q. omgang en kinderalimentatie. Afsplitsing kinderalimentatie. Voor het overige alle verzoeken aangehouden in afwachting van het Raadsonderzoek.

Uitspraak

Beschikking op het op 17 september 2025 ingekomen verzoek van:

[de vader],

de vader,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. A. Ramsaroep te Den Haag.

Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de moeder],

de moeder,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. D.M. Siemerink-Looten te Den Haag.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:

- het verzoekschrift;

- het verweerschrift tevens zelfstandig verzoek;

- het F9-formulier van 30 oktober 2025 (om 23:58u per e-mail ingediend) van de advocaat van de vader, met bijlagen.

Op 31 oktober 2025 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:

De vader heeft op 30 oktober 2025 een productie 5 en diverse audiobestanden ingediend. De moeder heeft bezwaar gemaakt tegen de late indiening van deze stukken. Op grond van artikel 279, zesde lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) is artikel 87, zesde lid, Rv van overeenkomstige toepassing op verzoekschriftprocedures. Op grond van artikel 87, zesde lid, Rv worden processtukken en andere stukken zoveel mogelijk onmiddellijk en tot uiterlijk tien dagen voor de mondelinge behandeling in het geding gebracht, tenzij de wet een andere termijn voorschrijft. Stukken die na die termijn of ter zitting in het geding worden gebracht, worden door de rechter buiten beschouwing gelaten, tenzij de goede procesorde zich daartegen verzet. Voor deze tussenbeschikking laat de rechtbank de door de vader op 30 oktober 2025 ingediende productie en audiobestanden buiten beschouwing. De stukken zijn de avond/nacht voor de zitting ingediend en de advocaat van de moeder heeft hier voorafgaand aan de zitting geen kennis van kunnen nemen. De rechtbank is daarom van oordeel dat de goede procesorde zich verzet tegen het in behandeling nemen van deze stukken.

Feiten

- Partijen hebben een affectieve relatie met elkaar gehad.

- Zij zijn de ouders van het volgende minderjarige kind:

- [minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2025 te [geboorteplaats], hierna: [minderjarige].

- [minderjarige] verblijft momenteel bij de moeder.

- Partijen zijn gezamenlijk belast met het gezag over [minderjarige].

Verzoek en verweer

De vader verzoekt:

- [minderjarige] elke maandag tussen 12.00 uur en 13.00 uur wordt opgehaald door de vader bij de moeder in [plaats 1];

- [minderjarige] elke woensdag tussen 12.00 uur en 13.00 uur wordt opgehaald door de moeder bij de vader in [plaats 2];

- [minderjarige] elke oneven week op vrijdag tussen 12.00 uur en 13.00 uur door de vader wordt opgehaald bij de moeder in [plaats 1]. De zondag daarop wordt [minderjarige] tussen 12.00 uur en 13.00 uur door de moeder opgehaald bij de vader in [plaats 2];

een en ander voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad.

De moeder voert verweer, dat hierna – voor zover nodig – zal worden besproken. Tevens verzoekt de moeder zelfstandig:

een en ander uitvoerbaar bij voorraad.

De vader heeft verweer gevoerd, dat hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.

Beoordeling

Hoofdverblijfplaats en verdeling van de zorg- en opvoedingstaken c.q. omgang

Juridisch kader

Op grond van het eerste lid van artikel 1:253a van het Burgerlijk Wetboek (BW) kunnen in geval van gezamenlijke uitoefening van het gezag geschillen hieromtrent op verzoek van de ouders of van een van hen aan de rechtbank worden voorgelegd. Op grond van sub a van het tweede lid van artikel 1:253a BW kan de rechtbank op verzoek van de ouders of een van hen een toedeling aan ieder van de ouders van de zorg- en opvoedingstaken vaststellen.

Op grond van sub b van het tweede lid van artikel 1:253a BW kan de rechtbank beslissen bij welke ouder het kind zijn hoofdverblijfplaats heeft. Het is de rechtbank, gelet op het vijfde lid van voornoemd artikel, niet gelukt om een vergelijk tussen de ouders te beproeven. De rechtbank neemt daarom een zodanige beslissing als haar in het belang van het kind wenselijk voorkomt.

Standpunt vader

De vader wil dat de hoofdverblijfplaats van [minderjarige] bij hem wordt bepaald en vaststelling van een zorgregeling met de moeder. De vader maakt zich zorgen over het welzijn van [minderjarige] als hij bij de moeder verblijft. De vader is van mening dat de moeder niet goed voor [minderjarige] zorgt. Daarbij heeft de vader tijdens de samenwoning met de moeder samen met haar de zorg voor [minderjarige] gedragen. Het is in het belang van [minderjarige] dat het contact met zijn vader zo snel mogelijk wordt hersteld. Verder betwist de vader, zoals de moeder stelt, dat sprake zou zijn van middelenproblematiek en huiselijk geweld.

Standpunt moeder

De moeder verzet zich tegen het bepalen van de hoofdverblijfplaats van [minderjarige] bij de vader. Daarbij wil de moeder dat het contact tussen de vader en [minderjarige] wordt begeleid, omdat sprake is van gewelddadig handelen van de vader tegen de moeder – ook in aanwezigheid van [minderjarige] – en alcohol- en middelenmisbruik.

Overwegingen rechtbank

De rechtbank overweegt als volgt. Het is in principe voor de ontwikkeling van [minderjarige] belangrijk dat hij regelmatig contact heeft met zijn vader. Gebleken is dat de vader sinds juli 2025 geen contact meer heeft gehad met [minderjarige]. De rechtbank overweegt dat iedere ouder een andere visie heeft over wat er zich heeft afgespeeld gedurende hun relatie. De moeder heeft aangegeven dat sprake was van huiselijk geweld en middelenmisbruik door de vader. De rechtbank is gebleken dat er begin november 2025, en derhalve na de zitting in onderhavige zaak, een zitting heeft plaatsgevonden in een strafrechtelijke procedure over de aangifte van de moeder van mishandeling door de vader. De rechtbank kan in de onderhavige procedure niet vaststellen wat precies tussen de ouders is voorgevallen. De rechtbank heeft evenwel ernstige zorgen over de situatie en ziet daarom op dit moment geen ruimte voor onbegeleid contact tussen de vader en [minderjarige]. Naar oordeel van de rechtbank kan het contact tussen de vader en [minderjarige] op dit moment daarom alleen begeleid plaatsvinden. Uit de stukken blijkt dat de politie aan [instantie 1] heeft gemeld dat de vader het contactverbod heeft overtreden en (doods)bedreigingen heeft geuit naar de moeder en haar familie. [instantie 1] heeft momenteel geen zorgen over de veiligheid van [minderjarige]. Wel maakt [instantie 1] zich zorgen dat het de ouders niet lukt om samen op een veilige wijze de opvoeding en verzorging van [minderjarige] vorm te geven. [instantie 1] heeft de melding overgedragen aan [instantie 2]. Op de zitting hebben de ouders toegelicht dat zij bij [instantie 2] op een wachtlijst staan voor hulpverlening, maar het is de rechtbank niet duidelijk geworden welke hulpverlening dit betreft. Bovendien bedraagt de wachttijd voor deze hulpverlening mogelijk een jaar. De ouders hebben op de zitting aangegeven open te staan voor mediation. De rechtbank heeft met de ouders besproken, nu de vader contact wenst en de moeder blijkens haar verzoeken instemt met maximaal twee uur per week begeleide omgang met de vader, dat zij tijdens de mediation de veiligheidsafspraken rondom het contact tussen de vader en [minderjarige] nader kunnen bespreken. Op die manier zou [minderjarige] al – op een veilige manier – omgang met zijn vader kunnen hebben.

Gelet op het voorgaande en de complexiteit van de situatie, acht de rechtbank zich op dit moment onvoldoende geïnformeerd om een definitieve beslissing op de verzoeken te nemen. De rechtbank is daarom, gelet op hetgeen uit de stukken en op de zitting naar voren is gekomen, van oordeel dat een onderzoek door de Raad geïndiceerd is. Dit onderzoek moet in ieder geval gericht zijn op de volgende vragen:

Indien nodig kan de Raad het onderzoek uitbreiden met onderzoek naar een kinderbeschermingsmaatregel.

Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen ziet de rechtbank geen ruimte om een voorlopige zorg- c.q. omgangsregeling te bepalen in afwachting van het raadsonderzoek. Iedere verdere beslissing ten aanzien van de hoofdverblijfplaats en de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken c.q. omgang zal pro forma worden aangehouden tot na te melden pro formadatum. Na de zitting heeft de rechtbank contact opgenomen met de Raadsvertegenwoordiger over de wachtlijst bij de Raad. De Raadsvertegenwoordiger heeft aangegeven dat de procedure minimaal zes maanden moet worden aangehouden. De rechtbank zal de procedure daarom aanhouden tot 1 juni 2026. Na ontvangst van het rapport en het advies van de Raad zal de rechtbank bezien of een nadere mondelinge behandeling nodig is. Indien de behandeling ter zitting wordt voortgezet, zal ook de Raad voor deze zitting worden opgeroepen.

Gezag

Juridisch kader

Op grond van artikel 1:253n, eerste lid, BW kan de rechtbank op verzoek van de ouders of een van hen het gezamenlijk gezag, zoals bedoeld in artikel 1:251 BW, beëindigen, indien nadien de omstandigheden zijn gewijzigd. In dat geval bepaalt de rechtbank aan wie van de ouders voortaan het gezag over de minderjarige kinderen toekomt. Het eerste en derde lid van artikel 1:251a BW zijn van overeenkomstige toepassing. De rechtbank beëindigt het gezamenlijk gezag slechts indien: a) er een onaanvaardbaar risico is dat het kind klem of verloren zou raken tussen de ouders en niet te verwachten is dat hierin binnen afzienbare tijd voldoende verbetering zou komen, of b) wijziging van het gezag anderszins in het belang van het kind noodzakelijk is.

Standpunt moeder

De moeder wil primair met het eenhoofdig gezag over [minderjarige] worden belast. Gelet op het gewelddadig gedrag van de vader en het alcohol- en middelenmisbruik is gezamenlijk gezag niet in het belang van [minderjarige]. De vader heeft herhaaldelijk gezegd dat hij de moeder en [minderjarige] zoveel mogelijk zal dwarszitten door zijn toestemming te onthouden voor gezagsbeslissingen. Subsidiair verzoekt de moeder daarom om te bepalen dat de moeder, zonder toestemming van de vader, de keuze mag bepalen voor de opvang van [minderjarige] en naar welke school [minderjarige] zal gaan vanaf zijn vierde jaar. Ook verzoekt de moeder te bepalen dat zij met [minderjarige] zonder toestemming van de vader voor maximaal drie aaneengesloten weken naar het buitenland mag gaan.

Standpunt vader

De vader verzet zich tegen de verzoeken. De vader is bereid om op normale wijze met de moeder te communiceren over zaken ten aanzien van [minderjarige]. De vader wil betrokken zijn in het leven van [minderjarige]. De moeder heeft de vader niet om zijn toestemming gevraagd voor de beslissingen waar zij vervangende toestemming voor heeft verzocht. Er is volgens de vader geen reden om de moeder met het eenhoofdig gezag te belasten.

Overwegingen rechtbank

De rechtbank overweegt als volgt. Op dit moment kan de rechtbank niet beoordelen wat de gevolgen zijn van toewijzing, dan wel afwijzing van het verzoek van de moeder ten aanzien van het gezag en wat ervoor nodig is om een stabiele en duurzame situatie voor [minderjarige] te bewerkstelligen. Gelet hierop acht de rechtbank het van belang dat het onderzoek van de Raad zich ook richt op het gezag en verzoekt de Raad ook de volgende vragen te beantwoorden:

Iedere verdere beslissing ten aanzien van het gezag, waaronder de verzochte vervangende toestemming, zal in afwachting van het onderzoek van de Raad worden aangehouden tot na te melden pro formadatum.

Kinderalimentatie

Het zelfstandig verzoek van de moeder ten aanzien van de kinderalimentatie is van deze procedure afgesplitst en geregistreerd onder zaak- en rekestnummer C/09/693648 / FA RK 25-8097. Na ontvangst van het verweerschrift van de vader zal de rechtbank beslissen over het verdere verloop van die procedure.

Proceskosten

Nu de rechtbank een beslissing over het gezag, de hoofdverblijfplaats en de zorg- c.q. omgangsregeling zal aanhouden, zal zij ook een beslissing over de proceskosten aanhouden.

Beslissing

De rechtbank:

verzoekt de Raad voor de Kinderbescherming een onderzoek te verrichten met de hiervoor omschreven doelen en daarover aan de rechtbank te rapporteren en advies uit te brengen;

dat onderzoek dient antwoord te geven op de vraag wat ten aanzien van het gezag, de hoofdverblijfplaats en de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken c.q. omgang in het belang van de minderjarige is te achten;

bepaalt dat de griffier een afschrift van de processtukken aan de Raad voor de Kinderbescherming zal toesturen;

houdt de behandeling aan tot na te melden pro formadatum; uiterlijk op die datum dient de Raad voor de Kinderbescherming zo mogelijk zijn rapport met advies te hebben uitgebracht aan de rechtbank met kopie aan beide ouders en hun advocaten;

bepaalt dat de behandeling van de zaak, na ontvangst van het rapport en advies, zal worden voortgezet op een nader te bepalen wijze;

verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

houdt iedere verdere beslissing ten aanzien van het gezag, de hoofdverblijfplaats, de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken c.q. omgang en de proceskosten aan tot 1 juni 2026 pro forma.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. E.X.R. Yi

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?