ECLI:NL:RBDHA:2025:25376

ECLI:NL:RBDHA:2025:25376, Rechtbank Den Haag, 28-11-2025, C/09/690768 / FA RK 25-6523 & C/09/690821 / FA RK 25-6555

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 28-11-2025
Datum publicatie 09-01-2026
Zaaknummer C/09/690768 / FA RK 25-6523 & C/09/690821 / FA RK 25-6555
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Den Haag

Samenvatting

Gezagsuitoefening en voorlopige voorzieningen ex artikel 223 Rv. Wijziging reguliere zorgregeling en vaststelling uitvoerige verdeling van de vakanties en feestdagen. Afwijzing voorlopige voorzieningen.

Uitspraak

Gezagsuitoefening en voorlopige voorzieningen ex artikel 223 Rv

Beschikking op de op 28 augustus 2025 ingekomen verzoeken van:

[de vader] ,

de vader,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. M.W. Kuiper te Den Haag.

Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de moeder] ,

de moeder,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. D.H.P.C. Glaudemans te Delft.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken in beide procedures, waaronder:

- het verweerschrift tevens zelfstandig verzoek.

Op 31 oktober 2025 zijn op de zitting van deze rechtbank het verzoek in de bodemprocedure en het verzoek tot het treffen van voorlopige voorzieningen ex artikel 223 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, gecombineerd behandeld. Hierbij zijn verschenen:

Feiten

- Partijen hebben een affectieve relatie met elkaar gehad.

- Zij zijn de ouders van het volgende minderjarige kind:

- [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2021 te [geboorteplaats] (hierna: [minderjarige] ).

- Uit de Basisregistratie Personen blijkt dat [minderjarige] is ingeschreven op het adres van de moeder.

- Partijen zijn gezamenlijk belast met het gezag over [minderjarige] , ingevolge de aantekening in het gezagsregister van 15 december 2021.

- Bij beschikking van 16 juli 2024 van deze rechtbank is – voor zover hier van belang – vastgesteld dat [minderjarige] :

- in de oneven weken van zondag 17.00 uur tot donderdag 18.30 uur en in de even weken van zondag 11.30 uur tot donderdag 18.30 uur bij de vader zal zijn;

- ieder jaar op eerste paasdag bij de moeder zal zijn en op tweede paasdag bij de vader;

- op 5 december in de oneven jaren bij de vader zal zijn en in de even jaren bij de moeder;

- in de oneven jaren op eerste kerstdag bij de vader zal zijn en op tweede kerstdag bij de moeder, en in de even jaren andersom.

Verzoek en verweer

Het verzoek in de bodemprocedure (C/09/690768 / FA RK 25-6523)

De vader verzoekt:

- herfstvakantie: bij de vader;

- kerstvakantie: eerste week bij de moeder, tweede week bij de vader. Overdrachtsmoment op vrijdag 12.00 uur;

- voorjaarsvakantie: bij de moeder:

- meivakantie: oneven week bij de vader, even week bij de moeder;

- zomervakantie: eerste drie weken bij de vader, laatste drie weken bij de moeder;

- eerste en tweede kerstdag: even jaren kerstavond en eerste kerstdag tot 16.00 uur bij de vader en de rest bij de moeder, oneven jaren kerstavond en eerste kerstdag tot 16.00 uur bij de moeder en de rest bij de vader;

- Vaderdag: bij de vader van 09.00 uur tot 18.30 uur;

- Moederdag: bij de moeder van 09.00 uur tot 18.30 uur;

- Pinksteren en Pasen: eerste dag van 09.00 uur tot 18.30 uur bij de moeder, tweede dag van 09.00 uur tot 18.30 uur bij de vader;

- 5 december, Koningsdag, Bevrijdingsdag, Hemelvaartsdag: [minderjarige] viert dit bij de ouder waar ze conform de vaste regeling dan verblijft;

- te bepalen dat de moeder zorgdraagt voor afgifte van het paspoort of de identiteitskaart van [minderjarige] binnen zeven dagen na de uitspraak, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 500,00 per dag dat de moeder in gebreke blijft hieraan te voldoen, althans een door de rechtbank in goede justitie te bepalen dwangsom;

een en ander voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad en kosten rechtens.

Het verzoek tot het treffen van voorlopige voorzieningen (C/09/690821 / FA RK 25-6555)

De vader verzoekt:

- een zorg- en contactregeling vast te stellen inhoudende dat [minderjarige] de oneven weken bij de vader zal zijn aan het adres [adres] en de even weken bij de moeder, waarbij het wisselmoment zal zijn op vrijdagmiddag uit school, en te bepalen dat de moeder haar medewerking verleent aan deze zorgregeling op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 500,00 per dag dat de moeder in gebreke blijft hieraan mee te werken, althans een door de rechtbank in goede justitie te bepalen dwangsom;

een en ander kosten rechtens.

De moeder voert in beide procedures verweer, dat hierna – voor zover nodig – zal worden besproken. Tevens verzoekt de moeder zelfstandig:

- een regeling ter verdeling van de zorg- en opvoedingstaken vast te stellen, inhoudende:

- [minderjarige] verblijft bij de vader gedurende de even weken van zaterdagavond 17.30 uur

tot donderdag naar school;

- [minderjarige] verblijft bij de vader gedurende de oneven weken van maandag na het eten

tot donderdag naar school;

- gedurende de herfst- en voorjaarsvakantie verblijft [minderjarige] tot maandag na het eten bij de moeder en van dinsdag tot vrijdag 13.00 uur bij de vader;

- gedurende de kerstvakantie verblijft [minderjarige] bij de moeder vanaf de donderdag voor de kerstvakantie tot en met de eerste week van de kerstvakantie en de maandag in de tweede week, gedurende de tweede week van de kerstvakantie vanaf de maandagavond verblijft [minderjarige] bij de vader;

- gedurende de oneven jaren is [minderjarige] eerste kerstdag bij de vader en tweede kerstdag bij de moeder, in de even jaren andersom;

- gedurende de oneven jaren verblijft [minderjarige] oudejaarsdag bij de vader en in de oneven jaren bij de moeder;

- de verjaardag van [minderjarige] wordt verdeeld, waarbij de overdracht naar de andere ouder plaatsvindt om 12.30 uur;

- gedurende de meivakantie verblijft [minderjarige] in de even jaren de eerste week bij de vader en de tweede week bij de moeder, in de oneven jaren andersom;

- gedurende de zomervakantie verblijft [minderjarige] de eerste, derde en vijfde week bij de moeder en de tweede, vierde en zesde week bij de vader;

- met Moederdag verblijft [minderjarige] vanaf de nacht ervoor bij de moeder, met Vaderdag verblijft [minderjarige] vanaf de nacht ervoor bij de vader;

- eerste paasdag en Eerste Pinksterdag verblijft [minderjarige] vanaf de zaterdag ervoor tot na het avondeten bij de moeder, tweede paasdag en Tweede Pinksterdag verblijft [minderjarige] vanaf na het avondeten op de zondag ervoor bij de vader;

- in de oneven jaren verblijft [minderjarige] met Sinterklaas bij de vader, in de even jaren bij de moeder;

- Koningsdag wordt tussen partijen verdeeld, waarbij partijen zelf afspreken op welk tijdstip de overdracht van [minderjarige] plaatsvindt;

- indien geen van beide ouders tijdens de meivakantie met [minderjarige] op vakantie gaat, dan verblijft [minderjarige] in de even jaren met Bevrijdingsdag bij de moeder en in de oneven jaren bij de vader;

- gedurende de even jaren verblijft [minderjarige] met Hemelvaartsdag bij de moeder en in de oneven jaren bij de vader;

een en ander uitvoerbaar bij voorraad.

De vader heeft mondeling verweer gevoerd, dat hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.

Beoordeling

Het verzoek in de bodemprocedure (C/09/690768 / FA RK 25-6523)

Vervangende toestemming verhuizing

De rechtbank overweegt als volgt. [minderjarige] heeft haar hoofdverblijf bij de moeder. De door de vader verzochte verhuizing naar [plaats] zal niet substantieel invloed hebben op de uitvoering van de zorgregeling. De rechtbank constateert daarom dat de vader voor deze verhuizing geen toestemming van de moeder behoeft. Gelet hierop zal de rechtbank het verzoek van de vader bij gebrek aan belang afwijzen.

Verdeling van de zorg- en opvoedingstaken

Juridisch kader

Uit het vierde lid van artikel 1:253a van het Burgerlijk Wetboek (BW) volgt dat artikel 1:377e BW van overeenkomstige toepassing is, zodat de rechtbank op verzoek van de ouders of van een van hen een beslissing inzake de omgang alsmede een door de ouders onderling getroffen omgangsregeling kan wijzigen op grond dat nadien de omstandigheden zijn gewijzigd, of dat bij het nemen van de beslissing van onjuiste of onvolledige gegevens is uitgegaan. Het is de rechtbank, gelet op het vijfde lid van artikel 1:253a BW, niet gelukt om een vergelijk tussen de ouders te beproeven. De rechtbank neemt daarom een zodanige beslissing als haar in het belang van het kind wenselijk voorkomt.

Standpunt vader

De vader heeft verzocht om een wijziging van de reguliere zorgregeling. Hij heeft aangegeven dat een week-op-week-af-regeling beter te combineren is met zijn werk, omdat hij een nieuwe baan heeft waarvoor hij soms naar het buitenland moet reizen. Met een week-op-week-af-regeling kan de vader deze reizen plannen in de weken dat [minderjarige] bij de moeder verblijft en hoeft de vader geen opvang te regelen voor [minderjarige] , wat in de huidige regeling wel het geval is. Daarbij is de vader van mening dat een week-op-week-af-regeling een eerlijkere verdeling is, omdat [minderjarige] op dit moment nooit een heel weekend bij hem verblijft. Een week-op-week-af-regeling is volgens de vader ook in het belang van [minderjarige] , omdat er dan minder overdrachtsmomenten zijn en dit voor [minderjarige] overzichtelijker is. Verder heeft de vader ook verzocht om een uitgebreidere verdeling van de vakanties en de feestdagen, omdat de verdeling hiervan aanleiding geeft voor discussie tussen de ouders.

Standpunt moeder

De moeder verzet zich tegen de reguliere zorgregeling die de vader voorstaat. Zij heeft aangegeven dat een week-op-week-af-regeling voor haar praktisch niet mogelijk is in verband met haar werkzaamheden van dinsdag tot en met donderdag. De moeder is bereid om [minderjarige] extra op te vangen als de vader voor zijn werk naar het buitenland moet. De moeder heeft evenals de vader een uitgebreidere verdeling van de vakanties en feestdagen verzocht.

Ontvankelijkheid

De rechtbank is van oordeel dat sprake is van gewijzigde omstandigheden. Beide ouders zijn van mening dat de huidige zorgregeling niet goed functioneert en te onrustig is voor [minderjarige] . Op de zitting is gebleken dat de ouders (onder meer) hiervoor momenteel met [minderjarige] naar de GGZ gaan. De rechtbank constateert daarom dat de onrust die met de zorgregeling gepaard gaat een negatieve uitwerking heeft op [minderjarige] . De rechtbank acht dit niet in het belang van [minderjarige] en zal de ouders daarom ontvangen in hun verzoeken.

Reguliere zorgregeling

De rechtbank overweegt als volgt. Gebleken is dat [minderjarige] van dinsdag tot donderdag niet bij de moeder kan verblijven vanwege het werk van de moeder en de moeder van vrijdag tot maandag vrij heeft van haar werk. De vader wil echter ook graag af en toe een weekend met [minderjarige] doorbrengen. Na de zitting is gebleken dat deze wensen niet uitvoerbaar zijn in een 50/50-verdeling van de zorg. Het belang van de moeder om van dinsdag tot donderdag haar werkzaamheden te kunnen verrichten dient naar het oordeel van de rechtbank voor te gaan op het belang van de vader om hele weekenden met [minderjarige] door te brengen. De rechtbank zal voor de reguliere zorgregeling daarom grotendeels aansluiten bij het voorstel van de moeder, met de aanpassing dat [minderjarige] op geen enkel moment uit school naar de ene ouder gaat en diezelfde dag om 18:30u naar de andere ouder gaat. De rechtbank acht die wissels te onrustig voor [minderjarige] , en daarmee niet in haar belang. Gelet op het voorgaande zal de rechtbank bepalen dat [minderjarige] in de even weken bij de vader zal verblijven van zaterdag 17.30 uur tot donderdag naar school en [minderjarige] in de oneven weken bij de vader zal verblijven van maandag na school tot donderdag naar school. Op deze manier zijn er minder wissels dan voorheen, terwijl de 50/50-verdeling gehandhaafd blijft. Het meer of anders verzochte ten aanzien van de reguliere zorgregeling zal de rechtbank afwijzen.

Regeling ten aanzien van de vakanties en feestdagen

Ten aanzien van de vakanties en feestdagen overweegt de rechtbank als volgt. De rechtbank zal een duidelijke verdeling van de vakanties en feestdagen vaststellen zodat de ouders en [minderjarige] weten waar zij aan toe zijn. Hierbij geldt als uitgangspunt dat de vakanties en feestdagen tussen de ouders bij helfte worden verdeeld. In dit kader merkt de rechtbank op dat van beide ouders wordt verwacht dat zij hun werk zullen afstemmen op de hierna door de rechtbank te bepalen vakantie- en feestdagenregeling.

Voor zover hierna voor een feestdag, verjaardag of een andere voor (een van) de ouders bijzondere dag geen specifieke regeling wordt vastgesteld en dus niet expliciet wordt genoemd, geldt daarvoor dat de reguliere zorg- dan wel vakantieregeling op die bewuste dag doorloopt en dus bepaalt bij welke ouder [minderjarige] die dag doorbrengt, omdat dit naar het oordeel van de rechtbank de meeste rust biedt.

Voor zover hierna tijdstippen worden genoemd, staat het partijen vanzelfsprekend vrij om een ander tijdstip overeen te komen, bijvoorbeeld omdat dat beter uitkomt met de slaaptijden van [minderjarige] .

De rechtbank zal bepalen dat het aanvangsmoment van de zorg tijdens alle vakanties op maandagochtend zal zijn en [minderjarige] dan vanaf maandagochtend verblijft bij de ouder waar zij volgens de reguliere zorgregeling op de daaraan voorafgaande zondag niet verblijft. De zorg tijdens de vakanties zal eindigen op maandag naar school vanaf welk moment de reguliere zorgregeling wordt hervat. De wisselmomenten in een vakantie zijn op maandag 08.30 uur.

Ten aanzien van de voorjaarsvakantie en de herfstvakantie overweegt de rechtbank als volgt. De moeder heeft voor deze vakanties een regeling verzocht waarbij [minderjarige] van dinsdag tot vrijdag 13.00 uur bij de vader verblijft. De rechtbank acht het echter in het belang van [minderjarige] dat zij ook soms een geheel weekend bij de vader kan zijn. De rechtbank zal deze vakanties dan ook bij helfte verdelen en bepalen dat [minderjarige] in de voorjaarsvakantie in de oneven jaren bij de vader verblijft en in de even jaren bij de moeder en dat [minderjarige] in de herfstvakantie in de oneven jaren bij de moeder verblijft en in de even jaren bij de vader.

Met betrekking tot de zomervakantie overweegt de rechtbank als volgt. Een week-op-week-af-regeling, zoals de moeder voorstaat, acht de rechtbank voor [minderjarige] te onrustig vanwege de hoeveelheid wisselmomenten. Ook kunnen beide ouders in deze regeling niet langer dan een week met [minderjarige] op vakantie gaan. In een 3-om-3-regeling, conform het verzoek van de vader, zal [minderjarige] de ouder bij wie zij op dat moment niet verblijft drie weken niet zien. Met het oog op de leeftijd van [minderjarige] acht de rechtbank dat te lang. De door beide ouders voorgestane regelingen zijn volgens de rechtbank dan ook niet in het belang van [minderjarige] . De rechtbank zal daarom bepalen dat voor de zomervakantie een 2-2-1-1-regeling geldt, waarbij de ouders de specifieke verdeling in onderling overleg met elkaar zullen afspreken.

Over de kerstvakantie zal de rechtbank bepalen dat [minderjarige] in de oneven jaren de eerste week bij de vader zal verblijven en de tweede week bij de moeder en [minderjarige] in de even jaren de eerste week bij de moeder zal verblijven en de tweede week bij de vader. Daarbij zal [minderjarige] in de oneven jaren van tweede kerstdag 10.00 uur tot de dag na tweede kerstdag 10.00 uur bij de moeder zijn. In de even jaren zal [minderjarige] van tweede kerstdag 10.00 uur tot de dag na tweede kerstdag 10.00 uur bij de vader zijn. Voorts zal de rechtbank bepalen dat [minderjarige] tijdens oud en nieuw bij de ouder verblijft bij wie zij volgens de regeling voor de kerstvakantie verblijft, nu de rechtbank een overdrachtsmoment op oudejaarsdag niet in het belang van [minderjarige] acht. De rechtbank merkt op dat het de ouders vrijstaat om ten aanzien van oudejaarsdag in onderling overleg een contactmoment tussen [minderjarige] en de ouder bij wie zij op die dag niet verblijft af te spreken.

Ten aanzien van [dag] (de verjaardag van [minderjarige] ) zal de rechtbank bepalen dat [minderjarige] , als haar verjaardag in de kerstvakantie valt, van 12.30 uur tot 17.00 uur bij de ouder verblijft bij wie zij volgens de regeling voor de kerstvakantie op die dag niet verblijft. De rechtbank zal bepalen dat in geval de verjaardag van [minderjarige] op een schooldag valt, de ouders in onderling overleg een contactmoment afspreken tussen [minderjarige] en de ouder bij wie zij volgens de reguliere zorgregeling op die dag niet verblijft.

Op de zitting heeft de vader ingestemd met het voorstel van de moeder voor de meivakantie. De rechtbank zal dienovereenkomstig beslissen en aldus bepalen dat [minderjarige] in de even jaren de eerste week bij de vader verblijft en de tweede week bij de moeder en dat [minderjarige] in de oneven jaren de eerste week bij de moeder verblijft en de tweede week bij de vader.

Ten aanzien van Vader- en Moederdag heeft de moeder verzocht dat [minderjarige] vanaf de avond ervoor bij de desbetreffende ouder verblijft. De rechtbank zal dienovereenkomstig beslissen, nu niet is gebleken dat de vader zich hiertegen verzet. De rechtbank zal daarom bepalen dat [minderjarige] op Vader- en Moederdag vanaf 18.30 uur op de voorafgaande (zater)dag bij de desbetreffende ouder verblijft.

Met betrekking tot Pasen en Pinksteren heeft de moeder verzocht dat [minderjarige] vanaf de voorafgaande zaterdag tot en met het avondeten op eerste Paas- en Pinksterdag bij de moeder verblijft en [minderjarige] vanaf eerste Paas- en Pinksterdag na het avondeten en op tweede Paas- en Pinksterdag bij de vader verblijft. Op de zitting heeft de vader aangegeven dat hij niet wil dat [minderjarige] vanaf de voorafgaande zaterdag bij de desbetreffende ouder verblijft. Hij wil dat [minderjarige] op eerste Paas- en Pinksterdag overdag bij de moeder verblijft en [minderjarige] op tweede Paas- en Pinksterdag overdag bij de vader verblijft en dat voor het overige tijdens Pasen en Pinksteren de reguliere zorgregeling blijft doorlopen. De rechtbank zal aansluiten bij het verzoek van de moeder en bepalen dat [minderjarige] vanaf de voorafgaande zaterdag 18.30 uur tot eerste Paas- en Pinksterdag 18.30 uur bij de moeder verblijft en [minderjarige] van eerste Paas- en Pinksterdag 18.30 uur tot tweede paas- en Pinksterdag 18.30 uur bij de vader verblijft, nu de rechtbank deze regeling in het belang van [minderjarige] acht.

Op de zitting heeft de vader aangegeven dat hij ten aanzien van 5 december (Sinterklaas) kan instemmen met de (jaarlijkse) verdeling zoals de moeder heeft verzocht. Daarbij wil de vader dat [minderjarige] op deze dag ook bij de desbetreffende ouder blijft overnachten. De moeder heeft zich hier niet verzet. De rechtbank zal dienovereenkomstig beslissen en bepalen dat [minderjarige] op 5 december in de oneven jaren bij de vader verblijft en in de even jaren bij de moeder en [minderjarige] aansluitend op deze dag ook bij de desbetreffende ouder blijft overnachten.

De rechtbank ziet aanleiding om Koningsdag jaarlijks te verdelen. De rechtbank zal daarom bepalen dat [minderjarige] in de oneven jaren bij de moeder zal zijn en in de even jaren bij de vader.

Ten aanzien van Bevrijdingsdag zal de rechtbank conform het verzoek van de moeder bepalen dat [minderjarige] in de oneven jaren bij de vader verblijft en in de even jaren bij de moeder, als de ouder bij wie [minderjarige] die vakantieweek is, niet met [minderjarige] op vakantie gaat.

Ten aanzien van Hemelvaart zal de rechtbank conform het verzoek van de moeder bepalen dat [minderjarige] in de oneven jaren bij de vader verblijft en in de even jaren bij de moeder.

Met betrekking tot de vakanties en feestdagen geldt de regeling zoals hierna in het dictum door de rechtbank wordt vastgesteld. Het meer of anders verzochte te dien aanzien zal de rechtbank afwijzen.

Dwangsom

De rechtbank ziet geen aanleiding om overeenkomstig het verzoek van de vader een dwangsom op te leggen.

Afgifte paspoort/identiteitskaart

Op de zitting heeft de vader zijn verzoek ten aanzien van de afgifte van het paspoort/identiteitskaart van [minderjarige] ingetrokken. De rechtbank hoeft op dat verzoek daarom niet meer te beslissen.

Proceskosten

Gelet op het feit dat het hier een procedure van familierechtelijke aard betreft, zal de rechtbank de proceskosten compenseren als hierna vermeld.

Het verzoek tot het treffen van voorlopige voorzieningen (C/09/690821 / FA RK 25-6555)

Ontvankelijkheid

Omdat op de zitting de verzoeken uit de bodemzaak zijn behandeld en er op afzienbare termijn een uitspraak in deze procedure volgt, zal de rechtbank het verzoek van de vader bij gebrek aan belang afwijzen.

Proceskosten

Gelet op het feit dat het hier een procedure van familierechtelijke aard betreft, zal de rechtbank de proceskosten compenseren als hierna vermeld.

Beslissing

De rechtbank – met wijziging in zoverre van de beschikking van 16 juli 2024 van deze rechtbank –:

in de procedure met zaak- en rekestnummer C/09/690768 / FA RK 25-6523

bepaalt dat de minderjarige [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2021 te [geboorteplaats] , bij de vader zal zijn volgens de reguliere zorgregeling:

- in de even weken van zaterdag 17.30 uur tot donderdag naar school;

- in de oneven weken van maandag na school tot donderdag naar school;

bepaalt dat voor [minderjarige] de volgende vakantie- en feestdagenregeling geldt:

regeling ten aanzien van de kerstvakantie in de oneven jaren van tweede kerstdag 10.00 uur tot de dag na tweede kerstdag 10.00 uur bij de moeder verblijven en in de even jaren van tweede kerstdag 10.00 uur tot de dag na tweede kerstdag 10.00 uur bij de vader verblijven;

vader en de tweede week bij de moeder verblijven en in de oneven jaren de eerste week bij de moeder en de tweede week bij de vader;

verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt;

wijst af het meer of anders verzochte;

in de procedure met zaak- en rekestnummer C/09/690821 / FA RK 25-6555

wijst het verzoek tot het treffen van voorlopige voorzieningen af;

bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt.

Deze beschikking is gegeven door mr. C. Witteman, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. E.X.R. Yi als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 28 november 2025.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. E.X.R. Yi

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?