Voorlopige voorzieningen
Beschikking op het op 13 oktober 2025 ingekomen verzoekschrift van:
[de vader] ,
de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. A. Neermawatie Nandoe in Voorburg.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:
[de moeder] ,
de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. M.E. Hoogenraad in Maassluis.
Procedure
De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
Op 14 november 2025 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:
Feiten
- Bij vonnis in kort geding van 7 augustus 2025 van de voorzieningenrechter van deze rechtbank is – voor zover hier relevant – :
Verzoek en verweer
De vader verzoekt, bij wijze van voorlopige voorzieningen op grond van artikel 223 Rv, voor de duur van de hoofdprocedure voorlopig te bepalen:
De moeder voert verweer, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken. Daarnaast verzoekt de moeder zelfstandig voor de duur van het geding, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
- te bepalen dat er op woensdag en op zaterdag om 17.00 uur videobelcontact plaatsvindt
tussen de vader en [de minderjarige] voor de duur van maximaal 20 minuten;
De vader voert verweer, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.
Beoordeling
Voorlopige zorgregeling
Uit de stukken en op de zitting is het volgende gebleken.
In de bodemprocedure met zaak- en rekestnummer C/09/656135 en FA RK 23-7888 is de echtscheiding uitgesproken tussen de ouders. Volgens uittreksels uit de Basisregistratie Personen is de echtscheiding nog niet ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand. Op de zitting is namens de vader toegelicht dat het de bedoeling is om in de procedure met zaak- en rekestnummer C/09/656135 en FA RK 23-7888 een voorlopige voorziening te vragen.
Verder is gebleken dat de rechtbank bij tussenbeschikking van 12 maart 2025 een voorlopige zorgregeling heeft bepaald, en dat deze regeling vanaf 7 juni 2025 door de moeder niet meer is nagekomen. Op 7 juni heeft zich in een incident voorgedaan, waarbij de politie naar het huis van de vader is gegaan. De politie heeft melding gedaan dat de vader een verwarde indruk maakte, en de moeder heeft een kort geding aanhangig gemaakt. Bij vonnis in kort geding van 7 augustus 2025 is – voor zover hier relevant – bepaald dat de zorgregeling tussen de vader en [de minderjarige] voorlopig wordt opgeschort, en is de Raad verzocht een onderzoek te verrichten. In afwachting van het raadsonderzoek ligt het contact tussen de vader en [de minderjarige] nu feitelijk stil. Volgens de vader is dit niet wenselijk en niet in het belang van [de minderjarige] . De vader wil [de minderjarige] graag op een regelmatige basis zien, en niet alleen wanneer het de moeder uitkomt. Volgens de vader zijn er geen redenen om zorgen te hebben over de veiligheid van [de minderjarige] bij de vader. De moeder geeft daarentegen wel aan zorgen te hebben over de veiligheid van [de minderjarige] bij de vader vanwege zijn psychische gesteldheid.
Desalniettemin heeft de moeder [de minderjarige] van 31 juli tot 4 augustus 2025 bij de vader ondergebracht. Dit, omdat zij op familiebezoek in [land 2] moest. Hierover heeft de moeder op de zitting toegelicht dat zij [de minderjarige] vanwege financiële omstandigheden niet kon meenemen naar [land 2] . Zij kon het familiebezoek ook niet afzeggen omdat het – vanwege haar culturele achtergrond – voor haar onmogelijk was om aan haar familie te vertellen over de problemen in de relatie met de vader. Zij stelt dat zij geen andere keuze had dan [de minderjarige] bij de vader onder te brengen. Zij heeft daarbij aangegeven dat zij tijdens die vier dagen ‘met één been in Nederland stond’ en voortdurend bij de vader navraag deed over hoe het met [de minderjarige] ging.
Voorlopige reguliere zorgregeling
De rechtbank is van oordeel dat er onvoldoende grond is om op dit moment het fysieke contact tussen de vader en [de minderjarige] nog langer te schorsen. Gebleken is dat [de minderjarige] nog vóórdat het vonnis in kort geding was gewezen, gedurende vier dagen bij de vader heeft verbleven, met overnachting. Gesteld noch gebleken is dat zich tijdens die vier dagen en nachten een onveilige situatie heeft voorgedaan. Ook overigens zijn er op dit moment geen indicaties dat het onveilig zou zijn bij de vader. Vader heeft een vaste begeleider van Limor en de vader heeft op 4 augustus 2025 samen met [de minderjarige] deze begeleider bezocht. Om de zorgen van de moeder te verminderen kunnen de ouders veiligheidsafspraken maken bij Veilig Thuis. Op de zitting is besproken dat het op de weg van de moeder ligt om Veilig Thuis hiervoor te benaderen. De rechtbank verwacht van de vader dat hij hieraan meewerkt en zich inspant om bij Veilig Thuis samen afspraken te maken. Daarbij merkt de rechtbank op dat de hierna te bepalen zorgregeling moet worden nageleefd, ook als het de ouders niet lukt om bij Veilig Thuis afspraken te maken. De door de vader verzochte voorlopige zorgregeling is beperkt tot een verblijf bij de vader gedurende vier uur op de zaterdag, zonder overnachting. Gelet op het vorenstaande is de rechtbank van oordeel dat een dergelijke voorlopige zorgregeling in het belang van [de minderjarige] is. De rechtbank zal daarom bepalen dat [de minderjarige] bij de vader is iedere zaterdag van 12.00 uur tot 18.00 uur, te beginnen op 22 november 2025, waarbij de overdracht plaatsvindt op [locatie] . Met het bepalen van deze voorlopige zorgregeling wordt de opschorting van de zorgregeling van 12 maart 2025 opgeheven. Het meer of anders verzochte met betrekking tot de voorlopige reguliere zorgregeling zal de rechtbank afwijzen.
Voorlopige feestdagenregeling
Ten aanzien van de feestdagen overweegt de rechtbank als volgt. De vader wil graag tijd doorbrengen met [de minderjarige] tijdens de kerst én tijdens oud en nieuw. Hij wil daarnaast dat [de minderjarige] van eerste op tweede kerstdag bij hem blijft overnachten. De moeder wil naar haar familie in Frankrijk, en wil dat [de minderjarige] een deel van de kerst naar de vader gaat óf een deel van oud en nieuw. Zij heeft zorgen over de veiligheid van [de minderjarige] bij de vader en zij wil niet dat [de minderjarige] bij de vader blijft overnachten. De rechtbank ziet aanleiding om te bepalen dat [de minderjarige] op 25 december 2025 van 10.00 uur tot 18.00 bij de vader zal zijn. Op deze manier kan [de minderjarige] tijdens kerst tijd doorbrengen met zijn vader, en kan [de minderjarige] met zijn moeder in de periode rondom oud en nieuw naar Frankrijk. Hoewel de vader op de zitting de wens heeft uitsproken dat [de minderjarige] bij hem blijft overnachten, vindt de rechtbank dat op dit moment nog te vroeg. Op de zitting is gebleken dat de vader eerste kerstdag met vrienden gaat doorbrengen. De rechtbank vindt het niet in het belang van [de minderjarige] om zijn eerste overnachting – na een lange periode – bij de vader te hebben, op het moment dat de vader kerst viert met vrienden. De vader moet zijn onverdeelde aandacht aan [de minderjarige] kunnen geven. De rechtbank zal ten aanzien van de feestdagen bepalen dat [de minderjarige] bij de vader zal zijn op 25 december 2025 van 10.00 uur tot 18.00 uur en zal het meer of anders verzochte over de feestdagen en bijzondere dagen afwijzen.
Dwangsom
Gelet op het feit dat de moeder op de zitting tegenstrijdige signalen heeft gegeven over hoe zij staat tegenover het hervatten van het contact tussen de vader en [de minderjarige] , ziet de rechtbank aanleiding om aan haar een dwangsom op te leggen van € 25,- per keer dat zij de voorlopige zorgregeling niet nakomt, gemaximeerd tot een bedrag van € 500,-. De rechtbank zal aldus beslissen en het meer of anders verzochte over de dwangsom afwijzen.
Voorlopige videobelregeling
Op de zitting hebben de ouders een videobelregeling afgesproken tussen de vader en [de minderjarige] . De vader zal [de minderjarige] iedere woensdag om 16.00 uur bellen. De rechtbank vindt deze videobelregeling in het belang van [de minderjarige] en zal dienovereenkomstig beslissen. Daarbij zal de rechtbank bepalen dat de maximale duur van het gesprek 30 minuten is.
Proceskosten
Omdat het hier een procedure van familierechtelijke aard betreft, zal de rechtbank de proceskosten compenseren zoals hierna vermeld.
Beslissing
De rechtbank – met wijziging in zoverre van het vonnis in kort geding van 7 augustus 2025 van de voorzieningenrechter van deze rechtbank – :
bepaalt dat [de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2021 in [geboorteplaats] , voorlopig bij de vader zal zijn:
bepaalt dat de moeder aan de vader een dwangsom verbeurt van € 25,- voor iedere keer dat zij voormelde voorlopige zorgregeling niet nakomt, met een maximum van € 500,-;
bepaalt dat de vader voorlopig iedere woensdag om 16.00 uur (video)belcontact heeft met [de minderjarige] , voor de duur van maximaal 30 minuten;
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt;
wijst af het meer of anders verzochte.