RECHTBANK DEN HAAG
[eiser] , V-nummer: [V-nummer] , eiser (gemachtigde: mr. F. Boone),
de minister van Asiel en Migratie, (gemachtigde: mr. K.A.W. Boonen).
Samenvatting
uitspraak
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.16008
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
en
1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de asielaanvraag van eiser. Eiser is het hier niet mee eens. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de asielaanvraag.
2. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzing van de asielaanvraag in stand kan blijven. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Procesverloop
3. Eiser heeft een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Hij stelt van Somalische nationaliteit te zijn en te zijn geboren op [geboortedatum] 2007. De minister heeft met het bestreden besluit van 1 april 2025 deze aanvraag in de algemene procedure afgewezen als ongegrond.
4. Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
5. De rechtbank heeft het beroep op 27 november 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser, L. Warsame als tolk en de gemachtigde van de minister. Ook aanwezig was de voogd van eiser, [persoon1] (Nidos).
Beoordeling door de rechtbank
Standpunt eiser
Het oordeel van de rechtbank
Buitenschuldbeleid voor alleenstaande minderjarige vreemdelingen (AMV)
Het asielrelaas
6. Eiser legt aan zijn asielaanvraag het volgende ten grondslag. Eiser behoort tot de Gabooye stam in Somalië. Eiser is van kinds af aan gediscrimineerd en twee keer mishandeld vanwege zijn stamafkomst, omdat dit een minderheidsstam is. Nadat eiser gestopt was met school is hij gaan werken in een hotel dat eigendom was van de ouders van een meisje genaamd [persoon2] . De broer van [persoon2] heeft eiser met de dood bedreigd, omdat haar familie dacht dat eiser een relatie had met [persoon2] . Eiser vreest dat hij bij terugkeer naar Somalië gedood zal worden door de familie van [persoon2] en weer zal worden gediscrimineerd.
Het bestreden besluit
7. Het asielrelaas van eiser bevat volgens de minister de volgende asielmotieven:
- identiteit, nationaliteit en herkomst; en
- discriminatie, mishandeling en bedreiging vanwege stamafkomst.
8. De minister vindt eisers asielmotieven geloofwaardig, maar niet voldoende zwaarwegend om aan hem een asielvergunning te verlenen. De discriminatie die eiser heeft ervaren is niet zodanig ernstig dat hij bij terugkeer heeft te vrezen voor vervolging vanwege zijn stamafkomst. Eiser heeft na de mishandeling waarbij met stenen naar hem was gegooid toegang gehad tot medische zorg in het ziekenhuis en uit zijn verklaring blijkt dat die zorg ook beschikbaar is voor leden van zijn stam. Verder is eiser eenmalig verbaal bedreigd door de broer van [persoon2] en heeft eiser of zijn familie daarna nooit meer iets vernomen van de familie van [persoon2] . Daarom vindt de minister niet aannemelijk dat eiser bij terugkeer voor de familie van [persoon2] heeft te vrezen. De minister heeft de asielaanvraag daarom afgewezen als ongegrond. Ook heeft de minister aan eiser een terugkeerbesluit opgelegd.
9. Eiser voert aan dat sprake is van ernstige discriminatie waardoor hij te vrezen heeft voor vervolging vanwege zijn stamafkomst bij terugkeer naar Somalië. Eiser werd gepest op school en is daartegen niet beschermd en om deze reden gestopt met naar school te gaan. Eiser verwijst naar een aantal openbare bronnen waaruit blijkt dat sprake is van systematische discriminatie van de Gabooye-stam op onder meer de arbeidsmarkt en bij openbare diensten. Volgens eiser valt (toegang tot) de zorg daar ook onder te rekenen. Verder voert eiser aan dat de minister zijn vrees voor de familie van [persoon2] ten onrechte niet voldoende zwaarwegend vindt. Eiser is persoonlijk met de dood bedreigd waardoor hij moest stoppen met werken en kort daarna Somalië heeft verlaten. De familie van [persoon2] bevindt zich nog steeds in het dorp waar eiser vandaan komt en waarnaar hij zal moeten terugkeren.
10. De rechtbank stelt vast dat eiser op de zitting de beroepsgronden over de toepassing van Werkinstructie 2024/6 uit het aanvullend beroepschrift van 25 november 2025 heeft ingetrokken, omdat de minister in het geval van eiser de asielmotieven op zich geloofwaardig heeft geacht en heeft beoordeeld op zwaarwegendheid.
Discriminatie
11. De rechtbank is van oordeel dat minister zich niet ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat geen sprake is van discriminatie waardoor eiser zo ernstig zou worden beperkt in zijn bestaansmogelijkheden dat hij in Somalië onmogelijk op maatschappelijk en sociaal gebied kan functioneren. Eiser komt daarom niet vanwege discriminatie in aanmerking voor een verblijfsvergunning. De minister heeft daarbij mogen betrekken dat uit de verklaring van eiser volgt dat het voor hem en leden van zijn stam mogelijk was om naar school te gaan. Eiser is echter gestopt met school om te gaan werken om zo in het onderhoud van zijn ouders te voorzien. Ook heeft eiser verklaard dat hij op school geen discriminatie heeft ervaren van zijn leerkrachten. Verder heeft eiser verklaard dat hij een baantje had als afwasser in een hotel en dat leden van zijn stam ook in staat zijn om in Somalië beroepen uit te oefenen. Eiser had volgens zijn eigen verklaring ook toegang tot medische zorg in een ziekenhuis. Gelet op deze omstandigheden is geen sprake van een zo ernstige beperking van eisers bestaansmogelijkheden in Somalië dat hij onmogelijk op maatschappelijk en sociaal gebied kan functioneren. De beroepsgrond slaagt niet.
Bedreiging
12. De rechtbank is van oordeel dat de minister zich ook niet ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat eiser geen reëel risico op ernstige schade loopt bij terugkeer naar Somalië vanwege de familie van [persoon2] . Eiser had volgens zijn eigen verklaring geen relatie met [persoon2] en is door de broer van [persoon2] eenmalig mondeling bedreigd. Eiser en zijn familie hebben daarna ook niets meer vernomen van de familie van [persoon2] . Verder blijkt nergens uit, ook niet uit de verklaringen van eiser, dat de familie van [persoon2] nog steeds op zoek is naar eiser of dat hij anderszins nog voor hen heeft te vrezen bij terugkeer naar Somalië. De beroepsgrond slaagt niet.
13. Eiser voert verder aan dat de minister ten onrechte geen reguliere vergunning aan hem heeft verleend op grond van het buitenschuldbeleid voor AMV. De minister heeft volgens eiser onvoldoende zorgvuldig onderzoek gedaan naar de thuissituatie van eiser. Ook heeft de minister onzorgvuldig gehandeld door bij de beoordeling van de vraag of er adequate opvang voor eiser is in Somalië te leunen op de eigen verklaringen van eiser zonder daarbij rekening te houden met het referentiekader van eiser. De ouders van eiser zijn gescheiden en zijn vader is verlamd. Eiser moest stoppen met school om in het onderhoud van zijn ouders te voorzien. Ook blijkt uit openbare informatie dat leden van de Gabooye-stam geen recht hebben op onderwijs. Dit is een aanwijzing dat eiser zijn opleiding bij terugkeer naar Somalië niet voort zal kunnen zetten. Bovendien is eiser kwetsbaar gelet op zijn beperkte mentale gezondheid.
14. De rechtbank is van oordeel dat de minister zich op het standpunt heeft mogen stellen dat er adequate opvang bestaat voor eiser bij terugkeer naar Somalië, omdat hij bij zijn familie terecht kan. Eiser komt daarom niet in aanmerking komt voor een reguliere vergunning op grond van het buitenschuldbeleid voor AMV. Uit de door eiser overgelegde stukken blijkt weliswaar dat eiser kwetsbaar is vanwege zijn mentale gezondheidstoestand en verslavingsgevoeligheid, maar ten tijde van de bestreden besluitvorming en ook ten tijde van de zitting stond eiser daarvoor niet onder medische of psychische behandeling anders dan het gebruik van medicatie. Dat de noodzaak voor een dergelijke behandeling er wel is, is niet onderbouwd. Verder heeft de minister heeft op de zitting nader gemotiveerd dat eisers kwetsbaarheid wel degelijk is meegewogen bij de beoordeling. Uit de verklaringen van eiser blijkt dat zijn vader, moeder en tante altijd voor hem hebben gezorgd, dat hij nog steeds met hen in contact staat en dat zij voor hem ook vindbaar zijn. De moeder van eiser is inmiddels ook weer teruggekeerd naar (eisers dorp in) Somalië. De rechtbank acht deze onweersproken feiten voldoende om te concluderen dat in Somalië adequate opvang voor eiser aanwezig is en volgt eiser daarom niet in zijn standpunt dat de minister de verklaringen van eiser hierover niet mocht meewegen en nader onderzoek had moeten doen. Het beroep slaagt niet.
Conclusie en gevolgen
15. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiser geen gelijk krijgt. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. N.M. Spelt, rechter, in aanwezigheid van mr. B.J. van Rossum, griffier.
Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
18 december 2025
Documentcode: [Documentcode]
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.