ECLI:NL:RBDHA:2025:25440

ECLI:NL:RBDHA:2025:25440, Rechtbank Den Haag, 18-11-2025, C/09/692593 / KG ZA 25-986

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 18-11-2025
Datum publicatie 29-12-2025
Zaaknummer C/09/692593 / KG ZA 25-986
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Den Haag

Samenvatting

zorgregeling

Uitspraak

Rechtbank den haag

Team handel - voorzieningenrechter

zaak- / rolnummer: C/09/692593 / KG ZA 25-986

Vonnis in kort geding van 18 november 2025

in de zaak van

[de vader] te [woonplaats 1],

eiser in conventie,

verweerder in reconventie,

advocaat mr. R.G. Jagesar te Den Haag,

tegen:

[de moeder] te [woonplaats 2],

gedaagde in conventie,

eiseres in reconventie,

advocaat mr. M. Ahmadi te Rotterdam.

Partijen worden hierna respectievelijk aangeduid als ‘de vader’ en ‘de moeder’.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding met producties (1 t/m 5);

- de conclusie van antwoord tevens eis in reconventie met producties (1 t/m 6);

- de door de vader op 3 november 2025 overgelegde nadere stukken (4);

- de op 4 november 2025 gehouden mondelinge behandeling;

- de brief van mr. R.G. Jagesar van 4 november 2025, ingekomen bij de rechtbank op 5 november 2025.

Tijdens de zitting is vonnis bepaald op vandaag.

2. De feiten in conventie en in reconventie

Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting wordt in dit geding van het volgende uitgegaan.

Partijen zijn van [datum 1] 2016 tot en met [datum 2] 2017 met elkaar getrouwd geweest. Zij zijn de ouders van [minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2016 te [geboorteplaats 1] (hierna: [minderjarige 1]) en [minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 2] 2017 te [geboorteplaats 2] (hierna: [minderjarige 2]). De ouders zijn gezamenlijk belast met het gezag over [minderjarige 1]. De vader heeft [minderjarige 2], die na de echtscheiding is geboren, erkend en de moeder heeft van rechtswege alleen het gezag over [minderjarige 2]. De kinderen hebben hun gewone verblijfplaats bij de moeder.

Partijen zijn in het ouderschapsplan, dat onderdeel uitmaakt van de echtscheidingsbeschikking van de rechtbank Zeeland West-Brabant van [datum 2] 2017, voor zover hier van belang, een zorgregeling overeengekomen waarbij [minderjarige 1] minimaal drie dagen per week bij de vader zal verblijven als ook de helft van de vakanties en de feestdagen, in onderling overleg nader te bepalen. Deze zorgregeling geldt niet voor [minderjarige 2].

Sinds 15 september 2025 heeft er geen omgang meer plaatsgevonden tussen de vader en de kinderen.

De vader is voornemens een bodemprocedure aanhangig te maken waarin hij zal verzoeken om mede met het gezag over [minderjarige 2] te worden belast en waarin een zorgregeling wordt bepaald.

3. Het geschil

in conventie

De vader vordert – zakelijk weergegeven – primair nakoming van de zorgregeling voor [minderjarige 1] en deze zorgregeling ook gelijk te stellen voor [minderjarige 2], en subsidiair een tijdelijke zorgregeling vast te stellen voor [minderjarige 1] en [minderjarige 2], waarbij zij om de veertien dagen vanaf vrijdag uit school tot maandag naar school bij de vader verblijven, een en ander op straffe van een dwangsom. Daarnaast vordert de vader de moeder te veroordelen in de proceskosten.

Daartoe voert de vader– samengevat – het volgende aan. De moeder ontzegt de vader sinds 15 september jl. ten onrechte de omgang met de kinderen. Dit is niet alleen in strijd met de gemaakte afspraken, maar ook zeer nadelig voor de ontwikkeling van de kinderen. Door het contact met de kinderen te belemmeren en te beperken wordt de band tussen de vader en zijn kinderen ernstig verstoord en dit is schadelijk voor de (emotionele) ontwikkeling van de kinderen. De moeder brengt door haar handelwijze de kinderen in een loyaliteitsconflict en dit is niet in het belang van de kinderen.

De moeder voert verweer, dat hierna, voor zover nodig, zal worden besproken.

in reconventie

De moeder vordert – zakelijk weergegeven – (i) te bepalen dat er begeleide omgang is tussen de vader en de kinderen voor de duur van de bodemprocedure en (ii) een Raadsonderzoek te gelasten naar een gepaste zorgregeling tussen de vader en de kinderen.

Daartoe voert de moeder – samengevat – het volgende aan. De zorgregeling verloopt niet goed. Zo laat de vader de kinderen veel alleen, waardoor [minderjarige 1] angstig is geworden en de vader spreekt geregeld kwaad over de moeder. [minderjarige 1] wil onder meer daarom niet meer naar de vader.

De vader voert verweer, dat hierna, voor zover nodig, zal worden besproken.

4. De beoordeling van het geschil

in conventie en in reconventie

Omdat de vorderingen van de ouders nauw met elkaar samenhangen worden ze hierna gezamenlijk besproken.

zorgregeling

In geschil is of het contact van de vader met de kinderen moet worden hervat en zo ja hoe. Uit de overgelegde stukken en wat is besproken op de zitting is het de voorzieningenrechter gebleken dat de zorgregeling betreffende [minderjarige 1] na de echtscheidingsbeschikking niet steeds (volledig) is nagekomen. Ook voordat de moeder de omgang eenzijdig stopzette verbleef [minderjarige 1] namelijk niet altijd drie dagen per week bij de vader. Over de oorzaak hiervan verschillen partijen van mening.

Ten aanzien van [minderjarige 2] kan de voorzieningenrechter in het geheel niet vaststellen of, en zo ja, welke afspraken partijen precies hebben gemaakt over de omgang tussen de vader en [minderjarige 2]. Wel is duidelijk dat de vader ook met hem voorheen wel geregeld omgang heeft gehad.

Uitgangspunt is dat een tussen partijen overeengekomen zorgregeling moet worden nagekomen en dat de vader als ouder recht heeft op omgang met [minderjarige 1] maar ook met [minderjarige 2]. Nu de kinderen hun vader al enkele maanden niet meer hebben gezien is het van groot belang dat de omgang tussen de vader en kinderen zo snel mogelijk weer wordt opgestart. De voorzieningenrechter ziet in hetgeen de moeder als verweer naar voren heeft gebracht onvoldoende grond om de omgang gestaakt te houden. Dat de vader de kinderen slecht verzorgt en/of onzedelijk met [minderjarige 1] omgaat, zoals de moeder stelt, is onvoldoende onderbouwd. Weliswaar is juist dat [minderjarige 1] te kennen heeft gegeven liever niet (of minder) naar haar vader te gaan, maar dat betekent onder de gegeven omstandigheden niet dat de omgang stil moet worden gelegd. Wel is van belang dat angsten/emoties van de kinderen door de ouders serieus worden genomen. Het is aan hen om, zo nodig samen met een hulpverlener/mediator, opvoedingsproblemen te bespreken, zodat zij hun kinderen goed kunnen begeleiden. Dit oordeel is op de zitting al met partijen besproken. Verder is besproken dat de voorzieningenrechter in deze zaak geen aanleiding ziet te bepalen dat de omgang tussen de vader en de kinderen onder begeleiding moet plaatsvinden en dat er ook geen aanleiding is om een raadsonderzoek te gelasten, zoals de moeder in reconventie heeft gevorderd. Wel acht de voorzieningenrechter het van belang dat er een korte opbouwperiode komt, om de kinderen weer te laten wennen aan geregeld contact met de vader, nu de omgang al een paar maanden stilligt.

Het is partijen blijkens de na de zitting binnen gekomen brief gelukt om in onderling overleg tot afspraken te komen over de opbouw van de zorgregeling tussen de vader en de kinderen. Zij zijn overeengekomen dat de kinderen voorlopig op de volgende vaste tijden bij de vader zullen verblijven:

zaterdag 8 november 2025 van 10.00 uur tot 17.00 uur;

zaterdag 15 november 2025 van 10.00 uur tot 17.00 uur;

vanaf zaterdag 29 november 2025 om het weekend van zaterdag 10.00 uur tot zondag 17.00 uur,

waarbij de vader de kinderen zal ophalen bij het huis van oma (moeders zijde) en de kinderen daar ook weer zal terugbrengen.

Deze regeling zal gelden totdat de ouders in onderling overleg anders overeen komen of totdat een (bodem)rechter meer of anders beslist. De voorzieningenrechter benadrukt dat het voor het welslagen van de regeling van groot belang is dat [minderjarige 1] en [minderjarige 2] onbelast omgang kunnen hebben met beide ouders, dat de ouders elkaar niet diskwalificeren en dat zij de kinderen niet gebruiken om boodschappen van en over de andere ouder over te brengen. Voor noodzakelijke informatieoverdracht betreffende de kinderen kan desgewenst een omgangsschrift worden aangeschaft, dat meegaat met de kinderen.

Dwangsom

Oplegging van een dwangsom, als stimulans tot nakoming van de te geven beslissing, acht de voorzieningenrechter op dit moment niet aangewezen. Weliswaar heeft de moeder de omgang eerder eenzijdig stopgezet, maar partijen zijn het na de zitting toch eens geworden over de wijze van hervatting van de omgang. De voorzieningenrechter gaat er dan ook vanuit dat beide partijen zich vanaf nu weer zullen inspannen om die regeling correct na te komen, in het belang van hun kinderen. Daarin heeft de voorzieningenrechter voorshands ook voldoende vertrouwen, te meer nu partijen zich zullen wenden tot een mediator om hun communicatie te verbeteren. De voorzieningenrechter zal de door de vader gevorderde dwangsom daarom afwijzen.

Mediation

Op de zitting hebben partijen afgesproken om deel te nemen aan een mediationtraject om zo te proberen hun onderlinge communicatie en het onderlinge vertrouwen in het belang van de kinderen te verbeteren. Zij worden daarvoor verwezen naar het Mediationbureau van de rechtbank.

5. De beslissing

De voorzieningenrechter:

in conventie

bepaalt dat [minderjarige 1] en [minderjarige 2] voorlopig op de volgende dagen bij de vader zullen verblijven:

zaterdag 8 november 2025 van 10.00 uur tot 17.00 uur;

zaterdag 15 november 2025 van 10.00 uur tot 17.00 uur;

vanaf zaterdag 29 november 2025 om het weekend van zaterdag 10.00 uur tot zondag 17.00 uur,

waarbij de vader de kinderen zal ophalen bij het huis van oma (moeders zijde) en de kinderen daar ook weer zal terugbrengen;

verwijst de ouders naar de in overleg met het Mediationbureau nader te bepalen mediator;

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

bepaalt dat iedere partij de eigen kosten draagt;

wijst af het meer of anders gevorderde;

in reconventie

wijst af de vorderingen van de moeder;

bepaalt dat iedere partij de eigen kosten draagt;

Dit vonnis is gewezen door mr. S.J. Hoekstra-Van Vliet en in het openbaar uitgesproken op18 november 2025.

AW

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?