ECLI:NL:RBDHA:2025:25594

ECLI:NL:RBDHA:2025:25594, Rechtbank Den Haag, 20-11-2025, C/09/692085 / KG ZA 25-952

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 20-11-2025
Datum publicatie 31-12-2025
Zaaknummer C/09/692085 / KG ZA 25-952
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Den Haag

Samenvatting

zorgregeling

Uitspraak

Rechtbank den haag

Team handel - voorzieningenrechter

zaak- / rolnummer: C/09/692085 / KG ZA 25-952

Vonnis in kort geding van 20 november 2025

in de zaak van:

[de vader] ,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

eiser,

advocaat mr. J.S. Özsaran te Groningen .

tegen:

[de moeder] ,

gedaagde,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. S. Șeker te Den Haag.

Partijen worden hierna respectievelijk aangeduid als ‘de vader’ en ‘de moeder’.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding met producties;

- de conclusie van antwoord, tevens houdend eis in reconventie;

- de aanvullende producties van de vader van 5 november 2025.

Tijdens de zitting is vonnis bepaald op vandaag.

2. De feiten

Op grond van de stukken en het verhandelde op de zitting wordt in dit geding van het volgende uitgegaan.

Partijen zijn gehuwd op [datum] 2021 te [plaats 1] .

Zij zijn de ouders van de volgende nog minderjarige kinderen:

- [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2021 te [geboorteplaats] ;

- [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2022 te [geboorteplaats] .

Partijen oefenen het gezamenlijk gezag over de kinderen uit.

De kinderen verblijven op dit moment bij de vrouw.

De door de vrouw op 16 december 2024 aanhangig gemaakte echtscheidingsprocedure is bij deze rechtbank bekend onder zaak- en rekestnummer C/09/677282 / FA RK 24-8964.

Bij beschikking van deze rechtbank van 7 februari 2025 in de procedure met kenmerk C/09/677987 / FA RK 24-9339 zijn voorlopige voorzieningen in het kader van echtscheiding vastgesteld, voor zover van belang, inhoudende:

- vaststelling van een voorlopige zorgregeling, waarbij de kinderen bij de vader zijn: in de even weken van vrijdagochtend 10:30 uur tot woensdagochtend 10:30 uur, waarbij geldt dat de overdracht van de kinderen plaatsvindt op station [plaats 2] waarbij geldt dat de man tot 1 augustus 2025 één keer per maand voor één van de twee omgangsmomenten een verslag van de heer [naam 1] ( [zorginstantie] ) en/of mevrouw [naam 2] (therapeute verslavingszorg) aan de vrouw overlegt met informatie over de vraag of sprake is van terugval in drugs/middelengebruik bij de man of andere zorgen zijn over zijn functioneren;

- vaststelling van een voorlopige door de vader aan de moeder te betalen bijdrage aan kinderalimentatie van € 25,- per maand.

3. Het geschil

In conventie:

De vader vordert – zakelijk weergegeven –:

Primair: de moeder te veroordelen tot nakoming van de zorgregeling, zoals opgenomen in beschikking van 7 februari 2025, zulks op straffe van een dwangsom van € 500,- per dag of gedeelte van de dag dat de vrouw het in deze te wijzen vonnis nakomt, althans een door de voorzieningenrechter te nemen beslissing;

Subsidiair: de moeder te veroordelen tot nakoming van de zorgregeling, inhoudende dat de vader [minderjarige 1] en [minderjarige 2] bij zich heeft:

- in het eerste even weekend van de maand van vrijdag na schooltijd tot en met zondagmiddag;

- in het laatste even weekend van de maand van vrijdag na schooltijd tot en met maandagmiddag;

waarbij geldt dat de overdracht van de kinderen plaatsvindt op station [plaats 2] , een en ander op straffe van een dwangsom van € 500,- per dag of gedeelte van een dag waarop de moeder het vonnis niet nakomt, althans een door de voorzieningenrechter te nemen beslissing;

Daartoe voert de vader – samengevat – het volgende aan. Vanaf februari tot eind mei verliep de zorgregeling goed, maar sinds een incident op 23 mei 2025 heeft de vader de kinderen niet meer gezien. De vader heeft aangegeven dat hij op dat moment overbelast was en onvoorzichtig omging met zijn medicatie. Van een terugval in drugsgebruik was echter geen sprake. De vader heeft zich nadien herpakt, zijn leven is stabiel en hij heeft geleerd om signalen van ontregeling op tijd te herkennen. Hij heeft de moeder sindsdien meermaals verzocht om hervatting van de zorgregeling, maar buiten contact via videobellen – weigert ze dit.

De moeder voert verweer, dat hierna, voor zover nodig, zal worden besproken.

In reconventie

De moeder vordert in reconventie – zakelijk weergegeven –:

- primair om de op 7 februari 2025 vastgestelde zorgregeling op te schorten totdat hulpverlening is gestart, waarna de omgang onder begeleiding vorm zal worden gegeven;

- subsidiair om te bepalen dat de kinderen in de oneven weekenden van vrijdag na school tot zondagmiddag bij de vader verblijven, waarbij de overdracht plaatsvindt op station [plaats 2] , onder de volgende voorwaarden:

- er moet een veiligheidsplan zijn;

- de vader moet één keer in de maand voor één van de twee bezoeken in de oneven weekenden een uitslag van een urinetest in verband met drugs van de huisarts/instantie aan de moeder tonen;

- de vader dient iedere maand een verslag van de behandelaar naar de moeder te sturen, waaruit blijkt dat het goed gaat met de vader;

- vervangende toestemming te verlenen aan de moeder, die de toestemming van de vader zal vervangen om de kinderen aan te melden bij [instantie] ;

- vervangende toestemming te verlenen aan de moeder, die de toestemming van de vader zal vervangen om [minderjarige 1] aan te melden bij de kinderopvang en naschoolse opvang [kinderopvang] in [plaats 3] ;

- de vader te veroordelen tot betaling van een dwangsom van € 500,- voor iedere keer dat hij zich niet houdt aan het bepaalde onder de eerste twee punten, met een maximum van € 50.000,-;

- de vader te veroordelen in de kosten van het geding.

De moeder voert hiertoe – kort gezegd – het volgende aan. Bij de vaststelling van de zorgregeling in februari 2025 is rekening gehouden met de verslavingsproblematiek van de vader. Ondanks dat de vader zich niet aan alle voorwaarden hield, is de moeder de omgang blijven faciliteren tot aan het incident op 23 mei 2025. Volgens de moeder is sprake van een structureel patroon, waarin de vader regelmatig overbelast raakt. De kinderen doen sindsdien zorgelijke uitspraken. De moeder heeft hierop aangegeven dat zij de omgang enkel onder begeleiding wil laten plaatsvinden, waarbij ze bij voorkeur zelf aanwezig is. De vader weigert dit. In ieder geval geldt dat eerst een veiligheidsplan moet worden opgesteld en moet de vader kunnen aantonen dat hij abstinent is. Voor de kinderen wil de moeder graag hulpverlening inzetten via [instantie] , maar de vader weigert zijn toestemming. Evenmin heeft hij toestemming gegeven voor de inschrijving van [minderjarige 1] op de buitenschoolse opvang.

De vader voert verweer, dat hierna, voor zover nodig, zal worden besproken.

4. De beoordeling van het geschil

In conventie en reconventie

Omdat de vorderingen van partijen nauw met elkaar samenhangen, worden ze hierna gezamenlijk besproken.

Spoedeisendheid

Anders dan door de moeder betoogd, is de voorzieningenrechter van oordeel de zaak een spoedeisend karakter heeft, omdat er op dit moment – ondanks de vastgestelde voorlopige zorgregeling – geen (fysiek) contact plaatsvindt tussen de vader en de kinderen. De voorzieningenrechter zal daarom de vorderingen van partijen inhoudelijk behandelen.

Zorgregeling

Uit de stukken en hetgeen op de zitting is besproken, is het volgende gebleken. De vader en de kinderen hebben elkaar sinds eind mei 2025 niet meer gezien. Hoewel de voorzieningenrechter de wens van de vader om zijn kinderen snel weer te kunnen zien, begrijpt en onderschrijft, ziet de voorzieningenrechter ook de zorgen die de moeder daarbij heeft. Op de zitting is daarom met partijen gesproken over de mogelijkheden om het contact tussen de vader en de kinderen zo snel mogelijk op een veilige manier op gang te brengen. Tot het moment dat er in samenspraak met hulpverlening (bijvoorbeeld Veilig Thuis) een veiligheidsplan is opgesteld, acht de voorzieningenrechter het van belang dat de omgang begeleid plaatsvindt. Hoewel de moeder haar voorkeur heeft uitgesproken voor professionele begeleiding of haar eigen aanwezigheid, is de voorzieningenrechter met de vader van oordeel dat de aanwezigheid van een begeleider vanuit [zorginstantie] (de persoonlijk begeleider van de vader) op dit moment voldoende en passend is. [zorginstantie] heeft eerder de contactmomenten begeleid en dit is goed verlopen. Zij zijn een professionele organisatie, hebben zich bereid verklaard en kunnen direct starten.

De omgangsmomenten zullen daarom in de komende periode steeds om de week plaatsvinden op woensdag of vrijdag, afhankelijk van de dagen waarop de begeleider beschikbaar is, waarbij de overdracht plaatsvindt op station [plaats 2] . De omgang vindt plaats gedurende vier uur en start vanaf de eerste week na dit vonnis. Op het moment dat er een door beide ouder ondersteund veiligheidsplan ligt, kan de zorgregeling, zoals vastgesteld bij beschikking van 7 februari 2025, weer worden hervat. De vader zal daarbij in ieder geval onverminderd de verslagen van de hulpverlening over zijn welzijn aan de moeder blijven doorsturen.

Vervangende toestemming

De moeder heeft vervangende toestemming gevorderd voor aanmelding van de kinderen voor behandeling bij [instantie] en inschrijving van [minderjarige 1] op de buitenschoolse opvang. De vader heeft ten aanzien van de opvang op de zitting aangegeven dat hij zijn toestemming verleent, maar dat volgens het reglement van de opvang enkel de toestemming van moeder al voldoende is. Voor zover dit desondanks problemen oplevert bij de inschrijving van [minderjarige 1] , zal de rechtbank vervangende toestemming verlenen. De vader verzet zich immers niet tegen de inschrijving en zo wordt eventuele verdere vertraging voorkomen.

Ten aanzien van de aanmelding van de kinderen voor hulpverlening via [instantie] heeft de vader naar voren gebracht dat hij in beginsel open staat voor behandeling van de kinderen, maar dat [instantie] enkel het verhaal van de moeder kent. Tegelijkertijd heeft hij inmiddels contact gehad met de hulpverlener van [instantie] en heeft hij vertrouwen in haar kunnen, maar hij wil daarbij wel betrokken worden.

Tegen deze achtergrond zal de voorzieningenrechter ook vervangende toestemming verlenen voor aanmelding van de kinderen bij [instantie] . Met de moeder is de voorzieningenrechter van oordeel dat de kinderen gebaat zullen zijn bij hulp om gebeurtenissen te verwerken en onbelast contact met beide ouders te kunnen hebben. Nu bij [instantie] al een hulpverlener betrokken is en de vader hier niet onwelwillend tegenover staat, acht de voorzieningenrechter [instantie] ook de meest passende instantie. De rechtbank zal daarom, net als in het voorgaande, de vervangende toestemming verlenen om verwarring of onnodige vertraging te voorkomen.

Dwangsom

De voorzieningenrechter ziet op dit moment geen aanleiding om aan de nakoming van de zorgregeling en/of de nakoming van de voorwaarden een dwangsom te verbinden en zal de vorderingen van de vader en de moeder hierover afwijzen.

Proceskosten

Omdat partijen samen de ouders zijn van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] zal de voorzieningenrechter bepalen dat ieder van partijen de eigen proceskosten draagt. Het meer of anders gevorderde ten aanzien van de proceskosten, zal de voorzieningenrechter afwijzen.

5. De beslissing

De voorzieningenrechter:

In conventie en reconventie

stelt als voorlopige zorgregeling vast dat de minderjarigen:

- [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2021 te [geboorteplaats] ;

- [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2022 te [geboorteplaats] ;

bij de vader zijn: om de week op woensdag of vrijdag gedurende vier uur en bepaalt hierbij dat:

- het contact plaatsvindt onder begeleiding van de persoonlijk begeleider van de vader via [zorginstantie] ;

- de wissel plaatsvindt op station [plaats 2] ;

- deze regeling geldt tot het moment waarop de ouders in samenspraak met de hulpverlening tot een veiligheidsplan zijn gekomen. Vanaf dat moment wordt de zorgregeling zoals opgenomen in de beschikking van deze rechtbank van 7 februari 2025 hervat;

verleent toestemming aan de moeder, die de toestemming van de vader vervangt, om [minderjarige 1] in te schrijven op kinderopvang en naschoolse opvang [kinderopvang] in [plaats 3] ;

verleent toestemming aan de moeder, die de toestemming van de vader vervangt, om [minderjarige 1] en [minderjarige 2] aan te melden voor hulpverlening bij [instantie] ;

bepaalt dat iedere partij de eigen kosten draagt;

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. G. van Zeben-de Vries en in het openbaar uitgesproken op

20 november 2025.

SB

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?