ECLI:NL:RBDHA:2025:25659

ECLI:NL:RBDHA:2025:25659, Rechtbank Den Haag, 02-12-2025, C/09/654601 / FA RK 23-7114

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 02-12-2025
Datum publicatie 12-01-2026
Zaaknummer C/09/654601 / FA RK 23-7114
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Den Haag

Samenvatting

Zorgregeling bij echtscheiding. Vaststelling voorlopige zorgregeling en aanhouding definitieve zorgregeling in afwachting verloop van de begeleide omgang en overige hulpverlening (in kader ots)

Uitspraak

Nevenvoorziening (zorgregeling) bij echtscheiding

Beschikking op het op 28 september 2023 ingekomen verzoek van:

[de man] ,

de man,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. K. van Doorn te ‘s-Gravenhage.

Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de vrouw] ,

de vrouw,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. A. Ramsaroep te ’s-Gravenhage.

Als informant wordt aangemerkt:

Stichting Jeugdbescherming west Haaglanden,

(hierna te noemen: de gecertificeerde instelling).

Procedure

Bij beschikking van deze rechtbank van 22 augustus 2025 is – voor zover thans van belang – een voorlopige zorgregeling vastgesteld, in die zin dat de vrouw contact zal hebben met de minderjarige [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2020 te [geboorteplaats] :

waarbij de verdere regie over (de uitbreiding van) de zorgregeling wordt neergelegd bij de in het kader van de ondertoezichtstelling betrokken gecertificeerde instelling.

Voorts is bij die beschikking de behandeling van de verzoeken tot vaststelling van de verdeling van de zorgregeling pro forma aangehouden tot 1 november 2025, in afwachting van het verloop van de begeleide omgang en overige hulpverlening.

De rechtbank heeft kennis genomen van de vervolgens hierna ontvangen stukken:

- de brief van de gecertificeerde instelling van 22 oktober 2025;

- het F9-formulier van 3 november 2025 van de zijde van de man.

De rechtbank heeft ook kennisgenomen van de stukken, ingekomen in de procedure C/09/693102 / JE RK 25-1766 (verlenging ondertoezichtstelling).

Op 18 november 2025 is de zaak op de zitting van deze rechtbank gecombineerd behandeld met laatstgenoemde procedure. Hierbij zijn verschenen:

In de procedure C/09/693102 / JE RK 25-1766 (verlenging ondertoezichtstelling) is bij afzonderlijke beschikking beslist op 18 november 2025 (schriftelijk uitgewerkt op 2 december 2025), in die zin dat de ondertoezichtstelling van [minderjarige] is verlengd van 4 december 2025 tot 4 september 2026.

Beoordeling

De rechtbank handhaaft alles wat in de vorige beschikking is overwogen en beslist, voor zover in deze beschikking niet anders wordt overwogen of beslist.

De gecertificeerde instelling heeft de rechtbank middels genoemde brief van 22 oktober 2025 geïnformeerd over relevante ontwikkelingen met betrekking tot de zorgregeling en onder meer het volgende naar voren gebracht. Alhoewel er voorzichtig positieve ontwikkelingen te zien zijn, is het nog te vroeg om een concreet plan te presenteren. De komende tijd zal met alle betrokkenen een zorgvuldig plan gemaakt worden waarin opgenomen zal worden hoe het contact tussen [minderjarige] en de vrouw uitgebreid kan worden. Het is de bedoeling te inventariseren wat de wensen en mogelijkheden zijn, waarbij het belang van [minderjarige] voorop gezet zal worden. Ook zal duidelijk moeten worden welk einddoel iedereen voor ogen heeft. Het is van groot belang dat de uitbreiding van de zorgregeling in het tempo van [minderjarige] zal gaan. In het plan zal concreet worden beschreven hoe uitbreiding van het contact er uit zal komen te zien. Om het plan te kunnen maken is het in ieder geval noodzakelijk om een netwerkberaad te houden en een kindgesprek te voeren. De gecertificeerde instelling wenst daarom (zo begrijpt de rechtbank) de huidige zorgregeling te handhaven.

De man heeft middels genoemd F9-formulier van 3 november 2025 gereageerd en het volgende naar voren gebracht. De omgangsmomenten tussen de vrouw en [minderjarige] zijn conform genoemde beschikking van 22 augustus 2025 uitgebreid naar 3 uur per week. Het is niet ter beoordeling aan hem hoe dit verloopt en hij heeft hier ook geen zicht op. Wel valt het hem op dat er (nog steeds) veiligheidsafspraken worden geschonden. Dit wordt volgens hem bevestigd in het recente verzoekschrift voor de verlenging van de ondertoezichtstelling. De man wenst dat er tussen de vrouw en [minderjarige] een zorgregeling zal plaatsvinden onder regie van de gecertificeerde instelling.

De vrouw heeft aangegeven dat alles wat zij doet op een weegschaal wordt gelegd, terwijl zij gewoon een goede moeder wil zijn. Het is voor haar onverteerbaar dat zij in haar werkstage voor de klas (groep 1 en 2) staat en voor de hele klas de verantwoordelijkheid heeft, maar dat zij geen onbegeleid contact kan hebben met [minderjarige] . De vrouw wil dat de rechtbank een opbouwregeling naar een verruimde en onbegeleide zorgregeling vaststelt. De vrouw zou graag zien dat zij [minderjarige] uiteindelijk om de week bij zich heeft van vrijdag uit school tot maandag uit school en haar bijvoorbeeld op woensdag en donderdag uit school ophaalt en haar de volgende dag naar school brengt.

De rechtbank stelt voorop dat zij nog steeds oog heeft voor de onmacht die de vrouw op dit moment lijkt te ervaren rondom het contact met [minderjarige] en het toezicht dat hierop is. Bij genoemde beschikking van 22 augustus 2025 zijn de contactmomenten tussen [minderjarige] en de vrouw uitgebreid naar drie uur fysiek begeleid contact en twee belmomenten per week. Uit de in de procedure C/09/693102 / JE RK 25-1766 (verlenging ondertoezichtstelling) overgelegde verslagen van [instelling 1] en [instelling 2] en uit hetgeen de gecertificeerde instelling op de zitting naar voren heeft gebracht, leidt de rechtbank af dat de contactmomenten tussen [minderjarige] en de vrouw nog niet altijd vlekkeloos verlopen. Zo belast de vrouw [minderjarige] nog steeds met volwassenzaken, houdt de vrouw zich niet altijd aan (veiligheids-)afspraken en tijdens de belmomenten van 5 minuten vindt de vrouw het soms lastig om zich te richten op [minderjarige] . Er heeft onder regie van de gecertificeerde instelling ook nog geen uitbreiding plaatsgevonden van de door de rechtbank vastgestelde zorgregeling. De rechtbank is daarom van oordeel dat het op dit moment te vroeg is om de vrouw onbegeleid contact te laten hebben met [minderjarige] . Op de zitting heeft de rechtbank besproken dat zij het niet in het belang van [minderjarige] vindt dat de belmomenten worden voortgezet, nu het verloop van deze belmomenten naar het oordeel van de rechtbank meerdere malen niet prettig voor [minderjarige] is geweest. In plaats daarvan zal de rechtbank, zoals ook besproken op de zitting, bepalen dat de contactmomententussen de [minderjarige] en de vrouw twee keer per week drie uur fysiek onder begeleiding zullen zijn. De rechtbank benadrukt ook nu weer dat het uiteindelijke doel is om toe te werken naar een onbegeleide zorgregeling, waarbij [minderjarige] - op onbelaste wijze - regelmatig contact heeft met haar beide ouders.

De rechtbank zal de regie voor de verdere uitbreiding van de zorgregeling en de vraag wanneer ruimte bestaat voor onbegeleid contact in handen laten van de gecertificeerde instelling die betrokken is in het kader van de ondertoezichtstelling. De rechtbank zal iedere verdere beslissing omtrent de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken opnieuw aanhouden. Daarbij verdient het de voorkeur om dit te zijner tijd tegelijkertijd te behandelen met een eventueel verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling. De verzoeken zullen daarom worden aangehouden tot 1 augustus 2026 pro forma, zodat eventueel een gecombineerde behandeling kan plaatsvinden.

Beslissing

De rechtbank:

bepaalt dat de minderjarige: [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2020 te [geboorteplaats] , voorlopig fysiek contact met de vrouw zal hebben:

- gedurende tweemaal drie uur per week, onder begeleiding;

waarbij de regie over (de uitbreiding van) de zorgregeling wordt neergelegd bij de in het kader van de ondertoezichtstelling betrokken gecertificeerde instelling;

bepaalt dat de behandeling van de verzoeken tot vaststelling van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken pro forma wordt aangehouden tot 1 augustus 2026 pro forma, in afwachting van het verloop van de begeleide omgang en overige hulpverlening;

bepaalt dat partijen en de gecertificeerde instelling zich uiterlijk op genoemde pro forma-datum uitlaten over de stand van zaken en het gewenste verdere verloop van de procedure.

Deze beschikking is gegeven door mr. L.L. Benink, rechter, tevens kinderrechter, bijgestaan door P. Lahman als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 2 december 2025.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. L.L. Benink

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?