ECLI:NL:RBDHA:2025:25664

ECLI:NL:RBDHA:2025:25664, Rechtbank Den Haag, 02-12-2025, C/09/692567 / FA RK 25-7495

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 02-12-2025
Datum publicatie 12-01-2026
Zaaknummer C/09/692567 / FA RK 25-7495
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Den Haag

Samenvatting

Vervangende toestemming erkenning, gezag en omgang c.q. verdeling van de zorg- en opvoedingstaken. DNA-onderzoek gelast.

Uitspraak

Beschikking op het op 30 september 2025 ingekomen verzoekschrift van:

[de man],

de man,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. J. Koenen in Rotterdam.

Als belanghebbenden worden aangemerkt:

[de moeder],

de moeder,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. R.G. Jagesar in Den Haag,

en

de minderjarige [minderjarige] (hierna: [minderjarige]), geboren op [geboortedatum 1] 2024 in [geboorteplaats 1],

in rechte vertegenwoordigd door mr. J.C. Herweijer, advocaat in Rijswijk, in de hoedanigheid van bijzondere curator.

Procedure

Bij beschikking van 14 oktober 2025 van deze rechtbank is mr. J.C. Herweijer benoemd als bijzondere curator over [minderjarige] en is iedere verdere beslissing over de vervangende toestemming tot erkenning van [minderjarige], het gezag en de omgang c.q. verdeling van de zorg- en opvoedingstaken pro forma aangehouden tot 1 december 2025.

De rechtbank heeft (opnieuw) kennisgenomen van de stukken, waaronder van:

Feiten

Verzoek en verweer

De man verzoekt, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

De bijzondere curator geeft de rechtbank in overweging om:

onderzoeksinstituut (zoals LUMC-Leiden, Verilabs of DDC-Vlaardingen);

De moeder voert verweer, dat hierna – voor zover nodig – zal worden besproken. Zij verzoekt ten aanzien van de erkenning de man niet-ontvankelijk te verklaren in zijn verzoek dan wel dit verzoek af te wijzen en te bepalen dat de kosten van het DNA-onderzoek voor rekening van de man komen en de man aldus daarin te veroordelen.

Beoordeling

Op grond van artikel 1:204 derde lid van het Burgerlijk Wetboek – voor zover hier van belang – kan de toestemming van de moeder bij een kind jonger dan zestien jaar op verzoek van de man die het kind wil erkennen door de toestemming van de rechtbank worden vervangen. Dit is mogelijk, tenzij dit de belangen van de moeder bij een ongestoorde verhouding met het kind schaadt of een evenwichtige sociaalpsychologische en emotionele ontwikkeling van het kind in het gedrang komt. Vervangende toestemming kan alleen worden gegeven als de man a) de verwekker van het kind is, of b) de biologische vader van het kind, die niet de verwekker is en in een nauwe persoonlijke betrekking staat tot het kind.

Hoewel de man in zijn verzoekschrift heeft aangegeven dat hij de verwekker is van [minderjarige] en heeft verzocht om aan hem vervangende toestemming te verlenen om [minderjarige] te erkennen, heeft de man in het gesprek met de bijzondere curator aangegeven dat hij niet zeker weet of hij de verwekker is van [minderjarige] en dat hij zekerheid wil hebben hierover.

De rechtbank acht het, net als de bijzondere curator, in het belang van [minderjarige] dat hij duidelijkheid verkrijgt over zijn eventuele afstamming van de man. Voor het bewijs van het eventuele verwekkerschap van de man is een DNA-onderzoek het meest gerede middel. De rechtbank zal daarom na te melden DNA-onderzoek bevelen. De rechtbank wijst partijen erop dat zij op grond van artikel 198 derde lid Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering verplicht zijn om mee te werken aan dit DNA-onderzoek. Wordt aan deze verplichting niet voldaan, dan kan de rechter daaruit de gevolgtrekking maken die hij geraden acht.

Omdat de man degene is op wie de bewijslast rust, moeten de kosten van het DNA-onderzoek voorshands door hem worden gedragen. Omdat aan de man een toevoeging is verleend, zal hem geen voorschot worden opgelegd.

In navolging op het Besluit DNA-onderzoek vaderschap van 20 oktober 2008 houdende de vereisten die zijn gesteld aan het vaderschapsonderzoek in verband met erkenning bedoeld in artikel 4 vierde lid Rijkswet op het Nederlanderschap, dat op 1 maart 2009 in werking is getreden, stelt de rechtbank bij het DNA-onderzoek als eis dat uit het rapport moet blijken dat het onderzoek is verricht in een laboratorium dat door de Raad voor Accreditatie is geaccrediteerd aan de hand van de criteria genoemd in de NEN-EN ISO/IEC 17025 of de NEN-EN ISO/IEC 15189 en de aanbevelingen van de Paternity Testing Commission van de International Society of Forensic Genetics (FSI 2007).

De rechtbank zal in afwachting van de resultaten van het DNA-onderzoek het verzoek van de man over de vervangende toestemming tot erkenning van [minderjarige] pro forma aanhouden, zoals na te melden.

Gezag en omgang c.q. verdeling van de zorg- en opvoedingstaken

In afwachting van de resultaten van het DNA-onderzoek zal de rechtbank de verzoeken over het gezag en de omgang c.q. verdeling van de zorg- en opvoedingstaken ook pro forma aanhouden, zoals na te melden.

Beslissing

De rechtbank:

beveelt een onderzoek door een deskundige van het DNA van:

en legt aan deze deskundige de vraag voor welke conclusie er aan de hand van zijn bevindingen moet worden getrokken ten aanzien van het eventuele verwekkerschap van de man;

benoemt tot deskundige die het onderzoek zal verrichten en de bovenstaande vraag zal beantwoorden: een deskundige verbonden aan Verilabs Nederland B.V., [adres], [postcode] [plaats] (telefoonnummer [telefoonnummer]);

beveelt dat partijen binnen twee weken na de datum van deze beschikking telefonisch een afspraak maken met Verilabs;

bepaalt dat hangende de procedure het ten laste van ’s-Rijks kas betaalde deel van de kosten van het onderzoek voorlopig aan de man in debet zal worden gesteld;

bepaalt dat de benoemde deskundige een schriftelijk, gemotiveerd en ondertekend bericht omtrent zijn onderzoek uiterlijk op 1 maart 2026, vergezeld van zijn declaratie zal zenden naar de griffie van deze rechtbank, team Familie, Postbus 20302, 2500 EH Den Haag;

bepaalt dat de griffier van deze rechtbank een afschrift van deze beschikking aan de deskundige zendt;

bepaalt dat de man, de moeder en de bijzondere curator zich uiterlijk binnen veertien dagen na 1 maart 2026 moeten uitlaten over het schriftelijk bericht van de deskundige en over de gewenste voortgang van de procedure, waarna de rechtbank zal beslissen over de voortgang van de procedure;

houdt iedere verdere beslissing over de vervangende toestemming tot erkenning, het gezag en de omgang c.q. verdeling van de zorg- en opvoedingstaken aan tot 15 maart 2026 pro forma.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. S. Sluijmer

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?