Gezagsuitoefening
Beschikking op het op 11 maart 2025 ingekomen verzoek van:
[de moeder],
de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. D. Vurdelja te ‘s-Gravenhage.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:
[de vader],
de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres.
Procedure
De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
Op 18 november 2025 is de zaak behandeld op de zitting van deze rechtbank. Hierbij zijn verschenen:
De vader is – hoewel behoorlijk opgeroepen – niet ter zitting verschenen.
Feiten
Verzoek en verweer
De moeder verzoekt:
- het ouderlijk gezag over [minderjarige] te wijzigen, in die zin dat uitsluitend aan de moeder het gezag toekomt;
voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad;
De vader heeft geen verweer gevoerd.
Beoordeling
Eenhoofdig gezag
De moeder verzoekt eenhoofdig belast te worden met het gezag over [minderjarige]. De vader heeft bij de erkenning van [minderjarige] het gezag over hem gekregen, maar is sindsdien nauwelijks betrokken bij hem. Volgens de moeder heeft hij [minderjarige] maar een paar keer gezien, waarbij de laatste keer meer dan een jaar geleden was. Het lukt de moeder niet altijd om (tijdig) toestemming te krijgen als dat nodig is. De moeder heeft geen telefoonnummer van de vader, en zij heeft inmiddels ook vrijwel geen contact meer met de familie van de vader. Recent heeft de moeder pas toestemming gekregen voor de peuterspeelzaal na tussenkomst van haar advocaat. De moeder voorziet voor de langere termijn problemen met het kunnen nemen van beslissingen, waarbij zij zich met name zorgen maakt over noodsituaties waarin ze de vader niet kan bereiken. Tot slot heeft de vader vanwege zijn afwezigheid in het leven van [minderjarige] geen weet van wat in zijn belang is. Volgens de moeder zijn daarom aan beide gronden voor het beëindigen van het gezag van de vader voldaan.
De rechtbank overweegt dat het wettelijk uitgangspunt is dat de ouders na uiteengaan gezamenlijk het gezag over het kind blijven uitoefenen. Op grond van artikel 1:253n van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de rechtbank het gezamenlijk gezag op verzoek van de niet met elkaar gehuwde ouders of één van hen beëindigen, als later de omstandigheden zijn gewijzigd of bij het nemen van de beslissing van onjuiste of onvolledige gegevens is uitgegaan. Op grond van het tweede lid van voornoemd artikel zijn de gronden van artikel 1:251a eerste en derde lid BW van overeenkomstige toepassing. Het gezamenlijk gezag kan dus worden beëindigd als er een onaanvaardbaar risico is dat het kind klem of verloren zou raken tussen de ouders en niet te verwachten is dat hier binnen afzienbare tijd voldoende verbetering in zou komen, of als wijziging van het gezag anderszins in het belang van het kind noodzakelijk is.
De rechtbank oordeelt dat er in dit geval sprake is van een onaanvaardbaar risico dat [minderjarige] klem en verloren komt te zitten, en ook dat het anderszins in zijn belang is dat de moeder alleen met het gezag wordt belast. Het is de rechtbank duidelijk geworden dat de vader niet betrokken is in het leven van [minderjarige] en hem al meer dan een jaar niet gezien heeft. Dat de vader niet betrokken is in het leven wordt bevestigd door het feit dat de vader niet ter zitting is verschenen en ook geen schriftelijk verweer heeft gevoerd. Voor de uitoefening van gezamenlijk gezag is vereist dat ouders met elkaar in overleg beslissingen kunnen nemen. Daar is in dit geval geen sprake van, nu het de moeder niet lukt om de vader te bereiken. De moeder draagt de volledige zorg en verantwoordelijkheid voor [minderjarige] en moet daarom indien nodig beslissingen kunnen nemen, zonder dat daar de tussenkomst van een advocaat of rechter voor nodig is.
De rechtbank wijst alles overwegende daarom het verzoek van de moeder toe, en bepaalt dat voortaan alleen zij met het gezag over [minderjarige] belast is.
Beslissing
De rechtbank:
bepaalt dat voortaan alleen aan de moeder, [de moeder], geboren op [geboortedatum 2] 2002 te [geboorteplaats 2], het gezag zal toekomen over de minderjarige:
- [minderjarige], geboren op [geboortedatum 1] 2023 te [geboorteplaats 1];
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.