Gezagsuitoefening
Beschikking op het op 25 september 2025 ingekomen verzoek van:
[de vader],
de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. S.C. Meijler in ’s-Gravenhage.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:
[de moeder],
de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. N.T. Vogelaar in Maasdijk.
Procedure
De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
De minderjarige [minderjarige] heeft zich in een gesprek met de kinderrechter uitgelaten over het verzoek.
Op 4 november 2025 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: de vader bijgestaan door zijn advocaat, de moeder bijgestaan door haar advocaat en [naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming.
Feiten
Verzoek en verweer
De vader heeft in het kader van artikel 1:253a van het Burgerlijk Wetboek (BW) verzocht:
een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.
De moeder voert verweer, dat hierna – voor zover nodig – zal worden besproken. Zij verzoekt daarnaast zelfstandig:
Beoordeling
Wijziging van de zorgregeling
Wettelijk kader
Op grond van artikel 1:253a vierde lid in samenhang met artikel 1:377e BW kan de rechter op verzoek van de ouders of een van hen een beslissing over de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken (zorgregeling) onder meer wijzigen op grond dat nadien de omstandigheden zijn gewijzigd, of als bij het nemen van de beslissing van onjuiste of onvolledige gegevens is uitgegaan. De rechtbank neemt een zodanige beslissing als haar in het belang van het kind wenselijk voorkomt.
Inhoudelijke beoordeling
De standpunten van beide ouders over de wijziging van de zorgregeling zijn op de zitting uitgebreid besproken. De ouders zijn het erover eens dat er moet worden toegewerkt naar een week-op-week-af regeling met als wisselmoment vrijdag uit school, maar verschillen van mening op welk tempo en of sprake moet zijn van een evaluatiemoment.
De rechtbank zal bepalen dat er wel enige opbouw moet zijn voordat de week-op-week-af regeling zal worden uitgevoerd, zodat [minderjarige] en beide ouders eraan kunnen wennen dat [minderjarige] langer bij de vader zal zijn. De rechtbank zal daarom bepalen dat [minderjarige] om de week van donderdag uit school tot dinsdag 19:00 uur, en de andere week op dinsdag uit school tot 19:00 uur bij de vader is. Deze opbouw sluit het meest aan bij de huidige regeling die wordt uitgevoerd. Gelet op de naderende vakantie en feestdagen in december zal de rechtbank bepalen dat deze regeling tot februari 2026 wordt uitgevoerd, en dat vanaf dan de week-op-week-af regeling zal gelden. De rechtbank zal geen evaluatiemoment bepalen in februari 2026 nu zij alle vertrouwen erin heeft dat de zorgregeling goed zal verlopen. Over de praktische zaken en de uitvoering daarvan kunnen de ouders in gesprek gaan bij Ouderschapsbemiddeling.
Ouderschapsbemiddeling
Beide ouders hebben op de zitting de bereidheid uitgesproken om deel te nemen aan Ouderschapsbemiddeling met als doel het verbeteren van de communicatie. De rechtbank zal partijen in de gelegenheid stellen deel te nemen aan dit traject, zoals blijkt uit het aan deze beschikking gehechte proces-verbaal van doorverwijzing. Dit proces-verbaal is al per e-mailbericht gezonden aan het Kenniscentrum Kind en Scheiding voor deelname aan Ouderschapsbemiddeling en aanmelding bij de betreffende uitvoerende hulpverleningsinstantie. De rechtbank zal (een kennisgeving van) deze beschikking ook per post sturen aan het Kenniscentrum Kind en Scheiding.
De rechtbank zal de zaak niet aanhouden in afwachting van het verloop van het traject. Het verbeteren van de communicatie en het maken van praktische afspraken rondom de week-op-week-af regeling ligt in de handen van de ouders. De rechtbank geeft daarom een eindbeschikking af en benadrukt dat partijen de kans om deel te nemen aan voornoemd traject in het belang van [minderjarige] met beide handen moeten aangrijpen.
Communicatie
Beide ouders hebben de rechtbank verzocht om vast te leggen dat zij alleen schriftelijk – te weten per e-mail of Whatsapp – met elkaar mogen communiceren. De rechtbank zal dit niet vastleggen nu dit een keuze is die bij de ouders ligt. Zij kunnen hier nadere afspraken over maken bij Ouderschapsbemiddeling.
Vakanties en feestdagen
Op de zitting hebben de ouders afspraken gemaakt over de verdeling van de herfst- en voorjaarsvakantie en de Kerstdagen. Ten aanzien van de overige vakanties en feestdagen zal de rechtbank een verdeling bepalen waarbij het uitgangspunt is dat de vakanties en feestdagen bij helfte worden verdeeld.
Beslissing
De rechtbank – met wijziging in zoverre van de beschikking 24 september 2020 van deze rechtbank en het daaraan gehechte gewijzigde ouderschapsplan– :
*
bepaalt dat de minderjarige [minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2017 in [geboorteplaats], als volgt bij de vader zal zijn:
*
bepaalt als verdeling van de vakanties en feestdagen dat [minderjarige] als volgt bij de ouders is:
*
stelt vast dat partijen, te weten:
[de vader] (de vader),
wonende aan de [adres 1] ([postcode 1]) in [woonplaats 1],
en
[de moeder] (de moeder),
wonende aan de [adres 2] ([postcode 2]) in [woonplaats 2],
bij (aangehecht) proces-verbaal van doorverwijzing zijn verwezen naar het Kenniscentrum Kind en Scheiding voor deelname aan het hulpverleningstraject Ouderschapsbemiddeling, en voor aanmelding bij de uitvoerende hulpverleningsinstantie;
beveelt de griffier binnen twee dagen na heden een afschrift van deze beschikking te zenden naar: Kenniscentrum Kind en Scheiding, [adres 3], [postcode 3] [plaats];
*
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
*
wijst af het meer of anders verzochte.