ECLI:NL:RBDHA:2025:25758

ECLI:NL:RBDHA:2025:25758, Rechtbank Den Haag, 29-07-2025, SGR 23/7866

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 29-07-2025
Datum publicatie 13-01-2026
Zaaknummer SGR 23/7866
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Den Haag

Samenvatting

Tussenuitspraak. Wet op de dierproeven. Toepassing bestuurlijke lus. Gebrekkig gemotiveerd op basis waarvan uit eerdere onderzoeken is geconcludeerd dat het cumulatief ongerief van de proefdieren matig is.

Uitspraak

Stichting Animal Rights, uit Den Haag, eiseres

(gemachtigden: mr. P.H. den Boer en R. Vanroy),

en

de Centrale Commissie Dierproeven, verweerder

(gemachtigden: mr. Q.D.J. Ramroop, [naam 1] en [naam 2]).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen de verlening van een projectvergunning op grond van de Wet op de dierproeven (Wod).

Verweerder heeft de vergunning op 8 februari 2023 verleend. Met het bestreden besluit van 11 oktober 2023 op het bezwaar van eiseres is verweerder daarbij gebleven.

Verweerder heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.

Verweerder heeft de op de zaak betrekking hebbende stukken ingediend. Voor een aantal stukken is het verzoek gedaan dat alleen de rechtbank daarvan kennis neemt. Voor de ongelakte versies van stukken waarin passages zijn weggelakt die tot personen herleidbaar zijn, is hetzelfde verzocht. De geheimhoudingskamer van de rechtbank heeft bepaald dat beperking van de kennisneming gerechtvaardigd is. Eiseres heeft de rechtbank toestemming verleend deze stukken in de beoordeling te betrekken.

De vergunninghouder is als derde belanghebbende in de gelegenheid gesteld aan de procedure deel te nemen. Daarvan heeft hij geen gebruik gemaakt.

De rechtbank heeft het beroep op 17 juni 2025 op zitting behandeld. Daaraan namen de gemachtigden van eiseres en van verweerder deel.

Beoordeling door de rechtbank

Waar gaat deze zaak over?

2. Op 8 februari 2023 heeft verweerder een vergunning verleend voor het uitvoeren van dierproeven voor het project “Het beïnvloeden van angst middels lichamelijke inspanning” (de projectaanvraag). Verweerder heeft dit besluit op 17 februari 2023 bekendgemaakt door de Niet-Technische Samenvatting (NTS) van het project te publiceren op zijn website.

Het project houdt een fundamenteel onderzoek in naar de neurofysiologische aspecten van angst. Het verschijnsel dat wordt onderzocht is de beïnvloeding van angst door lichamelijke inspanning. Met het onderzoek wordt beoogd een theoretische basis te leggen voor het gebruik van lichamelijke inspanning om angststoornissen bij mensen in de toekomst terug te dringen. Centraal staat de hypothese, dat lichaamsbeweging invloed heeft op geheugensporen van angstherinneringen en het vermogen onderscheid te maken tussen nieuwe en opgeslagen informatie. Neurogenese, de aanmaak van nieuwe hersencellen, zou hierbij een cruciaal mechanisme zijn. Deze veronderstelde relaties worden op cellulair niveau onderzocht.

De opzet van het onderzoek wordt gekenmerkt door een focus op het moment van beweging. Verondersteld wordt dat lichaamsbeweging voorafgaand aan het prikkelen van een angstherinnering een gunstig effect heeft. Daar staat tegenover dat lichaamsbeweging na prikkeling van een angstherinnering een ongunstig effect zou hebben.

Voor het onderzoek worden muizen als proefdieren gebruikt. De muizen krijgen elektrische schokken toegediend. Dat gebeurt in een omgeving met herkenbare elementen. Weken later worden ze aan een omgeving met dezelfde elementen blootgesteld. Dit roept angst op. Door elektrische schokken en lichaamsbewegingen in omgekeerde volgordes te laten plaatsvinden, moet een preciezer inzicht worden verkregen in hun wisselwerking.

Om de neurofysiologische effecten te meten, krijgen de muizen injecties in hun buikvlies en ondergaat een aantal muizen een hersenoperatie. Om te voorkomen dat sociaal contact de zuiverheid van de metingen vertroebelt en om de muizen individueel te kunnen monitoren, worden de muizen solitair gehouden. Het onderzoek duurt maximaal 17 weken.

De Dierexperimentencommissie (DEC) heeft geadviseerd dat het onderzoek tot een matige aantasting van de integriteit en het welzijn van de dieren leidt, die gerechtvaardigd is gelet op het onderzoeksbelang. Onder verwijzing naar dit advies heeft verweerder geoordeeld dat de vergunning op grond van de Wod mag worden verleend.

Wat stelt eiseres in beroep?

3. Volgens eiseres is de vergunningverlening in strijd met de Wod.

Het bestreden besluit is ondeugdelijk gemotiveerd. Verweerder had zich niet mogen baseren op het advies van de DEC. De projectbeoordeling is gebrekkig. Het onderzoeksdoel weegt niet op tegen het ongerief voor de dieren. Het onderzoeksresultaat wordt enerzijds overschat; het wetenschappelijk belang is niet aannemelijk en er valt alleen te verwachten dat het tot verder proefdieronderzoek leidt. Anderzijds onderschat verweerder het ongerief voor de proefdieren door dit als matig te kwalificeren. Daarbij is de onafhankelijkheid van de DEC en verweerder onvoldoende verzekerd.

Bovendien heeft verweerder de zaakstukken verstrekt onder de voorwaarde dat eiseres deze stukken geheimhoudt. Dat is in strijd met artikel 7:4, tweede lid van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

Wat zijn de regels?

4. De Wod regelt de voorwaarden waaronder een dieproef mag worden uitgevoerd. Deze wet vormt de implementatie van de Europese Dierproevenrichtlijn.

Het is verboden een dierproef uit te voeren zonder projectvergunning. Verweerder verleent slechts een projectvergunning als is voldaan aan de volgende vereisten: het project is vanuit wetenschappelijk of onderwijskundig oogpunt verantwoord of wettelijk vereist, de doeleinden van het project rechtvaardigen het gebruik van dieren, het project is zo opgezet dat de dierproeven zo humaan en milieuvriendelijk mogelijk kunnen worden uitgevoerd en het project is opgezet met inachtneming van de regels met betrekking tot de vereiste deskundigheid en bekwaamheid.

De projectbeoordeling omvat onder meer een oordeel over de doelstellingen van het project en de voorspelde wetenschappelijke opbrengsten of educatieve waarde, de indeling van het project naar de ernst van de dierproeven, een analyse van de schade en de baten die het project oplevert - waarbij wordt nagegaan of de schade in de vorm van pijn, lijden, angst, of blijvende schade wordt gerechtvaardigd door het te verwachte resultaat met inachtneming van de ethische overwegingen, en op termijn voordelen kan opleveren voor mens, dier of milieu - of de proef een verboden doel heeft en, als er meerdere opties zijn, of is gekozen voor de proef die het minst aantal dieren gebruikt en de geringste pijn, lijden, angst of blijvende schade berokkent aan dieren die daar het minst gevoelig voor zijn.

Vanwege het complexe karakter van de projectbeoordeling heeft verweerder hierbij een ruime beoordelingsvrijheid. De bestuursrechter kan zijn beoordeling van de feiten dus niet in de plaats stellen van die van verweerder. Daarom is de beoordeling beperkt tot een onderzoek van de feitelijke grondslag en de daarop gebaseerde kwalificatie. Daarbij staat de vraag centraal of verweerder kennelijk heeft gedwaald of haar bevoegdheid heeft misbruikt, dan wel de grenzen van haar beoordelingsruimte klaarblijkelijk heeft overschreden.

Wat is het oordeel van de rechtbank?

Is de onafhankelijkheid van de betrokken commissies voldoende geborgd?

5. Uit de inleidende passages van het aanvullend beroepschrift leidt de rechtbank af, dat eiseres de onafhankelijkheid van de DEC en verweerder in twijfel trekt, ter onderbouwing van haar beroep op schending van het zorgvuldigheidsbeginsel en het motiveringsbeginsel. Voor dit standpunt van eiseres vindt de rechtbank geen grondslag.

Een DEC die adviseert over een projectvoorstel moet door verweerder zijn erkend. Om daarvoor in aanmerking te komen moet worden voldaan aan verschillende eisen die de deskundigheid en onafhankelijkheid waarborgen. Onder meer is vereist dat een DEC is samengesteld uit meerdere deskundigen met expertise op verschillende gebieden, waaronder ethiek en de bescherming van proefdieren. Naast de voorzitter mag de helft van het aantal leden van de DEC geen arbeidsverhouding hebben met de vergunninghouder, terwijl minstens twee leden niet betrokken mogen zijn bij dierproeven. Het is niet in geschil dat de DEC aan deze eisen voldoet. Dat de wettelijke waarborgen ontoereikend zouden zijn, is verder onvoldoende onderbouwd.

Aan de deskundigheid van verweerder en haar leden, worden dezelfde inhoudelijke eisen gesteld als aan die van de DEC. Eiseres heeft verder geen aanknopingspunten aangedragen die twijfels wekken over de onafhankelijkheid van verweerder en haar leden.

Heeft verweerder het inzagerecht van eiseres geschonden?

6. Eiseres meent dat verweerder artikel 7:4, tweede lid van de Awb heeft geschonden, door te verlangen dat eiseres de stukken niet openbaar maakt. Dit betoog treft geen doel. Eiseres heeft inzage gekregen in alle stukken. Daarmee is het recht op inzage in de stukken voldoende gerespecteerd. Bij een beoordeling van de vraag of verweerder geheimhouding mocht verlangen, heeft eiseres in deze procedure dan ook onvoldoende belang.

Kan verweerder worden gevolgd in zijn oordeel over het onderzoeksbelang?

7. Naar het oordeel van de rechtbank mocht verweerder het onderzoek vanuit wetenschappelijk oogpunt verantwoord achten. Ook mocht verweerder het gebruik van proefdieren als gerechtvaardigd aanmerken. Verweerders conclusies over de voorspelde wetenschappelijke opbrengsten zijn begrijpelijk en navolgbaar. Er zijn geen aanwijzingen dat verweerder het onderzoeksbelang heeft overschat.

Uit de projectaanvraag, de NTS en het advies van de DEC, komt een reële mogelijkheid naar voren dat het onderzoek belangrijke wetenschappelijke inzichten kan opleveren. Zoals in die stukken uitvoerig is toegelicht, leidt lichamelijke inspanning zowel bij muizen als bij mensen tot neurogenese in de hippocampus van het brein en kan het ontstaan en voortduren van angst daardoor worden beïnvloed. De centrale onderzoekshypothese sluit daarop aan. Volgens deze hypothese zou angstgeneralisatie kunnen verminderen als gevolg van lichaamsbeweging voorafgaand aan een angstprikkel. Omgekeerd wordt verondersteld dat lichaamsbeweging na een angstprikkel een tegengesteld effect zou kunnen hebben. Daarbij worden waarnemingen verricht op cellulair niveau. Zoals blijkt uit de toelichting op de projectaanvraag, is naar de huidige de stand van de wetenschap op cellulair niveau nog veel terreinwinst te behalen bij het in beeld brengen van deze processen. De conclusie van de DEC, dat het onderzoek kan bijdragen aan een verbeterd inzicht in de processen die gepaard gaan met angst, is dus begrijpelijk en vindt steun in de feitelijke gegevens uit de NTS en de projectaanvraag. Er is dan ook geen grond voor de stelling van eiseres, dat het onderzoek alleen zal leiden tot verdere dierproeven.

Eiseres betoogt dat de hypothese niet is gericht op de vraag die de DEC cruciaal acht, namelijk of neurogenese het mechanisme is waarmee lichaamsbeweging invloed uitoefent op angstgeneralisatie. Dit betoog slaagt niet. Uit de projectaanvraag blijkt dat over de invloed van de timing van de angstprikkel nog veel onbekend is. Dat geldt ook voor de mechanismen die als ‘mediator’ zouden kunnen fungeren, zoals neurogenese. Een en ander hangt nauw samen met de onderzoekshypothese.

De rechtbank volgt verweerder ook in zijn oordeel dat er geen geschikte alternatieven zijn die zonder gebruik van proefdieren kunnen worden uitgevoerd. De DEC heeft op goede gronden in aanmerking genomen dat het beoogde inzicht in de verbanden tussen beweging en gedrag, een intracraniaal onderzoek nodig maakt. De DEC heeft daarnaast zorgvuldig en begrijpelijk gemotiveerd dat er geen onderzoeken zijn zonder proefdieren, die een vergelijkbaar inzicht kunnen bieden op cellulair niveau. Het verkrijgen van inzicht in onderliggende neurofysiologische processen op dat niveau, is een essentieel kenmerk van het project. Daarin onderscheidt het project zich bijvoorbeeld van het door eiseres aangehaalde Leuvense onderzoek.

Anders dan eiseres betoogt, is niet gebleken dat verweerder de verschillen tussen mensen en muizen niet relevant vindt. Het onderzoek is fundamenteel van aard en draait niet direct om een verstaalslag naar mensen, maar om dieper inzicht in neurobiologische processen bij muizen en de mogelijke betekenis daarvan voor neurobiologische processen en de behandeling van angstklachten bij mensen. Het verschil in leeftijd tussen de proefdieren en de menselijke doelgroep die aan angststoornissen lijdt, doet dus geen afbreuk aan het onderzoeksbelang.

Volgens eiseres is niet duidelijk hoe het door de angstprikkel veroorzaakte ‘bevriezen’ kan worden gemeten. Nog daargelaten dat dit een aspect op experimenteel detailniveau is en dat op dat niveau niet ieder element hoeft te worden gepreciseerd, ziet de rechtbank in wat eiseres aanvoert geen aanleiding om te veronderstellen dat het in de projectaanvraag beschreven proces van observatie van de proefdieren niet kan leiden tot bruikbare waarnemingen van dit verschijnsel.

Eiseres voert aan dat er meerdere angstprikkels zijn, waardoor het onderzoek geen nut heeft. De rechtbank volgt eiseres hierin niet. De vergunninghouder heeft vaker proefdieronderzoek met muizen verricht en uit de projectaanvraag blijkt dat hier rekening mee wordt gehouden. Er zijn geen aanwijzingen dat de mogelijke invloed van ruis niet is onderkend.

De beperking van het onderzoek tot mannetjesmuizen doet volgens eiseres af aan de betrouwbaarheid van het onderzoek. Hier gaat de rechtbank niet in mee. Zoals de DEC heeft toegelicht, is deze beperking bedoeld om het ongerief van de gebruikte dieren te beperken, omdat bij vrouwtjesmuizen eerder sprake is van angstgeneralisatie. Dit bevordert dus ook de betrouwbaarheid van de onderzoeksresultaten. Dat niet direct een vertaalslag is te maken naar mensen, is inherent aan het karakter van fundamenteel onderzoek.

Eiseres voert aan dat de verwachtingen van de DEC niet overeenstemmen met die van de vergunninghouder. De rechtbank volgt eiseres hierin niet. De DEC noteert in haar advies dat het onderzoek fundamentele inzichten zal opleveren en dat het onderzoek ook een translationeel karakter heeft. De rechtbank stelt vast dat de DEC de ambitie van het project heeft verwoord in overeenstemming met de insteek van het onderzoek. Dat vindt bevestiging in de overwegingen van de DEC die de kern vormen van haar advies over het wetenschappelijke belang. Hierin legt zij uit, dat het beschikbaar komen van fundamenteel inzicht over de interactie tussen inspanning, neurogenese, angstgeneralisatie en patroonseparatie van waarde kan zijn en factoren kan blootleggen die angstgeneralisatie beïnvloeden, wat kan bijdragen aan de ontwikkeling van betere behandelingen voor mensen met angstklachten.

Gelet op het voorgaande is er dus geen schending van artikel 10a2, lid 1, aanhef en onder a en b, en lid 2, aanhef en onder a, van de Wod.

Kan verweerder gevolgd worden in zijn oordeel over de mate van ongerief?

8. Of deze dierproef in het concrete geval mocht worden vergund, vergt een afweging tussen het onderzoeksbelang en de mate van ongerief die het individuele dier wordt berokkend. Daarbij moet de Dierproevenrichtlijn in acht worden genomen. De ernst van het ongerief wordt bepaald naar de mate van pijn, lijden, angst of blijvende schade die een dier naar verwachting zal ondervinden. De Europese Commissie heeft een werkdocument opgesteld dat is bedoeld als richtsnoer bij het beoordelen van de ernst. Dit document is niet bindend, zoals eiseres wel betoogt, maar kan een aanwijzing geven of de mate van ongerief juist is gekwalificeerd.

De proefdieren bevinden zich 17 weken in fysieke afzondering, maar kunnen elkaar wel ruiken, horen en zien. In deze periode ondergaan de dieren diverse ingrepen die angst en pijn veroorzaken. Die bestaan uit vastgepakt worden, enkele kortdurende elektrische schokken die zijn gericht op het aanleren van gedrag, gedragstesten, intracraniale injecties, injecties in de buikholte en bloedafname. De dieren lijden na de medische ingrepen pijn, die een paar dagen kan duren. Na de proef worden de dieren gedood. Volgens verweerder gaat het voorgaande gepaard met een matig ongerief.

De rechtbank kan verweerder volgen in zijn standpunt dat de interventies, afzonderlijk bezien, een matig ongerief meebrengen. De interventies zijn op zichzelf beschouwd minder ingrijpend dan de voorbeelden van ernstig ongerief in Bijlage VIII, deel III van de Dierproevenrichtlijn. De elektrische schokken zijn ook niet gericht op het veroorzaken van aangeleerde hulpeloosheid of andere zware stoornissen, maar op het aanwakkeren van een matige, meetbare vorm van angst. Het oordeel van verweerder over het ongerief door de afzonderlijke interventies, is dus begrijpelijk en voldoende gemotiveerd.

Voor een afgewogen oordeel over de mate van ongerief, is ook van belang dat het gezamenlijk effect van de interventies wordt gekwalificeerd. Tijdens de vorming van haar advies, heeft de DEC aan de vergunninghouder gevraagd of de combinatie van meerdere factoren, die op zichzelf matig ongerief veroorzaken, voor enkele dieren tot ernstig cumulatief ongerief zouden kunnen leiden. Daarop heeft de vergunninghouder geantwoord dat eerdere vergelijkbare experimenten, waarin ook combinaties van dergelijke invasieve handelingen zijn uitgevoerd, niet geresulteerd hebben in veranderingen die wijzen op een stapeling van ongerief die uiteindelijk cumulatief groter is dan matig. Dit antwoord ligt ten grondslag aan de overweging in het advies van de DEC, dat ook de combinatie van ingrepen een matig ongerief meebrengt en niet als ernstig moet worden aangemerkt.

Uit dit door verweerder gevolgde advies blijkt echter niet in hoeverre de opzet en de inhoud van die eerdere onderzoeken voldoende vergelijkbaar waren met dit project. Of de uitkomsten van die onderzoeken richtinggevend kunnen zijn voor dit project, kan uit de ongespecificeerde verwijzing naar die onderzoeken dan ook niet worden afgeleid. Daarom is niet inzichtelijk gemaakt of verweerder op basis van dit advies tot de conclusie kon komen, dat sprake is van een matig cumulatief ongerief. Het bestreden besluit is dan ook ondeugdelijk gemotiveerd en in strijd met artikel 7:12, eerste lid, van de Awb. Gelet hierop komt de rechtbank nog niet toe aan een oordeel over het beroep van eiseres op de artikelen 10, eerste lid, aanhef en onder c en 10a2, tweede lid, aanhef en onder b en d.

Conclusie en gevolgen

9. Zoals hiervoor is overwogen onder 8.3-8.3.1, is het bestreden besluit in strijd met artikel 7:12, eerste lid, van de Awb. Op grond van artikel 8:51a, eerste lid, van de Awb kan de rechtbank het bestuursorgaan in de gelegenheid stellen een gebrek in het bestreden besluit te herstellen of te laten herstellen. Op grond van artikel 8:80a van de Awb doet de rechtbank dan een tussenuitspraak. De rechtbank ziet aanleiding om verweerder in de gelegenheid te stellen het gebrek te herstellen. Dat herstellen kan hetzij met een aanvullende motivering, hetzij, voor zover nodig, met een nieuwe beslissing op bezwaar, na of tegelijkertijd met intrekking van het nu bestreden besluit. Om het gebrek te herstellen, moet verweerder met inachtneming van deze uitspraak een nadere toelichting geven. Die toelichting moet inzichtelijk maken op grond waarvan is geconcludeerd, dat uit eerder onderzoek door de vergunninghouder is op te maken, dat de interventies in dit project cumulatief beschouwd een matig ongerief meebrengen. De rechtbank bepaalt de termijn waarbinnen verweerder het gebrek kan herstellen op acht weken na verzending van deze tussenuitspraak.

Verweerder moet op grond van artikel 8:51b, eerste lid, van de Awb, én om nodeloze vertraging te voorkomen zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk binnen twee weken, schriftelijk aan de rechtbank meedelen of hij gebruik maakt van de gelegenheid het gebrek te herstellen. Als verweerder gebruik maakt van die gelegenheid, zal de rechtbank eiseres in de gelegenheid stellen binnen vier weken te reageren op de herstelpoging van verweerder. In beginsel, ook in de situatie dat verweerder de hersteltermijn ongebruikt laat verstrijken, zal de rechtbank zonder tweede zitting uitspraak doen op het beroep.

Het geding na deze tussenuitspraak, blijft in beginsel beperkt tot de beroepsgronden zoals die zijn besproken in de tussenuitspraak, omdat het inbrengen van nieuwe geschilpunten over het algemeen in strijd met de goede procesorde wordt geacht.

De rechtbank houdt iedere verdere beslissing aan tot de einduitspraak op het beroep. Dat laatste betekent ook dat zij over de proceskosten en het griffierecht nu nog geen beslissing neemt.

Beslissing

De rechtbank:

- draagt verweerder op binnen twee weken na verzending van deze tussenuitspraak schriftelijk aan de rechtbank mee te delen of hij gebruik maakt van de gelegenheid het gebrek te herstellen;

- stelt verweerder in de gelegenheid om binnen acht weken na verzending van deze tussenuitspraak het gebrek in het bestreden besluit te herstellen met inachtneming van de overwegingen en aanwijzingen in deze tussenuitspraak;

- houdt iedere verdere beslissing aan.

Deze uitspraak is gedaan door mr. E.K.S. Mollen, voorzitter, in aanwezigheid van mr. M.M. Meijers en mr. A.J. Eertink, leden, in aanwezigheid van mr. D.C. van Genderen, griffier.

De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 29 juli 2025.

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Tegen deze tussenuitspraak staat nog geen hoger beroep open. Tegen deze tussenuitspraak kan hoger beroep worden ingesteld tegelijkertijd met hoger beroep tegen de (eventuele) einduitspraak in deze zaak.

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. E.K.S. Mollen
  • mr. M.M. Meijers
  • mr. A.J. Eertink

Griffier

  • mr. D.C. van Genderen

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?