Verdeling van de zorg- en opvoedingstaken
Beschikking op het op 23 september 2025 ingekomen verzoek van:
[de vader] ,
de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. E.C.A.E. Verschuren te Gilze.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:
[de moeder] ,
de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. C.A.E.C.J.M. Hooft te Gilze.
Procedure
De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
het verzoekschrift;
het F9 formulier van 20 oktober 2025 van de zijde van de vader;
het F9 formulier van 21 oktober 2025, met bijlagen, van de zijde van de vader;
de referteverklaring van de moeder van 27 oktober 2025, ingekomen bij de rechtbank op 5 november 2025;
het F9 formulier van 14 november 2025 van de zijde van de vader.
De minderjarige [de minderjarige 1] is in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over het verzoek.
De door de rechtbank op 19 november 2025 geplande zitting heeft op verzoek van partijen geen doorgang gevonden. De zaak wordt schriftelijk afgedaan.
Feiten
- Partijen hebben een affectieve gehad met elkaar.
- Zij zijn de ouders van de volgende nu nog minderjarige kinderen:
- [de minderjarige 1] ( [de minderjarige 1] ), geboren op [geboortedatum 1] 2016 te [geboorteplaats] ,
- [de minderjarige 2] ( [de minderjarige 2] ), geboren [geboortedatum 2] 2019 te [geboorteplaats] .
Verzoek en verweer
De vader verzoekt de rechtbank – voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad – :
te bepalen dat de minderjarigen in het kader van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken gerechtigd zijn tot het hebben van contact met hun vader, gedurende:
- één weekend per veertien dagen vanaf vrijdagmiddag einde werktijd van de vader tot zondagavond 18.30 uur;
- twee weken in de zomervakantie,
- één week in de Kerstvakantie;
- jaarlijks overleg over verjaardagen, feestdagen en bijzondere dagen, waarbij de ouder waar de kinderen gaan verblijven, hen ophaalt bij de andere ouder als er gewisseld moet worden;
de vrouw te verbieden om nog zonder toestemming van de man of (vervangende toestemming) van de rechtbank met de kinderen te emigreren, zulks op straffe van een door de vrouw aan de man te betalen dwangsom van € 500,- voor ieder dagdeel dat zij nalatig is om aan – naar de rechtbank begrijpt – beschikking te voldoen, tot een maximum van € 25.000,- dan wel een bedrag door de rechtbank in goede justitie te bepalen.
De vader heeft zijn verzoek onder II op 20 oktober 2025 ingetrokken.
De moeder heeft zich ten aanzien van het eerste verzoek gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
Beoordeling
Aangezien de vader zijn tweede verzoek heeft ingetrokken stelt de rechtbank vast dat zij ten aanzien van het tweede verzoek niets meer hoeft te beslissen.
Gelet op de door de moeder ondertekende referteverklaring en gelet op het feit dat uit de mededeling van de advocaten blijkt dat partijen overeenstemming hebben bereikt met betrekking tot de zorgregeling, zal de rechtbank dat verzoek als niet weersproken en op de wet gegrond toewijzen, nu niet is gebleken dat het belang van [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] zich tegen deze regeling verzet.
Beslissing
De rechtbank:
bepaalt dat de minderjarigen:
bij hun vader zullen zijn:
waarbij de ouder waar de kinderen gaan verblijven, hen ophaalt bij de andere ouder als er gewisseld moet worden;
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;