ECLI:NL:RBDHA:2025:25927

ECLI:NL:RBDHA:2025:25927, Rechtbank Den Haag, 05-12-2025, C/09/682788 / FA RK 25-2420

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 05-12-2025
Datum publicatie 13-01-2026
Zaaknummer C/09/682788 / FA RK 25-2420
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Den Haag

Samenvatting

Gezag

Uitspraak

Gezag

Beschikking op het op 1 april 2025 ingekomen verzoekschrift van:

[de moeder],

de moeder,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. D. Vurdelja in 's-Gravenhage.

Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de vader],

de vader,

zonder bekende woon- of verblijfplaats.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:

Op 7 november 2025 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: de moeder, bijgestaan door haar advocaat en een tolk. De vader is, hoewel opgeroepen op het adres waar hij volgens de moeder feitelijk verblijft en in de Staatscourant, niet op de zitting verschenen.

Feiten

Verzoek en verweer

De moeder verzoekt, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, het ouderlijk gezag over [minderjarige] te wijzigen, in die zin dat uitsluitend aan de moeder het ouderlijk gezag toekomt, als gevolg waarvan de vader het ouderlijk gezag verliest.

De vader heeft geen verweer gevoerd.

Beoordeling

Rechtsmacht en toepasselijk recht

Omdat de gewone verblijfplaats van [minderjarige] in Nederland is, heeft de Nederlandse rechter op grond van artikel 7 van de Brussel II ter-verordening (nr. 2019/1111 van de Raad van 25 juni 2019) rechtsmacht om te beslissen op het verzoek van de moeder.

De rechtbank past op grond van artikel 15 van het Haags Kinderbeschermingsverdrag van 1996 Nederlands recht toe op het verzoek.

Gezag

De moeder verzoekt om het gezamenlijk gezag van de ouders te beëindigen en haar voortaan met het eenhoofdig gezag over [minderjarige] te belasten. Volgens de moeder zijn de omstandigheden gewijzigd en is gezamenlijk gezag niet langer in het belang van [minderjarige]. De vader woont in [land 2] en is niet bereikbaar. Hij heeft op dit moment geen contact met [minderjarige] en hij is niet betrokken bij de opvoeding en ontwikkeling van haar. Voor de moeder is het daardoor onmogelijk om gezamenlijk met de vader gezagsbeslissingen te nemen.

Omdat beëindiging van het gezamenlijk gezag niet ter vrije bepaling van de ouders staat, zal de rechtbank beoordelen of eenhoofdig gezag door de moeder in dit geval in het belang van [minderjarige] moet worden geacht.

De rechtbank overweegt dat het wettelijk uitgangspunt is dat de ouders na uiteengaan gezamenlijk het gezag over het kind blijven uitoefenen. Op grond van artikel 1:253n van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de rechtbank het gezamenlijk gezag op verzoek van de niet met elkaar gehuwde ouders of één van hen beëindigen, indien nadien de omstandigheden zijn gewijzigd of bij het nemen van de beslissing van onjuiste of onvolledige gegevens is uitgegaan. Op grond van het tweede lid van voornoemd artikel zijn de gronden van artikel 1:251a eerste en derde lid BW van overeenkomstige toepassing. Het gezamenlijk gezag kan derhalve worden beëindigd indien a) er een onaanvaardbaar risico is dat het kind klem of verloren zou raken tussen de ouders en niet te verwachten is dat hierin binnen afzienbare tijd voldoende verbetering zou komen, of indien b) wijziging van het gezag anderszins in het belang van het kind noodzakelijk is.

De rechtbank concludeert dat sprake is van gewijzigde omstandigheden, nu de vader en [minderjarige] al geruime tijd geen contact meer hebben. Daarnaast is de rechtbank van oordeel dat een wijziging van het gezag in het belang van [minderjarige] noodzakelijk is, omdat de rechtbank uit de stukken en uit wat op de zitting is besproken, is gebleken dat het voor de moeder niet mogelijk is om de vader te spreken over gezagsgerelateerde beslissingen. De moeder heeft in dat kader onbetwist gesteld dat er tussen de ouders onderling geen enkele communicatie mogelijk is, omdat de vader niet bereikbaar is. Hij is nu ook – wederom – niet op de zitting verschenen. Verder heeft de moeder onbetwist gesteld dat zij tegen praktische problemen aanloopt wanneer de vader mede met het gezag over [minderjarige] belast blijft. [minderjarige] is een kwetsbaar meisje voor wie veel geregeld moet worden, zoals de inschrijving op een school voor speciaal onderwijs, waarvoor bij beschikking van 1 september 2025 vervangende toestemming is verleend. De rechtbank acht het gelet op het voorgaande in het belang van [minderjarige] dat de moeder alleen gezagsgerelateerde beslissingen voor haar kan nemen en zal het verzoek van de moeder dan ook toewijzen.

BeslissingDe rechtbank:

bepaalt dat voortaan alleen aan de moeder, [de moeder], geboren op[geboortedatum 2] 1987 in [geboorteplaats 2], [land 3], het gezag zal toekomen over de minderjarige [minderjarige], geboren op [geboortedatum 1] 2021 in [geboorteplaats 1], [land 1];

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. M.A. Wien

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?