ECLI:NL:RBDHA:2025:25944

ECLI:NL:RBDHA:2025:25944, Rechtbank Den Haag, 03-12-2025, NL25.55254

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 03-12-2025
Datum publicatie 05-01-2026
Zaaknummer NL25.55254
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Utrecht

Samenvatting

Dublin Frankrijk, beroep ongegrond, zorgvuldigheid, interstatelijk vertrouwensbeginsel, indirect refoulement

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL25.55254

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , V-nummer: [V-nummer] , eiser (gemachtigde: mr. E.A. Welling),

en

de minister van Asiel en Migratie, (gemachtigde: mr. H.M.M. van Dooren).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen het niet in behandeling nemen van de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister heeft de aanvraag met het bestreden besluit van 10 november 2025 niet in behandeling genomen omdat Frankrijk verantwoordelijk is voor de aanvraag.

De rechtbank heeft het beroep op 25 november 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser, A. Ben Mohammed als tolk en de gemachtigde van de minister.

Beoordeling door de rechtbank

Interstatelijk vertrouwensbeginsel

2. De rechtbank beoordeelt het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag van eiser. Zij doet dat aan de hand van de argumenten die eiser heeft aangevoerd, de beroepsgronden.

3. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Dat betekent dat eiser ongelijk krijgt en het niet in behandeling nemen van zijn aanvraag in stand blijft. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Totstandkoming van het besluit

4. De Europese Unie heeft gezamenlijke regelgeving over het in behandeling nemen van asielaanvragen. Die staat in de Dublinverordening. Op grond van de Dublinverordening neemt de minister een asielaanvraag niet in behandeling als is vastgesteld dat een andere lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.1 In dit geval heeft Nederland bij Frankrijk een verzoek om overname gedaan. Frankrijk heeft dit verzoek aanvaard.

1. Dit staat ook in artikel 30, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000.

Welke lidstaat is verantwoordelijk voor de asielaanvraag?

Zorgvuldigheid

5. Eiser voert aan dat het bestreden besluit onzorgvuldig tot stand is gekomen. Het voornemen is prematuur genomen, omdat er op dat moment nog geen claimakkoord was. Daarnaast is in de beschikking het claimakkoord in algemene termen omschreven en is er geen datum genoemd van het claimakkoord. Dit geeft geen blijk van zorgvuldigheid.

6. De rechtbank oordeelt als volgt. Er is geen rechtsregel die zich er tegen verzet dat de minister een voornemen uitbrengt voordat een claimakkoord daadwerkelijk tot stand is gekomen. Eiser heeft ook niet concreet gemaakt dat en hoe hij door deze handelwijze van de minister in zijn belangen is geschaad.2 Verder is in het bestreden besluit de datum van het claimakkoord genoemd, op pagina 6. Ook zijn de gevolgen van het claimakkoord concreet omschreven op pagina 5 en verder van het bestreden besluit. De rechtbank is daarom niet gebleken van onzorgvuldigheid bij het nemen van het bestreden besluit. De beroepsgrond slaagt niet.

7. Eiser voert aan dat de minister ten aanzien van Frankrijk niet kan uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. Bij overdracht aan Frankrijk loopt eiser een reëel risico op een behandeling in strijd met artikel 3 van het EVRM3 of artikel 4 van het Handvest4, vanwege structurele tekortkomingen in de Franse asielprocedure en de opvangvoorzieningen. Er zijn concrete aanwijzingen dat Frankrijk zijn verdragsverplichtingen niet nakomt en het is onduidelijk hoe eiser zijn basisrechten

in Frankrijk kan effectueren. Ook zal eiser niet kunnen klagen bij de autoriteiten. De minister heeft de inhoud van het zienswijze – waaruit blijkt dat sprake is van tekorten aan opvangcapaciteit, dakloosheid onder asielzoekers, wachtlijsten voor asielregistratie en beperkte toegang tot medische zorg – onvoldoende betrokken bij het bestreden besluit. Eiser verwijst ter onderbouwing van de slechte leefomstandigheden in Frankrijk naar het rapport van Vrij Nederland van 30 juli 2025.5 Ter zitting is verduidelijkt dat het eiser erom gaat dat de minister onvoldoende gemotiveerd heeft weerlegd waarom geen sprake is van structurele tekortkomingen.

8. De rechtbank overweegt dat de minister in zijn algemeenheid ten aanzien van alle lidstaten mag uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. Dat betekent dat de minister, behoudens uitzonderlijke omstandigheden, ervan uit mag gaan dat alle lidstaten het Unierecht en met name de door dat recht erkende grondrechten in acht nemen. Het is daarom in beginsel aan eiser om aannemelijk te maken dat hij bij overdracht aan Frankrijk, als gevolg van het niet nakomen van internationale verplichtingen door de Franse autoriteiten, een reëel risico loopt op een behandeling die strijdig is met artikel 3 van het EVRM en artikel 4 van het Handvest. Daarvan is sprake in geval de vreemdeling aannemelijk maakt dat er structurele tekortkomingen in het asiel- en opvangsysteem zijn, die een bijzonder hoge drempel van zwaarwegendheid bereiken.

2 Zie bijvoorbeeld de uitspraak van deze rechtbank, zittingsplaats Utrecht van 4 juli 2023, ECLI:NL:RBDHA:2023:9823.

3 Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden.

4 Handvest van de grondrechten van de Europese Unie.

5 ‘ Aan de grond in Parijs: ‘We proberen mensen mens te laten zijn.’’

Naar het oordeel van de rechtbank is eiser hierin niet geslaagd. Uit de uitspraken van de Afdeling van 11 april 20256 en 30 augustus 20247 volgt dat ten aanzien van Frankrijk nog altijd van het interstatelijk vertrouwensbeginsel kan worden uitgegaan. Uit deze uitspraken volgt dat er problemen zijn (geweest) in de Franse asielopvang, maar dat niet is gebleken dat deze problemen dermate structureel en ernstig van aard zijn dat er bij een overdracht aan Frankrijk sprake is van schending van artikel 3 van het EVRM of artikel 4 van het Handvest.

De minister is in het bestreden besluit gemotiveerd ingegaan op de informatie die eiser in de zienswijze heeft overgelegd. De rechtbank begrijpt eiser zo dat volgens hem uit de door hem aangehaalde rapporten en informatie een beeld naar voren komt van structurele opvangproblemen. De Afdeling heeft in de hiervoor genoemde uitspraken het AIDA-rapport en verschillende bronnen beoordeeld en meegenomen en komt tot de conclusie dat de tekortkomingen in de opvang niet structureel zijn. Met de minister is de rechtbank van oordeel dat uit de informatie blijkt dat er een opvangprobleem is, maar dat dit niet structureel is, omdat de opvangcapaciteit de afgelopen jaren is vergroot en niet is gebleken dat de Franse autoriteiten onverschillig staan tegenover deze problemen. Daar komt bij dat eiser niet eerder een asielaanvraag heeft ingediend. De autoriteiten in Frankrijk hebben met het claimakkoord gegarandeerd het verzoek van eiser om internationale bescherming in behandeling te nemen met inachtneming van de Europese asielrichtlijnen. Het artikel van Vrij Nederland waar eiser naar verwijst, maakt dit niet anders. In dit artikel gaat het over afgewezen asielzoekers die problemen hebben met het verkrijgen van (daklozen)opvang. Dit artikel onderbouwt niet dat sprake is van structurele tekortkomingen in de asielopvang. Eiser verkeert na overdracht in een andere situatie, omdat zijn asielverzoek nog in behandeling zal worden genomen.

In geval van voorkomende problemen in Frankrijk kan hij zich wenden tot de Franse autoriteiten. Niet gebleken is dat dit voor hem niet mogelijk is of bij voorbaat zinloos is. De beroepsgrond slaagt niet.

Indirect refoulement

9. Eiser voert aan dat is sprake van een risico op indirect refoulement bij terugkeer naar Frankrijk. Dit is een bijzondere omstandigheid die maakt dat de minister de asielaanvraag van eiser aan zich dient te trekken.

Deze beroepsgrond slaagt niet. Uit de uitspraken van het Hof van Justitie van 30 november 20238 en de Afdeling van 12 juni 20249 volgt dat de rechtbank niet mag onderzoeken of er in de andere lidstaat, die is aangewezen als de verantwoordelijke lidstaat, een risico op schending van het beginsel van non-refoulement bestaat, wanneer er geen sprake is van systeemfouten in de asielprocedure en de opvangvoorzieningen in die lidstaat. Zoals de rechtbank hiervoor heeft geoordeeld, is hiervan geen sprake. Dit betekent dat de rechtbank niet mag onderzoeken of met overdracht aan Frankrijk een (indirect) risico op schending van het beginsel van non-refoulement bestaat. Dit moet in Frankrijk worden beoordeeld. Omdat eiser in het kader van artikel 17 Dublinverordening niets heeft aangevoerd, is er is dan ook

6 ECLI:NL:RVS:2025:1642.

7 ECLI:NL:RVS:2024:3552.

8 Uitspraak van het Hof van Justitie van 30 november 2023, ECLI:EU:C:2023:934.

9 Uitspraak van de Afdeling van 12 juni 2024, ECLI:NL:RVS:2024:2359.

geen sprake van bijzondere, individuele omstandigheden die maken dat de overdracht van de eiser aan Frankrijk van een onevenredige hardheid getuigt. De minister heeft kunnen volstaan met verwijzing naar het interstatelijk vertrouwensbeginsel. De beroepsgrond slaagt niet.

Conclusie en gevolgen

10. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat de minister eiser mag overdragen naar Frankrijk. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Eversteijn, rechter, in aanwezigheid van mr. M.A.W.M. Engels, griffier.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

03 december 2025

Documentcode: [Documentcode]

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. M. Eversteijn

Griffier

  • mr. M.A.W.M. Engels

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?