[eiser], V-nummer: [nummer], eiser
(gemachtigde: mr. K. Mohasselzadeh),
en
de minister van Asiel en Migratie, voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
(gemachtigde: mr. R.V. Bekker).
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen het besluit van 16 januari 2024 (het bestreden besluit) van verweerder, waarbij eisers aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd (asielaanvraag) is afgewezen als ongegrond en is bepaald dat eiser geen verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 14, eerste lid, aanhef en onder e, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) of uitstel van vertrek als bedoeld in artikel 64 van de Vw krijgt. Het bestreden besluit geldt ook als een terugkeerbesluit. Eiser moet terugkeren naar Turkije.
Eiser is het niet eens met de afwijzing van zijn asielaanvraag en vindt dat verweerder het bestreden besluit niet zorgvuldig heeft voorbereid en niet deugdelijk heeft gemotiveerd.
Verweerder heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
De rechtbank heeft het beroep op 12 november 2025 op zitting behandeld. Eiser is verschenen en is telefonisch bijgestaan door zijn gemachtigde, aangezien zij niet fysiek aanwezig kon zijn door autopech. Als tolk is verschenen [naam]. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
De rechtbank komt tot het oordeel dat het beroep van eiser ongegrond is. Dit betekent dat eiser geen gelijk krijgt en dat het bestreden besluit in stand blijft. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Beoordeling door de rechtbank
2. De rechtbank geeft hierna allereerst een beschrijving van eisers asielrelaas en het daarop gebaseerde bestreden besluit. Vervolgens beoordeelt de rechtbank de aangevoerde beroepsgronden. Daarna volgen de conclusie en de beslissing.
Eisers asielrelaas
3. Eiser is geboren op [geboortedatum] 1993 en heeft de Turkse nationaliteit. Op 23 februari 2022 heeft hij zijn asielaanvraag ingediend.
Eiser heeft aan zijn asielaanvraag – samengevat – het volgende ten grondslag gelegd. Na deelname aan de Gezipark-protesten in 2013 is eiser opgepakt en vier dagen vastgehouden door de Turkse autoriteiten. Vijf jaar later heeft eiser een eigen bedrijf opgericht, waarmee hij opdrachten voor de plaatselijke gemeente heeft verricht. Op enig moment kwamen agenten langs bij eisers bedrijf. Zij hebben eiser bedreigd en mishandeld. Eiser is sympathisant van en actief geweest voor de Halkların Demokratik Partisi (HDP). Verder is eiser beledigd en mishandeld vanwege het feit dat hij Koerdisch aleviet is. Bij terugkeer naar Turkije vreest eiser voor de politie omdat die hem sinds 2018 constant lastigvalt. Ook vreest eiser dat de discriminatie zal doorgaan.
Het bestreden besluit
4. Het asielrelaas van eiser bevat volgens verweerder de volgende relevante elementen:
1. identiteit, nationaliteit en herkomst;
2. discriminatie vanwege het aleviet zijn;
3. HDP-sympathisant;
4. problemen vanwege betrokkenheid bij HDP.
Verweerder heeft het eerste en het tweede relevante element geloofwaardig geacht. Daarentegen heeft verweerder het derde en vierde relevante element niet geloofwaardig geacht. Volgens verweerder kan eiser op grond van de geloofwaardig geachte relevante elementen niet worden aangemerkt als vluchteling in de zin van het Verdrag betreffende de status van vluchtelingen. Evenmin heeft eiser volgens verweerder aannemelijk gemaakt dat hij bij terugkeer naar Turkije een reëel risico loopt op ernstige schade.
Gelet op het voorgaande heeft verweerder de asielaanvraag van eiser afgewezen als ongegrond op grond van artikel 31, eerste lid, van de Vw.
Beroepsgronden
5. Eiser stelt – samengevat – dat verweerder zich ten onrechte en onvoldoende gemotiveerd op het standpunt heeft gesteld dat eiser als Koerdisch aleviet niet heeft te vrezen voor vervolging. Eiser verwijst in dat kader naar het Algemeen Ambtsbericht Turkije van augustus 2023 (AA Turkije 2023). Verder stelt eiser dat verweerder heeft nagelaten om bij de besluitvorming te betrekken dat eiser actief is op sociale media en zich vanuit Nederland kritisch heeft geuit over de Turkse regering. Eiser verwijst in dat kader naar het Algemeen Ambtsbericht Turkije van februari 2025 (AA Turkije 2025).
Het oordeel van de rechtbank
6. De rechtbank gaat in overweging 6.1 tot en met 6.5 in op eisers problemen als Koerdisch aleviet in Turkije. Hierna gaat de rechtbank in overweging 6.6 en 6.7 in op eisers problemen vanwege kritische uitlatingen op sociale media.
Eisers problemen als Koerdisch aleviet in Turkije
Tijdens de zitting heeft eisers gemachtigde toegelicht dat verweerder zou hebben nagelaten om de discriminatie van eiser als Koerd én aleviet – dus in samenhang – te beoordelen. De rechtbank vindt dat verweerder in het bestreden besluit, mede onder verwijzing naar de overwegingen in het voornemen, voldoende is ingegaan op de discriminatie van eiser als Koerdisch aleviet in Turkije. Niet is gebleken dat verweerder daarbij heeft nagelaten om de discriminatie in samenhang te beoordelen. De in dit verband aangevoerde beroepsgrond slaagt daarom in zoverre niet.
Partijen zijn het erover eens dat eiser als Koerdisch aleviet in Turkije discriminatie heeft ondervonden. Discriminatie kan leiden tot het verlenen van asiel (zie het asielbeleid van verweerder, beschreven in paragraaf C2/3.2.6. van de Vreemdelingencirculaire 2000). De lat daarvoor ligt echter wel hoog: de discriminatie moet zo ernstig zijn dat het niet (meer) mogelijk is om op maatschappelijk en sociaal gebied te functioneren. De rechtbank vindt dat verweerder zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat die situatie zich hier niet voordoet. Hieronder legt de rechtbank dat uit.
Eiser heeft verklaard dat hij met zijn studie is gestopt vanwege persoonlijke gevoelens van eenzaamheid en discriminatie. Zonder dit te willen bagatelliseren, volgt hieruit niet dat het studeren in Turkije eiser onmogelijk is gemaakt. Eiser heeft, nadat hij met zijn studie is gestopt, opleidingen kunnen volgen en daarbij certificaten behaald. Hij heeft in Turkije kunnen werken en succesvolle bedrijven kunnen oprichten waarmee hij opdrachten heeft uitgevoerd voor de gemeente. Weliswaar heeft eiser verklaard dat hij meerdere keren op onrechtmatige wijze door zijn werkgever is ontslagen, maar hij heeft ook verklaard dat een ander dit eveneens zou kunnen overkomen. Verder blijkt uit eisers verklaringen dat hij toegang tot zorg heeft gehad en dat hij in zijn levensonderhoud heeft kunnen voorzien. Uit dit alles volgt dat eiser in Turkije, ondanks de moeilijkheden en beperkingen die hij heeft ondervonden vanwege zijn etnische en religieuze achtergrond als Koerdisch aleviet en die door de rechtbank worden onderkend, in voldoende mate en niet slechts op marginale wijze, op maatschappelijk en sociaal gebied heeft kunnen functioneren. Eiser heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij bij terugkeer naar Turkije niet op eenzelfde manier kan functioneren als voor zijn vertrek uit Turkije.
Eisers verwijzing naar het AA Turkije 2023 leidt niet tot een ander oordeel. Allereerst volgt uit het ambtsbericht niet dat de discriminatie van Koerden systematisch en van dien aard is dat het voor Koerden in Turkije in het algemeen nagenoeg onmogelijk is om op maatschappelijk en sociaal gebied te functioneren. Verder wordt er in dit ambtsbericht niets gezegd over discriminatie van alevieten in Turkije. Uit het (recente) AA Turkije 2025 lijkt te volgen dat alevieten, hoewel zij de grootste religieuze minderheid in het land vormen en van oudsher een problematische verstandverhouding met de Turkse staat onderhouden, in toenemende mate erkenning en bescherming genieten (zie p. 67 e.v.), wat in ieder geval niet in de richting wijst dat de situatie van alevieten in Turkije na het vertrek van eiser is verslechterd.
Gelet op het voorgaande heeft eiser niet aannemelijk gemaakt dat hij in Turkije, vanwege het feit dat hij Koerdisch aleviet is, door discriminatie zo ernstig is en zal worden beperkt in zijn bestaansmogelijkheden dat hij onmogelijk op maatschappelijk en sociaal gebied kon en zal kunnen functioneren. Daarbij betrekt de rechtbank ook dat eiser geen beroepsgronden heeft aangevoerd tegen verweerders standpunt dat de relevante elementen 3 en 4 van het asielrelaas niet geloofwaardig zijn. Verweerder heeft de (ondervonden en te ondervinden) discriminatie dan ook terecht onvoldoende zwaarwegend geacht voor het verlenen van een verblijfsvergunning. De in dit verband aangevoerde beroepsgrond slaagt in zoverre ook niet.
Eisers problemen vanwege kritische uitlatingen op sociale media
De rechtbank merkt eerst op dat verweerder in het voornemen, waarnaar in het bestreden besluit wordt verwezen, wel degelijk is ingegaan op eisers stelling dat hij actief is op sociale media. Verweerder heeft in dat kader namelijk – samengevat – geconcludeerd dat eisers X/Twitter-account niet kon worden getraceerd en dat de door eiser aangeleverde schermafbeeldingen, waarop berichten te zien zijn, van een account van elk willekeurig persoon met dezelfde voornaam als eiser zou kunnen zijn. Eiser heeft in zijn zienswijze de mogelijkheid gehad om daarop te reageren, maar dat heeft hij niet gedaan. Eiser is in zijn zienswijze overigens in het geheel niet ingegaan op eventuele problemen vanwege zijn gestelde kritische uitlatingen op sociale media. Dit komt voor zijn rekening en risico. De rechtbank volgt eiser daarom niet in zijn stelling in beroep dat verweerder heeft nagelaten om bij de besluitvorming te betrekken dat eiser actief is op sociale media en zich vanuit Nederland kritisch heeft geuit over de Turkse regering. De in dit verband aangevoerde beroepsgrond slaagt in zoverre niet.
De rechtbank vindt verder dat verweerder zich niet ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat niet aannemelijk is dat eiser door de Turkse autoriteiten wordt gezocht vanwege zijn activiteiten op sociale media. Allereerst is onduidelijk of eisers X/Twitter-account openbaar of gesloten is en of het account herleidbaar is naar eiser. Al zou het gaan om een openbaar en naar eiser herleidbaar account, dan blijkt uit de door eiser in beroep overgelegde schermafbeeldingen dat het account slechts 116 volgers heeft en dat slechts twee berichten door het account zelf zijn geplaatst, namelijk de berichten van 20 en 24 maart 2025. Weliswaar zou de inhoud van die berichten kunnen worden aangemerkt als een kritische uitlating, maar het is onduidelijk of de Turkse autoriteiten van die berichten (hebben) kunnen kennisnemen. Dit geldt ook voor de andere geplaatste en vertaalde berichten, de reposts. Eisers verwijzing naar het AA Turkije 2025 maakt dat niet anders. Gelet op het voorgaande heeft eiser niet aannemelijk gemaakt dat hij door de Turkse autoriteiten wordt gezocht vanwege zijn activiteiten op sociale media. Verweerder heeft dan ook terecht geconcludeerd dat niet is gebleken dat eiser om die reden een gegronde vrees voor vervolging heeft of een reëel risico op ernstige schade loopt. De in dit verband aangevoerde beroepsgrond slaagt in zoverre ook niet.
Conclusie en gevolgen
7. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiser geen gelijk krijgt en dat het bestreden besluit in stand blijft.
Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R. van der Wal, rechter, in aanwezigheid van E.J. van den Doel, griffier.
Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u de behandeling van het hoger beroep niet kunt afwachten omdat de zaak spoed heeft, dan kunt u de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.