RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Den Haag
NK/B/C
Zaak-/rolnr.: 11827825 RL EXPL 25-14530
Vonnisdatum: 17 december 2025
Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Q-Park Operations Netherlands B.V.,gevestigd en kantoorhoudende te Maastricht,eisende partij,
verder: Q-Park,gemachtigde: mr. Ch.F.P.M. Spreksel,
tegen
[gedaagde] ,
wonende te [woonplaats] ,gedaagde partij,
verder: [gedaagde] ,gemachtigde: [gemachtigde] .
1. Procedure
De kantonrechter heeft kennis genomen van de volgende stukken:
de dagvaarding van 24 juli 2025;
de conclusie van antwoord;
de in het geding gebrachte producties.
Op 17 november 2025 heeft een mondelinge behandeling plaatsgevonden, waarbij zijn verschenen J.S. Hermans namens Q-Park en [gedaagde] , bijgestaan door zijn vader die als zijn gemachtigde optreedt. Van het verhandelde ter zitting zijn door de griffier aantekeningen gemaakt, die zich in het griffiedossier bevinden. Vervolgens is de uitspraak van dit vonnis bepaald op vandaag.
2. Feiten
Q-Park is exploitant van de parkeergarage DEN HAAG-Grote Markt
(hierna te noemen: de parkeergarage).
In de algemene voorwaarden van Q-Park is met betrekking tot navolgende definities het volgende opgenomen:
Afnemer:
“Een persoon die al dan niet handelend in de uitoefening van een bedrijf of beroep, in het kader van parkeren, producten en/of diensten van Q-Park afneemt.”
Klant:
“Parkeerder, Abonnementhouder of Afnemer.”
Motorvoertuig:
“Een personenauto of een motorfiets.”
Parkeerder:
“Eigenaar, gebruiker, houder of inzittende van een Motorvoertuig dat zich in of op de Parkeerfaciliteit bevindt.”
Artikel 5.5 van de algemene voorwaarden van Q-park luidt als volgt:
“Het met een Motorvoertuig verlaten van de Parkeerfaciliteit zonder gebruikmaking van een geldig, door Q-Park geaccepteerd Parkeerbewijs is onder geen beding toegestaan. Indien Q-Park een gebruik van de Parkeerfaciliteit in strijd met het bepaalde in dit artikel constateert, is de Klant het door Q-Park vastgestelde tarief “verloren kaart” zoals vermeld bij de inrit van de Parkeerfaciliteit verschuldigd, vermeerderd met een bedrag aan aanvullende schadevergoeding ad € 373,81 (incl. BTW prijspeil 2024). Q-Park heeft het recht daarnaast en daarenboven overige daadwerkelijk geleden (gevolg)schade te vorderen. Het hiervoor genoemde tarief “verloren kaart” laat onverlet het recht van Q-Park om het werkelijke Parkeergeld in rekening te brengen mocht dat hoger zijn dan het tarief “verloren kaart”.”
Artikel 5.7 luidt als volgt:
“Het zonder voorafgaande betaling van het verschuldigde Parkeergeld met het Motorvoertuig verlaten van de Parkeerfaciliteit bijvoorbeeld door middel van het zogenoemde “treintje rijden” waarbij de Klant direct achter zijn voorganger onder de slagboom doorrijdt, is onder geen beding toegestaan. Indien Q-park een gebruik van de Parkeerfaciliteit in strijd met het bepaalde in dit artikel constateert, is de Klant het door Q-Park voor de betreffende Parkeerfaciliteit vastgestelde tarief “verloren kaart” zoals vermeld bij de inrit van de Parkeerfaciliteit verschuldigd, vermeerderd met een bedrag aan aanvullende schadevergoeding ad € 373,81 (incl. BTW prijspeil 2024). Q-Park heeft het recht daarnaast en daarenboven overige daadwerkelijk geleden (gevolg)schade te vorderen. Het hiervoor genoemde tarief “verloren kaart” laat onverlet het recht van Q-Park om het werkelijke Parkeergeld in rekening te brengen mocht dat hoger zijn dan het tarief “verloren kaart”.”
Op een informatiebord bij de ingang van de parkeergarage wordt verwezen
naar de algemene voorwaarden. Dit informatiebord staat voor de slagboom en voor de kaartautomaat.
[gedaagde] is kentekenhouder van de scooter/bromfiets met
het kenteken [kenteken] (hierna te noemen: de bromfiets). [gedaagde] is op 8 april 2024 met zijn bromfiets de parkeergarage ingereden. Hij reed om de slagboom heen en heeft geen parkeerticket uit de automaat genomen. Hij heeft zijn brommer in de garage geparkeerd. Later die dag heeft hij de garage verlaten door achter een auto aan te rijden.
3. Het geschil
In conventie:
Q-Park vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, om [gedaagde] te
veroordelen om tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan Q-Park een bedrag van
€ 521,88, te vermeerderen met de wettelijke rente en kosten.
Q-Park legt aan haar vordering primair het volgende ten grondslag. [gedaagde]
heeft gehandeld in strijd met de artikelen 5.5 en 5.7 van de algemene voorwaarden en is
toerekenbaar tekort geschoten in de nakoming van de overeenkomst jegens Q-Park door op
8 april 2024 om 14.25 uur door middel van ‘treintje rijden’ de parkeergarage te
verlaten. Op grond van de algemene voorwaarden is [gedaagde] het tarief voor een
verloren kaart en schadevergoeding verschuldigd. Dat komt neer op € 80,00 gebaseerd op
het tarief voor een verloren kaart en € 373,81 aan schadevergoeding.
Q-Park legt aan haar vordering subsidiair ten grondslag dat [gedaagde]
onrechtmatig jegens haar heeft gehandeld. Het direct achter een voorganger, althans zonder
gebruik van een geldig parkeerbewijs- of middel, verlaten van een parkeeraccommodatie is
in strijd met hetgeen volgens ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt.
Q-Park lijdt door het handelen van [gedaagde] schade die aan [gedaagde] kan
worden toegerekend, aldus Q-Park.
Ondanks aanmaning heeft Q-Park van [gedaagde] geen betaling kunnen
verkrijgen. Wegens het uitblijven van betaling maakt Q-Park aanspraak op een bedrag van
€ 68,07 exclusief btw aan buitengerechtelijke incassokosten en de wettelijke rente.
[gedaagde] heeft bij conclusie van antwoord aangevoerd dat volgens artikel 5.5
en 5.7 van de algemene voorwaarden er sprake is van ‘treintje rijden’ als, zonder
voorafgaande betaling, met een motorvoertuig de parkeergelegenheid wordt verlaten door
direct achter de voorganger onder de slagboom door te rijden. [gedaagde] reed op een
bromfiets. Q-park definieert een ‘motorvoertuig’ in haar algemene voorwaarden als
‘personenauto’ of ‘motorfiets’. De bromfiets van [gedaagde] is geen van beiden, zodat
er geen sprake kan zijn geweest van treintje rijden door [gedaagde] . Om dezelfde reden
stelt [gedaagde] zich op het standpunt dat hij geen ‘klant’ is, omdat een klant volgens
de algemene voorwaarden een ‘parkeerder’ is. En volgens de algemene voorwaarden is een
parkeerder een gebruiker van een motorvoertuig. Nu de bromfiets van [gedaagde] geen
motorvoertuig betreft, zijn de algemene voorwaarden op hem niet van toepassing. Daarnaast
is tussen partijen geen overeenkomst tot stand gekomen, omdat [gedaagde] geen
parkeerticket had en hij de parkeeraccommodatie niet met een betaalpas of abonnement in is
gereden.
In reconventie:
[gedaagde] vordert dat Q-park en Spreksel Advocaten binnen veertien dagen na dit vonnis een bedrag van € 1.043,76 overmaakt op de rekening van de Haagse Wetswinkel en dat eenzelfde bedrag op de rekening van Stichting Vrouwenrechtswinkel Maastricht wordt overgemaakt. Daarnaast vordert [gedaagde] dat Q-Park zijn naam en die van zijn gemachtigde uit al haar systemen en andere gegevensdragers zal verwijderen, omdat zij onrechtmatig gebruik hebben gemaakt van haar toegang tot de persoonsgegevens van de RDW. [gedaagde] vordert dat Spreksel Advocaten een lijst maakt van de gevallen waarbij bromfietsen betrokken waren in de afgelopen vijf jaar en aan de RDW en aan de Autoriteit Persoonsgegevens een melding maakt van het onrechtmatige gebruik maken van de opgevraagde informatie. Ten slotte vordert [gedaagde] dat alle ten onrechte geïnde boetes van bromfietsbestuurders zullen worden terugbetaald aan de gedupeerden.
4. Beoordeling
In conventie:
Ontvankelijkheid
[gedaagde] was 17 jaar oud toen hij zijn brommer in de garage van Q-Park parkeerde. Ten tijde van de dagvaarding was hij inmiddels 18 jaar oud. Q-Park is dan ook ontvankelijk in haar vordering.
Depot usb-stick
Q-park heeft op 4 november 2025 bij de griffie van deze rechtbank een usb-stick met beeldmateriaal gedeponeerd met de vermelding dat [gedaagde] de usb-stick bij de rechtbank kan bekijken. Op de usb-stick is te zien hoe [gedaagde] de parkeergarage direct achter een andere auto verlaat. Volgens Q-Park kan zij de usb-stick vanwege de privacy van de auto waar [gedaagde] achteraan rijdt niet aan [gedaagde] toesturen.
In het Landelijk procesreglement civiele dagvaardingszaken rechtbanken handel en kanton, staat ten aanzien van depot het volgende:
“2.27 Voorwerpen kunnen bij de griffie worden gedeponeerd. Van het depot maakt de griffie een akte op. Het afschrift wordt toegevoegd aan het (digitaal) griffiedossier en toegestuurd aan de partij die niet digitaal procedeert. Als vanwege de aard van het voorwerp depot bij de griffie niet in aanmerking komt, kan het voorwerp op een andere plaats worden gedeponeerd. In de akte wordt deze plaats vermeld. Als een partij een gegevensdrager zoals een usb-stick deponeert, stuurt die partij gelijktijdig een kopie van deze gegevensdrager aan de andere partij(en) toe.”
Uit het procesreglement volgt dus dat een depot van een usb-stick bij de griffie niet mogelijk is. De kantonrechter zal de usb-stick daarom buiten beschouwing laten. De vraag of de privacy van de automobilist aan het toesturen in de weg staat hoeft dus niet te worden beantwoord.
Is tussen Q-Park en [gedaagde] een overeenkomst tot stand gekomen?
Q-Park stelt primair dat tussen partijen een overeenkomst is ontstaan. Volgens Q-Park komt er een overeenkomst tot stand door het accepteren van een parkeerticket, het binnenrijden met een betaalpas of het binnenrijden van de parkeergarage op basis van een abonnement. Vaststaat dat geen van deze situaties aan de orde was. [gedaagde] is immers langs de slagboom gereden zonder een ticket te pakken. Hierdoor is dus -volgens de eigen stellingen van Q-Park- geen overeenkomst tot stand gekomen. Q-Park heeft niet onderbouwd op grond waarvan kan worden aangenomen dat, ondanks dat geen van de drie situaties zich voordoet, toch een overeenkomst tot stand gekomen is.
Dat betekent dat de algemene voorwaarden ook niet van toepassing zijn. Het verweer dat een bromfiets niet onder art. 5.7 van de algemene voorwaarden valt kan dus onbesproken blijven.
Heeft [gedaagde] onrechtmatig gehandeld?
Q-Park stelt zich subsidiair op het standpunt dat [gedaagde] onrechtmatig jegens haar heeft gehandeld door zijn bromfiets in de parkeergarage te plaatsen zonder daarvoor te betalen waardoor zij schade lijdt. Daarnaast is het treintje rijden onrechtmatig en leidt dit tot schade.
De kantonrechter is met Q-Park van oordeel dat het gebruikmaken van de parkeergarage zonder te betalen en te verlaten door middel van ‘treintje rijden’ onrechtmatig is jegens Q-Park. De schade die daaruit voortvloeit moet [gedaagde] dan ook betalen. Het ligt op de weg van Q-Park om die schade voldoende te onderbouwen. Q-Park verwijst daarvoor naar haar algemene voorwaarden waarin staat dat in het geval van treintje rijden een bedrag van € 80,00 voor een tarief verloren kaart en een bedrag van € 373,81 aan schadevergoeding in rekening worden gebracht. De algemene voorwaarden zijn echter niet van toepassing omdat geen sprake is van een overeenkomst.
De kantonrechter is van oordeel dat voldoende is onderbouwd dat Q-Park schade heeft geleden doordat zij parkeerkosten is misgelopen terwijl er wel een parkeerplaats in gebruik is genomen en dat zij administratiekosten heeft moeten maken om haar schade vergoed te krijgen. De kantonrechter zal de hoogte van de schade schatten en knoopt aan bij het tarief voor een verloren kaart vermeerderd met een deel administratiekosten. De schade zal daarom worden bepaald op € 100,-. [gedaagde] heeft eerder aangeboden dit bedrag te betalen.
Omdat het grootste deel van de vordering wordt afgewezen en Q-Park het maken van kosten had kunnen voorkomen door in te gaan op het schikkingsvoorstel, dat al is gedaan voordat de zaak uit handen van gegeven, zullen de buitengerechtelijke incassokosten worden afgewezen en zullen de proceskosten worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.
In reconventie:
[gedaagde] vordert vergoeding van door hem gemaakte buitengerechtelijke kosten. Dat hij kosten heeft gemaakt die voor vergoeding in aanmerking komen heeft hij echter niet onderbouwd. De gevorderde kosten van € 1.043,76 zijn dan ook niet toewijsbaar.
Verder stelt hij dat (de gemachtigde van) Q-Park onrechtmatig gebruik heeft gemaakt van haar toegang tot de persoonsgegevens van RDW. De kantonrechter overweegt hierover dat het [gedaagde] zelf is die onrechtmatig heeft gehandeld en dat Q-Park daarom een gerechtvaardigd belang had om de kentekeninformatie bij RDW op te vragen. Niet valt in te zien waarom dat onrechtmatig zou zijn. Deze vordering wordt dus niet toegewezen.
[gedaagde] stelt verder vorderingen in namens andere bromfietsrijders. [gedaagde] kan zonder machtiging, die ontbreekt, echter niet namens andere bromfietsrijders optreden. Alleen al om die reden zijn die vorderingen niet toewijsbaar.
De vorderingen van [gedaagde] moeten dus worden afgewezen. Omdat [gedaagde] hierin in het ongelijk wordt gesteld moet hij de proceskosten van Q-Park betalen. De kantonrechter gaat er echter vanuit dat Q-Park door het instellen van de tegenvordering geen extra kosten heeft moeten maken. Deze kosten worden daarom begroot op nihil.
5. Beslissing
De kantonrechter:
in conventie:
veroordeelt [gedaagde] om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan Q-Park te voldoen een bedrag van € 100,00 te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf de dag van dagvaarding tot de dag van volledige betaling;
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
compenseert de proceskosten;
wijst af hetgeen meer of anders is gevorderd;
in reconventie:
wijst de vorderingen van [gedaagde] af;
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten welke worden begroot op nihil.
Dit vonnis is gewezen door kantonrechter mr. D. Jongsma en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 17 december 2025.