ECLI:NL:RBDHA:2025:26008

ECLI:NL:RBDHA:2025:26008, Rechtbank Den Haag, 12-12-2025, AWB 25/7896

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 12-12-2025
Datum publicatie 06-01-2026
Zaaknummer AWB 25/7896
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Utrecht

Samenvatting

Machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) voor wedertoelating op grond van de Remigratiewet, Marokko, bijzondere elementen van afhankelijkheid op grond van artikel 8 EVRM, de toets van de schrijnendheid. Beroep is gegrond, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.

Uitspraak

[eiseres] , uit Marokko, V-nummer: [V-nummer] , eiseres

(gemachtigden: [persoon1] en [persoon2] )

en

de Minister van Asiel en Migratie, verweerder

(gemachtigde: mr. R.A. Mandersloot).

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van eiseres haar aanvraag voor een machtiging tot voorlopige verblijf (hierna: mvv) voor wedertoelating op grond van de Remigratiewet. Eiseres is het hiermee niet eens. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. De rechtbank beoordeelt de afwijzing van haar aanvraag aan de hand van deze beroepsgronden.

2. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het beroep van eiseres gegrond is, maar dat de rechtsgevolgen in stand kunnen blijven. Voor eiseres betekent dit dat zij geen gelijk krijgt. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Inleiding

Waar gaat deze zaak over?

3. Eiseres is op [geboortedatum] 1964 geboren en heeft de Marokkaanse nationaliteit. Toen zij 16 jaar was, kwam zij naar Nederland om te trouwen met haar echtgenoot. Vanaf dat moment tot aan 1993 woonde eiseres in Nederland. Daar kreeg zij vier kinderen. Haar twee zoons treden in deze zaak op als haar gemachtigden. In 1993 verhuisde de familie naar Marokko. Begin jaren 2000 zijn haar vier kinderen terug naar Nederland gegaan. In [maand van overlijden] 2021 is de echtgenoot van eiseres overleden, waardoor zij alleen achterbleef in Marokko. Daarna is bij haar de behoefte ontstaan om dichter bij haar kinderen te zijn. In 2023 heeft zij een aanvraag voor een mvv ingediend op grond van de Remigratiewet om bij haar kinderen te zijn.

4. Op 22 juni 2023 heeft de minister de aanvraag van eiseres afgewezen. Eiseres maakte hiertegen bezwaar. In het tweede besluit van 6 maart 2025 heeft de minister gereageerd op dat bezwaar, maar bleef bij de afwijzing van de aanvraag. Dit tweede besluit is het besluit waartegen eiseres nu beroep heeft ingesteld. In deze uitspraak wordt dit tweede besluit ‘het bestreden besluit’ genoemd.

5. De rechtbank heeft het beroep op 10 november 2025 op zitting behandeld. Hierbij waren aanwezig: [persoon1] en [persoon2] , als gemachtigden van eiseres, en mr. R.A. Mandersloot als gemachtigde van verweerder.

Overwegingen

Conclusie en gevolgen

6. Bij het bestreden besluit heeft de minister op het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard. Daarmee is hij bij de afwijzing van haar aanvraag gebleven. De minister heeft overwogen dat eiseres niet voldoet aan de voorwaarden voor wedertoelating via de Remigratiewet. Ook heeft eiseres in bezwaar niet laten zien dat er bijzondere elementen van afhankelijkheid bestaan tussen haar en haar vier volwassen kinderen in Nederland. Volgens de minister kan er daarom geen familie- of gezinsleven worden aangenomen dat wordt beschermd onder artikel 8 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (hierna: het EVRM). Om die reden heeft de minister geen afweging van de belangen gemaakt.

7. Eiseres vraagt in beroep om een eerlijke heroverweging van het familie- of gezinsleven en benadrukt dat er geen goede belangenafweging is gemaakt onder artikel 8 van het EVRM. Volgens haar is het gezinsleven met haar vier kinderen onverminderd voortgezet. Ze wijst erop dat de minister ten onrechte heeft gesteld dat zij geen sterke band met Nederland zou hebben, terwijl haar kinderen hier wonen en zij hier ook jaren heeft gewoond. Zij is zelf weinig verbonden met de gemeenschap in Marokko en heeft er geen familie. Verder is toegelicht dat eiseres niet meteen na het overlijden van haar echtgenoot een aanvraag kon indienen, omdat zij in eerdere jaren geen zelfstandige beslissingen kon nemen. Haar echtgenoot regelde namelijk alles voor haar. Maar omdat haar echtgenoot er nu niet meer is, is eiseres steeds afhankelijker van haar kinderen in Nederland geworden en wil zij bij hen zijn. In dat verband benadrukt ze dat haar situatie zeer schrijnend is. Haar mentale gezondheid gaat erg achteruit en ze staat er in Marokko alleen voor. Eiseres benadrukt dat ze is opgegroeid zonder ouders en dat ze op jonge leeftijd naar Nederland is gekomen om te trouwen met haar echtgenoot. Daarna was zij volledig afhankelijk van hem, onder andere bij zijn beslissing om in 1993 terug te verhuizen naar Marokko. Nu deze steun wegvalt, is zij afhankelijk van haar kinderen die in Nederland wonen.

Griffierechten

8. Eiseres heeft gevraagd om vrijstelling van het betalen van griffierechten omdat zij dat niet kan betalen. De rechtbank heeft haar verzoek hiervoor al voorlopig goedgekeurd. Op basis van de informatie die eiseres heeft ingediend, vindt de rechtbank het voldoende aannemelijk dat zij aan de voorwaarden voor vrijstelling voldoet. Daarom beslist de rechtbank dat zij het griffierecht definitief niet hoeft te betalen.

Wettelijke voorwaarden

9. De rechtbank stelt vast dat eiseres aanvankelijk heeft aangevoerd dat zij het niet eens is met het standpunt van de minister dat zij niet voldoet aan de voorwaarden van de Remigratiewet. Op de zitting hebben de gemachtigden van eiseres gezegd dat het hen in deze procedure gaat om de band met hun moeder (eiseres) en niet om de regels van de Remigratiewet. Daardoor zijn er geen gronden (meer) gericht tegen de toepassing van die wettelijke voorwaarden. De rechtbank is het overigens met de minister eens dat eiseres niet voldoet aan de voorwaarden voor verlening van een mvv op grond van de artikel 8 van de Remigratiewet en de artikelen 3.51, eerste lid, aanhef en onder d, e en g en 3.92 van het Vreemdelingenbesluit 2000 (Vb). De minister heeft ook terecht geconcludeerd dat eiseres niet in aanmerking komt voor een mvv op grond van artikel 3.48, tweede lid, aanhef en onder b in samenhang met artikel 3.24aa, eerste lid, aanhef en onder a, van het Voorschrift Vreemdelingen 2000.

Bijzondere elementen van afhankelijkheid: artikel 8 van het EVRM

10. De rechtbank moet beoordelen of de minister heeft mogen vinden dat tussen eiseres en haar vier volwassen kinderen geen sprake is van familie- of gezinsleven dat wordt beschermd onder artikel 8 van het EVRM. Dat artikel beschermt onder meer de band tussen ouders en hun kinderen. Maar bij volwassen kinderen geldt die bescherming niet automatisch. Voor hen moet sprake zijn van een meer dan gebruikelijke afhankelijkheid, wat blijkt uit bijzondere elementen van afhankelijkheid. Met andere woorden: er moet iets bijzonders aan de hand zijn waardoor de ouder en het volwassen kind in de praktijk nog écht van elkaar afhankelijk zijn, op een manier die verder gaat dan wat normaal is binnen een familie.

11. De rechtbank vindt, op basis van alle informatie, dat de minister heeft mogen oordelen dat er geen bijzondere afhankelijkheid bestaat tussen eiseres en haar vier volwassen kinderen. Er zijn namelijk geen aanwijzingen dat haar kinderen op dit moment een rol vervullen die duidt op een bijzondere afhankelijkheid van eiseres. De rechtbank legt dat hieronder uit.

12. Allereerst staat vast dat alle vier de kinderen van eiseres al lange tijd niet meer bij haar wonen en ieder een eigen gezin hebben. Ze wonen bovendien al vele jaren buiten Marokko. Er is niet gebleken dat eiseres medische afhankelijk is van haar vier kinderen. Tijdens de hoorzitting van 19 februari 2025 hebben de gemachtigden van eiseres verklaard dat eiseres geen medische klachten heeft, geen medicijnen gebruikt en niet onder behandeling staat. Volgens hen kan zij zichzelf verzorgen: zij kan zich zelfstandig aankleden, eten klaarmaken, douchen en boodschappen doen. Op de zitting is door de gemachtigden verder verklaard dat de gezondheid van eiseres stabiel is. Er was wel een moeilijke periode na het overlijden van haar echtgenoot, waarin zij enige tijd in het ziekenhuis is opgenomen, maar zij hebben ook verklaard dat het inmiddels wat beter gaat.

13. De rechtbank begrijpt dat eiseres aangeeft dat zij na het overlijden van haar echtgenoot steeds meer op haar kinderen is gaan leunen en dat de afhankelijkheid daardoor geleidelijk is ontstaan. De rechtbank erkent dat het verlies van een partner ingrijpend is en dat dit gevoelens van eenzaamheid en kwetsbaarheid kan versterken, zeker wanneer de kinderen van het gezin in het buitenland wonen. Toch betekent dit niet dat sprake is van een bijzondere afhankelijkheid in juridische zin. Voor een dergelijke afhankelijkheid moet iemand namelijk zo kwetsbaar zijn dat hij of zij niet zonder de voortdurende aanwezigheid of dagelijkse steun van de kinderen kan functioneren. Die situatie is hier niet aannemelijk gemaakt. Eiseres heeft geen medische klachten, kan zichzelf verzorgen en zelfstandig wonen. Er zijn geen stukken overgelegd (bijvoorbeeld van een arts of andere zorgverlener) die laten zien dat eiseres zó kwetsbaar is dat zij niet zonder haar kinderen kan functioneren. Daarbij heeft de minister erop mogen wijzen dat eiseres beschikt over een multiple entry visum, waardoor zij haar kinderen regelmatig in Nederland kan bezoeken. Wat betreft de vraag of eiseres nog familie in Marokko heeft, hebben de gemachtigden op de zitting aangegeven dat zij hiervoor geen documenten kunnen overleggen. De rechtbank begrijpt dat dit moeilijk is, maar het is aan eiseres om duidelijkheid te geven over haar sociale situatie in Marokko. Omdat zij hierover geen concrete informatie heeft geven, mocht de minister stellen dat niet is gebleken dat zij geen familie of andere sociale banden meer in Marokko heeft. In dat verband heeft de minister ook mogen meewegen dat eiseres nog altijd sterke banden met Marokko heeft. De rechtbank erkent dat zij ook banden heeft met Nederland: zij heeft hier twaalf jaar gewoond en haar vier volwassen kinderen wonen hier. Dat heeft de minister in het bestreden besluit ook onderkend. Volgens de minister maken deze omstandigheden alleen niet dat haar band met Nederland sterker is, mede omdat niet is gebleken dat eiseres in Marokko geen sociale contacten meer heeft. De rechtbank is het daarmee eens.

14. Verder heeft de minister ook mogen vinden dat geen sprake is van financiële afhankelijkheid. Er zijn namelijk geen feiten aangedragen of stukken overgelegd waaruit blijkt dat zij financieel op haar kinderen is aangewezen. De rechtbank heeft dit punt op de zitting met gemachtigden besproken. Zij hebben verklaard dat er soms financieel wordt bijgedragen wanneer dat nodig is. Maar die stelling is niet genoeg om te kunnen spreken van een bijzondere afhankelijkheid. De stelling laat immers niet zien dat sprake is van structurele afhankelijkheid van die bijdragen, zoals wel in juridische zin is vereist.

15. De bovenstaande punten leiden tot de conclusie dat de minister heeft mogen vinden dat tussen eiseres en haar vier volwassen kinderen geen familie- of gezinsleven bestaat dat wordt beschermd onder artikel 8 van het EVRM. Omdat er geen sprake is van dit beschermde gezinsleven, hoefde de minister ook geen belangenafweging te maken. Een dergelijke afweging is volgens vaste rechtspraak alleen nodig wanneer er wél gezinsleven bestaat dat onder de bescherming van artikel 8 van het EVRM valt.

Schrijnendheid

16. De rechtbank merkt verder op dat eiseres heeft aangevoerd dat haar situatie schrijnend is. Bij een aanvraag onder de Remigratiewet wordt eerst gekeken of de persoon aan de voorwaarden van de regeling voldoet. Vervolgens toetst de minister of familie- of gezinsleven bestaat dat wordt beschermd onder artikel 8 van het EVRM. Op de zitting heeft de rechtbank aan de minister gevraagd of de schrijnendheid van eiseres haar situatie nog apart van deze twee toetsen moet worden beoordeeld. De gemachtigde van de minister heeft daarop geantwoord dat er na het toepassen van de Remigratiewet en artikel 8 van het EVRM geen andere feiten en omstandigheden overblijven die maken dat in het kader van artikel 3.6a van het Vb dan wel door af te wijken van het beleid van de minister nog apart beoordeeld moeten.

17. De rechtbank overweegt allereerst dat het artikel waar de minister in het bestreden besluit en tijdens de zitting naar verwijst (artikel 3.6a van het Vb) over een andere situatie gaat dan de situatie van eiseres. Dat artikel gaat namelijk over personen die in Nederland een eerste asielaanvraag hebben gedaan die is afgewezen. In deze zaak gaat het daar niet om: eiseres heeft geen asiel aangevraagd, maar een mvv. De rechtbank gaat er vanuit dat de minister bedoelt te wijzen op artikel 3.6ba van het Vb. De minister heeft terecht overwogen dat toetsing daaraan in niet aan de orde is omdat geen sprake is van een in Nederland gedane aanvraag voor een verblijfsvergunning. Hoewel de redenering van de minister in het bestreden besluit en tijdens de zitting verder lastig te volgen is, begrijpt de rechtbank het als volgt. De minister kan in zeer bijzondere situaties alsnog tot verlening van een mvv overgaan, maar de minister vindt dat alles al is beoordeeld door te kijken naar de wettelijke voorwaarden voor remigratie (zie hiervoor onder 9) en door te toetsen of sprake is van een gezinsleven dat wordt beschermd onder artikel 8 van het EVRM (zie hiervoor onder 15). Verder zijn er geen omstandigheden aangevoerd en onderbouwd die wijzen op zo’n zeer bijzondere (schrijnende) situatie. De minister vindt dus dat van zo’n zéér bijzondere situatie geen sprake is in dit geval.

18. De rechtbank oordeelt dat de minister niet duidelijk genoeg heeft uitgelegd dat hij óók heeft gekeken of de situatie van eiseres zo schrijnend is dat hij alsnog een mvv zou moeten verlenen. Sterker nog: in het besluit heeft de minister opgenomen dat hij níet heeft beoordeeld ‘op het beleid schrijnendheid’. Omdat de motivering niet zonder de nadere toelichting kan worden begrepen, is het bestreden besluit niet goed gemotiveerd en komt het voor vernietiging in aanmerking. De rechtbank zal vervolgens beoordelen of de rechtsgevolgen van het bestreden besluit in stand kunnen blijven. Dat betekent dat de rechtbank bekijkt of de gevolgen van het besluit toch kunnen blijven gelden, ook al wordt het besluit vernietigt.

19. De minister heeft de bevoegdheid om wel degelijk vanwege zeer bijzondere omstandigheden een vergunning te verlenen. Dit wordt de discretionaire bevoegdheid genoemd. Uit de toelichting tijdens de zitting blijkt dat de minister in het bestreden besluit bedoeld heeft te zeggen: alle feiten omstandigheden zijn meegenomen bij de vraag of op grond van de Remigratiewet of artikel 8 van het EVRM een mvv moest worden verleend (antwoord: nee), en er is geen sprake van bijkomende feiten en omstandigheden of een zeer bijzondere situatie op grond waarvan er alsnog een mvv moet worden verleend. De rechtbank is van oordeel dat de minister niet ten onrechte tot deze conclusie is gekomen. De minister heeft er hierbij terecht op gewezen dat eiseres haar standpunt dat sprake is van een schrijnende situatie nauwelijks heeft onderbouwd. Dit betekent dat de rechtsgevolgen van het bestreden besluit in stand kunnen blijven.

20. Zoals aan het begin van de uitspraak al is vermeld: eiseres krijgt geen gelijk. De minister hoeft geen mvv te verlenen aan eiseres. De rechtbank verklaart het beroep gegrond vanwege een motiveringsgebrek (zie hiervoor onder 18). De rechtbank vernietigt het bestreden besluit, maar laat de rechtsgevolgen van het te vernietigen besluit in stand.

21. Omdat de rechtbank vindt dat de minister een fout heeft gemaakt in de motivering moet de minister wel de eventuele proceskosten van eiseres vergoeden. De rechtbank stelt echter vast dat er geen proceskosten zijn die voor vergoeding in aanmerking komen. Omdat eiseres is vrijgesteld van het betalen van griffierecht, hoeft de minister dat ook niet te vergoeden.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt het bestreden besluit; en

- bepaalt dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand blijven.

Deze uitspraak is gedaan door mr. O. Veldman, rechter, in aanwezigheid van mr. M.M. Tank, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op 12 december 2025.

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen vier weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. O. Veldman

Griffier

  • mr. M.M. Tank

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?