Procedure gezamenlijke toegang ouders
Beschikking op het op 8 september 2025 ingekomen deelnameformulier van:
[de vrouw],
de vrouw,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. A.F. Braun in Den Haag,
en
[de man],
de man,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat voorheen: mr. M.R. Oudshoorn in Mijdrecht,
advocaat nu: mr. R.M. Potma in Mijdrecht.
Procedure
De ouders hebben zich tot de rechtbank gewend door het indienen van een door beide ouders ingevuld en ondertekend deelnameformulier ‘Procedure gezamenlijke toegang ouders’, met bijlagen. De ouders hebben ermee ingestemd dat de procedure wordt gevoerd volgens de ‘Procesregels Project gezamenlijke toegang ouders’.
De rechtbank heeft kennisgenomen van dit deelnameformulier, met bijlagen.
De minderjarige [minderjarige 1] heeft in een gesprek met de rechter haar mening kenbaar gemaakt.
Op 24 november 2025 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:
Na de zitting heeft de rechtbank ontvangen:
- het F9-formulier van 2 december 2025 van de vrouw.
Feiten
- De ouders zijn met elkaar gehuwd op [datum] 2013 te [plaats 1].
- Zij zijn de ouders van de volgende nu nog minderjarige kinderen:
- [minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2016 te [geboorteplaats];
- [minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 2] 2020 te [geboorteplaats].
- De ouders oefenen het gezamenlijk gezag over de kinderen uit.
- De ouders zijn met elkaar gehuwd in gemeenschap van goederen.
- Op 15 juli 2025 is het echtscheidingsverzoek ingediend bij de rechtbank Haarlem. Deze echtscheidingsprocedure is aangehouden in afwachting van onderhavige Procedure Gezamenlijke Toegang Ouders.
Verzoeken
De ouders zijn het eens over de volgende onderwerpen en verzoeken het volgende:
een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.
De ouders zijn het niet eens over de volgende onderwerpen. De vrouw verzoekt het volgende:
een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.
De man verzoekt het volgende:
- vaststelling van de zorgregeling, in die zin dat de kinderen:
een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.
Beoordeling
Echtscheiding
Ontvankelijkheid
Door de ouders is geen ouderschapsplan overgelegd overeenkomstig artikel 815 tweede lid van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv). Omdat het ouderschapsplan in de wet geformuleerd is als een processuele eis bij een verzoek tot echtscheiding waarbij minderjarige kinderen zijn betrokken heeft de rechtbank de bevoegdheid de ouders niet-ontvankelijk te verklaren, tenzij er redenen zijn om aan te nemen dat het ouderschapsplan redelijkerwijs niet kan worden overgelegd (artikel 815 zesde lid Rv).
De ouders hebben zich door middel van de ‘Procedure gezamenlijke toegang ouders’ tot de rechtbank gewend. De rechtbank meent dat hieruit hun intentie naar voren komt om samen en in het belang van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] te handelen. Gelet hierop zal de rechtbank de ouders ontvangen in hun verzoek tot echtscheiding, ondanks het ontbreken van een ouderschapsplan.
Inhoudelijke beoordeling
Beide ouders stellen dat het huwelijk duurzaam is ontwricht, zodat de daarop steunende, over en weer gedane verzoeken tot echtscheiding als op de wet gegrond voor toewijzing vatbaar zijn.
Hoofdverblijfplaats
De ouders verzoeken de hoofdverblijfplaats van de kinderen bij de vrouw te bepalen. De rechtbank zal aldus beslissen, ook nu niet is gebleken dat het belang van de kinderen zich daartegen verzet.
Verdeling van de zorg- en opvoedingstaken en vakanties
Op de zitting hebben de ouders overeenstemming over de zorgregeling bereikt. Zij zijn overeengekomen dat met ingang van week 50 van dit jaar de kinderen bij de man zijn in de even weken van donderdag uit school tot zondag 12.00 uur en in de oneven weken van donderdag uit school tot zaterdag 18.00 uur. De rechtbank acht deze regeling in het belang van de kinderen en zal deze vastleggen.
Ten aanzien van de vakanties hadden de ouders al afspraken gemaakt. Het overzicht van de verdeling hebben zij na afloop van de zitting overgelegd. De rechtbank zal deze vakantieregeling op verzoek van de ouders opnemen in de beschikking.
Kinderalimentatie
Bij het bepalen van de hoogte van kinderalimentatie hanteert de rechtbank de uitgangspunten, zoals deze zijn neergelegd in het Rapport Alimentatienormen van de Expertgroep Alimentatie.
Behoefte
De ouders zijn het eens over de hoogte van de behoefte van [minderjarige 1] en [minderjarige 2]. De behoefte van de kinderen in 2025 bedraagt € 725,- per kind per maand, in totaal € 1.450,- per maand.
Vervolgens moet worden beoordeeld in welke verhouding deze behoefte tussen de ouders moet worden verdeeld. Daarvoor is het van belang de draagkracht van de ouders te berekenen.
Draagkracht man
Partijen zijn het erover eens dat voor de berekening van de draagkracht van de man kan worden uitgegaan van de door hem overgelegde loonstroken van maart tot en met juli 2025, waaruit een bruto arbeidsinkomen van € 3.680,- per maand blijkt.
In geschil is of de fiscale bijtelling van de auto van de zaak in de berekening moet worden ingevuld. Volgens de man moet dit wel, volgens de vrouw niet. Uit het Rapport Alimentatienormen van de Expertgroep Alimentatie blijkt dat met de fiscale bijtelling vanwege een auto van de zaak geen rekening wordt gehouden. De rechtbank zal de fiscale bijtelling dus niet in de berekening meenemen. Dit zou anders zijn wanneer het inkomen op basis van een jaaropgave wordt ingevuld, omdat in dat geval in de berekening de fiscale bijtelling van het bruto jaarinkomen moet worden afgetrokken.
Uitgaand van een bruto salaris van € 3.680,- per maand, een vakantietoeslag van 8%, inkomsten uit overwerk van gemiddeld € 50,- per maand, een belaste onkostenvergoeding van € 50,- per maand, een ingehouden pensioenpremie van € 250,- per maand, een aanvullende pensioenpremie van € 10,- per maand, de algemene heffingskorting, de arbeidskorting en de inkomensafhankelijke combinatiekorting, berekent de rechtbank het netto besteedbaar inkomen (NBI) van de man in 2025 op € 3.305,- per maand.
Het NBI is hoger dan € 2.125,- per maand, zodat de rechtbank conform de aanbevelingen van de Expertgroep Alimentatie voor de berekening van de draagkracht van de man de formule 70% x [NBI – (0,3 x NBI + 1.310)] als uitgangspunt zal nemen.
De draagkracht van de man bedraagt volgens bovenstaande formule:
70% x [3.305 – (991,50 + 1.310)] = afgerond € 702,- per maand.
Draagkracht vrouw
Beide ouders hebben de draagkracht van de vrouw berekend op grond van en bruto arbeidsinkomen van € 3.850,- per maand. De vader komt uit op een draagkracht van € 1.029,- per maand en de moeder op € 1.034,- per maand. Op de zitting hebben de ouders afgesproken dat kan worden uitgegaan van een draagkracht van € 1.030,- per maand.
Draagkrachtvergelijking
De gezamenlijke draagkracht van de ouders bedraagt € 1.732,- per maand (702 + 1.030).
De verdeling van de behoefte van de kinderen over beide ouders wordt dan berekend als volgt:
ieders draagkracht gedeeld door de totale draagkracht vermenigvuldigd met de behoefte, oftewel:
het eigen aandeel van de man bedraagt : 702 / 1.732 x 1.450 = € 588,- afgerond
het eigen aandeel van de vrouw bedraagt: 1.030 / 1.732 x 1.450 = € 862,- afgerond
samen € 1.450,-
Van de totale behoefte van de kinderen komt dus een gedeelte van € 588,- per maand voor rekening van de man en een gedeelte van € 862,- per maand voor rekening van de vrouw.
Zorgkorting
Gelet op de overeengekomen zorgregeling zijn de ouders het erover eens dat een forfaitaire zorgkorting van 35% kan worden gehanteerd.
De zorgkorting bedraagt 35% van de behoefte, dus afgerond € 508,- per maand (0,35 x 1.450). Het eigen aandeel van de man bedraagt dan € 80,- per maand (588 – 508), wat neerkomt op € 40,- per kind per maand.
Ingangsdatum
De ouders zijn het erover eens dat als ingangsdatum zal gelden de datum van de overdracht van de echtelijke woning.
Hoogstwaarschijnlijk ligt die datum in 2026. Gelet op de uitspraak van de Hoge Raad van 18 juli 2025, ECLI:NL:HR:2025:1165, zal de rechtbank de kinderalimentatie verhogen met de jaarlijkse indexering als bedoeld in artikel 1:402a BW met ingang van 1 januari 2026 tot een bedrag van afgerond € 84,- per maand, berekend op de website van het LBIO.
Conclusie
Het voorgaande brengt met zich dat de rechtbank de door de man met ingang van de datum van de overdracht van de echtelijke woning aan de vrouw te betalen kinderalimentatie ten behoeve van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] zal vaststellen op € 84,- per maand, wat neerkomt op € 42,- per kind per maand.
Aanhechten berekening
De rechtbank heeft een berekening gemaakt van de draagkracht van de man en de draagkrachtvergelijking. De rechtbank zal deze berekeningen aanhechten.
Verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap
Partijen zijn met elkaar gehuwd op [datum] 2013 te [plaats 1]. Het Nederlandse recht kende toen nog als huwelijksgoederenstelsel de algehele gemeenschap van goederen. Niet gesteld of gebleken is dat partijen bij huwelijkse voorwaarden een daarvan afwijkend huwelijksgoederenregime zijn overeengekomen, zodat de rechtbank ervan uitgaat dat er tussen partijen sinds [datum] 2013 sprake is van een gemeenschap van goederen. Deze gemeenschap moet op grond van artikel 1:100 BW bij helfte tussen partijen worden verdeeld.
Peildatum
De peildatum voor de bepaling van de omvang van de te verdelen ontbonden huwelijksgoederengemeenschap is 15 juli 2025, zijnde de datum van indiening van het verzoekschrift tot echtscheiding bij de rechtbank Haarlem. Voor de bepaling van de waarde van de te verdelen bestanddelen geldt in beginsel de datum van feitelijke verdeling, tenzij partijen anders overeenkomen of tenzij daarvan op basis van de redelijkheid en billijkheid moet worden afgeweken.
Omvang van de huwelijksgoederengemeenschap
Partijen hebben gesteld dat de volgende vermogensbestanddelen en schulden al dan niet in de ontbonden huwelijksgoederengemeenschap vallen:
Ad. a) echtelijke woning en de daaraan verbonden hypothecaire geldleningen
Partijen zijn gezamenlijk eigenaar van de echtelijke woning aan het adres [adres] ([postcode]) te [plaats 2]. Op de woning rust een hypotheek bij Obvion en (een lening) bij de ouders van de vrouw. Niet in geschil is dat de waarde van de woning op 15 juli 2025 € 510.000,- bedraagt. Partijen willen beiden de woning toegedeeld krijgen voor deze waarde.
De man heeft daarover op de zitting aangegeven dat hij financieel in staat is om de echtelijke woning over te nemen. De man zou het zich niet kunnen veroorloven om een andere woning te kopen waar de kinderen een eigen slaapkamer zouden hebben. De man heeft altijd zelf aan de woning geklust en weet ook precies wat er nog aan de woning moet gebeuren. Dat kan hij ook zelf oppakken. Ook wil de man in [plaats 2] blijven wonen in de buurt van zijn ouders en broer. Als de man de woning niet kan overnemen, zal hij noodgedwongen bij zijn ouders moeten wonen. De vrouw zou bij haar partner kunnen gaan wonen.
De vrouw heeft aangegeven dat het financiële argument ook voor haar geldt. Zij is financieel in staat om de echtelijke woning over te nemen, maar niet om een andere woning met genoeg ruimte voor de kinderen te kopen. Daarbij wonen de ouders van de vrouw in de straat (om de hoek) van de echtelijke woning. Haar ouders zijn hulpbehoevend vanwege een chronische aandoening en de vrouw ondersteunt hen. Andersom passen de ouders van de vrouw ook veel op de kinderen en daarom is het praktisch dat zij bij elkaar in de straat blijven wonen. De vrouw zal niet bij haar partner gaan wonen omdat die in [plaats 2] woont. Het leven van de kinderen bevindt zich in [plaats 2], zodat de vrouw in [plaats 2] wil blijven wonen.
Bij de beoordeling aan wie de echtelijke woning zal worden toegedeeld, maakt de rechtbank een belangenafweging. De rechtbank begrijpt dat deze beslissing voor de ene partij voordelig uitvalt en voor de andere nadelig. Desalniettemin zal de rechtbank op verzoek van partijen een knoop doorhakken.
De rechtbank zal bepalen dat de echtelijke woning aan de vrouw zal worden toegedeeld, indien zij kan aantonen dat zij financieel in staat is de woning over te nemen. De rechtbank overweegt daartoe als volgt. Voor beide partijen geldt dat het voor hen voordeliger is om de echtelijke woning over te nemen dan om een andere woning te kopen, zowel financieel gezien als gelet op de locatie van de woning in [plaats 2] in de buurt van familie. Voor de vrouw komt daar naar het oordeel van de rechtbank nog een belang bij, namelijk dat haar ouders, die hulpbehoevend zijn, in dezelfde straat (om de hoek) van de echtelijke woning wonen. Om die reden valt de belangenafweging in het voordeel van de vrouw uit. Nu deze beslissing in het voordeel van de vrouw uitvalt, zal de rechtbank in redelijkheid bepalen dat de daarmee gepaard gaande kosten in geval van overname van de woning door de vrouw moeten worden gedragen.
De rechtbank zal een zogenoemd spoorboekje opnemen onder ‘Beslissing’ waarin onder andere wordt bepaald dat de vrouw tot 1 februari 2026 de tijd krijgt om aan te tonen dat zij de echtelijke woning kan overnemen. Indien blijkt dat zij daartoe niet in staat is, zal de man de gelegenheid krijgen om aan te tonen dat hij de woning kan overnemen. Indien blijkt dat de man daartoe niet in staat is, zal de woning aan een derde moeten worden verkocht. De rechtbank zal aldus beslissen en het meer of anders verzochte afwijzen.
Ad. b) inboedel
Partijen zijn het erover eens dat zij de inboedel in onderling overleg zullen verdelen. De rechtbank hoeft op dit punt geen beslissing te nemen.
Ad. c) auto
Partijen zijn het erover eens dat de auto Opel Astra Sportstourer aan de vrouw kan worden toegedeeld voor een waarde van € 1.750,-, onder verrekening met de man bij helfte. De rechtbank zal aldus beslissen.
Ad. d) bankrekeningen
Partijen zijn het eens over het volgende.
De volgende rekeningen zullen door de vrouw worden voortgezet, onder verrekening van de saldi op de peildatum bij helfte:
De volgende rekeningen zullen door de man worden voortgezet, onder verrekening van de saldi op de peildatum bij helfte:
Verder hebben partijen op de zitting afgesproken dat de schuld die zich op de rekening bij de SNS eindigend op [nummer 8] bevindt zal worden afgelost met het saldo op de rekening bij de SNS eindigend op [nummer 12]. Wat er over is van het saldo op de rekening eindigend op [nummer 12] zal bij de overdracht van de echtelijke woning tussen partijen bij helfte worden gedeeld. De rekening bij de SNS eindigend op [nummer 12] zal daarna door de vrouw worden voortgezet.
De rechtbank zal conform de overeenstemming van partijen beslissen.
Ad. e) beleggingen en cryptomunten
De man heeft aangegeven dat het saldo op zijn beleggingsrekening bij BUXZERO negatief € 114,- bedraagt en dat zijn cryptomunten bij Coinmerce € 6,- waard zijn. Partijen zijn het erover eens dat de beleggingsrekening en de cryptomunten aan de man kunnen worden toegedeeld zonder nadere verrekening met de vrouw. De rechtbank zal aldus beslissen.
Beslissing
De rechtbank:
*
spreekt de echtscheiding uit tussen partijen, met elkaar gehuwd op [datum] 2013 te [plaats 1];
*
bepaalt dat de minderjarigen:
de hoofdverblijfplaats zullen hebben bij de vrouw;
*
bepaalt dat [minderjarige 1] en [minderjarige 2] bij de man zullen zijn, met ingang van week 50 van 2025:
*
stelt de volgende vakantieregeling vast:
*
bepaalt dat de door de man, met ingang van de datum van overdracht van de echtelijke woning, aan de vrouw te betalen kinderalimentatie ten behoeve van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] op € 84,- per maand, wat neerkomt op € 42,- per kind per maand;
*
stelt de verdeling van de gemeenschap van goederen en de onderlinge draagplicht van de daartoe behorende gemeenschapsschulden als volgt vast, onder voorwaarde van inschrijving van de beschikking tot echtscheiding in de registers van de burgerlijke stand:
1. bepaalt ten aanzien van de echtelijke woning aan het adres [adres] ([postcode]) te [plaats 2] dat:
de vrouw uiterlijk 1 februari 2026 dient aan te tonen dat zij in staat is de toedeling van de echtelijke woning tegen een waarde van € 510.000,- aan haar te financieren met het ontslag van de man uit zijn hoofdelijke aansprakelijkheid voor de aan de woning gekoppelde hypothecaire geldleningen;
indien de vrouw daarin slaagt, zij de woning aan haar toegedeeld zal krijgen, waarbij zij de helft van de resterende overwaarde van de echtelijke woning aan de man moet voldoen, waarbij geldt dat de kosten in verband met de overname van de woning door de vrouw worden gedragen;
indien de vrouw er niet in slaagt om de toedeling van de woning aan haar te financieren, de man uiterlijk 1 april 2026 dient aan te tonen dat hij in staat is de toedeling van de echtelijke woning tegen een waarde van € 510.000,- aan hem te financieren met het ontslag van de vrouw uit haar hoofdelijke aansprakelijkheid voor de aan de woning gekoppelde hypothecaire geldleningen;
indien de man daarin slaagt, hij de woning aan hem toegedeeld zal krijgen, waarbij hij de helft van de resterende overwaarde van de echtelijke woning aan de vrouw moet voldoen, waarbij geldt dat de kosten in verband met de overname van de woning door de man worden gedragen;
indien de man er niet in slaag om de toedeling van de woning aan hem te financieren, zal de woning door partijen te koop worden aangeboden. Daarbij geldt dat de aanwijzingen van de door partijen in te schakelen makelaar leidend zijn, ook voor het bepalen van de vraag- en laatprijs. Alle kosten in verband met de verkoop en overdracht van de woning zullen door partijen ieder voor de helft worden gedragen. Van de verkoopopbrengst zullen eerst de verkoopkosten worden voldaan, waarna de resterende overwaarde tussen partijen bij helfte gedeeld zal worden.
2. deelt toe aan de vrouw: de auto Opel Astra Sportstourer voor een waarde van € 1.750,- onder verrekening met de man van die waarde bij helfte;
3. deelt toe aan de man:
de beleggingsrekening BUXZERO met een negatief saldo van € 114,-, zonder nadere verrekening;
de cryptomunten bij Coinmerce ter waarde van € 6,-, zonder nadere verrekening;
4 bepaalt ten aanzien van de bankrekeningen dat:
de volgende rekeningen door de vrouw zullen worden voortgezet, onder verrekening met de man van de saldi op de peildatum bij helfte:
- ABN Amro op naam van de vrouw eindigend op [nummer 1]
- ABN Amro op naam van de vrouw eindigend op [nummer 2]
- ABN Amro op beider naam eindigend op [nummer 3]
- ABN Amro op bieder naam eindigend op [nummer 4]
- SNS op naam van de vrouw eindigend op [nummer 5]:
- SNS op naam van de vrouw eindigend op [nummer 6]
- ING op beider naam eindigend op [nummer 7]
- SNS op beider naam eindigend op [nummer 8]
de volgende rekeningen door de man zullen worden voortgezet, onder verrekening met de vrouw van de saldi op de peildatum bij helfte:
- ABN Amro op naam van de man eindigend op [nummer 9]
- ABN Amro op naam van de man eindigend op [nummer 10]
- ABN Amro op naam van de man eindigend op [nummer 11]
de schuld die zich op de rekening bij de SNS eindigend op [nummer 8] bevindt, zal worden afgelost met het saldo op de rekening bij de SNS eindigend op [nummer 12];
het resterende saldo op de rekening eindigend op [nummer 12] bij de overdracht van de echtelijke woning tussen partijen bij helfte zal worden gedeeld, waarna deze rekening bij de SNS eindigend op [nummer 12] door de vrouw worden voortgezet;
*
verklaart de beschikking – met uitzondering van de beslissing over de echtscheiding – uitvoerbaar bij voorraad;
*
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.C. Olland, (kinder)rechter, in tegenwoordigheid van mr. R.P. Bas als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 8 december 2025.