[eiseres] , eiseres/verzoekster (hierna: eiseres),
v-nummer: [v-nummer]
(gemachtigde: mr. A. Orhan),
en
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
(gemachtigde: mr. A. Sarmastzada).
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar aanvraag voor een verblijfsvergunning voor verblijf bij haar vader en beoordeelt de voorzieningenrechter het verzoek om een voorlopige voorziening van eiseres.
Verweerder heeft deze aanvraag met het besluit van 9 mei 2024 afgewezen. Met het bestreden besluit van 28 februari 2025 op het bezwaar van eiseres is verweerder bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.
De rechtbank heeft het beroep op 14 oktober 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van verweerder.
Beoordeling door de rechtbank
Waar gaat deze zaak over?
2. Eiseres is geboren op [geboortedatum] 2003 en heeft de Turkse nationaliteit. Eiseres en haar moeder hebben een aanvraag gedaan voor een verblijfsvergunning voor verblijf bij [referent] (referent). Referent is de vader van eiseres en de echtgenoot van de moeder van eiseres. Eiseres en haar moeder zijn in september 2023 Nederland ingereisd met een visum kort verblijf. Zij stellen dat hen een visum is verleend naar aanleiding van de aardbeving die in februari 2023 plaatsvond in het oosten van Turkije. In 2021 is een eerdere aanvraag van eiseres en haar moeder voor verblijf bij referent afgewezen.
3. Verweerder heeft de aanvraag van eiseres afgewezen omdat zij geen geldige machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) heeft en niet in aanmerking komt voor een vrijstelling van het mvv-vereiste. Eiseres ontleent geen rechten aan het Turks associatierecht en er is geen sprake van bijzondere, individuele omstandigheden op basis waarvan eiseres moet worden vrijgesteld van het mvv-vereiste. Eiseres heeft niet aangetoond dat zij uit het aardbevingsgebied afkomstig is en geen verblijfplaats meer heeft als gevolg van de aardbeving. Daarnaast heeft eiseres nog zes maanden na de aardbeving in Turkije verbleven. Zelfs als aangenomen moet worden dat eiseres uit het getroffen gebied komt, kan dus verondersteld worden dat zij bij terugkeer naar Turkije een verblijfplaats heeft waar ze de aanvraag van de machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) kan afwachten. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel wat eiseres doet, gaat niet op omdat in de aanvragen waar zij naar verwijst aannemelijk was dat het slachtoffers van de aardbeving betrof. Daarnaast zijn die aanvragen behandeld onder de tijdelijke coulanceregeling voor slachtoffers van de aardbeving, welke al beëindigd was ten tijde van de mvv-aanvraag van eiseres. Het besluit is verder niet in strijd is met artikel 8 van het EVRM, nu niet is gebleken van familieleven tussen eiseres en referent. Eiseres verblijft pas sinds kort in Nederland en heeft sterke banden in Turkije, waardoor het besluit ook geen inbreuk oplevert op haar recht op privéleven beschermd in artikel 8 van het EVRM.
4. Verweerder heeft de aanvraag van de moeder van eiseres ook afgewezen. De rechtbank heeft het beroep tegen de afwijzing van die aanvraag op dezelfde zitting behandeld onder zaaknummer NL25.10503.
Wat vindt eiseres in beroep?
5. Eiseres voert aan dat verweerder haar ten onrechte niet heeft vrijgesteld van het mvv-vereiste, nu er bijzondere individuele omstandigheden zijn die toepassing van het mvv-vereiste onevenredig bezwarend maken. Eiseres en haar moeder zijn slachtoffer van de aardbeving die in 2023 in oost-Turkije plaatsvond, waarbij hun woning is verwoest. Zij hebben geen verblijfplaats meer in Turkije en hebben in een opvang verbleven in afwachting op afgifte van hun visum. Bovendien is hen een visum verleend omdat ze slachtoffer zijn van de aardbeving. Verweerder heeft deze omstandigheden en de overgelegde nieuwsberichten onvoldoende betrokken in de conclusie dat er geen aanleiding is voor een vrijstelling van het mvv-vereiste. Nu andere slachtoffers van de aardbeving wél zijn vrijgesteld van het mvv-vereiste, handelt verweerder in strijd met het gelijkheidsbeginsel. Verder heeft verweerder onvoldoende betrokken dat een eerdere aanvraag van eiseres en haar moeder voor een verblijfsvergunning bij referent is mislukt vanwege de intrekking van het verblijfsrecht van referent, terwijl die intrekking in beroep onterecht is gebleken. En is onvoldoende betrokken dat eiseres onder het Turks associatierecht minderjarig is, waardoor naar het beleid van verweerder coulanter om dient te worden gegaan met vrijstelling van het mvv-vereiste. Ten slotte voert eiseres aan dat de belangenafweging die verweerder in het kader van familieleven heeft gemaakt, ten onrechte in haar nadeel is uitgevallen.
Wat is het oordeel van de rechtbank?
Het Turks associatierecht
6. De rechtbank ziet zich eerst voor de vraag gesteld of het tegenwerpen van het mvv-vereiste in strijd is met het Turks associatierecht, nu zowel eiseres als referent de Turkse nationaliteit hebben.
De rechtbank overweegt dat eiseres geen verblijfsrecht heeft als gezinslid van een Turkse werknemer op grond van artikel 7 van het Besluit 1/80. Hoewel referent de Turkse nationaliteit heeft en arbeid verricht (als zelfstandige) in Nederland, heeft eiseres niet de in artikel 7 van het Besluit 1/80 vereiste toestemming gekregen om zich bij hem te voegen. Het visum waarmee zij is ingereisd betreft immers een visum voor kort verblijf in Nederland. Verder is niet gebleken dat eiseres is aan te merken als Turkse werknemer dan wel Turkse zelfstandige. Dit brengt met zich dat zij niet valt binnen de reikwijdte van artikel 13 van het Besluit 1/80, danwel artikel 41, eerste lid, van het Aanvullend Protocol zodat zij ook aan dit artikel geen rechten kan ontlenen.
Ter zitting heeft eiseres zich op het standpunt gesteld dat het afschaffen van de tijdelijke coulanceregeling voor slachtoffers van de aardbeving een nieuwe beperking is als bedoeld in artikel 13 van Besluit 1/80, waardoor het afschaffen van de regeling strijdig is met de standstill-bepaling. De rechtbank volgt eiseres niet in deze stelling. Zonder nadere toelichting, die ontbreekt, valt niet in te zien dat sprake is van een beperking van de bestaande rechten als neergelegd in het Besluit 1/80.
Uit de rechtspraak van de hoogste bestuursrechter volgt verder dat het toepassen van het mvv-vereiste bij aanvragen van Turkse onderdanen niet in strijd is met het Turks associatierecht, zolang dat niet verder gaat dan noodzakelijk en het mogelijk is om rekening te houden met bijzondere individuele omstandigheden. Verweerder stelt een Turkse onderdaan vrij van het mvv-vereiste als de uitzetting in strijd is met het Associatierecht. Op grond van paragraaf B1/4.1 van de Vc wordt deze hardheidsclausule in ieder geval toegepast als aan alle voorwaarden voor verlening van de verblijfsvergunning onder de beperking ‘verblijf als familie- of gezinslid’ wordt voldaan, afgezien van het mvv-vereiste, en er sprake is van bijzondere, individuele omstandigheden die tot de conclusie leiden dat het stellen van het mvv-vereiste onevenredig is.
Bijzondere, individuele omstandigheden
7. De hoogste bestuursrechter heeft in haar uitspraak van 29 maart 2019 uiteengezet hoe de toets aan bijzondere, individuele omstandigheden moet worden toegepast. Verweerder dient bij die toets eerst uit te gaan van de veronderstelling dat aan alle materiële voorwaarden voor de vergunning wordt voldaan. Vervolgens moet verweerder toetsen of de aangevoerde bijzondere omstandigheden, in combinatie met het voldoen aan de voorwaarden, zouden leiden tot vrijstelling van het mvv-vereiste. Als dat het geval is, dan dient vervolgens te worden getoetst aan de inhoudelijke voorwaarden voor de vergunning. Hieruit volgt dat de bijzondere individuele omstandigheden niet al op zichzelf de hoge lat van de onevenredigheid behoeven te halen, maar slechts zwaarwegend genoeg moeten zijn om – in samenhang met de aanname dat wordt voldaan aan de voorwaarden – tot onevenredigheid te concluderen. De lat waaraan de bijzondere omstandigheden moeten voldoen ligt bij deze toets dus lager dan dat zij op zichzelf al moeten leiden tot onevenredigheid. Uit het arrest Yön volgt immers dat al deze omstandigheden in hun onderlinge samenhang moeten worden beoordeeld. Daarnaast volgt uit de uitspraak dat er geen beperking zit in welke bijzondere omstandigheden moeten worden betrokken. Dat kunnen bijvoorbeeld ook omstandigheden zijn die spelen in het land van herkomst.
De rechtbank is van oordeel dat verweerder voldoende heeft gemotiveerd dat er geen sprake is van bijzondere omstandigheden op grond waarvan eiseres vrijgesteld had moeten worden van het mvv-vereiste. Eiseres heeft verklaringen afgelegd en meerdere stukken overgelegd ter onderbouwing dat zij en haar moeder afkomstig zijn uit het getroffen gebied, waaronder vliegtickets van referent, overboekingen naar de moeder van eiseres en krantenartikelen. Verweerder heeft echter mogen concluderen dat uit deze stukken en verklaringen onvoldoende volgt dat eisers en haar moeder daadwerkelijk afkomstig zijn uit het aardbevingsgebied. Dat is aan de hand van de overgelegde stukken onvoldoende verifieerbaar. Hoewel de gemachtigde van eiseres ter zitting heeft verklaard dat het mogelijk is om registratiegegevens op te vragen bij de lokale autoriteiten, zijn die gegevens tot op heden niet verstrekt. Verder is (eerst) ter zitting verklaard dat er foto’s zijn van de vernietigde woning van eiseres en van het verblijf in een opvanglocatie, maar ook deze foto’s zijn niet overgelegd. Verweerder heeft hiermee dus geen rekening kunnen houden in de besluitvorming.
Verder is de rechtbank van oordeel dat, zelfs indien kan worden aangenomen dat eiseres uit het aardbevingsgebied komt, verweerder heeft kunnen tegenwerpen dat een nadere onderbouwing mist over de reden waarom eiseres niet tijdelijk terug kan keren naar Turkije om de mvv-aanvraag af te wachten. Daarbij heeft verweerder erop kunnen wijzen dat eiseres en haar dochter ook na de aardbeving nog een zekere periode in Turkije hebben verbleven. Zij zijn pas in september 2023 Nederland ingereisd. Dat is ruim na afloop van het einde van de coulanceregeling voor slachtoffers van de aardbeving. Ter zitting heeft verweerder toegelicht dat die regeling rond mei 2023 ten einde liep. Verweerder heeft mogen betrekken dat de gestelde lange periode waarin eiseres zou hebben moeten wachten op haar visum niet rijmt met de periode en tijdsverloop waarin de andere aanvragen van de visa onder de coulanceregeling in behandeling zijn genomen.
Ter zitting heeft eiseres naar voren gebracht dat verweerder haar had moeten horen over de redenen en omstandigheden waarin haar een visum is verleend, omdat daarmee duidelijk zou zijn geworden dat zij en haar moeder slachtoffers zijn van de aardbeving. De rechtbank volgt eiseres niet in haar betoog, nu eiseres en haar moeder zijn gehoord in bezwaar. In die hoorzitting is hen uitdrukkelijk gevraagd naar het tijdsverloop tussen de aardbeving en de visumaanvraag en naar hun verblijfsomstandigheden in de tussentijd. Eiseres heeft in het gehoor naar voren gebracht wat de redenen waren om het visum aan te vragen, waarom er sprake is van tijdsverloop tussen de aardbeving en de afgifte van het visum en onder welke omstandigheden zij en haar moeder hebben verbleven in afwachting van de afgifte van het visum. Deze verklaringen heeft verweerder betrokken in de besluitvorming. Het is de rechtbank niet duidelijk welke informatie verweerder niet heeft kunnen betrekken door eiseres niet nogmaals te horen over het visum. De beroepsgrond slaagt niet.
De rechtbank volgt eiseres ook niet in haar stelling dat de hardheidsclausule soepeler dient te worden toegepast omdat verweerder dat doet in aanvragen die kinderen betreffen. Eiseres is meerderjarig en het Turks associatierecht, waaruit volgt dat kinderen tot de leeftijd van 21 jaar als minderjarig worden beschouwd, is niet van toepassing.
8. De rechtbank volgt eiseres verder niet in haar betoog dat het bestreden besluit in strijd is met artikel 17 van de Gezinsherenigingsrichtlijn omdat haar belangen niet juist zijn gewogen. Verweerder heeft de belangen van eiseres kenbaar betrokken in de belangenafweging verricht in het kader van artikel 8 van het EVRM. Eiseres heeft niet onderbouwd welke belangen niet in die afweging zijn betrokken en waarom de weging van verweerder ten onrechte in haar nadeel is uitgevallen. Daarbij heeft verweerder mogen betrekken dat niet is onderbouwd dat eiseres en haar vader invulling geven aan het gestelde gezinsleven.
Gelijkheidsbeginsel
9. De rechtbank volgt eiseres ook niet in haar betoog dat verweerder het gelijkheidsbeginsel ten onrechte niet heeft toegepast. Verweerder heeft in het bestreden besluit gemotiveerd dat de zaken waar eiseres naar verwijst, aanvragers betreffen van wie, anders dan bij eiseres en haar moeder, aannemelijk werd geacht dat zij uit het aardbevingsgebied kwamen en wiens aanvraag werd beoordeeld ten tijde van de coulanceregeling. De beroepsgrond slaagt niet.
Conclusie en gevolgen
10. Het beroep is ongegrond.
11. Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt buiten zitting afgedaan en niet-ontvankelijk verklaard, nu er uitspraak is gedaan in het beroep en er niet langer sprake is van connexiteit.
12. Eiseres krijgt het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J. Smeets, (voorzieningen)rechter, in aanwezigheid van mr. M.E. Jans, griffier.
De beslissing is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak op het beroep, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen vier weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Tegen de uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening staat geen hoger beroep of verzet open.