RECHTBANK Den Haag
Team handel
Zaaknummer: C/09/690588 / HA ZA 25-743
Vonnis in incident van 10 december 2025
in de zaak van
1. [partij A sub 1] B.V.en2. [partij A sub 2] B.V., beiden te [plaats 1] ,
eiseressen in de hoofdzaak,
verweersters in het incident,
hierna samen te noemen: eisers,
advocaat: mr. W.P. Wijers,
tegen
1. [partij B sub 1] B.V.en2. [partij B sub 2] , beiden te [plaats 2] ,
gedaagde in de hoofdzaak,
advocaat: mr. J.G. van der Steenhoven,
3. 3. BANK JULIUS BÄR EUROPE S.A.te Luxemburg,
gedaagde in de hoofdzaak,
eiseres in het incident,
hierna te noemen: Bank Julius Baer.
advocaat: mr. D.A.M.H.W. Strik.
1. De procedure
Het procesdossier in het incident bestaat uit de volgende stukken:
de dagvaarding van 28 juli 2025, met producties 1 tot en met 25;
de conclusie houdende exceptie van onbevoegdheid van Bank Julius Baer, met producties 1 tot en met 13;
de conclusie van antwoord in het incident.
2. De beoordeling in het incident
In de hoofdzaak vorderen eisers kort gezegd dat de rechtbank voor recht verklaart dat [partij B sub 1] B.V., [partij B sub 2] en Bank Julius Baer onrechtmatig jegens hen hebben gehandeld en hen hoofdelijk veroordeelt om € 677.111,55 te betalen aan elk van eisers, vermeerderd met wettelijke rente en met veroordeling in de proceskosten.
Eisers leggen aan hun vorderingen (samengevat) het volgende ten grondslag: Eisers hebben via [bedrijfsnaam] B.V., een inmiddels ontbonden vennootschap van [partij B sub 2] , per persoon een bedrag van € 1.028.745,04 belegd op een beleggingsrekening bij Bank Julius Baer. Van hun inzet is in ieder geval € 677.111,55 per persoon verdampt. Eisers achten [bedrijfsnaam] B.V., [partij B sub 1] B.V., [partij B sub 2] en Bank Julius Baer hoofdelijk aansprakelijk voor dit geleden verlies.
In dit incident vordert Bank Julius Baer dat de rechtbank zich onbevoegd verklaart om te oordelen over de tegen haar ingestelde vorderingen vanwege met eisers overeengekomen forumkeuzebedingen is overeengekomen waarbij de Luxemburgse rechter als exclusief bevoegde rechter is aangewezen. Eisers voeren daartegen als verweer dat de vordering in de hoofdzaak tegen Bank Julius Baer niet is gebaseerd op een overeenkomst maar losstaat van de contractuele relatie waarin de forumkeuze is gemaakt. Dat verweer gaat niet op.
Artikel 25 lid 1 van de Brussel I bis-Verordening bepaalt onder meer dat indien partijen, ongeacht hun woonplaats, een gerecht van een lidstaat hebben aangewezen voor de kennisneming van geschillen die naar aanleiding van een bepaalde rechtsbetrekking zijn ontstaan of zullen ontstaan, dit gerecht bevoegd is. Deze bevoegdheid is exclusief, tenzij partijen anders zijn overeengekomen.
Eisers en Bank Julius Baer zijn overeenkomsten aangegaan waarin de volgende bedingen zijn opgenomen:
"12 Applicable Law and Place of Jurisdiction
This Agreement shall be governed by the laws of the Grand-Duchy of Luxembourg.
In all disputes the courts of Luxembourg, Grand Duchy of Luxembourg, shall have exclusive jurisdiction, unless the Bank decides to file an action against the Client before any other court having jurisdiction under ordinary rules of procedure, in particular according to the applicable jurisdiction rules of the relevant European regulation or applicable convention."
(Julius Baer Advice Basic Agreement)
"19.2 Place of jurisdiction
In all disputes the courts of Luxembourg, Grand Duchy of Luxembourg, shall have exclusive jurisdiction, unless the Bank decides to bring an action against the client before any other court
having jurisdiction under ordinary rules of procedure in particular according to the applicable jurisdiction rules of the relevant European regulation or applicable convention."
(General Business Conditions)
Een forumkeuzebeding geldt alleen voor geschillen die (zijn) ontstaan in de rechtsbetrekking naar aanleiding waarvan het beding is overeengekomen. Met dit vereiste wordt voorkomen dat een partij wordt verrast doordat een bepaald gerecht is aangewezen om kennis te nemen van alle geschillen die zullen ontstaan in haar betrekkingen met haar medecontractant en die hun oorsprong vinden in andere betrekkingen dan die naar aanleiding waarvan de forumkeuze is bedongen. Dat laat onverlet dat als het forumkeuzebeding geldig is en voldoende ruim is geformuleerd, het kan gelden ten aanzien van alle geschillen die zijn ontstaan of zullen ontstaan vanwege de contractuele relatie, ook als het gaat om vorderingen op grond van onrechtmatige daad. Vereist is dat sprake is van een voldoende rechtstreeks verband tussen de betrokken overeenkomst en de betrokken vordering. De grondslag daarvan is in die context niet bepalend.
Naar het oordeel van de rechtbank houdt de vordering van eisers in de hoofdzaak jegens Bank Julius Baer voldoende verband met de contractuele relatie in het kader waarvan de forumkeuzebedingen zijn overeengekomen. Eisers stellen dat Bank Julius Baer aansprakelijk is voor verliezen bij beleggingsopdrachten wegens een schending van haar zorgplicht bij het aangaan van de desbetreffende overeenkomsten. De rechtbank leidt daaruit af dat de vordering op grond van onrechtmatige daad jegens Bank Julius Baer rechtstreeks verband houdt met de beleggingsovereenkomsten waarin het forumkeuzebeding is opgenomen. De verweten gedragingen kunnen immers niet los worden gezien van de contractuele relatie.
Het vorenstaande leidt tot de conclusie dat de vordering van eisers in de hoofdzaak tegen Bank Julius Baer onder de exclusieve bevoegdheid van de Luxemburgse rechter valt. De onbevoegdheid van de Nederlandse rechter is daarmee gegeven.
Proceskosten
Eisers zullen, als de in het ongelijk gestelde partijen, in de proceskosten van het incident worden veroordeeld. Deze worden aan de zijde van Bank Julius Baer begroot op € 3.502,00 aan salaris advocaat (1 punt salaris advocaat tarief VII à € 3.502,00 per punt). Deze proceskostenveroordeling zal, zoals gevorderd, uitvoerbaar bij voorraad worden verklaard.
Vervolg hoofdzaak
In de hoofdzaak is door [bedrijfsnaam] B.V. en [partij B sub 2] een conclusie van antwoord ingediend. De volgende stap in de hoofdzaak is de mondelinge behandeling. Zodra zittingsruimte beschikbaar is worden partijen via het roljournaal in de gelegenheid gesteld om hun verhinderdata op te geven. Het is dus zaak dat de advocaten wekelijks het roljournaal raadplegen, want als over de desbetreffende periode geen verhinderdata worden opgegeven wordt aangenomen dat die er ook niet zijn.
3. De beslissing
De rechtbank:
in het incident
verklaart zich onbevoegd om kennis te nemen van de vordering tegen Bank Julius Baer;
veroordeelt eisers in de kosten van het incident, aan de zijde van Bank Julius Baer begroot op € 3.502,00;
verklaart de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad;
in de hoofdzaak
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. P. Dondorp en in het openbaar uitgesproken op 10 december 2025.
3418