[eiseres] , eiseres/verzoekster (hierna: eiseres)
v-nummer: [v-nummer]
(gemachtigde: mr. S. Sewnath),
en
de minister van Asiel en Migratie,
(gemachtigde: mr. F. in den Bosch).
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar asielaanvraag en haar beroep tegen het niet-tijdig beslissen op haar aanvraag. De voorzieningenrechter beoordeelt in deze uitspraak het verzoek van eiseres om een voorlopige voorziening.
Eiseres heeft op 23 oktober 2024 een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Verweerder heeft met het bestreden besluit van 10 oktober 2025 deze aanvraag in de verlengde procedure afgewezen als kennelijk ongegrond. Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
De rechtbank heeft de beroepen en het verzoek om een voorlopige voorziening op 4 december 2025 op zitting behandeld. Hierbij waren aanwezig: eiseres, haar gemachtigde, V. Bolt als tolk en de gemachtigde van verweerder. Ook was [naam] aanwezig.
Beoordeling door de rechtbank
Waar gaat deze zaak over?
2. Eiseres is geboren op [geboortedatum] 1996 en heeft de Zimbabwaanse nationaliteit. Eiseres heeft aan haar asielaanvraag ten grondslag gelegd dat zij vreest voor vervolging in Zimbabwe vanwege haar seksuele gerichtheid. Eiseres heeft verklaard dat zij lesbisch is en een relatie heeft met haar partner [naam] . Zij zijn betrapt terwijl zij intiem waren en vervolgens afgeperst en opgeroepen zich te melden bij de politie. Daarna hebben zij Zimbabwe verlaten. Eiseres heeft ook verklaard dat zij is opgegroeid in een streng religieuze en homofobe omgeving, dat zij is uitgehuwelijkt op haar 14e en is gescheiden in 2019.
Eiseres en [naam] zijn samen Nederland ingereisd en hebben beiden een asielaanvraag gedaan. Verweerder heeft de aanvraag van [naam] ook afgewezen. De rechtbank heeft het beroep en de voorlopige voorziening tegen de afwijzing van die aanvraag op dezelfde zitting behandeld onder zaaknummers NL25.50562 en NL25.50563.
Het bestreden besluit
3. Het asielrelaas van eiseres bestaat volgens verweerder uit twee asielmotieven:
1. De identiteit, nationaliteit en herkomst van eiseres;
2. De homoseksuele gerichtheid van eiseres en de daaruit voortvloeiende problemen.
Verweerder vindt de identiteit, Zimbabwaanse nationaliteit en herkomst van eiseres geloofwaardig. Verweerder gelooft echter niet dat eiseres alleen de Zimbabwaanse nationaliteit heeft. Volgens verweerder heeft eisers niet voldoende inspanning geleverd om aan te tonen dat het Zuid-Afrikaanse paspoort waarmee ze verklaart te hebben gereisd vals is en ze niet ook de Zuid-Afrikaanse nationaliteit bezit. Verder vindt verweerder de seksuele gerichtheid van eiseres en de daaruit voortvloeiende problemen ongeloofwaardig, omdat haar verklaringen geen samenhangend en aannemelijk geheel vormen. Verweerder vindt verder dat eiseres bij terugkeer naar Zimbabwe geen gegronde vrees voor vervolging heeft en geen reëel risico loopt op ernstige schade als bedoeld in artikel 3 van het EVRM.
Wat vindt eiseres in beroep?
4. Eiseres is het niet eens met het bestreden besluit en voert – kort samengevat – het volgende aan. Allereerst kan haar het Zuid-Afrikaanse paspoort niet worden aangerekend, nu zij officiële bewijsstukken van haar identiteit en nationaliteit heeft overgelegd en consequent heeft verklaard dat zij Zimbabwaanse is. Het Zuid-Afrikaanse paspoort staat bovendien op naam van een derde en is evident gebruikt als reisdocument om Zimbabwe te kunnen verlaten. Verder voert eiseres aan dat verweerder bij de geloofwaardigheidsbeoordeling onvoldoende rekening heeft gehouden met haar referentiekader. Zo is onvoldoende betrokken dat eiseres is opgegroeid in een homofobe en streng religieuze omgeving, wat haar bewustwordingsproces heeft beïnvloed en haar vermogen om over gevoelens te verklaren beperkt. Daarbij is ook relevant dat zij op veertienjarige leeftijd is uitgehuwelijkt, jarenlang heeft geleefd in een gedwongen huwelijk en dat er sprake was van spanning tijdens het afleggen van haar verklaringen. Gelet op deze omstandigheden hadden de verklaringen van eiseres niet bestempeld kunnen worden als oppervlakkig. Ook de vermeende tegenstrijdigheden in de verklaringen van eiseres zijn te verklaren vanuit haar referentiekader. De vermeende tegenstrijdigheden zien bovendien niet op de kern van het relaas.
Wat is het oordeel van de rechtbank?
5. De rechtbank beoordeelt of verweerder de asielaanvraag van eiseres kon afwijzen als kennelijk ongegrond. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eiseres. De rechtbank is van oordeel dat het beroep gegrond is. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel is gekomen. De rechtbank gaat daarbij eerst in op het beroep wat eiseres heeft ingesteld tegen het niet tijdig nemen van het besluit.
Het beroep niet-tijdig beslissen
6. Eiseres heeft op 13 juni 2025 een beroep ingediend tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar asielaanvraag. Het beroep van eiseres tegen het niet tijdig nemen van het besluit heeft ook betrekking op het alsnog genomen besluit, tenzij dit besluit geheel aan het beroep tegemoet komt. Eiseres kan zich niet verenigen met het alsnog genomen besluit. Het beroep van eiseres tegen het niet tijdig nemen van een besluit is daarom van rechtswege ook gericht tegen het bestreden besluit.
Eiseres heeft verweerder met de brief van 6 mei 2025 in gebreke gesteld. Tussen partijen is niet in geschil dat op dat moment de beslistermijn was verstreken en de ingebrekestelling gelet daarop geldig was. Verweerder heeft inmiddels beslist op de aanvraag van eiseres. Daarmee is het belang van eiseres bij een beoordeling van het beroep tegen het niet-tijdig beslissen op haar aanvraag komen te vervallen. Het beroep voor zover het gericht is tegen het niet-tijdig beslissen, is daarom niet-ontvankelijk. Wel ziet de rechtbank aanleiding om verweerder in de proceskosten van eiseres te veroordelen, omdat verweerder te laat op de aanvraag heeft beslist.
Eiseres heeft tegen het besluit ook afzonderlijk beroep ingesteld (NL25.50872). Dit beroep zal de rechtbank op grond van het voorgaande niet-ontvankelijk verklaren.
Mocht verweerder ervan uitgaan dat eiseres, naast de Zimbabwaanse nationaliteit, ook de Zuid-Afrikaanse nationaliteit bezit?
7. De rechtbank stelt vast dat niet ter discussie staat dat eiseres de Zimbabwaanse nationaliteit heeft en met een Zuid-Afrikaans paspoort naar Nederland is gereisd. De vraag ligt voor of eiseres, naast de Zimbabwaanse nationaliteit, ook de Zuid-Afrikaanse nationaliteit heeft. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder onvoldoende gemotiveerd dat niet aannemelijk is dat eiseres niet óók de Zuid-Afrikaanse nationaliteit heeft. Daarbij acht de rechtbank van belang dat op de echt bevonden Zimbabwaanse identiteitskaart en geboorteakte een andere naam en geboortedatum staan vermeld dan op het Zuid-Afrikaanse paspoort. Bovendien heeft eiseres wetgeving overlegd waaruit blijkt dat de Zimbabwaanse wet dubbele nationaliteiten voor volwassenen verbiedt en stukken overgelegd waarin de ‘Civil Registry Department’ van Zimbabwe op 10 december 2024 heeft bevestigd dat eiseres in het bezit is van een actieve Zimbabwaanse nationaliteit. Verweerder is hier niet op ingegaan. Daar komt bij dat eiseres consequent heeft verklaard dat zij altijd in Zimbabwe heeft gewoond en het Zuid-Afrikaanse paspoort op niet reguliere wijze heeft aangevraagd en verkregen. Ook is de mogelijkheid reëel dat in bepaalde landen paspoorten op frauduleuze wijze kunnen worden verkregen zonder dat iemand de desbetreffende nationaliteit bezit. Dit zou kunnen verklaren dat eiseres probleemloos door meerdere landen heeft kunnen reizen met het paspoort. Verweerder heeft het bestreden besluit op dit punt dan ook niet zorgvuldig voorbereid en niet deugdelijk gemotiveerd dat er sprake is van een dubbele nationaliteit. De beroepsgrond slaagt.
Kon verweerder de seksuele gerichtheid van eiseres ongeloofwaardig vinden?
8. Uit vaste rechtspraak van de hoogste bestuursrechter volgt dat verweerder in alle individuele asielzaken een integrale geloofwaardigheidsbeoordeling verricht, waarbij hij rekening moet houden met de persoonlijke omstandigheden, achtergrond en leeftijd van de vreemdeling. Dat volgt ook uit de Werkinstructie 2019/17. Daarin staat dat verweerder bij het gehoor én bij de beoordeling van de geloofwaardigheid van de seksuele gerichtheid rekening moet houden met het referentiekader van de vreemdeling, zoals het opleidingsniveau, leeftijdsfase, cultuur, en de afkomst van de vreemdeling.
De rechtbank volgt eiseres in haar betoog dat verweerder haar referentiekader onvoldoende heeft betrokken bij het beoordelen van haar verklaringen. Eiseres heeft in het gehoor en in haar zienswijze uiteengezet dat haar religieuze achtergrond, het opgroeien in een homofobe omgeving en de uithuwelijking op haar 14e maken dat zij terughoudend is in het verklaren over haar gevoelens. In het gehoor heeft eiseres verklaard over hoe de ontdekking van haar gerichtheid zich verhoudt met haar religieuze overtuigingen en omgeving, waarin homoseksualiteit als zonde werd gezien. Ook heeft zij verklaard over de angst voor afkeuring die zij voelde en hoe dat in de weg heeft gestaan aan het praten over haar gerichtheid met bijvoorbeeld familieleden en haar kinderen. Eiseres heeft ook uitgedrukt dat zij, toen ze zich realiseerde dat ze op vrouwen valt, opluchting ervoer over het feit dat ze, anders dan in haar huwelijk, een seksuele en emotionele aantrekkingskracht kon voelen. In het gehoor geeft eiseres ook aan dat zij het lastig vindt om hierover te praten en dat ze dat voor het eerst doet. Uit het bestreden besluit volgt dat verweerder voor het referentiekader van eiseres voornamelijk heeft gekeken naar wat er gelet op haar 26-jarige leeftijd bij de ontdekking van haar seksuele gerichtheid, verwacht mag worden in termen van verklaringen. Verweerder heeft onvoldoende gemotiveerd hoe de culturele context, religieuze omgeving en lange periode in een gedwongen huwelijk zijn meegewogen in het referentiekader van eiseres en de beoordeling van haar verklaringen. Dit klemt te meer nu uit Werkinstructie 2019/17 volgt dat met deze aspecten van het referentiekader rekening moet worden gehouden.
9. Verweerder heeft verder in de beoordeling betrokken dat de verklaringen van eiseres over de afpersing niet overeenkomen met de verklaringen die de partner van eiseres hierover heeft afgelegd. Eiseres spreekt namelijk over twee contante betalingen van 50 dollar, waar haar partner heeft verklaard over drie digitale betalingen van 100 dollar. De rechtbank stelt vast dat eiseres in het nader gehoor, in de aanvullingen op het nader gehoor en in de zienswijze heeft toegelicht dat zij de betalingen heeft gedaan en dat de partner van eiseres heeft verklaard dat zij aanneemt dat de betalingen 100 dollar per keer betroffen. Gelet op deze uitleg kan de rechtbank het standpunt van verweerder, dat deze discrepantie in verklaringen niet voldoende is toegelicht, niet volgen. De beroepsgrond slaagt.
10. Het voorgaande betekent dat de geloofwaardigheidsbeoordeling van de gestelde seksuele gerichtheid van eiseres gebrekkig is. Dit betekent dat verweerder zich onvoldoende gemotiveerd op het standpunt heeft gesteld dat de lesbische gerichtheid ongeloofwaardig is. De overige beroepsgronden behoeven daarom geen bespreking meer.
Conclusie en gevolgen
11. Het beroep in de zaak NL25.26421 voor zover gericht tegen het niet-tijdig beslissen is niet-ontvankelijk. Eiseres krijgt hiervoor wel een vergoeding van haar proceskosten. Deze kosten worden op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht vastgesteld op € 453,50.
12. Het beroep in de zaak NL25.26421 voor zover gericht tegen het alsnog genomen besluit is gegrond. Dat betekent dat het besluit wordt vernietigd. De rechtbank ziet geen aanleiding de rechtsgevolgen van het bestreden besluit in stand te laten of zelf in de zaak te voorzien. Verweerder zal opnieuw onderzoek moeten doen naar de nationaliteit van eiseres en een integrale geloofwaardigheidsbeoordeling moeten verrichten, (kenbaar) rekening houdend met het referentiekader, de culturele en religieuze achtergrond van eiseres. Verweerder zal daarom binnen acht weken een nieuw besluit moeten nemen met inachtneming van deze uitspraak.
13. Het beroep NL25.50872 is niet-ontvankelijk.
14. Omdat op het beroep is beslist, bestaat er geen aanleiding meer voor het treffen van een voorlopige voorziening in de zaak NL25.50873. De voorzieningenrechter wijst het verzoek daarom af.
15. De rechtbank veroordeelt verweerder in de proceskosten die eiseres heeft gemaakt. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 2.721,-.
Beslissing
De rechtbank:
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.J.P. Bosman, (voorzieningen)rechter, in aanwezigheid van mr. M.E. Jans, griffier.
De beslissing is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak op het beroep, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen een week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.