Gezagsuitoefening
Beschikking op het op 14 augustus 2025 ingekomen verzoek van:
[de moeder] ,
de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres
advocaat: mr. C.A.E.C.J.M. Hooft te Gilze.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:
[de juridisch vader] ,
de juridisch vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: -- .
Procedure
De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
Op 12 november 2025 is de zaak ter zitting van deze rechtbank aan de orde gesteld. Hierbij zijn de moeder en de juridisch vader niet verschenen. Ook de advocaat is zonder bericht niet verschenen.
Na de zitting is het volgende stuk ontvangen:
- het bericht van 13 november 2025 van de zijde van de moeder.
Feiten
- De moeder en de juridische vader zijn gehuwd op [datum] 2004 te [plaats 1] , [land 1] .
- De relatie tussen partijen is geruime tijd geleden geƫindigd.
- Bij beschikking van 22 april 2025 van de rechtbank Roermond is de echtscheiding tussen partijen uitgesproken.
- Tijdens het huwelijk zijn de volgende thans nog minderjarige kinderen geboren:
- [de minderjarige 1] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum 1] 2012;
- [de minderjarige 2] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum 2] 2013.
- [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] verblijven bij de moeder en hun biologische vader in het [land 2] .
- De moeder en de juridisch vader oefenen het gezamenlijk gezag over de minderjarigen uit.
- De juridisch vader, de moeder en de kinderen hebben de Nederlandse nationaliteit.
Verzoek en verweer
De moeder verzoekt primair:
haar (vervangende) toestemming te verlenen voor de aanvraag van Nederlandse
paspoorten ten behoeve van de minderjarige kinderen van haar bij de Nederlandse diplomatieke vertegenwoordiging in het [land 2] dan wel bij een Nederlandse gemeente.
De moeder verzoekt subsidiair een andere voorziening te treffen die de aanvraag van Nederlandse paspoorten mogelijk maakt.
De moeder verzoekt voorts (vervangende) toestemming te verlenen voor de inschrijving van de minderjarigen aan de [school] te [plaats 2] ,
een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.
De juridisch vader heeft geen verweer gevoerd.
Bij bericht van 13 november 2025 is het verzoek tot het verkrijgen van vervangende toestemming voor de legitimatiebewijzen ingetrokken omdat de legitimatiebewijzen al op 30 oktober 2025 waren afgegeven.
Beoordeling
Nu het verzoek om vervangende toestemming te verlenen voor de aanvraag van Nederlandse paspoorten is ingetrokken, ligt alleen het verzoek om vervangende toestemming te verlenen voor de inschrijving van de minderjarigen aan de [school] te [plaats 2] nog voor.
Rechtsmacht en toepasselijk recht
Namens de moeder is gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank terzake de bevoegdheid van de rechtbank en in het verlengde daarvan de ontvankelijkheid van moeder in haar verzoeken voor wat betreft het verzoek tot het verkrijgen van vervangende toestemming voor de leergang van de kinderen.
Nu de moeder en de kinderen sinds eind november 2015 in het [land 2] wonen en het leven van [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] zich dus grotendeels in het [land 2] heeft afgespeeld, moet de vraag beantwoord worden of de Nederlandse rechter internationale bevoegdheid toekomt om vervangende toestemming te verlenen voor de voor de inschrijving van de minderjarigen aan de [school] te [plaats 2] .
De bevoegdheid van de rechter om kennis te nemen van deze zaak wordt in dit geval bepaald door het Verdrag van 19 oktober 1996, namelijk het Haags Kinderbeschermingsverdrag (hierna: HKBV). Hoofdregel van het HKBV is artikel 5, te weten dat de Verdragsluitende Staat waar het kind zijn gewone verblijfplaats heeft, bevoegd is maatregelen te nemen die strekken tot de bescherming van zijn persoon of vermogen.
Omdat de gewone verblijfplaats van [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] buiten Nederland is, namelijk in het [land 2] , komt de Nederlandse rechter op grond van dit artikel geen rechtsmacht toe.
De rechtbank overweegt dat zij op grond van artikel 9 lid 1 in verbinding met artikel 8 lid 2, aanhef en onder a, HKBV, als de rechter van de verdragsluitende staat waarvan het kind mede de nationaliteit bezit, onder bepaalde voorwaarden bevoegd kan worden om door haar noodzakelijk geachte beschermende maatregelen te nemen. De eerste voorwaarde waaraan de rechtbank daarvoor moet voldoen is de volgende: zij moet van oordeel zijn dat zij in dit geval beter in staat is het belang van het kind te beoordelen.
Naar het oordeel van de rechtbank wordt in dit geval niet aan deze voorwaarde voldaan. [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] wonen namelijk al geruime tijd in het [land 2] en het verzoek ziet op inschrijving op een [land 2] school.
Onder deze omstandigheden acht de rechtbank zich niet beter in staat om te beoordelen wat in het belang van [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] is. Dat betekent dat de Nederlandse rechter geen rechtsmacht heeft en onbevoegd is ten aanzien van het nog voorliggende verzoek, zodat zij niet toekomt aan een inhoudelijke beoordeling hiervan.
Beslissing
De rechtbank:
verklaart zich onbevoegd ten aanzien van het verzoek van de moeder.