Omgang
Beschikking op het op 30 december 2024 ingekomen verzoek van:
[de moeder] ,
de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. J.J. van Ewijk te Utrecht.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:
[de vader] ,
de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres.
Procedure
Bij beschikking van deze rechtbank van 10 maart 2025 is bepaald dat de vader met ingang van 1 oktober 2024 een bedrag van € 64,- per maand per kind aan kinderalimentatie aan de moeder zal voldoen en is iedere verdere beslissing ten aanzien van de overige verzoeken pro forma aangehouden.
De rechtbank heeft wederom kennisgenomen van de stukken.
De minderjarigen [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] hebben zich schriftelijk uitgelaten over het verzoek.
Op 14 november 2025 is de zaak ter terechtzitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: de moeder bijgestaan door haar advocaat en [naam] van de Raad voor de Kinderbescherming (de Raad). De vader is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet verschenen.
Beoordeling
De rechtbank handhaaft alles wat bij de vorige beschikking is overwogen en beslist, voor zover in deze beschikking niet anders wordt overwogen en beslist.
Omgang
De moeder wil graag dat de kinderen op regelmatige basis contact hebben met de vader. Op dit moment is de omgang tussen de vader en de kinderen echter erg vrijblijvend en (te) onregelmatig. Volgens de moeder geven de kinderen aan dat ze hun vader missen en hem graag vaker willen zien. Omdat dat nu niet gebeurt en het niet zo goed met hen gaat, heeft de moeder de kinderen aangemeld bij Kracht voor extra begeleiding. De moeder wil niet dat de kinderen het gevoel krijgen dat de vader hen in de steek laat. Met haar verzoek om een omgangsregeling hoopt zij de vader te stimuleren om vaker en regelmatiger contact met de kinderen te hebben.
Zowel [de minderjarige 2] als [de minderjarige 1] hebben op school een brief geschreven en naar de rechtbank gestuurd. In hun brieven geven beide kinderen aan dat zij hun vader lief vinden, hem missen en graag vaker bij hem zouden willen zijn.
De rechtbank overweegt als volgt. Nu de vader niet op de zitting is verschenen, is niet duidelijk geworden of hij de door de moeder verzochte regeling kan nakomen. De moeder heeft tijdens de zitting daarom voorgesteld om een minder verstrekkende regeling vast te leggen, waarvan zij verwacht dat de vader deze beter kan uitvoeren. Deze regeling houdt in dat de kinderen om de week op zondag van 11.00 uur tot 19.00 uur bij de vader verblijven. Omdat de rechtbank het in het belang van de kinderen acht dat er regelmatig contact is met de vader, en omdat het belangrijk is dat de vader zich aan de regeling kan houden, zal de rechtbank de door de moeder (tijdens de zitting) voorgestelde regeling vaststellen.
De rechtbank wil de vader daarnaast het volgende meegeven. Omdat het momenteel niet goed gaat met de kinderen, heeft de Raad tijdens de zitting geadviseerd dat de vader in contact treedt met de hulpverlening die bij de kinderen betrokken is, zodat hij goed wordt geïnformeerd over hun situatie en beter kan aansluiten bij wat de kinderen op dit moment nodig hebben. De rechtbank gaat ervan uit dat de vader dit advies zal opvolgen.
Proceskosten
De rechtbank zal bepalen dat iedere partij de eigen proceskosten draagt, nu het een procedure van familierechtelijk aard betreft.
Beslissing
De rechtbank:
bepaalt dat de minderjarigen:
bij de vader zullen zijn om de week op zondag van 11.00 uur tot 19.00 uur;
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt;
wijst af het meer of anders verzochte.