ECLI:NL:RBDHA:2025:26395

ECLI:NL:RBDHA:2025:26395, Rechtbank Den Haag, 14-10-2025, C/09/692888 / KG ZA 25-1006

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 14-10-2025
Datum publicatie 12-01-2026
Zaaknummer C/09/692888 / KG ZA 25-1006
Rechtsgebied Civiel recht; Verbintenissenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Den Haag

Samenvatting

Civiel recht, kort geding, overheidszaak, verbintenissenrecht Procedure over de vraag of de Staat gehouden is de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf van eiser op te schorten en hem vooralsnog detentieongeschiktheid te verklaren zo lang diverse waarborgen ontbreken. Volgt afwijzing van het gevorderde.

Uitspraak

Rechtbank den haag

Team handel - voorzieningenrechter

zaak- / rolnummer: C/09/692888 / KG ZA 25-1006

Vonnis in kort geding van 14 oktober 2025

in de zaak van

[eiser] te [woonplaats],

eiser,

advocaat mr. L. da Silva te Den Haag,

tegen:

DE STAAT DER NEDERLANDEN (Ministerie van Justitie en Veiligheid), mede handelend via het Centraal Justitieel Incassobureau en Dienst Justitiële Inrichtingen te Den Haag,

gedaagde,

advocaat mr. T.J. Crom te Den Haag.

Partijen worden hierna respectievelijk aangeduid als ‘[eiser]’ en ‘de Staat’.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 13 oktober 2025 met producties 1-18 en de nagezonden productie 19;

- de op 14 oktober 2025 gehouden mondelinge behandeling, waarbij door beide partijen pleitnotities zijn overgelegd.

Op 14 oktober 2025 is door middel van een verkort vonnis uitspraak gedaan. Het onderstaande vormt daarvan de uitwerking, die is vastgesteld op 23 oktober 2025.

2. De feiten

Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting wordt in dit geding van het volgende uitgegaan.

[eiser] is door het gerechtshof ’s-Hertogenbosch veroordeeld tot een gevangenisstraf van 21 maanden in verband met kort weergegeven valsheid in geschrifte en belastingfraude. De veroordeling is onherroepelijk geworden op 1 oktober 2019 toen de Hoge Raad het cassatieberoep van [eiser] tegen de uitspraak van het Hof heeft verworpen.

[eiser] is in augustus 2022 opgeroepen om zich te melden voor de tenuitvoerlegging van zijn straf, maar deze is niet veel later ‘on hold’ gezet vanwege een discussie over de detentiegeschiktheid van [eiser]. [eiser] heeft een chronische nieraandoening en daarvoor ondergaat hij niervervangende therapie middels peritoneaal dialyse. De medisch adviseur van Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI) (hierna: de medisch adviseur) heeft [eiser] op 31 januari 2023 op medische gronden detentiegeschikt geacht. [eiser] kon zich niet vinden in dat advies. Daarop zijn aanvullende vragen gesteld aan de medisch adviseur. Op 17 maart 2023 heeft de medisch adviseur [eiser] op medische gronden tijdelijk niet detentiegeschikt geacht. Hij heeft hiervoor de volgende onderbouwing gegeven:

“In navolging van mijn eerder advies op 31-01-2023 blijkt dhr. [eiser] gebruik te maken van automatische peritoneaal dialyse (APD). Daarvoor is medische apparatuur noodzakelijk om ’s nachts op aangesloten te worden en deze moet een internetverbinding hebben met de fabrikant. Daarnaast moeten de gegevens uitgelezen kunnen worden door de specialist. Deze behandeling is noodzakelijk ter voorbereiding van een niertransplantatie en moeilijk realiseerbaar in detentie.

Ik acht dhr. [eiser] daarom niet detentiegeschikt totdat de niertransplantatie heeft plaatsgevonden. Ook zijn er op dit moment zeer regelmatig afspraken in het ziekenhuis bij diverse specialisten.

Ik stel voor om met dhr. [eiser] af te spreken dat hij aangeeft wanneer de transplantatie heeft plaatsgevonden. Daarna kan opnieuw advies worden ingewonnen.”

Op 11 september 2025 heeft de medisch adviseur [eiser] op medische gronden wel detentiegeschikt geacht mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:

[eiser] wordt initieel geplaatst in het Justitieel Centrum voor Somatische Zorg (JCvSZ);

het JCvSZ wordt minimaal 4 weken voor plaatsing ingelicht;

het JCvSZ neemt minimaal 1 week voor plaatsing contact op met het peritoneaal dialyse (PD)-team van het [ziekenhuis] om de benodigde materialen te laten leveren;

[eiser] zelf wordt ingelicht dat hij zijn eigen ADP-machine inclusief modem en verbruiksmaterialen voor 1 of 2 dagen moet meenemen.

Ter onderbouwing van het advies heeft de medisch adviseur onder meer het volgende uiteengezet. [eiser] maakt voor zijn nierfunctie vervangende therapie gebruik van APD, waarbij er elke nacht een machine op hem wordt aangesloten. Hij kan slapen terwijl de dialyse plaatsvindt. Het apparaat staat in verbinding met peritoneaal dialyse (PD)-team van het [ziekenhuis] via een modem dat bij het apparaat hoort. Er lijkt geen sprake van een intensieve zorgbehoefte naast de APD. Hoewel APD normaal gesproken thuis en volledig zelfstandig wordt uitgevoerd, lijkt het verstandig om de plaatsing van de [eiser] initieel in het JCvSZ te laten plaatsvinden. De cellen in het JCvSZ voldoen aan de gestelde voorwaarden voor de APD. Ziekenhuiscontroles kunnen voorgezet worden en medicatie kan volgens voorschrift worden verstrekt. [eiser] heeft ten tijde van het schrijven van het advies een ontsteking waarvoor hij antibiotica krijgt, dit kan hij zelfstandig toedienen bij de PD.

Het Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB) heeft [eiser] op 5 oktober 2025 laten weten dat er voor hem op 15 oktober 2025 plaats is in het JCvSZ voor de tenuitvoerlegging van zijn straf. [eiser] is bericht dat er door het JCvSZ uiterlijk één week voor plaatsing contact wordt opgenomen met het [ziekenhuis] om de benodigde materialen te laten leveren. Hem is ook bericht dat van hem wordt verwacht dat hij op 15 oktober zijn eigen ADP-machine inclusief modem en verbruiksmaterialen voor zes dagen moet meenemen. [eiser] is voorgesteld om op eigen gelegenheid naar het JCvSZ te reizen en zich aan de poort te melden als arrestant, zodat hij op een rustige manier met eigen ADP-machine ingesloten kan worden.

[eiser] heeft op 6 en 7 oktober 2025 per e-mail verschillende bezwaren en zorgen geuit over zijn aanstaande detentie. Hij heeft het CJIB onder meer gevraagd of hem gegarandeerd kan worden dat hij 24/7 kan bellen met het ziekenhuis. Ook heeft hij erop gewezen dat hij geen benodigdheden voor zes dagen voor zijn ADP-machine kan meenemen omdat dit veel te zwaar is, net als de ADP-machine zelf. Verder heeft [eiser] erop gewezen dat hij de laatste maanden twee keer is opgenomen in het ziekenhuis. Ook heeft hij het CJIB geïnformeerd dat hij wacht op een oproep voor een niertransplantatie, en dat hij, als hij een oproep krijgt, gelijk moet vertrekken en niet kan wachten op toestemming. Op 8 oktober 2025 heeft [eiser] het CJIB om uitstel voor zijn gevangenisstraf gevraagd. DJI heeft daarop laten weten dat de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf hervat zal worden omdat [eiser] detentiegeschikt is bevonden en omdat benodigde zorg in de PI geboden kan worden. Daaraan is nog toegevoegd dat als [eiser] een niertransplantatie moet ondergaan, er gekeken kan worden naar de mogelijkheden van strafonderbreking.

Op 10 oktober 2025 heeft het CJIB [eiser] bericht dat het afstemming heeft gehad met de afdeling Gezondheidszorg, individuele medische advisering van DJI en dat deze afdeling te kennen heeft gegeven dat het voor [eiser] niet nodig is om de APD-machine of dialyse vloeistoffen mee te nemen naar het JCvSZ omdat er geregeld wordt dat er een machine en vloeistoffen klaarstaan op de dag dat [eiser] zich moet melden. Wel is [eiser] gevraagd verbruiksmaterialen voor 1 of 2 dagen mee te nemen. Het CJIB heeft laten weten dat de voor [eiser] benodigde zorg in detentie geboden kan worden, zodat het geen reden ziet de tenuitvoerlegging nog langer uit te stellen. Verder heeft het CJIB nog gemeld dat [eiser] niet in een politiecel opgesloten hoeft te worden, maar dat hij rechtstreeks in een PI met voldoende zorg wordt opgenomen en dat hij eerst in een arrestantenregime wordt geplaatst. [eiser] is verzocht te bevestigen dat de PI zich op zijn komst op 15 oktober 2025 kan voorbereiden.

De advocaat van [eiser] heeft op 13 oktober 2025 telefonisch overleg gehad met mevrouw [naam] van het [ziekenhuis]. Uit de telefoonnotitie die van het gesprek is gemaakt volgt dat [eiser] op de wachtlijst wil komen voor een niertransplantatie. Daarvoor dient [eiser] eerst nog in het UMC St Radboud een herbeoordeling te krijgen.

3. Het geschil

[eiser] vordert, na vermindering van eis ter zitting bij vonnis, zo mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

Primair

1. de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf op te schorten en [eiser] vooralsnog aan te merken als detentieongeschikt, zolang niet schriftelijk en concreet door de Staat is gewaarborgd dat:

a. [eiser] rechtstreeks en initieel in het JCvSZ wordt geplaatst, zonder voorafgaande plaatsing in een arrestantenregime of andere tussenfase;

b. er een voorbereidingstermijn van ten minste vier weken in acht is genomen, waarin de noodzakelijke organisatorische en medische voorbereidingen zijn getroffen;

c. ten minste één week vóór plaatsing aantoonbare en inhoudelijke afstemming heeft plaatsgevonden tussen het JCvSZ en het peritoneaal dialyse-team (PD-team) van de behandelende instelling, met vastlegging van afspraken over instellingen, materialen, monitoring en bereikbaarheid;

d. in het JCvSZ APD-faciliteiten conform protocol beschikbaar zijn, inclusief een hygiënisch geschikte omgeving, de vereiste stoom- en ruimtevoorzieningen, en 24/7 medische bereikbaarheid en triage, alles schriftelijk bevestigd; en

e. er een operationeel en afgestemd spoed- en transplantatiedraaiboek ligt, waarin onder meer is uitgewerkt hoe onmiddellijke uitgeleiding en direct vervoer naar het ziekenhuis worden gegarandeerd bij acute medische nood of donoroproep.

[eiser] verzoekt daarbij tevens te bepalen dat pas nadat aan al deze waarborgen aantoonbaar en schriftelijk is voldaan, de Staat in afstemming met [eiser] en diens behandelaars een nieuwe, redelijke meld- of plaatsingsdatum mag bepalen.

Subsidiair

2. indien de voorzieningenrechter de onder 1. gevraagde opschorting en waarborgen niet of niet volledig toewijst, de Staat te bevelen om binnen zeven dagen na betekening van het vonnis aan [eiser] en diens gemachtigde schriftelijke, bindende garanties te verstrekken dat, zolang [eiser] gedetineerd is:

a. [eiser] bij een donoroproep of andere medisch urgente situatie onmiddellijk en zonder verlofprocedure de inrichting mag verlaten en direct vervoer naar het aangewezen ziekenhuis krijgt, zodanig dat geen vertraging ontstaat;

b. er 24 uur per dag, 7 dagen per week rechtstreekse communicatielijnen beschikbaar zijn voor [eiser] en het JCvSZ met het PD-team en het transplantatieteam;

c. alle benodigde medicatie en dialysematerialen continu en tijdig beschikbaar zijn en, waar nodig, tijdig worden opgeschaald; en

d. er een operationeel draaiboek geldt voor acute [sic, voorzieningenrechter]

Daartoe voert [eiser] – samengevat – het volgende aan.

De Staat handelt onrechtmatig omdat hij de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf van [eiser] wil voortzetten ondanks zijn detentieongeschiktheid. Er is pas sprake van voorwaardelijke geschiktheid als wordt voldaan aan de voorwaarden die door de medisch adviseur zijn gesteld (opname in het JCvSZ), voorbereiding en afstemming, APD-faciliteiten en 24/7-bereikbaarheid). Deze voorwaarden zijn niet geborgd. De Staat is verder gehouden adequate, tijdige medische zorg te garanderen en mag een imminente transplantatiekans niet frustreren. De Staat handelt in strijd met de maatschappelijke zorgvuldigheidsnorm en met artikel 42 Penitentiaire beginselenwet, dat feitelijke, continue toegang tot noodzakelijke medische zorg tijdens detentie verlangt. Het is aan de Staat om te borgen dat medisch noodzakelijke zorg onmiddellijk en zonder onnodige vertraging beschikbaar is.

De Staat voert verweer, dat hierna, voor zover nodig, zal worden besproken.

4. De beoordeling van het geschil

Ter zitting heeft [eiser] zijn eis verminderd door zijn vorderingen in te trekken die zien op i) een bevel aan de Staat om een besluit op zijn bezwaarschrift van 8 oktober 2025 te nemen en ii) de tenuitvoerlegging van zijn gevangenisstraf tot die beslissing op bezwaar op te schorten. Daarmee is de centrale vraag in deze procedure of [eiser] detentieongeschikt is, zodat de tenuitvoerlegging van zijn gevangenisstraf in ieder geval voorlopig opgeschort moet worden, dan wel of de Staat moet worden geboden bepaalde garanties te verstrekken.

Voor de beoordeling van de vraag of sprake is van detentieongeschiktheid, is van belang of voor de persoon in kwestie de voor hem benodigde zorg in of vanuit detentie kan worden geleverd en of detentie naar verwachting zal resulteren in onevenredige gezondheidsschade. De vraag of een gedetineerde detentieongeschikt is, moet worden beantwoord op medisch-inhoudelijke gronden. Voor dat oordeel is de – onafhankelijke – medisch adviseur van DJI de aangewezen instantie.

[eiser] heeft diverse bezwaren opgeworpen tegen het oordeel van de medisch adviseur van 11 september 2025 dat hij detentiegeschikt is. Het CJIB heeft deze bezwaren verworpen en de Staat heeft ter zitting aanvullend verweer gevoerd. De Staat meent dat aan de voorwaarden die de medisch adviseur noodzakelijk heeft geacht om tot detentiegeschiktheid te komen, wordt voldaan, en dat verder ook geen onevenredige gezondheidsschade in detentie te verwachten is. De voorzieningenrechter volgt de Staat hierin. Hierna zal uiteengezet worden dat naar voorlopig oordeel [eiser] niet detentieongeschikt is, zodat er geen reden is de tenuitvoerlegging van zijn gevangenisstraf op te schorten.

[eiser] voert als eerste bezwaar aan dat het CJIB hem niet direct in het JCsSZ zal plaatsen, maar dat hij eerst in het arrestantenregime geplaatst zal worden. Om die reden zou sprake zijn van een beperktere medische continuïteit dan als hij direct in het JCvSZ geplaatst zal worden. Dit bezwaar treft geen doel. De Staat heeft aangevoerd dat [eiser] weliswaar geen zelfmeldstatus heeft en formeel in het arrestantenregime verblijft, maar dat dit regime feitelijk niet verschilt van het regime van een zelfmelder. De Staat heeft ter zitting toegelicht dat als [eiser] zich op 15 oktober 2025 in de ochtend bij het JCvSZ meldt, hij na de intake direct zal worden geplaatst in een eigen kamer met eigen sanitaire voorzieningen. Deze kamer is al voor hem gereserveerd en daarin zal een ADP-machine met benodigde materialen bij zijn komst gereedstaan. [eiser] kan zich daarop nog dezelfde avond aansluiten. Eerder is [eiser] verzocht om zijn eigen machine mee te nemen, zodat hij een ‘zachte landing’ kan maken omdat zijn eigen ADP-machine al op zijn behoeften is afgesteld, maar de medisch adviseur heeft ter zitting toegelicht dat daarvan is afgezien na de bezwaren van [eiser]. Nu staat er een ADP-machine gereed met benodigde materialen en is er ook een modem beschikbaar zodat de machine ingesteld kan worden, waarbij het PD-team van het [ziekenhuis] [eiser] of een arts zo nodig telefonisch kan instrueren met betrekking tot de aansluiting. Het [ziekenhuis] is ook voorbereid op de komst van [eiser] in het JCvSZ. Er is al een afspraak gemaakt en er zijn al telefoonnummers uitgewisseld, aldus nog steeds de Staat. Verder heeft de Staat toegelicht dat [eiser] op de dag van aankomst door een verpleegkundige en arts gezien zal worden zodat de voor hem benodigde zorg in detentie geïnventariseerd kan worden. Het medisch team staat daarbij in contact met andere ziekenhuizen en zo nodig kan er contact opgenomen worden met specialisten van spoeddiensten van die ziekenhuizen.

Gegeven de toelichting van de Staat blijkt niet dat [eiser] na binnenkomst, al is het maar kortstondig, op een aparte locatie geplaatst zal worden waardoor de medische zorg voor [eiser] wordt beperkt of in het gedrang komt. De Staat heeft toegezegd dat [eiser] na binnenkomst in het JCvSZ terecht zal komen in de kamer waar hij gedurende de beoogde detentie zal verblijven. De voor [eiser] noodzakelijke ADP-machine staat daar, en er is een directe lijn met het PD-team van het [ziekenhuis]. [eiser] heeft onvoldoende ingebracht tegen het verweer van de Staat dat zijn regime bij aanvang feitelijk niet verschilt van het regime van een zelfmelder.

Gelet op voornoemde toelichting van de Staat is niet alleen voldaan aan de eerste voorwaarde die de medisch adviseur heeft gesteld, maar vormen ook de tweede en de derde voorwaarde geen beletsel meer. De voorwaarde dat het JCvSZ minimaal vier weken voor de plaatsing van [eiser] wordt ingelicht, is namelijk geen voorwaarde waaraan [eiser] rechten kan ontlenen. Deze beoogt te waarborgen dat het JCvSZ de tijd heeft om de noodzakelijke voorbereidingen voor de komst van [eiser] te treffen. Uit de toelichting van de medisch adviseur ter zitting blijkt genoegzaam dat die voorbereidingen ook zijn getroffen. Verder heeft de Staat toegelicht dat het JCvSZ in contact staat met het PD-team van het [ziekenhuis], dat de benodigde materialen voor de peritoneaal dialyse aanwezig zijn en dat er zo nodig telefonische afstemming over het instellen van de APD-machine mogelijk is. De voorzieningenrechter ziet geen aanleiding de toelichting van de medisch adviseur op dit punt te betwijfelen.

Het CJIB heeft [eiser] op 10 oktober 2025 bericht dat het niet (meer) nodig is om zijn eigen APD-machine en/of dialyse vloeistoffen mee te nemen naar het JCvSZ. Nu ter zitting door de medisch adviseur is verklaard dat het JCvSZ hier zelf in heeft voorzien, en er zoals overwogen is geen reden is te betwijfelen dat dit is gebeurd, is de vierde voorwaarde die de medisch adviseur in zijn bericht van 11 september 2025 heeft gesteld niet langer van belang. Ook hierin kan geen beletsel worden gevonden om [eiser] als detentiegeschikt aan te merken. Daarbij wordt nog opgemerkt dat [eiser] tegen de voorwaarden opgenomen in de brief van 11 september 2025 van de medisch adviseur op zichzelf geen bezwaar heeft gemaakt.

Namens [eiser] is verder aangevoerd dat hij vanwege de dialyses buikvliesontstekingen heeft opgelopen en dat hij daar ook extra vatbaar voor is. Ook nu heeft [eiser] daarmee te kampen en daarvoor krijgt hij antibiotica. Namens [eiser] is toegelicht dat het van het grootste belang is dat hij vanuit detentie zo nodig met grote spoed door een specialist gezien kan worden. Normaliter stapt [eiser] bij opkomende buiklachten daarvoor direct in de auto naar het ziekenhuis. [eiser] heeft aangevoerd dat het JCvSZ deze specialisten niet heeft, en dat hij moet vrezen voor te veel tijdsverlies als hij na een melding van opspelende buiklachten eerst nog door een verpleegkundige of arts in het JCvSZ gezien moet worden. De Staat heeft toegelicht dat er voor [eiser] na binnenkomst in detentie een behandelplan opgesteld zal worden. De Staat heeft in dat verband gesteld dat het JCvSZ, voor zover het bepaalde medisch-noodzakelijke zorg niet kan bieden, ervoor zal zorgen dat [eiser] zo nodig naar een ander ziekenhuis vervoerd zal worden. In geval van acute medische noodgevallen zal [eiser] zo nodig met een ambulance naar een lokaal ziekenhuis gebracht kunnen worden, zoals bijvoorbeeld het nabijgelegen ziekenhuis HMC Westeinde. Nu er geen reden is te betwijfelen dat [eiser] bij (opkomende) medische klachten met de nodige spoed gezien kan worden door een deskundig arts, zo nodig een specialist, kan hierin geen grond worden gevonden om te concluderen dat voor [eiser] onevenredige gezondheidsschade in detentie te verwachten is.

Verder heeft [eiser] zorgen geuit verband houdend met het traject voor een niertransplantatie waarin hij loopt. [eiser] vreest allereerst dat hij, als hij in het JCvSZ wordt opgenomen, niet bij noodzakelijke afspraken voor herbeoordelingen in het Radboudumc terecht kan. Daarnaast heeft hij zorgen geuit over of de transplantatie daadwerkelijk (tijdig) kan plaatsvinden als er te zijner tijd een nier voor hem beschikbaar is. Namens [eiser] is in dit verband geëist dat er een draaiboek wordt opgesteld en dat er schriftelijke garanties worden gegeven. De voorzieningenrechter is echter van oordeel dat [eiser] niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij in detentie langer op een niertransplantatie zou moeten wachten dan waarvan sprake is als hij niet gedetineerd zou zijn. Voor het verstrekken van garantie aan [eiser] wordt evenmin aanleiding gezien. Daarvoor is het volgende van belang.

De medisch adviseur heeft toegelicht dat er voor [eiser] na zijn intake een behandelplan wordt opgesteld en dat het uitgangspunt is dat in detentie lopende zorg wordt voortgezet. Dat geldt ook voor een traject in aanloop naar een niertransplantatie, en dit kan zonder vertraging vanuit detentie doorgang vinden. Namens de Staat is hierbij wel aangetekend dat de wijze van handelen in geval van een niertransplantatie pas in een behandelplan wordt opgenomen op het moment dat [eiser] daadwerkelijk op een wachtlijst staat. Daarvan is nu nog geen sprake, zo volgt uit het bericht van mevrouw [naam] van het [ziekenhuis]. [eiser] zelf spreekt in dit verband van een prewachtlijst. De Staat heeft aldus genoegzaam toegelicht dat in detentie lopende zorg doorgang zal vinden. Het JCvSZ staat in contact met behandelaren van [eiser], en er is geen reden om nu aan te nemen dat er vertraging zal ontstaan in aanloop naar plaatsing op de wachtlijst voor een niertransplantatie. Ook hiervoor geldt dat het voorshands niet aannemelijk is gemaakt dat de voor [eiser] benodigde zorg in detentie tekort zal schieten. Zo nodig dient [eiser] na opstelling van het behandelplan de interne procedures te volgen om zijn zorgen op dit punt naar voren te brengen.

Er is gelet op het voorgaande dan ook geen aanleiding om de Staat te gebieden garanties te verstrekken dat [eiser] bij een donoroproep of andere medisch urgente situaties onmiddellijk en zonder verlofprocedure de inrichting mag verlaten. Ook heeft [eiser] geen valide grondslag aangevoerd op basis waarvan de Staat gehouden is diverse andere garanties of bevestigingen verband houdend met zijn verblijf in het JCvSZ te verstrekken (zoals met betrekking tot hygiëne, benodigde materialen en voorzieningen in het JCvSZ en de rechtstreekse communicatielijnen met andere ziekenhuizen). Gegeven de toelichting van de Staat moet het ervoor worden gehouden dat de voorzieningen in detentie adequaat zijn en dat onevenredige gezondheidsschade in detentie niet te verwachten is. Zowel de primaire als de subsidiaire vordering komen niet voor toewijzing in aanmerking, zodat deze zullen worden afgewezen.

[eiser] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van de Staat worden begroot op:

- griffierecht € 714,00

- salaris advocaat € 1.107,00

- nakosten € 178,00 (plus de verhoging zoals vermeld in de

beslissing)

Totaal € 1.999,00

De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

5. De beslissing

De voorzieningenrechter:

- wijst de vorderingen van [eiser] af;

- veroordeelt [eiser] in de proceskosten van € 1.999,00 (te weten griffierecht € 714,00, salaris advocaat €1.107,00 en nakosten € 178,00 (plus na te melden verhoging) te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als [eiser] niet tijdig aan de veroordeling voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, dan moet [eiser] € 92,00 extra betalen, plus de kosten van betekening;

- veroordeelt [eiser] in de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 Burgerlijk Wetboek over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn voldaan;

- verklaart deze kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. T.F. Hesselink en in het openbaar uitgesproken op 14 oktober 2025.

ddg

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?