ECLI:NL:RBDHA:2025:26399

ECLI:NL:RBDHA:2025:26399, Rechtbank Den Haag, 21-08-2025, NL25.27987

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 21-08-2025
Datum publicatie 20-01-2026
Zaaknummer NL25.27987
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Den Haag

Samenvatting

asielaanvraag afgewezen kennelijk ongegrond. Eritrese nationaliteit. identiteit, nationaliteit en herkomst niet geloofwaardig. Verdere problemen niet beoordeeld. motiveringsgebrek want verweerder pas ter zitting met motivering gekomen waarom kopie tijdelijke Ethiopische identiteitskaart geen bewijskracht kan worden toegekend. gebrek gepasseerd ogv art. 6:22 Awb. beroep ongegrond maar vergoeding proceskosten.

Uitspraak

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser], V-nummer: [v-nummer], eiser

(gemachtigde: mr. A. Hanna),

en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

(gemachtigde: mr. S. Imami-Kallemoesier).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag.

Eiser heeft op 28 juni 2023 een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Verweerder heeft met het bestreden besluit van 24 juni 2025 deze aanvraag in de algemene procedure afgewezen als ongegrond.

De rechtbank heeft het beroep op 31 juli 2025 op zitting behandeld. Hieraan heeft de gemachtigde van verweerder deelgenomen.

Beoordeling door de rechtbank

Waar gaat deze zaak over?

2. Eiser stelt de Eritrese nationaliteit te hebben en te zijn geboren op [geboortedatum] 1996. Eiser behoort tot de Tigrinya bevolkingsgroep. Eiser legt aan zijn asielaanvraag ten grondslag dat hij Eritrea in 2002 heeft verlaten samen met de rest van zijn gezin. Eiser heeft tot zijn vertrek in 2023 gewoond in Ethiopië. Daar heeft hij problemen ondervonden met FANO en TPLF. Beide groepen wilden dat eiser (en zijn broers en vader) voor hun zouden vechten. Eiser (en zijn broers en vader) hebben dit geweigerd, waarna zij in de gevangenis terecht zijn gekomen. Zijn broer is in de gevangenis overleden. Daarna heeft eisers vader geld betaald om hen vrij te laten. Eiser is gevlucht uit Ethiopië, omdat de Ethiopische autoriteiten hem naar Eritrea wilden terugsturen. Bij terugkeer naar Eritrea vreest eiser voor de militaire dienstplicht.

3. Het asielrelaas van eiser bevat volgens verweerder de volgende asielmotieven:

Verweerder vindt eisers gestelde identiteit, nationaliteit en herkomst ongeloofwaardig, omdat hij deze niet met objectieve documenten volledig heeft onderbouwd en deze niet anderszins aannemelijk heeft gemaakt. Aan de kopie van eisers tijdelijke Ethiopische identiteitskaart en schooldocument kan volgens verweerder bijvoorbeeld niet de door eiser gewenste bewijskracht worden toegekend en hij heeft wisselend verklaard over zijn Ethiopische nationaliteit en over zijn geboorteplaats. Eisers algemene kennis over Eritrea is volgens verweerder onvoldoende om zijn identiteit, nationaliteit en herkomst geloofwaardig te achten. Het tweede asielmotief is door verweerder niet verder beoordeeld, omdat het eerste asielmotief niet geloofwaardig is geacht. Eiser komt vanwege het voorgaande niet in aanmerking voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Verweerder heeft eisers aanvraag afgewezen als ongegrond.

Wat vindt eiser in beroep?

4. Eiser voert – kort samengevat – het volgende aan. Verweerder vindt eisers identiteit, nationaliteit en herkomst ten onrechte ongeloofwaardig. Verweerder kan een kopie van eisers Ethiopische tijdelijke identiteitskaart die hij met de zienswijze heeft overgelegd niet terzijde schuiven enkel omdat eiser niet heeft uitgelegd hoe hij het stuk heeft verkregen en omdat het een kopie is. Dat is volgens eiser namelijk irrelevant en ter onderbouwing wijst hij op meerdere arresten en uitspraken. Eiser heeft bovendien consequent verklaard dat het moeilijk was om stukken te verkrijgen. Uit eisers verklaringen blijkt ook dat hij niet plotseling in het bezit was van de tijdelijke identiteitskaart, maar dat hij al in maart 2024 een foto van de kopie naar zijn gemachtigde en kamergenoot in het AZC heeft gestuurd. Zijn gemachtigde kon de foto niet meer openen. Eiser heeft contact gezocht met zijn oud-kamergenoot en die had de foto nog in zijn bezit, waarna eiser het stuk heeft overgelegd. Eiser heeft zich dus ingespannen om het stuk te verkrijgen. Uit de kopie blijkt eisers nationaliteit en dus heeft hij dit aannemelijk gemaakt.

Verder blijft eiser bij zijn standpunt dat de tolk in beide gehoren fouten in de interpretatie of vertaling heeft gemaakt. Eiser heeft consequent verklaard dat hij Eritrees is en daar is geboren. Verder heeft eiser uitgelegd waarom hij vloeiend Amhaars spreekt: hij is in Ethiopië opgegroeid. Eiser heeft dus wel zijn nationaliteit/herkomst aannemelijk gemaakt en dus moet verweerder zijn asielrelaas verder toetsen.

Wat is het oordeel van de rechtbank?

5. De rechtbank beoordeelt of verweerder eisers asielaanvraag kon afwijzen als ongegrond. Hij doet dat aan de hand van beroepsgronden van eiser. De rechtbank geeft eiser geen gelijk. Hieronder legt de rechtbank uit hoe en waarom zij tot deze conclusie is gekomen.

6. De rechtbank is van oordeel dat verweerder zich niet ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat eisers identiteit, nationaliteit en herkomst ongeloofwaardig zijn, omdat hij geen documenten heeft overgelegd om deze te onderbouwen.

Identiteit

7. Verweerder heeft mogen vinden dat aan de overgelegde kopie van eisers Ethiopische tijdelijke identiteitskaart niet de door eiser gewenste bewijskracht kan worden toegekend. De rechtbank is het met eiser eens dat verweerder een stuk niet enkel terzijde kan schuiven omdat het een kopie betreft, maar verweerder heeft dit ook niet gedaan. Verweerder heeft ter zitting aanvullend gemotiveerd dat niet van de inhoud van de tijdelijke identiteitskaart kan worden uitgegaan, omdat het stuk volgens eiser is opgemaakt op basis van getuigenverklaringen van oudere Ethiopiërs die hebben moeten verklaren dat eiser in Eritrea is geboren. Voor verweerder is het onduidelijk wie deze getuigen zijn en wat de inhoud is geweest van hun getuigenverklaringen. Hoewel er sprake is van een motiveringsgebrek nu verweerder pas ter zitting met een dragende motivering is gekomen waarom geen waarde wordt gehecht aan de inhoud van de kopie van de tijdelijke Ethiopische identiteitskaart, ziet de rechtbank in deze aanvullende motivering aanleiding om het motiveringsgebrek met toepassing van artikel 6:22 van de Algemene wet bestuursrecht te passeren. Niet is gebleken dat eiser hierdoor is benadeeld.

8. De rechtbank overweegt verder dat verweerder het bevreemdend mocht vinden dat eiser plotseling in het bezit is gekomen van deze documenten. Eiser heeft verklaard dat hij de kopie van zijn identiteitskaart heeft verkregen via zijn oude kamergenoot. Verweerder mocht echter aan eiser tegenwerpen dat hij niet eerder heeft verklaard over het feit dat zijn oude kamergenoot over een kopie van zijn identiteitskaart zou beschikken.

9. Alleen al gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat verweerder voldoende heeft gemotiveerd waarom de identiteit van eiser ongeloofwaardig is geacht. De overige beroepsgronden en de rest van de motivering van verweerder behoeven daarom ook geen bespreking.

Nationaliteit en herkomst

10. De rechtbank is van oordeel dat verweerder zich ook niet ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat eiser tegenstrijdig heeft verklaard over zijn nationaliteit en geboorteplaats. Eiser heeft in zijn aanmeldgehoor op de vraag of hij meer dan één nationaliteit bezit verklaard naast de Eritrese ook de Ethiopische nationaliteit te hebben. In het nader gehoor heeft eiser, nadat met hem is gesproken over het feit dat hij ten onrechte tijdens het aanmeldgehoor zou hebben verklaard de Ethiopische nationaliteit te bezitten, ook verklaard dat hij in Ethiopië is geboren en daarom vloeiend Amhaars spreekt. Hoewel eiser in beide correcties & aanvullingen dit heeft gecorrigeerd, mag verweerder van eiser verwachten dat hij uitlegt waarom hij zijn verklaring tot tweemaal toe heeft aanpast. De enkele stelling dat de tolk in beide instanties verkeerd heeft vertaald of een andere vraag heeft gesteld, heeft verweerder onvoldoende uitleg mogen vinden nu dit tweemaal is gebeurd. De rechtbank volgt tevens verweerder op het punt dat, nu eiser niet eenduidig heeft verklaard over zijn nationaliteit, verweerder in de beoordeling van het asielmotief mocht meewegen dat eiser vloeiend Amhaars spreekt en zijn algemene kennis over Eritrea onvoldoende is. Het past inderdaad in eisers verklaring dat hij het grootste deel van zijn leven in Ethiopië heeft gewoond en verweerder kan dus geen doorslaggevende waarde hieraan hechten. Verweerder heeft dat ook niet gedaan maar heeft eisers kennis van Eritrea afgezet tegen zijn gebrek aan onderbouwing van zijn identiteit en tegenstrijdige verklaringen over nationaliteit en herkomst en heeft daarbij betrokken dat eiser ook vloeiend Amhaars spreekt. Op basis daarvan heeft verweerder niet ten onrechte gevonden dat eiser niet eenduidig te herleiden is naar Eritrea.

11. Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat verweerder zich op het standpunt mocht stellen dat eiser niet samenhangend en aannemelijk heeft verklaard en dat verweerder voldoende heeft gemotiveerd waarom de nationaliteit en geboorteplaats van eiser ongeloofwaardig zijn geacht.

Conclusie en gevolgen

12. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiser geen gelijk krijgt. Eiser krijgt wel een vergoeding van zijn proceskosten, gelet op het in rechtsoverweging 7. geconstateerde gebrek. Verweerder dient deze kosten te betalen. De kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 907,00 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde van € 907,00 en een wegingsfactor 1). Omdat aan eiser een toevoeging is verleend, moet verweerder deze vergoeding betalen aan de gemachtigde.

Beslissing

De rechtbank:

Deze uitspraak is gedaan door mr. E.M.A. Vinken, rechter, in aanwezigheid van mr. J.L. Maats, griffier.

De beslissing is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen een week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. E.M.A. Vinken

Griffier

  • mr. J.L. Maats

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?