ECLI:NL:RBDHA:2025:26400

ECLI:NL:RBDHA:2025:26400, Rechtbank Den Haag, 03-09-2025, NL25.22793 en NL25.22794

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 03-09-2025
Datum publicatie 20-01-2026
Zaaknummer NL25.22793 en NL25.22794
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Den Haag

Samenvatting

asiel vergunning afgewezen als kennelijk ongegrond. Iraakse nationaliteit. bekering tot het atheïsme ongeloofwaardig. referentiekader en medische omstandigheden. geen alleenstaande vrouw. toegedichte afvalligheid in besluit niet beoordeeld. gebrek niet nader hersteld. rechtbank van oordeel dat onvoldoende is gemotiveerd waarom geen sprake toegedichte afvalligheid. beroep gegrond. vergoeding prcoeskosten

Uitspraak

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

(gemachtigde: mr. E. van der Weijden).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar opvolgende asielaanvraag en beoordeelt de voorzieningenrechter het verzoek om een voorlopige voorziening.

Eiseres heeft op 1 maart 2023 een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Verweerder heeft met het bestreden besluit van 14 mei 2025 deze aanvraag in de algemene procedure afgewezen als kennelijk ongegrond.

De rechtbank heeft het beroep en het verzoek om een voorlopige voorziening op 5 augustus 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres, J. Sharif als tolk en de gemachtigde van verweerder. De rechtbank heeft het onderzoek ter zitting geschorst op verzoek van verweerder.

Verweerder heeft op 6 augustus 2025 een nadere toelichting gegeven. Eiseres heeft op 12 augustus 2025 een reactie ingediend op de nadere toelichting.

De rechtbank heeft het onderzoek op 12 augustus 2025 gesloten.

Beoordeling door de rechtbank

Waar gaat deze zaak over?

2. Eiseres heeft de Iraakse nationaliteit en is geboren op [geboortedatum] 1979. Eiseres legt aan haar asielaanvraag ten grondslag dat zij atheïst is geworden. Zij begon te twijfelen aan de islam, omdat haar broers haar slecht behandelden en God niet hielp toen zij hierom vroeg. Eiseres heeft verklaard dat zij daarna boeken over dit onderwerp heeft gelezen en korte tijd daarna niet meer geloofde in de islam of een andere religie.

3. Het asielrelaas van eiseres bevat volgens verweerder de volgende asielmotieven:

Verweerder vindt het eerste asielmotief geloofwaardig. Het tweede asielmotief vindt verweerder ongeloofwaardig. Eiseres heeft dit asielmotief niet volledig onderbouwd met objectieve documenten. Verweerder heeft daarom getoetst of eiseres dit asielmotief op een andere manier voldoende aannemelijk heeft gemaakt. Dat is volgens verweerder niet het geval, omdat de verklaringen van eiseres geen samenhangend en aannemelijk geheel vormen. Dat eiseres uit Irak komt is onvoldoende om aan te nemen dat zij een vluchteling is als bedoeld in het Vluchtelingenverdrag of dat zij bij terugkeer naar Irak een reëel risico loopt op ernstige schade. Eiseres komt vanwege het voorgaande niet in aanmerking voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Verweerder heeft de aanvraag van eiseres afgewezen als kennelijk ongegrond omdat de aanvraag van eiseres een opvolgende aanvraag is, die niet niet-ontvankelijk is verklaard.

Wat vindt eiseres in beroep?

4. Eiseres is het niet eens met het bestreden besluit. Primair betoogt eiseres dat verweerder Werkinstructie 2024/6 (WI 2024/6), over de geloofwaardigheidsbeoordeling bij asielzaken, niet mocht toepassen. De WI 2024/26 is volgens haar in strijd met het geldende recht. Subsidiair betoogt eiseres dat verweerder ten onrechte Werkinstructie 2022/3 (WI 2022/3), over bekering en afvalligheid, niet heeft toegepast. Daarbij komt dat verweerder onvoldoende rekening heeft gehouden met het referentiekader van eiseres. Zij komt uit een traditioneel islamitisch gezin en is laag opgeleid. Ook is sprake van relevante medische omstandigheden, nu eiseres in het verleden vaak is mishandeld en daardoor getraumatiseerd is. Verweerder heeft hier geen dan wel onvoldoende rekening mee gehouden tijdens het gehoor en in de besluitvorming.

Inhoudelijk voert eiseres aan dat haar bekering tot het atheïsme ten onrechte ongeloofwaardig is geacht. Zij heeft wel degelijk samenhangend en aannemelijk verklaard. Verder valt eiseres onder het risicoprofiel alleenstaande vrouwen. Verweerder heeft dit ten onrechte niet erkend. Tot slot heeft eiseres tijdens de zitting betoogd dat verweerder had moeten toetsen aan toegedichte afvalligheid. Dit heeft verweerder echter niet gedaan.

Waarom heeft de rechtbank het onderzoek ter zitting geschorst?

5. Eiseres heeft tijdens de zitting voor het eerst aangevoerd dat verweerder ten onrechte niet heeft getoetst aan toegedichte afvalligheid (zie rechtsoverweging 4). Verweerder heeft in reactie daarop verzocht om de behandeling van het beroep te schorsen en een nadere schriftelijk reactie in te dienen. Dit verzoek heeft de rechtbank toegewezen.

In de nadere reactie heeft verweerder erkend dat hij in de besluitvorming niet getoetst heeft aan toegedichte afvalligheid. Verweerder heeft die beoordeling in de nadere reactie alsnog gemaakt. Volgens verweerder heeft eiseres in Nederland met (bijna) niemand over haar visie op de islam gesproken en is zij gestopt met het schrijven over religie. Verder is niet gevolgd dat de zus van eiseres via twee andere personen op de hoogte is gebracht over de geloofsovertuiging van eiseres. Niet valt daarom in te zien waarom sprake zou zijn van toegedichte afvalligheid. Verweerder stelt zich tot slot op het standpunt dat van geen andere feiten of omstandigheden is gebleken waaruit kan worden opgemaakt dat de autoriteiten afvalligheid zouden toedichten. Gelet op het voorgaande verzoekt verweerder om het gebrek met toepassing van artikel 6:22 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) te passeren.

Eiseres heeft in haar reactie – voor zover van belang – gewezen op de onbetwiste verklaringen dat zij met twee vrienden heeft gesproken over haar visie op de islam en dat zij zich vóór het overlijden van haar moeder op sociale media negatief uitliet over de islam en andere religies. Zij wijst ook op haar verklaringen tijdens het gehoor dat zij zich bij terugkeer niet zal houden aan de religieuze verplichtingen die in Irak gelden. Eiseres benadrukt dat het in het kader van de toegedichte afvalligheid gaat om haar uitlatingen en dat die niet zijn betwist door verweerder.

Wat is het oordeel van de rechtbank?

Herhaald en ingelast

6. Naar het oordeel van de rechtbank heeft eiseres met de enkele verwijzing naar hetgeen eerder door haar is aangevoerd in de zienswijze, onvoldoende uiteengezet op welke punten het bestreden besluit volgens haar onjuist of onvolledig is en waarom. Dit kan dan ook niet leiden tot vernietiging van het bestreden besluit. De rechtbank zal zich beperken tot bespreking van de gronden die in beroep zijn aangevoerd.

WI 2024/6 en WI 2022/3

7. De rechtbank volgt eiseres niet in het betoog dat verweerder WI 2024/6 niet had mogen toepassen. Onder verwijzing naar een uitspraak van de meervoudige kamer van deze zittingsplaats overweegt de rechtbank dat de nieuwe werkwijze van verweerder (WI 2024/6) niet in zijn algemeenheid in strijd is met het Unierecht. Verweerder dient wel alle omstandigheden in een specifiek geval altijd in samenhang te beoordelen om tot een conclusie over de geloofwaardigheid te komen. De rechtbank gaat later in de uitspraak in op de vraag of verweerder dat in de zaak van eiseres ook op de juiste wijze heeft gedaan.

De rechtbank volgt eiseres ook niet in haar betoog dat het bestreden besluit tot stand is gekomen met toepassing van de onjuiste werkinstructie. De stelling van eiseres dat verweerder de asielaanvraag alleen maar heeft beoordeeld aan de hand van WI 2024/6 volgt de rechtbank niet. Zoals verweerder tijdens de zitting heeft toegelicht, heeft hij WI 2024/6 in combinatie met WI 2022/3 toegepast. WI 2022/3 is niet zozeer een vervanging van WI 2024/6 in zaken van gestelde bekeerlingen en/of afvalligen, maar een aanvulling die helpt om het asielrelaas inhoudelijk te beoordelen. Verweerder heeft tijdens de zitting in dit kader gewezen op een verwijzing naar WI 2014/10 (de voorganger van WI 2024/6) in WI 2022/3. De rechtbank ziet hierin een bevestiging voor het oordeel dat WI 2022/3 geen vervanging is van WI 2024/6. De rechtbank wijst tot slot nog op het volgende. In WI 2022/3 worden drie elementen genoemd voor de toetsing van de geloofwaardigheid in zaken van gestelde bekeerlingen en/of afvalligen. De rechtbank stelt vast dat deze elementen in de zaak van eiseres ook terugkomen in de besluitvorming. Eiseres heeft verder niet zelf kunnen aangeven waaruit blijkt dat WI 2022/3 niet is toegepast in haar geval.

Referentiekader en medische omstandigheden

8. De rechtbank is van oordeel dat verweerder voldoende rekening heeft gehouden met het referentiekader en de medische omstandigheden van eiseres. De rechtbank legt hieronder uit hoe zij tot dit oordeel is gekomen.

9. Over de medische omstandigheden van eiseres overweegt de rechtbank als volgt.

10. Uit het verslag van het gehoor blijkt dat de hoormedewerker heeft geïnformeerd hoe het met eiseres ging en dat zij heeft aangegeven bekend te zijn met de psychische problemen van eiseres. De hoormedewerker heeft eiseres ingelicht dat zij geen directe vragen zou stellen over de traumatische gebeurtenissen van eiseres. Zij heeft dit tijdens het gehoor ook niet gedaan. Verder heeft de hoormedewerker eiseres gevraagd om het aan te geven als zij tijdens het gehoor behoefte heeft aan een pauze en zijn er ook diverse pauzes ingelast. De hoormedewerker heeft de tijd genomen voor eiseres en haar de mogelijkheid gegeven om een paracetamol te halen en daarna in de gelegenheid gesteld om te wachten met het gehoor tot de paracetamol goed was ingewerkt en de hoofdpijn was afgenomen. Tijdens het gehoor heeft eiseres aangegeven dat zij zich verder fysiek en mentaal in staat voelde om het gehoor te laten plaatsvinden en heeft eiseres op diverse momenten aangegeven dat zij graag (verder) in gesprek wilde met de hoormedewerker. Eiseres heeft tijdens of na het gehoor ook niet aangegeven dat haar medische situatie invloed heeft gehad op haar verklaringen tijdens het gehoor. Het voorgaande maakt dan ook dat de rechtbank eiseres niet volgt in haar betoog dat tijdens het gehoor onvoldoende rekening is gehouden met de medische omstandigheden van eiseres.

Hetzelfde geldt volgens de rechtbank voor de verdere besluitvorming. In de besluitvorming heeft verweerder op meerdere punten gewezen waaruit blijkt dat rekening is gehouden met de psychische omstandigheden van eiseres. Verweerder heeft de overgelegde medische stukken betrokken en hierbij uitgelegd waarom alsnog van eiseres verwacht mag worden dat zij over haar relatie met de islam kan verklaren. Verweerder heeft van belang mogen vinden dat in de overgelegde stukken in zijn algemeenheid mogelijke gevolgen worden genoemd van PTSS, maar dat daarin niet concreet wordt benoemd wat de situatie van eiseres persoonlijk is. Ook heeft verweerder er op mogen wijzen dat in de diagnose wordt gesproken over de mishandeling door de broers van eiseres. In de huidige asielprocedure staat echter niet de relatie met haar broers centraal, maar de relatie met de islam. Het voorgaande brengt de rechtbank tot de conclusie dat verweerder tijdens de besluitvorming voldoende rekening heeft gehouden met de medische omstandigheden van eiseres.

11. Over het referentiekader overweegt de rechtbank als volgt.

12. Uit vaste rechtspraak van de hoogste bestuursrechter volgt dat verweerder bij het inrichten van de asielprocedure in algemene zin voldoende maatregelen heeft genomen om een zorgvuldige en objectieve beoordeling van een asielrelaas te waarborgen waarbij rekening wordt gehouden met de culturele achtergrond van een vreemdeling. Daarin ligt besloten dat verweerder in zijn werkwijze voldoende rekening houdt met het referentiekader van de vreemdeling, waarvan de culturele achtergrond deel uitmaakt.

Het voorgaande betekent niet dat verweerder in elke individuele zaak automatisch voldoende rekening houdt met het referentiekader. De rechtbank maakt uit jurisprudentie van de hoogste bestuursrechter op dat als een vreemdeling aan de hand van landeninformatie, wetenschappelijke artikelen of een rapport betoogt dat verweerder de verklaringen door een cultuurverschil (of in dit geval door het algehele referentiekader) verkeerd heeft begrepen of geduid, verweerder daar gemotiveerd op in moet gaan. Het is echter aan de vreemdeling om deze individuele omstandigheden naar voren te brengen. Een vreemdeling is namelijk zelf het beste op de hoogte van zijn eigen cultuur en de manier waarop, gezien de culturele context, verweerder zijn verklaringen moet begrijpen. Daarbij is van belang dat een vreemdeling deze omstandigheden in een zo vroeg mogelijk stadium aanvoert. Dit zal in beginsel uiterlijk in de zienswijze moeten gebeuren. Op dat moment is de desbetreffende vreemdeling immers op de hoogte van de tegenwerpingen van verweerder en kan hij aanvoeren dat verweerder zijn verklaringen verkeerd heeft geduid of dat verweerder van hem teveel heeft verwacht. Ook moet hij op dat moment zijn betoog al zoveel mogelijk onderbouwen met landeninformatie, wetenschappelijke artikelen en/of een rapport.

Met betrekking tot het referentiekader van eiseres heeft verweerder in het bestreden besluit vermeld dat het door verweerder wordt begrepen als eiseres de data niet allemaal precies weet. Dat neemt niet weg dat verweerder van eiseres mag verwachten dat zij in zekere mate eenduidig kan verklaren over onderwerpen die de kern van haar asielrelaas raken. Verweerder heeft in het bestreden besluit verder voldoende gemotiveerd dat de gestelde lage intelligentie moeilijk rijmt met de stelling van eiseres dat zij door het lezen van boeken en het opdoen van nieuwe kennis anders is gaan kijken naar religie en de islam. De omstandigheid dat eiseres uit een traditioneel gezin komt waar zij niet kritisch mocht zijn, heeft haar bovendien niet weerhouden om zich te verdiepen in haar relatie tot religie. Niet valt daarom in te zien waarom zij hierover ook niet zou kunnen verklaren. Gelet op het voorgaande is de rechtbank het met verweerder eens dat eiseres onvoldoende concreet heeft gemaakt waar verweerder in het kader van het referentiekader tekort is geschoten.

Eiseres heeft verder aangevoerd dat er een cultuurverschil bestaat tussen haar (collectivistische cultuur) en de gehoormedewerker (individualistische cultuur) en dat daar onvoldoende rekening mee is gehouden bij onder meer het toetsen van haar verklaringen. Dit betoog kan echter niet tot een ander oordeel leiden, nu eiseres dit niet nader heeft geconcretiseerd of onderbouwd met stukken.

Geloofwaardigheid afvalligheid en atheïsme

13. De rechtbank is van oordeel dat verweerder zich niet ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat de bekering van eiseres tot het atheïsme ongeloofwaardig is. Verweerder mocht allereerst tegenwerpen dat eiseres wisselend heeft verklaard over wanneer zij de islam definitief heeft verlaten en atheïst is geworden. Zo heeft verweerder in de besluitvorming uitgelegd dat eiseres drie verschillende momenten heeft benoemd als het moment dat zij zich definitief afkeerde van de islam en zich bekeerde tot het atheïsme. Zoals verweerder heeft gesteld, mag van eiseres verwacht worden dat zij over een dusdanig belangrijk moment consistent kan verklaren. Verweerder mocht ook tegenwerpen dat eiseres wisselend heeft verklaard over haar twijfels aan God. In eerste instantie heeft eiseres immers verklaard dat zij in Irak begon te twijfelen aan God, even later heeft ze verklaard in Irak nog niet te hebben getwijfeld aan God en weer even later, geconfronteerd met deze tegenstrijdigheid, heeft ze verklaard in Irak al een beetje te zijn gaan twijfelen aan God. In de correcties en aanvullingen heeft eiseres vervolgens gesteld in Irak nog niet te hebben getwijfeld aan God en voor het verschil in haar verklaringen heeft eiseres geen verklaring gegeven. Gelet op die verklaringen volgt de rechtbank eiseres niet in haar betoog dat zij eenduidig heeft verklaard over wanneer zij de islam definitief heeft verlaten en atheïst is geworden. Ook mocht verweerder vinden dat eiseres oppervlakkig en vaag heeft verklaard over hoe het voelde om religie te verlaten en over wat de bekering tot het atheïsme haar heeft gebracht. Verweerder mocht het onvoldoende vinden dat eiseres alleen heeft verklaard dat het fijn en vrij voelde om atheïst te zijn en dat zij nauwelijks inzicht heeft gegeven in persoonlijke ervaringen en gedachtes. Ook dit raakt namelijk de kern van het asielrelaas van eiseres. Verder mocht verweerder vinden dat eiseres oppervlakkig en onpersoonlijk heeft verklaard over het opdoen van kennis over religie, islam en atheïsme, bijvoorbeeld na het lezen van boeken. Nu eiseres op basis van onderzoek en kennisvergaring tot de conclusie zou zijn gekomen dat God niet bestaat, mag van eiseres verwacht worden dat zij meer kennis heeft over de boeken en de schrijvers die zij heeft gelezen en meer kan verklaren over wat de opgedane kennis haar persoonlijk heeft gebracht. Hier heeft eiseres onvoldoende over verklaard terwijl dit wel van eiseres verwacht mocht worden nu deze boeken ervoor zouden hebben gezorgd dat eiseres niet meer in het bestaan van God gelooft. Verweerder mocht ook vinden dat, nu eiseres al ruim vier jaar atheïst is, de kennis die zij heeft over de boeken onvoldoende is om te compenseren voor de oppervlakkige, onpersoonlijke en summiere verklaringen van eiseres betreft de andere onderwerpen. De stellingen van eiseres dat haar antwoorden op vragen anders gekwalificeerd moeten worden vanwege haar achtergrond in een streng islamitische cultuur in een streng islamitisch gezin en haar gevoeligheid voor sociale invloed, maken het voorgaande niet anders, gelet op het hiervoor onder 11. tot en met 12.2. overwogene. Tot slot volgt de rechtbank eiseres niet in haar betoog dat verweerder heeft nagelaten om de overgelegde chatberichten te betrekken. Verweerder heeft deze berichten betrokken in het bestreden besluit en daarbij voldoende uitgelegd waarom die niet tot een andere conclusie leiden.

Gelet op het voorgaande heeft verweerder voldoende gemotiveerd dat eiseres onvoldoende aannemelijk en samenhangend heeft verklaard over haar bekering tot het atheïsme. Op basis daarvan heeft verweerder de gestelde bekering ongeloofwaardig mogen vinden.

Alleenstaande vrouw

14. De rechtbank volgt eiseres niet in haar betoog dat verweerder haar had moeten aanmerken als alleenstaande vrouw. In de vorige procedure heeft verweerder geconcludeerd dat eiseres niet als alleenstaande vrouw kan worden aangemerkt. Die conclusie is door de rechtbank bevestigd in de uitspraak van 12 juli 2021. Eiseres doet in deze procedure wederom een beroep op de problemen met haar familie, echter is het aan eiseres om aannemelijk te maken dat de situatie met haar familie zodanig is veranderd ten opzichte van de vorige procedure dat ze niet meer bij haar familie terecht kan. Hierin is eiseres onvoldoende geslaagd. Zoals verweerder tijdens de zitting heeft toegelicht, valt namelijk niet in te zien dat eiseres geen familie meer heeft in Irak om op terug te vallen. Dat de ouders van eiseres niet meer in leven zijn, leidt niet tot een ander oordeel.

Toegedichte afvalligheid

15. Niet is in geschil tussen partijen dat verweerder in het bestreden besluit niet heeft getoetst aan toegedichte afvalligheid. De rechtbank ziet in de nadere toelichting van verweerder geen aanleiding om dit gebrek te passeren met toepassing van artikel 6:22 van de Awb. De rechtbank is namelijk van oordeel dat verweerder het gebrek met de nadere toelichting niet heeft hersteld. Hiervoor is het volgende van belang.

Uit WI 2022/3 volgt dat de beoordeling van toegedichte afvalligheid met name ziet op de gedragingen en uitingen van de vreemdeling en de perceptie van de omgeving hiervan. Het gaat om de vraag welke risico’s bepaalde uitingen opleveren en waarom deze uitingen in verband worden gebracht met afvalligheid. Hierbij is van belang of de vreemdeling altijd op deze manier uiting heeft gegeven aan zijn religie of dat er sprake is van verandering. Als een vreemdeling heeft aangegeven afvallig of bekeerd te zijn, maar de bekering of afvalligheid niet geloofwaardig is geacht, kunnen de verklaringen over de uitingen betrokken worden bij de beoordeling van de toegedichte afvalligheid.

De rechtbank stelt vast dat verweerder in zijn nadere toelichting de toegedichte afvalligheid niet volgens de hierboven beschreven werkwijze heeft beoordeeld. Verweerder is namelijk in het geheel niet ingegaan op de (onbetwiste) verklaringen van eiseres dat zij zich niet meer aan religieuze verplichtingen zal gaan houden. Verweerder heeft verder nagelaten om de perceptie van de omgeving te betrekken en te kijken naar welke risico’s verbonden kunnen worden aan het voornemen van eiseres om zich niet te conformeren aan de religieuze gebruiken in Irak.

De enkele stelling van verweerder dat de verklaringen van de bekering van eiseres niet worden gevolgd, is onvoldoende om te concluderen dat bij eiseres geen sprake is van toegedichte afvalligheid bij terugkeer in Irak.

Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd waarom bij eiseres geen sprake is van toegedichte afvalligheid.

Conclusie en gevolgen

16. De rechtbank komt tot de conclusie dat verweerder onvoldoende heeft uitgelegd waarom bij eiseres geen sprake is van toegedichte afvalligheid. Het beroep is daarom gegrond en de rechtbank vernietigt het bestreden besluit. De rechtbank ziet geen aanleiding om de rechtsgevolgen in stand te laten of om een bestuurlijke lus toe te passen, omdat het aan verweerder is om nader te onderzoeken en te beoordelen of bij eiseres sprake is van toegedichte afvalligheid. De rechtbank draagt verweerder op om een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. De rechtbank vindt een termijn van acht weken hiervoor geschikt.

17. Omdat het beroep gegrond is krijgt eiseres een vergoeding van haar proceskosten. Op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht stelt de rechtbank de kosten voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 2.721,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, 1 punt voor het indienen van het verzoekschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting met een waarde per punt van € 907,- en een wegingsfactor 1).

17. Omdat op het beroep is beslist, bestaat er geen aanleiding meer voor het treffen van een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter wijst het verzoek daarom af.

Beslissing

De rechtbank: - verklaart het beroep gegrond;- vernietigt het bestreden besluit;

- draagt de minister op om binnen acht weken opnieuw te beslissen op de aanvraag van eiseres;

- veroordeelt verweerder tot betaling van € 1.814,- aan proceskosten aan eiseres.

De voorzieningenrechter:

- wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af;

- veroordeelt verweerder tot betaling van € 907,- aan proceskosten aan eiseres.

Deze uitspraak is gedaan door mr. E.M.A. Vinken, (voorzieningen)rechter, in aanwezigheid van mr. J.L. Maats, griffier.

De beslissing is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak op het beroep, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen een week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?