ECLI:NL:RBDHA:2025:26469

ECLI:NL:RBDHA:2025:26469, Rechtbank Den Haag, 15-12-2025, C/09/693665 / JE RK 25-1830

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 15-12-2025
Datum publicatie 21-01-2026
Zaaknummer C/09/693665 / JE RK 25-1830
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Den Haag

Samenvatting

Verlenging ondertoezichtstelling

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Beschikking van de kinderrechter

Verlenging ondertoezichtstelling

Stichting Jeugdbescherming west Zuid-Holland,

[minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2018 in [geboorteplaats],

[minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 2] 2022 in [geboorteplaats],

[de moeder],

[de vader],

Team Familie

Zaaksgegevens: C/09/693665 / JE RK 25-1830

Datum uitspraak: 15 december 2025

in de zaak naar aanleiding van het op 27 oktober 2025 ingekomen verzoekschrift van:

hierna te noemen: de gecertificeerde instelling,

over

hierna te noemen: [minderjarige 1],

hierna te noemen: [minderjarige 2].

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

hierna te noemen: de moeder,

zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland, feitelijk verblijvende in Duitsland,

hierna te noemen: de vader,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres.

Het procesverloop

De kinderrechter heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder het verzoekschrift, met bijlagen.

Op 15 december 2025 is de zaak op de zitting van deze rechtbank met gesloten deuren behandeld in de vorm van een gecombineerde behandeling van zowel het onderhavige verzoek als de verzoeken over het gezag, de hoofdverblijfplaats en de vervangende toestemming vakantie (C/09/673727 en FA RK 24-7234). Op laatstgenoemde verzoeken is bij afzonderlijke beschikking beslist.

Op de zitting zijn verschenen:

De moeder is niet verschenen. De kinderrechter stelt vast dat de moeder wel juist is

opgeroepen.

Feiten

Verzoek

De gecertificeerde instelling verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] te verlengen voor de duur van één jaar, met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.

De gecertificeerde instelling voert ter onderbouwing van het verzoek het volgende aan. Er is

sprake van meerdere ontwikkelingsbedreigingen bij de kinderen. Hoewel de vader liefdevol en betrokken is, ligt er een risico op overbelasting doordat hij de zorg alleen draagt, kampt met financiële problemen, een taalbarrière en weinig steun uit een sociaal netwerk kan ontvangen. Dit beperkt zijn mogelijkheden om de kinderen voldoende structuur, stabiliteit en basiszorg te bieden. Daarnaast zijn er zorgen rondom de ontwikkeling van de kinderen zelf. Bij [minderjarige 1] is sprake van een onvoldoende taalontwikkeling en mogelijk identiteitsproblemen, doordat zij haar moeder ontkent en er geen stabiel contact met de moeder is. Bij [minderjarige 2] zijn ook zorgen over zijn taalontwikkeling en het leren omgaan met grenzen. Het ontbreken van contact met de moeder vormt voor beide kinderen een bedreiging voor hun identiteitsontwikkeling en hechting. De vader ziet de noodzaak van contactherstel niet volledig in, terwijl bekend is dat het voor kinderen van belang is dat zij, wanneer dit mogelijk is, zowel hun vader als moeder in hun leven hebben. Ook de woon- en leefsituatie is instabiel door de kleine behuizing en de dreiging van huisuitzetting.

Op dit moment zijn de doelen nog niet behaald. Er heeft geen contactherstel plaatsgevonden tussen de moeder en de kinderen, en er zijn nog zorgen over de stabiliteit in het leven van de vader en daarbij de zorg die vader de kinderen biedt. Het doel van de ondertoezichtstelling is om nogmaals in te zetten op de mogelijkheden voor contactherstel tussen de moeder en de kinderen. Ook wanneer de frequentie van het contact laag is, is het in het belang van de kinderen dat de moeder wel een rol speelt in hun leven. Mocht contactherstel niet haalbaar zijn dan zullen de kinderen meegenomen moeten worden in wie hun moeder is en waarom ze geen contact met moeder hebben. Daarnaast zal er meer zicht moeten komen op de (basale) zorg die de vader biedt en of de vader kan zorgen voor een continue gehechtheidsrelatie.

De vader heeft ingestemd met het verzoek. De moeder heeft zich niet tegen toewijzing daarvan verzet.

Beoordeling

De kinderrechter is, gelet op hetgeen uit het dossier en op de zitting naar voren is gekomen, van oordeel dat de in artikel 1:255, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek genoemde

gronden voor ondertoezichtstelling nog aanwezig zijn en dat het noodzakelijk is de

ondertoezichtstelling te verlengen als verzocht.

Daarbij heeft de kinderrechter in aanmerking genomen dat de doelen waaraan gewerkt diende te worden binnen de ondertoezichtstelling nog niet zijn behaald en dat de kinderen nog steeds ernstig in hun ontwikkeling worden bedreigd. Er zijn zorgen over de taalontwikkeling van de kinderen. Daarnaast bestaan nog steeds zorgen over het contact tussen de moeder en de kinderen. De kinderen hebben de moeder al geruime tijd niet (fysiek) gezien. Ook zijn er zorgen over de identiteitsontwikkeling van [minderjarige 1], vanwege het gebrek aan contact met de moeder, en omdat zij haar moeder ontkent. Tot slot wordt gezien dat de vader de noodzaak van contactherstel niet volledig inziet, en zijn er zorgen met betrekking tot de huisvesting van de vader en de kinderen. Er is sprake van een dreigende huisuitzetting, en de huurbaas heeft inmiddels een dagvaarding uitgebracht. Op de zitting heeft de gecertificeerde instelling aangegeven dat er een reële kans is dat de vader niet langer in de huurwoning kan verblijven. De gecertificeerde instelling heeft hier veel zorgen over, en is op zoek naar vervangende woonruimte voor de vader en de kinderen, mocht de vader de woning kwijtraken. De kinderrechter vindt dat dit alles het noodzakelijk maakt dat de gecertificeerde instelling betrokken blijft.

Daarbij is het belangrijk dat de gecertificeerde instelling in de komende periode inzet op de huisvesting van de vader en de kinderen. Daarnaast is het noodzakelijk dat er in de komende periode gewerkt wordt aan het tot stand brengen en behouden van contact tussen de moeder en de kinderen. Verder dienen de kinderen zich zo adequaat mogelijk te ontwikkelen. Hierbij is het van belang dat zij worden ondersteund door de vader en door de moeder (op afstand). Tot slot moet er worden toegezien op de (basale) zorg die de vader biedt. Het is daarbij van belang dat de vader de kinderen weet te ondersteunen in hun ontwikkeling en aan de slag gaat met zaken die hem daarin belemmeren. De kinderrechter acht een termijn van een jaar hiervoor passend, omdat er nog steeds grote zorgen zijn en de verwachting er niet is dat de zorgen het komende jaar aanzienlijk verminderen.

Daarom zal als volgt worden beslist.

Beslissing

De kinderrechter:

verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] tot 21 december 2026 met behoud van de Stichting Jeugdbescherming west Zuid-Holland als gecertificeerde instelling die belast is met de uitvoering van de ondertoezichtstelling;

verklaart deze beslissing uitvoerbaar bij voorraad.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. M.A. Wien

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?