Beschikking op het op 15 april 2024 ingekomen verzoek van:
[de moeder] ,
de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. L.M.J. Duijverman te ’s-Gravenhage.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:
[de vader] ,
de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. M.K. de Menthon Bake te ’s-Gravenhage.
Procedure
Bij beschikking van deze rechtbank van 20 juni 2024, verbeterd bij beschikking van 25 juli 2024, is – met wijziging in zoverre van het vonnis van de rechtbank Den Haag van 10 november 2022 –, voor zover hier relevant:
- bepaald dat voor [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2012 te [geboorteplaats] , voorlopig het volgende zal gelden betreffende het contact met zijn vader:
- met ingang van 28 augustus 2024 wordt de reguliere zorgregeling hervat, inhoudende dat [minderjarige 1] op 28 augustus door de moeder naar school wordt gebracht en uit school tot de daaropvolgende woensdag naar school bij de vader verblijft en waarna [minderjarige 1] afwisselend een week bij de moeder en een week bij de vader zal verblijven met het wisselmoment op de woensdag na school;
- bepaald dat voor [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2017 te ’ [geboorteplaats] , voorlopig het volgende zal gelden betreffende het contact met de vader:
- met ingang van 28 augustus 2024 wordt de reguliere zorgregeling hervat, inhoudende dat [minderjarige 2] op 28 augustus door de moeder naar school wordt gebracht en uit school tot de daaropvolgende woensdag naar school bij de vader verblijft en waarna [minderjarige 2] afwisselend een week bij de moeder en een week bij de vader zal verblijven met het wisselmoment op de woensdag na school;
De rechtbank heeft wederom kennisgenomen van de stukken, waaronder nu ook:
Op 3 september 2025 is de behandeling ter zitting voortgezet. Hierbij zijn verschenen:
Van de zijde van de moeder en de vader zijn pleitnotities overgelegd.
Beoordeling
De rechtbank handhaaft al hetgeen bij genoemde beschikking is overwogen en beslist, voor zover in deze beschikking niet anders wordt overwogen of beslist.
Gezag
De Raad adviseert het verzoek met betrekking tot het gezag aan te houden voor zes maanden om de ouders het ouderschapsbemiddelingstraject bij mevrouw [naam 2] en consorten te laten volgen, waarbij mevrouw [naam 2] zal rapporteren aan de Raad.
De moeder stelt dat de ouders vanaf 2021 verwikkeld zijn in een strijd over de kinderen en niet in staat zijn om met elkaar op constructieve wijze te communiceren. De kinderen worden bijna dagelijks geconfronteerd met de problemen die tussen de ouders spelen. Het is de laatste tijd bergafwaarts gegaan met de kinderen. De kinderen zijn klem en verloren geraakt tussen de ouders. De vader werkt noodzakelijke beslissingen tegen en creëert instabiliteit. De moeder wil niet dat dit verzoek wordt aangehouden in afwachting van een traject bij mevrouw [naam 2] , er moet duidelijkheid komen. Het door de Raad voorgestelde traject is zinvol in het kader van de verbetering van onderlinge communicatie en het vaststellen van duidelijke kaders om de overdrachten en het contact veilig te laten verlopen, maar hiervoor is geen aanhouding van de procedure nodig.
De vader onderschrijft het advies van de Raad om het verzoek met betrekking tot het gezag aan te houden zodat de ouders het ouderschapsbemiddelingstraject kunnen volgen.
De rechtbank overweegt dat het uitgangspunt van de wet(gever) is dat de ouders het gezamenlijk gezag uitoefenen. De moeder stelt dat de vader gezagsbeslissingen frustreert, maar naar het oordeel van de rechtbank heeft de moeder dat onvoldoende onderbouwd. Nergens blijkt immers uit dat belangrijke beslissingen niet zijn genomen doordat één van de ouders dat heeft gedwarsboomd. Ook ziet de rechtbank niet dat de kinderen klem of verloren zijn geraakt tussen de ouders. Volgend de Raad gaat het, gezien de situatie waarin de kinderen zitten, zelfs goed met hen. Uit het raadsrapport blijkt verder dat de problemen die de kinderen hebben, voornamelijk voortvloeien uit de ex-partner problematiek van de ouders. Dat er tussen de ouders veel onenigheid is en zij niet goed met elkaar kunnen communiceren, wordt naar het oordeel van de rechtbank niet opgelost door de moeder het eenhoofdig gezag toe te kennen. De oplossing hebben de ouders zelf in handen en daarom geeft de rechtbank aan de ouders mee dat zij het bijzonder raadzaam acht de ouders met elkaar om tafel gaan in het kader van een ouderbemiddelingstraject begeleid door mevrouw [naam 2] . Daartoe hebben zij beiden op de zitting bereidbaarheid uitgesproken. Voor dit traject acht de rechtbank een basis van gelijkwaardigheid tussen de ouders, en daarmee dus gezamenlijk gezag, belangrijk.
Alles in samenhang bezien oordeelt de rechtbank dat geen sprake is van een uitzonderingsgrond. Slechte communicatie tussen de ouders is onvoldoende om het verzoek van de moeder toe te wijzen. De rechtbank zal partijen en de kinderen nu duidelijkheid geven en het verzoek met betrekking tot het gezag niet aanhouden, maar afwijzen.
Zorgregeling
De Raad adviseert na het doen van het onderzoek de volgende zorgregeling:
- [minderjarige 1] verblijft één week bij de vader en één week bij de moeder;
- [minderjarige 2] verblijft bij de vader van vrijdag uit school tot en met woensdag naar school en van woensdag uit school tot een week later vrijdag naar school bij de moeder.
De moeder kan zich niet kan vinden in het advies over de zorgregeling, met name niet met betrekking tot [minderjarige 2] . De moeder snapt niet dat de Raad geen rekening houdt met hetgeen in maart 2025 opnieuw bij de school met de vader gebeurd is, en dat de Raad de vader in de buurt van de school laat komen, [minderjarige 2] doordeweeks bij de vader laat zijn en haar door de vader naar school laat brengen. De moeder geeft aan dat de vader door de politie is meegenomen nadat hij fout parkeerde voor de school en niet accepteerde dat hij daarop werd aangesproken. Nadat hij uit voorarrest is gekomen, kwam de vader met krukken bij de school aan en parkeerde hij zijn auto opnieuw op de plek waar het hele incident is ontstaan. De moeder was hier niet bij, maar is hierover aangesproken door ouders van school. De vader laat zien dat hij lak aan alles heeft.
Ook merkt de moeder dat de kinderen niet naar hun buitenschoolse verplichtingen/activiteiten gaan op momenten dat zij bij de vader verblijven. De moeder ziet dus liever een zorgregeling waarbij [minderjarige 2] en ook [minderjarige 1] om de week een weekend bij de vader zijn, en niet op doordeweekse schooldagen.
De vader wil voor beide kinderen een week op week af regeling, ook voor [minderjarige 2] omdat hij aan haar merkt dat ze het bij de vader naar haar zin heeft.
De rechtbank zal de zorgregeling voor beide kinderen apart bespreken.
[minderjarige 1]
Voor [minderjarige 1] zal de rechtbank de regeling vastleggen zoals die nu ook loopt, namelijk dat hij de ene week bij de vader verblijft en de andere week bij de moeder, met het wisselmoment op woensdag via school. Deze regeling lijkt nu namelijk te werken en geeft rust voor [minderjarige 1] . Dit heeft [minderjarige 1] ook in zijn brief aangegeven. Niet meer is gebleken dat hij wegloopt naar de vader als hij bij de moeder is en wat zijn verblijf bij zijn ouders betreft, lijkt de rust te zijn weergekeerd. Volgens de moeder gaat het nu minder goed, maar dat blijkt naar het oordeel van de rechtbank nergens uit.
Wel geeft de rechtbank de vader mee dat co-ouderschap verantwoordelijkheden meebrengt. De rechtbank neemt dit specifiek op, nu in het raadsrapport (pagina 68 van 81) staat opgenomen dat de Raad zorgen heeft over de inconsequente schoolgang van beide kinderen, in het bijzonder [minderjarige 1] . [minderjarige 1] valt bij [schoolnaam] op door de bovengemiddelde hoeveelheid afwezigheid. Het verzuim vindt veelal plaats als [minderjarige 1] bij de vader verblijft. Ook de hoeveelheid afwezigheid van naschoolse activiteiten, met name wanneer de kinderen bij de vader zijn, is opvallend. Met de Raad benadrukt de rechtbank hoe belangrijk (na)schoolse activiteiten zijn voor de kinderen. Als ontspanning, maar ook om de kinderen mee te geven dat zij verplichtingen hebben waarbij er verwachtingen naar hen toe zijn. Daarbij is belangrijk dat de kinderen consequent aanwezig zijn. Het is in het belang van de kinderen dat de vader zich daarvoor inzet ten aanzien van alle activiteiten met de kinderen, zowel de schoolgang als de buitenschoolse activiteiten als huiswerk en bedtijden. De vader dient zich in te spannen om ervoor te zorgen dat de kinderen de afspraken die zij hebben nakomen.
[minderjarige 2]
Ten aanzien van [minderjarige 2] overweegt de rechtbank dat zij bij de Raad heeft aangegeven dat zij iets meer bij de moeder wil zijn. De Raad heeft daarvan aangegeven dat dat ook bij haar leeftijd past. De rechtbank acht de door de Raad geadviseerde zorgregeling voor [minderjarige 2] in haar belang en zal deze regeling vastleggen. [minderjarige 2] zal dan dus bij de vader zijn om de week van vrijdag uit school tot woensdag naar school, in de week dat [minderjarige 1] ook bij de vader is. Bij deze regeling zal [minderjarige 2] dus tijd doorbrengen bij haar vader met haar broer maar zal zij ook tijd alleen hebben met de moeder, terwijl [minderjarige 1] bij de vader is. Voor een dergelijke uitgeklede regeling die de moeder zou voorstaan (om het weekend bij de vader) ziet de rechtbank geen aanleiding. Wel geldt ook ten aanzien van [minderjarige 2] dat de vader zijn verantwoordelijkheden moet nemen die het co-ouderschap met zich brengen, zoals hierboven beschreven.
Voor de wissel zal de rechtbank bepalen dat deze op school zal plaatsvinden. De moeder wil de wissel thuis laten plaatsvinden om heisa bij de school te voorkomen. De rechtbank acht een wissel thuis echter niet in het belang van de kinderen vanwege de spanning tussen de ouders. Zowel school als thuis moeten voor de kinderen veilige plekken zijn. Dat betekent dat de overdracht via school zal plaatsvinden, waarbij de vader om de hoek moet parkeren. Op deze manier blijven zowel school als thuis rustige plekken voor de kinderen. De vader heeft op de zitting gezegd dat hij daar nu al parkeert en de rechtbank gaat ervan uit dat hij dat blijft doen.
De rechtbank zal deze zorgregeling voor [minderjarige 1] en [minderjarige 2] vastleggen en het meer of anders verzochte afwijzen.
Verder is uit het raadsrapport gebleken dat de kinderen niet de vrijheid voelen om contact met de vader te hebben wanneer zij bij de moeder zijn. De rechtbank gunt het de kinderen dat de moeder zich realiseert dat beide kinderen aangeven zich bij de moeder niet vrij te voelen om over de vader te praten of om contact te hebben met de vader. De rechtbank hoopt dat de moeder dat gevoel bij de kinderen erkent, ook als zij het niet herkent. Zoals de Raad aangeeft is het belangrijk dat beide kinderen die ruimte wel ervaren. Andersom geldt ook dat wanneer de kinderen bij de vader zijn, dat zij zich vrij moeten voelen om contact met de moeder te hebben.
Vakanties en feestdagen
Voor de verdeling van de zomervakantie zal de rechtbank het schema van de moeder uit haar pleitnota volgen en dat vaststellen, omdat dat aansluit bij hoe de ouders de vakantie in 2024 en 2025 hebben verdeeld. De kinderen zijn dan dus in de even jaren in week 1, 2 en 4 bij de moeder en in week 3, 5 en 6 bij de vader, en in de oneven jaren in week 1, 2 en 4 bij de vader en in week 3, 5 en 6 bij de moeder.
Conform het advies van de Raad zal de rechtbank bepalen dat de andere overige vakanties bij helfte tussen de ouders worden verdeeld, in onderling overleg te bepalen.
Ten aanzien van Sinterklaas en Kerst heeft de moeder in haar pleitnota aangegeven hoe de ouders de dagen altijd hadden verdeeld. De vader heeft dit niet betwist. De rechtbank volgt daarom hierin het voorstel van de moeder. Op 5 december en op tweede Kerstdag zijn de kinderen bij de vader en op kerstavond en eerste kerstdag zijn de kinderen bij de moeder.
Conform het advies van de Raad zal de rechtbank bepalen dat de kinderen met oud en nieuw tot 1 januari om 12.00 uur in de even jaren bij de vader en in de oneven jaren bij de moeder zijn.
De kinderen zullen met Pasen in de oneven jaren op eerste Paasdag bij de moeder zijn en op tweede Paasdag bij de vader, en in de even jaren andersom.
Op studiedagen zal de rechtbank bepalen dat de reguliere zorgregeling wordt gevolgd. Dat acht de rechtbank het meest rustig voor de kinderen.
Ten aanzien van de verjaardagen van de kinderen neemt de rechtbank ook het gespecificeerde advies van de Raad over, namelijk dat de dag van de verjaardag wordt opgesplitst, zowel wanneer dit in het weekend als doordeweeks valt. In de oneven jaren op doordeweekse dagen zijn de kinderen op hun verjaardag uit school bij de vader tot 17.30 uur, zodat de moeder met de kinderen uit eten kan. In de even jaren is dit andersom. Wanneer de verjaardag in het weekend valt, zijn de kinderen in de oneven jaren vanaf 19.00 uur voor de avond van de verjaardag tot de dag op de verjaardag 15.00 uur bij de vader en vanaf 15.00 uur tot de volgende ochtend 10.00 uur bij de moeder. In de even jaren is dit andersom. Verder geldt dat partijtjes door de moeder in haar eigen tijd worden geregeld, en zo nodig door de vader ook in zijn eigen tijd.
Op Vaderdag en de verjaardag van de vader verblijven de kinderen bij de vader uit school tot de volgende ochtend naar school, dan wel 10.00 uur wanneer er geen school is.
Op Moederdag en de verjaardag van de moeder verblijven de kinderen bij de moeder uit school tot de volgende ochtend naar school, dan wel 10.00 uur wanneer er geen school is.
De rechtbank zal deze vakantie- en feestdagenregeling vastleggen in het belang van de kinderen en het meer of anders verzochte afwijzen.
Hoofdverblijfplaats
De kinderen staan ingeschreven bij de moeder. [minderjarige 2] verblijft meer bij de moeder dan bij de vader. De rechtbank acht het van belang dat er geen onderscheid wordt gemaakt tussen de inschrijvingsadressen van de kinderen en ziet geen aanleiding om dit adres te wijzigen. De rechtbank zal dus bepalen dat de kinderen de hoofdverblijfplaats hebben bij de moeder.
Tot slot
De rechtbank wil het volgende nog aan de ouders meegeven.
In het raadsrapport is specifiek aan de vader geadviseerd om een emotieregulatie traject te volgen bij de Waag. De vader heeft op de zitting aangegeven dat hij met verschillende willekeurige hulpverleners gesprekken heeft gevoerd en dat hij daarmee gehoor heeft gegeven aan het advies van de Raad. De rechtbank acht het van belang dat de vader wel nog een traject zal volgen bij de Waag. Gebleken is dat de vader een kort lontje heeft. Er hebben twee incidenten bij de school plaatsgevonden waarbij de vader fysiek is geworden in aanwezigheid van de kinderen. De rechtbank raadt de vader daarom aan om daar professionele begeleiding bij te zoeken bij een organisatie die daarop is toegerust.
Verder benadrukt de rechtbank het belang van deelname van de ouders aan een traject bij [naam 2] . De rechtbank realiseert zich dat in deze beschikking niet wordt beslist op de wijze die moeder voorstaat. De rechtbank spreekt de hoop uit dat dit niet in de weg staat aan de gang naar [naam 2] . De moeder heeft ook in dit kader op de zitting aangegeven dat zij daarvoor open staat, ongeacht wat de rechtbank zal beslissen. Ook de vader heeft zich bereid verklaard om dit traject te volgen. De rechtbank spreekt de hoop uit dat beide ouders zich hieraan houden en zich inzetten om het traject tot een succes te maken. Bij mevrouw [naam 2] moet vooral de wijze van hoe de ouders met elkaar communiceren besproken worden. Het is aan mevrouw [naam 2] om te bezien of dat aan de hand van de dramadriehoek zal gebeuren of anderszins.
Brief aan [minderjarige 1]
Tot slot hecht de rechtbank er nog aan de ouders te laten weten dat zij vandaag in een aparte brief ook aan de minderjarige [minderjarige 1] zelf heeft uitgelegd wat haar beslissing is:
Beste [minderjarige 1] ,
Dank je wel voor je email van 30 augustus 2025. Ik ben blij te lezen dat het je goed bevalt om de ene week bij je vader en de andere week bij je moeder te zijn. Dat was een tijdelijke regeling en ik heb nu jouw ouders (weer) gesproken over een regeling die blijvend is. Ik heb besloten dat het voor jou blijft zo het nu is, dus dat je de ene week bij je vader bent en de andere week bij je moeder. Voor [minderjarige 2] wordt het iets anders. Zij gaat wat meer naar jullie moeder. Dat betekent voor jou dat je af en toe een paar dagen zonder je zusje bij je vader bent.
Voor wat betreft de dagelijkse bezigheden is het de bedoeling dat dat voor jou elke week hetzelfde is, ongeacht bij wie je bent. Dus, je moet naar school, je moet je huiswerk maken, en je moet naar je activiteiten zoals de sport die je doet, of de muzieklessen die je volgt, of wat je ook doet verder. Dit geldt ook als je bij een ouder bent die daar wat minder op let of wat minder achteraan zit. Je bent een hele slimme jongen, dus ik verwacht dat je dit, indien nodig, uit jezelf gaat doen.
Als je bij de ene ouder bent, kun je gewoon contact hebben met de andere ouder. Allebei jouw ouders hebben tegen mij gezegd dat zij dat goed vinden. Hoe dat contact eruit kan zien, zul je met je ouders moeten bespreken. Je kunt met hen afspraken maken over het bellen of het whatsappen met de ander. En als jij even naar de andere ouder of een grootouder toe wil, moet je dat vragen. Het kan slecht uitkomen, of er kan een andere reden zijn dat dat op dat moment niet handig is.
Verder blijven jouw ouders samen beslissingen over jou nemen. Dat vinden zij soms moeilijk, waardoor dat niet altijd soepel loopt. Je ouders gaan er, met hulp, aan werken om dat prettiger te laten verlopen. Zij kunnen het natuurlijk soms gewoon niet met elkaar eens zijn, maar ik hoop dat jij er dan in het vervolg niets van merkt als dat zo is.
Nou [minderjarige 1] , hiermee heb ik ook meteen een definitief antwoord gegeven op jouw vraag van vorig jaar of je meer bij je vader mag zijn. Ik hoop dat het goed met jou gaat nu dit definitieve antwoord er is, en dat je je verder kunt richten op school en alle andere dingen die voor jou belangrijk zijn!
Hartelijke groet,
De kinderrechter
Beslissing
De rechtbank – met wijziging in zoverre van de beschikking van deze rechtbank van 20 juni 2024, verbeterd bij beschikking van 25 juli 2024 – :
*
bepaalt dat de minderjarigen:
de hoofdverblijfplaats zullen hebben bij de moeder;
*
bepaalt dat [minderjarige 1] bij de vader zal zijn:
- in een ritme van twee weken: gedurende een week van woensdag uit school tot woensdag naar school;
bepaalt dat [minderjarige 2] bij de vader zal zijn:
- in een ritme van twee weken: in de week dat [minderjarige 1] bij de vader is van vrijdag uit school tot woensdag naar school;
*
bepaalt ten aanzien van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] de volgende vakantie- en feestdagenregeling:
- in de oneven jaren:
- op doordeweekse dagen zijn de kinderen op hun verjaardag uit school bij de vader tot 17.30 uur, zodat de moeder met de kinderen uit eten kan;
- op weekenddagen zijn de kinderen vanaf 19.00 uur voor de avond van de verjaardag tot de dag op de verjaardag 15.00 uur bij de vader en vanaf 15.00 uur tot de volgende ochtend 10.00 uur bij de moeder;
- in de even jaren:
- op doordeweekse dagen zijn de kinderen op hun verjaardag uit school bij de moeder tot 17.30 uur, zodat de vader met de kinderen uit eten kan;
- op weekenddagen zijn de kinderen vanaf 19.00 uur voor de avond van de verjaardag tot de dag op de verjaardag 15.00 uur bij de moeder en vanaf 15.00 uur tot de volgende ochtend 10.00 uur bij de vader;
- partijtjes worden door de moeder in haar eigen tijd geregeld, en zo nodig door de vader ook;
*
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
*
wijst af het meer of anders verzochte.