Gezag en omgang c.q. verdeling van de zorg- en opvoedingstaken
Beschikking op het op 25 juli 2024 ingekomen verzoek van:
[de vader],
de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. W.L.M. Fleuren te Apeldoorn.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:
[de moeder],
de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. E. El-Sharkawi te Den Haag.
Procedure
De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken waaronder:
Op 16 oktober 2025 is de zaak ter zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:
Na de zitting heeft de rechtbank de brief van 17 oktober 2025 namens de vader ontvangen.
Feiten
Verzoek en verweer
De vader verzoekt:
voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad en met compensatie van de kosten.
De moeder voert verweer dat hierna, voor zover nodig, zal worden besproken.
De vader heeft na afloop van de zitting zijn verzoek tot vaststelling van kinderalimentatie ingetrokken.
Beoordeling
Gezag en omgang c.q. zorgregeling
Gebleken is dat er tussen [minderjarige] en de vader geen contact was. Op de zitting is met partijen onder meer gesproken over de oorzaken van dit gebrek aan contact. Beide partijen hebben daar een andere beleving van. Gebleken is in ieder geval dat het wederzijdse gebrek aan vertrouwen tot op dit moment in de weg stond aan contact. Beide ouders hebben op de zitting uitgesproken dat zij willen dat er wel contact is, zij het dat zij andere gedachten hebben over de omstandigheden waaronder en de frequentie waarin dit contact kan plaatsvinden.
De ouders hebben op de zitting een aantal concrete afspraken gemaakt over het opbouwen van het eerste contact tussen de vader en [minderjarige]. Zij zijn overeengekomen dat er op zaterdag 18 oktober 2025 om 10.00 uur bij FunZone in [plaats 1] contact zal zijn tussen [minderjarige] en zijn vader, waarbij de vader alleen komt en het contact door de grootmoeder moederszijde wordt begeleid. Daarna vinden op zaterdag 15 november 2025 en op zaterdag 29 november 2025 contactmomenten op dezelfde wijze plaats. Het contact zal duren zolang [minderjarige] dit volhoudt.
Verder is duidelijk geworden dat de communicatie tussen de ouders niet goed verloopt. Op de zitting is met partijen de mogelijkheid besproken van een verwijzing vanuit de rechtbank naar mediation. De ouders hebben beiden ingestemd met een verwijzing naar mediation, om met elkaar concrete afspraken te maken over de verdere opbouw van het contact en de uiteindelijke omgangsregeling en om de communicatie te verbeteren. De rechtbank zal de ouders naar de bij hen via het mediationbureau bekende mediator verwijzen als na te melden.
Indien de mediation niet slaagt, hebben de beide ouders op de zitting ook de bereidheid uitgesproken om deel te nemen aan het traject ouderschapsbemiddeling / parallel (solo) ouderschap en omgangsbegeleiding. De rechtbank zal de ouders in de gelegenheid stellen deel te nemen aan dit traject, zoals blijkt uit het proces-verbaal van doorverwijzing dat aan deze beschikking is gehecht. Dit proces-verbaal is al per email verzonden naar Kenniscentrum Kind en Scheiding voor deelname aan voornoemd traject en/of training en aanmelding bij de betreffende uitvoerende hulpverleningsinstantie. De rechtbank zal (een kennisgeving van) deze beschikking per post zenden aan Kenniscentrum Kind en Scheiding.
De rechtbank verzoekt de ouders om de rechtbank tijdig te informeren over het verloop van de mediation dan wel voornoemd traject. Van de uitvoerende hulpverleningsinstantie verwacht de rechtbank dat – zoals op de zitting met de ouders is besproken – zij de eindrapportage over het verloop van het traject indient op de hierna vermelde wijze. De hulpverleningsinstantie kan de rechtbank tussentijds informeren als daartoe aanleiding is.
Als het traject niet heeft geleid tot een positief resultaat dient de hulpverleningsinstantie de eindrapportage ook tegelijkertijd te zenden aan de Raad voor de Kinderbescherming. Aan de hand van de eindrapportage zal de Raad bezien of er een onderzoek door de Raad noodzakelijk is. De Raad wordt verzocht binnen twee weken na ontvangst van de eindrapportage de rechtbank hierover te informeren en, indien de Raad onderzoek noodzakelijk acht, dit te verrichten en daarvan bij de rechtbank een rapport in te dienen. De Raad wordt in dat geval verzocht om te onderzoeken of een wijziging van het gezag in het belang van [minderjarige] is en welke omgangs- dan wel zorgregeling in het belang van [minderjarige] is. Deze beschikking geldt als voorwaardelijke opdracht aan de Raad om een onderzoek te verrichten voor het geval dat het traject volgens de uitvoerende hulpverleningsinstantie niet positief wordt afgesloten én de Raad dat onderzoek noodzakelijk acht.
De rechtbank gaat ervan uit dat partijen uitvoering zullen geven aan de door hen gemaakte afspraken over het opbouwen van het contact tussen de vader en [minderjarige]. De rechtbank zal de beslissing ten aanzien van het gezag en de omgang c.q. zorgregeling aanhouden tot na te melden pro forma datum, in afwachting van het verloop van de mediation dan wel de trajecten ouderschapsbemiddeling en omgangsbegeleiding. Uiterlijk voor die datum dienen de advocaten zich uit te laten over de stand van zaken en wat dat betekent voor de nog voorliggende verzoeken.
Proceskosten
Nu de rechtbank nog geen eindbeschikking zal afgeven, zal de rechtbank de beslissing met betrekking tot de proceskosten aanhouden.
Beslissing
De rechtbank:
*
verwijst partijen naar de voor hen bekende mediator om afspraken te maken over de verdere opbouw van het contact/de omgang tussen [minderjarige] en de vader en om de communicatie te verbeteren;
*
stelt vast dat partijen, te weten:
[de vader] (de vader),
wonende op het adres [adres 1] te [plaats 2],
en
[de moeder] (de moeder),
wonende op het adres [adres 2] te [plaats 3],
bij (aangehecht) proces-verbaal van doorverwijzing zijn verwezen naar Kenniscentrum Kind en Scheiding voor deelname aan het traject Ouderschapsbemiddeling / Parallel (solo) ouderschap en Omgangsbegeleiding, en voor aanmelding bij de uitvoerende hulpverleningsinstantie;
beveelt de griffier binnen twee dagen na heden een afschrift van (de kennisgeving van) deze beschikking te zenden naar:
Kenniscentrum Kind en Scheiding, Albertus de Oudelaan 1, 2273 CW Voorburg;
en de Raad voor de Kinderbescherming;
bepaalt dat partijen de rechtbank vóór na te melden pro formadatum informeren omtrent het verloop van voornoemd traject;
bepaalt dat de uitvoerende hulpverleningsinstantie de rechtbank (tussentijds) rapporteert omtrent het verloop van voornoemd traject, met kopie aan beide ouders en daarvan, indien het traject niet positief is afgerond, gelijktijdig een afschrift aan de Raad voor de Kinderbescherming stuurt;
bepaalt dat de griffier binnen één week na ontvangst van de rapportage van een niet positief afgerond traject een afschrift van de processtukken aan de Raad voor de Kinderbescherming toestuurt;
verzoekt de Raad voor de Kinderbescherming bij een niet positief verlopen traject te bezien of raadsonderzoek noodzakelijk is met inachtneming van hetgeen de rechtbank daarover in de overwegingen heeft opgenomen, de rechtbank daarover binnen twee weken te informeren en, indien dat onderzoek noodzakelijk geacht wordt, dit onderzoek te verrichten met het hiervoor omschreven doel en daarover aan de rechtbank te rapporteren en advies uit te brengen;
verklaart deze beslissing tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
houdt iedere verdere beslissing ten aanzien van het gezag en de omgang c.q. verdeling van de zorg- en opvoedingstaken en de proceskosten aan tot 1 maart 2026 pro forma.