ECLI:NL:RBDHA:2025:26518

ECLI:NL:RBDHA:2025:26518, Rechtbank Den Haag, 31-10-2025, C/09/692088 / FA RK 25-7232

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 31-10-2025
Datum publicatie 22-01-2026
Zaaknummer C/09/692088 / FA RK 25-7232
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Den Haag

Samenvatting

Voorlopige voorzieningen, toevertrouwing minderjarige, uitsluitend gebruik echtelijke woning, zorgregeling, doorverwijzing UHA (ouderschapsbemiddeling), kinderalimentatie

Uitspraak

Voorlopige voorzieningen

Beschikking op het op 25 september 2025 ingekomen verzoek van:

[de vrouw],

de vrouw,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. W.J. Vroegindeweij te Katwijk.

Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de man],

de man,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. A.J. van Steensel te Den Haag.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:

Op 23 oktober 2025 is de zaak ter zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:

Van de zijde van de man en de vrouw zijn pleitnotities overgelegd.

Na de zitting heeft de rechtbank het bericht namens de man van 28 oktober 2025 ontvangen.

Verzoek en verweer

Het verzoek van de vrouw strekt ertoe dat:

een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.

De man voert, onder referte ten aanzien van het verzoek tot toevertrouwing van de minderjarige en het voortgezet gebruik van de echtelijke woning, verweer dat hierna – voor zover nodig – zal worden besproken en verzoekt zelfstandig:

- te bepalen dat de minderjarige op werkdagen van de man om de dag bij de man is voor gemiddeld vier tot zes uur per dag en op de dagen dat de man vrij is, de hele dag waarbij de minderjarige dan ook bij de man blijft slapen, althans dat de minderjarige dan ten minste acht aaneengesloten uren bij de man is en waarbij partijen onderling dienen te overleggen op welke tijden het contact begint en op welke tijden het contact eindigt en met dien verstande dat de vrouw de minderjarige naar de man brengt en de man de minderjarige terug naar de vrouw brengt, althans een regeling die het meest in het belang van de minderjarige wordt geacht,

voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.

De vrouw voert verweer dat hierna, voor zover nodig, zal worden besproken.

Feiten

Beoordeling

Toevertrouwing minderjarige en uitsluitend gebruik echtelijke woning

De man verweert zich niet tegen de toevertrouwing van [minderjarige] aan de vrouw en het verzoek van de vrouw tot het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning. De rechtbank zal deze verzoeken daarom als niet weersproken en op de wet gegrond toewijzen, ook omdat niet is gebleken dat het belang van [minderjarige] zich daartegen verzet.

Het verzoek om te bepalen dat dit uitsluitend gebruik ‘met inbegrip van de inboedel’ is, zal de rechtbank bij gebrek aan belang afwijzen. Bij toewijzing van het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning aan een partij is die partij ook uitsluitend gerechtigd tot de tot die woning behorende inboedelgoederen, voor zover niet bij rechterlijke beschikking tot het dagelijks gebruik aan de andere partij toegewezen.

Zorgregeling

Partijen hebben op de zitting, tijdens een schorsing en onder begeleiding van de raadsvertegenwoordiger, afspraken gemaakt over de opbouw van het contact tussen de man en [minderjarige]. Na afloop van de zitting is een overzicht van deze concrete afspraken ingediend. De rechtbank zal overeenkomstig dit opbouwschema beslissen dat [minderjarige] op deze momenten bij de man zal zijn. Nu de door partijen gemaakte afspraken lopen tot en met het einde van dit jaar, zal de rechtbank daarnaast bepalen dat [minderjarige] vanaf 1 januari 2026 steeds 3 maal per week bij de man zal zijn in de ochtend van 09:00 uur tot 12:30 uur of in de middag van 15:00 uur tot 18:00 uur, in onderling overleg tussen partijen te bepalen.

Nu partijen tijdens de zitting zijn overeengekomen dat de vrouw [minderjarige] zal brengen naar de man en de man [minderjarige] zal terugbrengen naar de vrouw, zal de rechtbank dit tevens vastleggen. Daarnaast zijn partijen nog overeengekomen dat de man de eerste 2 weken voor [minderjarige] zal zorgen in de woning van de vrouw. De rechtbank gaat ervan uit dat partijen zich tevens aan deze afspraak zullen houden.

De rechtbank merkt bij het voorgaande nog op dat het van belang is dat de ouder die op dat moment de zorg voor [minderjarige] draagt nuchter is en geen drank, drugs of andere verdovende middelen (heeft) gebruikt. Daarnaast kan het zich voordoen dat, doordat [minderjarige] iets langer slaapt, zij net op een iets later tijdstip wordt gebracht of teruggebracht. De ouders dienen hier rekening mee te houden.

Ten slotte hebben beide ouders hebben op de zitting de bereidheid uitgesproken om deel te nemen aan het traject ouderschapsbemiddeling / parallel (solo) ouderschap. De rechtbank zal de ouders in de gelegenheid stellen deel te nemen aan dit traject, zoals blijkt uit het proces-verbaal van doorverwijzing dat aan deze beschikking is gehecht. Dit proces-verbaal is al per email verzonden naar Kenniscentrum Kin en Scheiding voor deelname aan voornoemd traject en/of training en aanmelding bij de betreffende uitvoerende hulpverleningsinstantie. De rechtbank zal (een kennisgeving van) deze beschikking per post zenden aan Kenniscentrum Kind en Scheiding.

De rechtbank verzoekt de ouders om de rechtbank tijdig te informeren over het verloop van voornoemd traject. Van de uitvoerende hulpverleningsinstantie verwacht de rechtbank dat – zoals op de zitting met de ouders is besproken – zij de eindrapportage over het verloop van het traject indient op de hierna vermelde wijze in de aanhangige echtscheidingsprocedure met zaak- en rekestnummer C/09/690645 / FA RK 25-6448. De hulpverleningsinstantie kan de rechtbank tussentijds informeren als daartoe aanleiding is.

Als het traject niet heeft geleid tot een positief resultaat dient de instantie de eindrapportage ook tegelijkertijd te zenden aan de Raad. Aan de hand van de eindrapportage zal de Raad bezien of er een onderzoek van de Raad noodzakelijk is. De Raad wordt verzocht binnen twee weken na ontvangst van de eindrapportage in de aanhangige echtscheidingsprocedure met zaak- en rekestnummer C/09/690645 / FA RK 25-6448 de rechtbank hierover te informeren en, indien de Raad onderzoek noodzakelijk acht, dit te verrichten en daarvan bij de rechtbank een rapport in te dienen. De Raad wordt in dat geval verzocht om onderzoek te doen naar de zorgregeling. Deze beschikking geldt als voorwaardelijke opdracht aan de Raad om een onderzoek te verrichten voor het geval dat het traject volgens de uitvoerende hulpverleningsinstantie niet positief wordt afgesloten én de Raad dat onderzoek noodzakelijk acht.

Kinderalimentatie

Behoefte

Partijen zijn het erover eens dat de behoefte van [minderjarige] in 2025 € 612,- per maand bedraagt. De rechtbank zal hiervan uitgaan.

Vervolgens moet worden beoordeeld in welke verhouding deze behoefte tussen de ouders moet worden verdeeld. Daarvoor is het van belang de draagkracht van de ouders te berekenen.

Draagkracht man

Partijen zijn het erover eens dat het netto besteedbaar inkomen (NBI) van de man op basis van zijn inkomen bij Randstad in 2025 € 3.144,- bedraagt en dat de draagkracht van de man daarmee neerkomt op € 624,- per maand. De rechtbank zal bij deze berekening aansluiten.

De rechtbank overweegt nog dat niet is gebleken dat de man aanvullende inkomsten heeft, zodat daar geen rekening mee wordt gehouden.

Draagkracht vrouw

Partijen zijn het er inmiddels ook over eens dat voor de berekening van de draagkracht van de vrouw uit moet worden gegaan van haar huidige inkomen. Uitgaand van een bruto salaris van € 1.236,16 per maand (1.143,53 + 92,63), blijkend uit haar loonstroken juli en augustus 2025, en rekening houdend met een vakantietoeslag van 8%, de algemene heffingskorting, de arbeidskorting en de inkomensafhankelijke combinatiekorting, het kindgebonden budget en de alleenstaande ouderkop, komt het NBI van de vrouw neer op € 1.827,- per maand. Aan de zijde van de vrouw is daarom sprake van een minimale draagkracht van € 25,- per maand.

Draagkrachtvergelijking

De gezamenlijke draagkracht van de ouders bedraagt € 649,- per maand (624 + 25).

De verdeling van de behoefte van [minderjarige] over beide ouders wordt dan berekend als volgt:

ieders draagkracht gedeeld door de totale draagkracht vermenigvuldigd met de behoefte, oftewel:

het eigen aandeel van de man bedraagt: 624 / 649 x 612 = € 588,- afgerond

het eigen aandeel van de vrouw bedraagt: 25 / 649 x 612 = € 24,- afgerond

samen € 612,-

Van de totale behoefte van [minderjarige] komt dus een gedeelte van € 588,- per maand voor rekening van de man en een gedeelte van € 24,- per maand voor rekening van de vrouw.

Zorgkorting

De te hanteren zorgkorting is tussen de ouders in geschil. Voor wat betreft de zorgkorting volgt de rechtbank de richtlijn van de Expertgroep Alimentatie, inhoudende dat het percentage van de zorgkorting afhankelijk is van de hoeveelheid zorg.

Gelet op de afspraken van de ouders over de voorlopige (opbouw van de) zorgregeling, waarbij [minderjarige] in beginsel drie dagdelen per week met de man zal doorbrengen in de woning van de vrouw, zonder overnachting, zal de rechtbank in redelijkheid rekening houden met een forfaitaire zorgkorting van 15%. In de toekomst als de zorgregeling wordt uitgebreid, zal de zorgkorting ook hoger worden. Partijen kunnen, al dan niet met behulp van hun advocaten, de kinderalimentatie te zijner tijd zelf aanpassen aan de hand van de op dat moment passende zorgkorting.

De zorgkorting bedraagt 15% van de behoefte, dus afgerond € 92,- per maand. Het eigen aandeel van de man bedraagt dan € 496,- per maand (588 – 92).

Ingangsdatum

De vrouw verzoekt als ingangsdatum 1 oktober 2025 te bepalen. De man heeft zich daar niet tegen verweerd. De rechtbank zal in redelijkheid en in het belang van [minderjarige] 1 oktober 2025 als ingangsdatum bepalen, ook gelet op datum waarop het verzoekschrift is ingediend.

Conclusie

Gelet op het voorgaande, zal de rechtbank de door de man met ingang van 1 oktober 2025 te betalen kinderalimentatie vaststellen op € 496,- per maand. Het meer of anders verzochte zal de rechtbank afwijzen.

Aanhechten berekening

De door de rechtbank gemaakte berekening is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.

Partneralimentatie

Uit de berekening volgt dat er na voldoening van het bedrag aan kinderalimentatie aan de zijde van de man geen draagkracht meer resteert voor partneralimentatie. De rechtbank zal daarom het verzoek van de vrouw op dit punt afwijzen.

Beslissing

De rechtbank:

*

bepaalt dat de vrouw bij uitsluiting gerechtigd zal zijn tot het gebruik van de echtelijke woning aan het adres [adres 1] ([postcode]) te [plaats 1], en beveelt mitsdien dat de man die woning dient te verlaten en verder niet mag betreden;

*

bepaalt dat de minderjarige [minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2025 te [geboorteplaats], aan de vrouw zal worden toevertrouwd;

*

bepaalt dat de man voorlopig gerechtigd is om [minderjarige] bij zich te hebben:

Oktober

Week 44

29 15.00 – 18.00

November

1 15.00 – 18.00

Week 45

3 09.00 - 12.30

7 15.00 - 18.00

9 09.00 - 12.30

Week 46

11 15.00 - 18.00

13 09.00 - 12.30

15 09.00 - 12.30

Week 47

17 15.00 - 18.00

19 09.00 - 12.30

23 09.00 - 12.30

Week 48

25 09.00 - 12.30

27 15.00 - 18.00

29 09.00 - 12.30

December

Week 49

3 09.00 - 12.30

5 09.00 - 12.30

7 15.00 - 18.00

Week 50

9 09.00 - 12.30

11 15.00 - 18.00

13 09.00 - 12.30

Week 51

15 09.00 - 12.30

17 15.00 - 18.00

19 09.00 - 12.30

Week 52

23 09.00 - 12.30

25 09.00 - 12.30

27 15.00 - 18.00

Week 1 2026

29 09.00 - 12.30

31 15.00 - 18.00

Vanaf 1 januari 2026: 3 maal per week in de ochtend van 09:00 uur tot 12:30 uur of in de middag van 15:00 uur tot 18:00 uur, in onderling overleg tussen partijen te bepalen.

Bij deze zorgregeling geldt dat de vrouw [minderjarige] naar de man zal brengen en de man [minderjarige] naar de vrouw zal terugbrengen;

*

bepaalt dat de man aan de vrouw, met ingang van 1 oktober 2025, voorlopig een kinderalimentatie ten behoeve van [minderjarige] van € 496,- per maand zal betalen, telkens bij vooruitbetaling te voldoen;

*

stelt vast dat partijen, te weten:

[de vrouw] (de moeder)

wonende op het adres [adres 1] te [plaats 1],

en

[de man] (de vader),

wonende op het adres [adres 2] te [plaats 2],

bij (aangehecht) proces-verbaal van doorverwijzing zijn verwezen naar(De Rotterdamse omgangsbegeleiding voorziet blijkens haar folder in omgangsbegeleiding voor de duur van in beginsel maximaal zes maanden, overeenkomend met acht à negen contacten.) Kenniscentrum Kind en Scheiding voor deelname aan het traject Ouderschapsbemiddeling / Parallel (solo) ouderschap en voor aanmelding bij de uitvoerende hulpverleningsinstantie;

beveelt de griffier binnen twee dagen na heden een afschrift van (de kennisgeving van) deze beschikking te zenden naar:

Kenniscentrum Kind en Scheiding, Albertus de Oudelaan 1, 2273 CW Voorburg;

en de Raad voor de Kinderbescherming;

bepaalt dat de uitvoerende hulpverleningsinstantie de rechtbank in de aanhangige echtscheidingsprocedure met zaak- en rekestnummer C/09/690645 / FA RK 25-6448 (tussentijds) rapporteert omtrent het verloop van voornoemd traject, met kopie aan beide ouders en daarvan, indien het traject niet positief is afgerond, gelijktijdig een afschrift aan de Raad voor de Kinderbescherming stuurt;

bepaalt dat de griffier binnen één week na ontvangst van de rapportage van een niet positief afgerond traject een afschrift van de processtukken aan de Raad voor de Kinderbescherming toestuurt;

verzoekt de Raad voor de Kinderbescherming bij een niet positief verlopen traject te bezien of raadsonderzoek noodzakelijk is met inachtneming van hetgeen de rechtbank daarover in de overwegingen heeft opgenomen, de rechtbank daarover binnen twee weken rechtbank in de aanhangige echtscheidingsprocedure met zaak- en rekestnummer C/09/690645 / FA RK 25-6448 te informeren en, indien dat onderzoek noodzakelijk geacht wordt, dit onderzoek te verrichten met het hiervoor omschreven doel en daarover aan de rechtbank te rapporteren en advies uit te brengen in voornoemde echtscheidingsprocedure;

*

verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

*

wijst af het meer of anders verzochte.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. R.P. Bas

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?