[eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres
(gemachtigde: M.H. Welter),
en
de directeur van de Politieacademie, verweerder
(gemachtigde: mr. S.J. Maertzdorf en mr. S.O. Visch).
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen de beëindiging van haar opleiding aan de Politieacademie.
Met het primaire besluit van 19 juli 2024 heeft verweerder de opleiding van eiseres beëindigd. Met het bestreden besluit van 12 december 2024 op het bezwaar van eiseres is verweerder bij zijn primaire besluit gebleven.
Verweerder heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
Eiseres heeft op 17 oktober 2025 aanvullende gronden van beroep ingediend.
Verweerder heeft hierop gereageerd op 22 oktober 2025.
De rechtbank heeft het beroep op 28 oktober 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, haar gemachtigde en de gemachtigden van verweerder.
Beoordeling door de rechtbank
Waar gaat deze zaak over?
2. Eiseres is in 2022 gestart met haar opleiding tot politieagent GGP. Verweerder heeft de opleiding van eiseres met het primaire besluit beëindigd, omdat eiseres het portfolio-examen Q8 niet succesvol heeft afgerond binnen het maximaal aantal examengelegenheden.
Met het bestreden besluit op het bezwaar van eiseres is verweerder bij zijn primaire besluit gebleven. Verweerder heeft daarbij verwezen naar het advies van de Bezwaaradviescommissie Studenten Politieacademie (BAC) van 3 december 2024.
Wat vindt eiseres in beroep?
3. Eiseres is het niet eens met de beëindiging van haar opleiding. Zij voert aan dat in haar geval sprake is van bijzondere omstandigheden die maken dat het beëindigen van de opleiding onevenredig is. Daarom moet artikel 43.2, aanhef en onder a, van de OER 2024 buiten toepassing blijven. Volgens eiseres was het onderwijs niet van voldoende kwaliteit en kon haar opleiding niet worden beëindigd wegens het niet behalen van de Professioneel fittoets (hierna: Prof-fit), omdat daarvoor geen juridische grondslag bestaat. Verder voert eiseres aan dat verweerder bij het afnemen van de Prof-fit een ongerechtvaardigd onderscheid maakt naar leeftijd en geslacht. Dit valt nadelig uit voor eiseres.
Wat vindt verweerder in beroep?
4. Verweerder heeft in zijn verweerschrift zijn standpunt gehandhaafd en dit uitgebreid toegelicht.
Wat is het oordeel van de rechtbank?
5. De rechtbank is van oordeel dat de beroepsgronden van eiseres niet slagen en verklaart het beroep ongegrond. Hierna legt zij uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
6. De regels over het volgen en beëindigen van een opleiding aan de Politieacademie zijn neergelegd in de OER 2024. Dit is een algemeen verbindend voorschrift dat is vastgesteld op basis van artikel 90, eerste lid, van de Politiewet 2012. Volgens vaste rechtspraak kan de bestuursrechter een algemeen verbindend voorschrift alleen buiten toepassing laten als er specifieke omstandigheden zijn die maken dat in het voorliggende geval toepassing van het algemeen verbindende voorschrift zozeer in strijd komt met het evenredigheidsbeginsel, dat die toepassing achterwege moet blijven.
Naar het oordeel van de rechtbank heeft eiseres geen concrete omstandigheden
of concrete onderbouwing aangedragen die grond geeft voor het oordeel dat artikel 43.2, aanhef en onder a, van de OER 2024 in zijn algemeenheid dan wel in haar geval in strijd is met het evenredigheidsbeginsel. Daartoe is allereerst van belang dat in de Studiewijzer Q6-Q8 staat vermeld dat er sprake is van twee examengelegenheden, waarbij bij iedere examengelegenheid een mogelijkheid tot herstel wordt geboden. Dit betekent concreet dat een student twee examenkansen en twee herstelmogelijkheden heeft. Eiseres heeft hiervan gebruik gemaakt.
Op grond van artikel 27 van de OER 2024 kan een student daarnaast in bijzondere omstandigheden een extra examengelegenheid aanvragen. Van die mogelijkheid heeft eiseres geen gebruik gemaakt.
Tot slot bepaalt artikel 43.2 van de OER dat de inschrijving alleen mag worden beëindigd wanneer de mogelijkheden voor een goede studievoortgang zijn gewaarborgd. Net zoals de Commissie van beroep voor de examens in haar uitspraak van 10 juli 2024, is ook de rechtbank van oordeel dat uit het dossier niet blijkt dat eiseres anders is behandeld dan andere studenten of dat zij onvoldoende begeleiding zou hebben gehad. Van bijzondere omstandigheden is dan ook niet gebleken. Voor de conclusie dat het toepassen van de beëindigingsbevoegdheid in het geval van eiseres onevenredig is, ziet de rechtbank geen aanleiding.
Nu eiseres op twee onderdelen van het examen niet in staat is gebleken binnen de toegestane onderwijsperiodes en ondanks de extra toegewezen kansen en de ondersteuning het examen met goed gevolg af te leggen, heeft verweerder dan ook op goede gronden kunnen besluiten tot de beëindiging van de opleiding van eiseres.
Kwaliteit van het onderwijs
7. Voor zover eiseres klaagt dat zij ten onrechte een onvoldoende heeft gekregen voor haar op 6 mei 2024 afgelegde examen – onder meer omdat de kwaliteit van het gegeven onderwijs volgens haar niet goed was – kan de rechtbank hierover niet oordelen. Zoals ook op zitting is besproken, heeft de Commissie van beroep voor de examens zich daarover bij uitspraak van 10 juli 2024 uitgelaten en het door eiseres ingediende administratief beroep ongegrond verklaard. Eiseres had hiertegen beroep kunnen instellen, maar heeft dit niet gedaan.
Prof-fit
8. De rechtbank volgt eiseres niet in haar betoog dat de Prof-fit geen juridische grondslag heeft en dus niet als exameneis mag worden gesteld. Ook dit argument kan de rechtbank niet in deze procedure beoordelen. De vraag of Prof-fit een (rechtmatig) onderdeel is van de opleiding kon (en is) bij de examencommissie aan de orde worden gesteld, maar ligt als zodanig niet ten grondslag aan het besluit tot beëindiging van de opleiding. In het licht hiervan komt de rechtbank evenmin toe aan haar betoog dat verweerder bij het afnemen van de Prof-fit een ongerechtvaardigd onderscheid naar leeftijd en geslacht maakt. Overigens heeft eiseres onvoldoende uitgelegd waarom zij ongelijk zou zijn behandeld. Uit de stukken volgt dit ook niet. Hieruit volgt juist dat eiseres een aan haar situatie aangepaste variant van de prof-fit heeft afgelegd. Voor zover eiseres stelt dat het voor haar niet duidelijk was aan welke normen zij moest voldoen, is de rechtbank van oordeel dat het op haar weg lag om daarover meer duidelijkheid te verkrijgen. Niet is gebleken dat zij hierom heeft gevraagd. Van een ongelijke behandeling waarvoor geen rechtvaardiging bestaat, is de rechtbank dan ook niet gebleken.
Conclusie en gevolgen
9. De rechtbank begrijpt dat het bestreden besluit grote gevolgen heeft voor eiseres, die graag als agent aan de slag was gegaan. Op grond van de geldende regels, waaraan verweerder zich moet houden en waaraan de rechtbank heeft te toetsen, heeft verweerder de opleiding echter op goede gronden beëindigd.
10. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiseres geen gelijk krijgt. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. B. van Dokkum, rechter, in aanwezigheid van mr. J.R. van Veen, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 16 december 2025.
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.