Omgang
Beschikking op het op 30 september 2024 ingekomen verzoek van:
[grootouder 1] en [grootouder 2] ,
de grootouders vaderszijde (de opa en oma vz),
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. J.M. Wigman in ’s-Gravenhage.
Als belanghebbenden worden aangemerkt:
[de vader] ,
de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. J.M. Wigman in ’s-Gravenhage.
[de moeder] ,
de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. S. Kandemir in Dordrecht.
Procedure
De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken waaronder:
Op 18 november 2025 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: de grootouders vaderszijde bijgestaan door hun advocaat, de vader, de moeder bijgestaan door haar advocaat en [naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming (de Raad).
Feiten
- De vader en de moeder hebben een affectieve relatie met elkaar gehad.
- Zij zijn de ouders van de minderjarige [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2022 in [geboorteplaats] .
Verzoek en verweer
Het verzoek strekt tot het treffen van een omgangsregeling tussen de opa en oma en [minderjarige] , in die zin dat [minderjarige] bij de opa en oma is eenmaal per vier weken op zaterdag of zondag, waarbij de eerste twee keer van 10:00 uur tot 14:00 uur en daarna van 10:00 uur tot 19:00 uur, waarbij de opa en oma het halen en brengen voor hun rekening nemen. Daarnaast verzoeken zij te bepalen dat de moeder de opa en oma moet informeren over [minderjarige] , in die zin dat ze maandelijks per e-mail informatie verstrekt over relevante, gewichtige en belangrijke ontwikkelingen van [minderjarige] .
De moeder voert verweer, dat hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.
Beoordeling
Op de zitting is besproken dat opa en oma vaderszijde hun verzoeken niet handhaven als zij in de zorgtijd van de vader contact kunnen hebben met [minderjarige] . Tot op heden mocht dat niet. In de procedure met zaak- en rekestnummer C/09/677628 / FA RK 24-9134 is door de rechtbank bij beschikking van heden een zorgregeling tussen [minderjarige] en de vader vastgelegd waarbij wordt toegewerkt naar een weekendregeling. De rechtbank heeft hierbij – kort gezegd – overwogen dat het aan de vader is om zelf invulling te geven aan zijn tijd met [minderjarige] , ook als opa en oma hierbij aanwezig zijn. Gelet hierop beschouwt de rechtbank de verzoeken van opa en oma vaderszijde als ingetrokken en zal de rechtbank vaststellen dat er niets meer te beslissen valt.
Beslissing
De rechtbank:
stelt vast dat er niets meer te beslissen valt.
Deze beschikking is gegeven door mr. C.L. Strop, (kinder)rechter, bijgestaan door mr. A.I. Knops als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 16 december 2025.