Gezag en omgang c.q. verdeling van de zorg- en opvoedingstaken
Beschikking op het op 27 augustus 2024 ingekomen verzoek van:
[de vader],
de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. J.W. Stok te Delft.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:
[de moeder],
de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. J.M.G. Hulsman te Delft.
Procedure
De rechtbank heeft kennis genomen van de stukken waaronder:
De minderjarige [minderjarige] heeft zich schriftelijk uitgelaten over het verzoek.
Op 18 november 2025 is de zaak op een zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:
Feiten
- [minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2015 te [geboorteplaats].
Verzoek en verweer
Het verzoek van de vader strekt ertoe:
- de beschikking van 30 maart 2023 te wijzigen, in die zin dat de omgangsregeling als volgt luidt:
- een co-ouderschapsregeling, waarbij [minderjarige] de ene week bij de vader en de andere week bij de moeder verblijft;
- een vakantieregeling waarbij [minderjarige] bij de vader verblijft gedurende de helft van de vakanties en feestdagen;
- te bepalen dat de vader mede met het gezag over de minderjarige wordt belast.
De vader doet zijn verzoek steunen op de stelling dat de omstandigheden nadien zijn gewijzigd.
De moeder voert verweer, dat hierna zal worden besproken.
Beoordeling
Gezag
Wettelijk kader
Op grond van art. 1:253c BW eerste lid van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de tot het gezag bevoegde ouder van een kind, die nooit het gezag gezamenlijk met de moeder heeft uitgeoefend, de rechtbank verzoeken de ouders gezamenlijk met het ouderlijk gezag te belasten. Dit verzoek wordt slechts afgewezen als er een onaanvaardbaar risico bestaat dat het kind klem of verloren zou raken tussen de ouders en niet te verwachten is dat hierin binnen afzienbare tijd voldoende verbetering zou komen of afwijzing anderszins in het belang van het kind noodzakelijk is.
Inhoudelijke beoordeling
De rechtbank zal de ouders gezamenlijk met het gezag belasten. De rechtbank stelt daarbij voorop dat het uitgangspunt van de wetgever is dat de ouders gezamenlijk het gezag over hun kind uitoefenen, omdat dit in het belang van het kind wordt geacht. Hiervoor is wel vereist dat de ouders daadwerkelijk in staat zijn tot een behoorlijk overleg over zaken die het kind aangaan en dat zij beslissingen van enig belang over hun kind in gezamenlijk overleg kunnen nemen, of in staat zijn afspraken te maken over situaties die zich rond het kind (kunnen) voordoen. Hoewel de toon die vader in de communicatie met de moeder aanneemt geen schoonheidsprijs verdient, is niet gebleken dat de communicatie dusdanig verstoord is dat de ouders niet samen het gezag kunnen uitoefenen. Op de zitting is bovendien gebleken dat de ouders in staat zijn tot overleg. Zij zijn in staat om afspraken over de omgangsregeling en activiteiten zoals dansles en volleybal te maken. Daarom ziet de rechtbank geen reden om af te wijken van het wettelijke uitgangspunt van gezamenlijk gezag.
Met de Raad is de rechtbank echter wel van oordeel dat het voor de uitvoering van het gezamenlijk gezag wenselijk is dat de ouders zullen werken aan de onderlinge communicatie. De ouders hebben in 2022 al het traject Ouderschap Blijft gevolgd bij Jeugdformaat. Toen is echter geadviseerd dat de vader individuele hulpverlening aan zou gaan, voordat gewerkt kon worden aan de communicatie tussen ouders. De vader heeft op de zitting verteld dat hij in de afgelopen jaren meerdere trajecten heeft gevolgd om zijn emotieregulatie te verbeteren. Het laatste traject, van ongeveer een half jaar geleden, heeft volgens de vader erg geholpen. De rechtbank denkt daarom dat de ouders een nieuw ouderschapsbemiddelingstraject kunnen proberen. De ouders zullen gedurende dit traject het gesprek met elkaar moeten aangaan, zodat zij het verleden een plek kunnen geven en het gezamenlijk ouderschap in de toekomst op een goede manier kunnen invullen. Hoewel de rechtbank begrip heeft voor het standpunt van de moeder dat zij weinig weerstand aan de vader kan bieden vanwege zijn dwingende manier van communiceren, overweegt de rechtbank dat ouderschapsbemiddeling bij uitstek geschikt is om hieraan te werken. De rechtbank hoopt dan ook dat de ouders zich hiervoor in het belang van [minderjarige] zullen inzetten.
Verdeling van de zorg- en opvoedingstaken
In de beschikking van 30 maart 2023 van deze rechtbank is een omgangsregeling tussen de vader en [minderjarige] vastgesteld. Omdat de rechtbank de vader mede met het ouderlijk gezag zal belasten, zal zij in het vervolg over een zorgregeling spreken.
Wettelijk kader
Op grond van artikel 1:253a en artikel 1:377e lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de rechtbank op verzoek van de ouders een beslissing over de zorgregeling wijzigen als de omstandigheden zijn gewijzigd, of als bij het nemen van de beslissing van onvolledige of onjuiste gegevens is uitgegaan.
Ontvankelijkheid
De vader brengt naar voren dat hij en [minderjarige] lijden onder de huidige zorgregeling. De regeling levert problemen op voor het werkrooster van de vader. Bovendien is de onderlinge verstandhouding tussen partijen inmiddels verbeterd, waardoor er ruimte is voor een meer gelijke verdeling van de zorg voor [minderjarige].
De moeder betwist dat de vader en [minderjarige] lijden onder de huidige zorgregeling en dat de verstandhouding is verbeterd. Bovendien ziet zij niet hoe een uitbreiding van de zorgregeling de problemen ten aanzien van de beschikbaarheid van de vader voor zijn werk zou verminderen.
De rechtbank ziet geen relevante wijzigingen van omstandigheden ten opzichte van de beslissing van 30 maart 2023. De vader heeft aangegeven dat hij op zijn tenen loopt op werk, maar nergens blijkt uit dat dit het gevolg is van de zorgregeling en dat een uitbreiding dit zou verbeteren. De vader heeft ook niet onderbouwd waarom hij of [minderjarige] zou lijden onder de bestaande zorgregeling. Hij heeft verder ook geen andere dringende redenen naar voren gebracht, waardoor de huidige zorgregeling niet meer voldoet. Daarom zal de rechtbank de vader niet-ontvankelijk verklaren in zijn verzoek tot wijziging van de zorgregeling.
Beslissing
De rechtbank:
bepaalt dat voortaan aan de vader en de moeder gezamenlijk het gezag zal toekomen over de minderjarige:
- [minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2015 te [geboorteplaats];
en verklaart deze bepaling uitvoerbaar bij voorraad;
verklaart de vader niet-ontvankelijk in zijn verzoek tot wijziging van zorgregeling.