ECLI:NL:RBDHA:2025:26537

ECLI:NL:RBDHA:2025:26537, Rechtbank Den Haag, 16-12-2025, C/09/692626 / FA RK 25-7525

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 16-12-2025
Datum publicatie 22-01-2026
Zaaknummer C/09/692626 / FA RK 25-7525
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Den Haag

Samenvatting

Gezagsuitoefening en verwijzing Ouderschapsbemiddeling bij eindbeschikking.

Uitspraak

“ Artikel 2  Hoofdverblijfplaats/verhuizing/paspoort

De hoofdverblijfplaats van [de minderjarige] is bij de moeder en [de minderjarige] zal op haar adres ín het bevolkingsregister van de gemeente ingeschreven staan. Aan haar komt daarom het recht toe om de kinderbijslag, kindgebondenbudget en kinderalimentatie te innen.

Ouders spreken hierbij af dat [de minderjarige] wordt ingeschreven in [plaats 2] . Hierin wordt [plaats 2] als basis gezien, tenzij verdeling van dagen anders wordt. Dit dient in gezamenlijk overleg aangepast te worden.

Bij een voorgenomen verhuizing zullen de ouders vooraf met elkaar in overleg treden,

Het paspoort van [de minderjarige] (…).

Mocht één van de ouders willen verhuizen dan kan dit met schriftelijke toestemming van de andere ouder als dit verder dan tien kilometer van [plaats 2] is. De ouder die verder dan tien kilometer van [plaats 2] verhuisd zorgt ervoor dat [de minderjarige] gehaald en gebracht wordt naar de andere ouder. Gedurende het opstellen van dit plan is bekend dat de vader in [plaats 1] gaat wonen. Derhalve gaat moeder akkoord met deze verhuizing en zal [de minderjarige] gebracht en gehaald worden door de vader.”

Artikel 3  Verzorging en opvoeding

Artikel 3.1 - Zorg- en contactregeling / verdeling van de zorg- en opvoedingstaken

Tot het moment dat [de minderjarige] de 4-jarige leeftijd bereikt, geldt tussen [de minderjarige] en de vader de volgende zorg- en contactregeling:

In de even weken verblijft [de minderjarige] van woensdagmiddag uit de kinderopvang tot zondagochtend om11:00 bij de vader. In de oneven weken verblijft [de minderjarige] van woensdagmiddag uit de kinderopvang tot zaterdagmiddag om 17:00 bij de vader. De vader verzorgt het brengen en halen van [de minderjarige] .

Voor het moment dat [de minderjarige] 4 jaar is zullen de ouders advies inwinnen bij onafhankelijke adviseurs t.b.v. de gezonde verdeling tezamen met het naar de basisschool gaan. De zorgregeling zal later dus besproken worden.

In bijlage 1 ís een regeling opgenomen ter zake de verdeling van vakanties en bijzondere dagen.

Indien specifieke, zwaarwegende omstandigheden dit vragen, kan de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken in de toekomst aangepast worden.

[de minderjarige] mag zelf over omgang met zijn beide ouders beslissen. Het staat [de minderjarige] vrij zowel omgang te hebben met de moeder als met de vader. De vader en de moeder zullen [de minderjarige] niet belemmeren om omgang met de andere ouder te hebben (…)

[de minderjarige] is ingeschreven bij moeder als hoofdverblijfplaats. Zodra [de minderjarige] 18 jaar is (…)

Beide ouders zullen contact hebben met elkaar over [de minderjarige] gedrag en eventuele bijzonderheden. Ouders zullen elkaar ondersteunen waar dit mogelijk is en als het nodig is bij elkaar langs komen.

Artikel 3.2 - Vervoer

In de huidige omstandigheden haalt en brengt de vader [de minderjarige] . Wanneer er situaties wijzigen in inkomsten, beweging van een van de ouders wordt dit opnieuw geëvalueerd.

Artikel 3.3 - Onderhouden van contacten

Als [de minderjarige] bij de ene ouder is, zal deze ouder telefonisch, via Whatsapp en via email contact met de andere ouder, mits dit geschiedt op een voor alle betrokkenen aanvaardbare wijze, niet in de weg staan. Bij de wissel komt er een update en tussentijds zullen de ouders foto's sturen. Er zullen niet dagelijks updates zijn, tenzij dit nodig is in verband met gezondheid van [de minderjarige] . Mocht [de minderjarige] contact willen met een van de ouders, dan kan dit.

Artikel 3.4 - Dagelijkse zorg

Gedurende de tijd dat [de minderjarige] bij de vader verblijft is de vader verantwoordelijk voor de dagelijkse zorg en gedurende de tijd dat [de minderjarige] bij de moeder verblijft is de moeder daarvoor verantwoordelijk. Zaken als lichamelijke verzorging, het dagritme, thuiskom tijden, bedtijd, zakgeld, zullen de ouders eerst in onderling overleg met elkaar en vervolgens, afhankelijk van de leeftijd en de omstandigheden, met [de minderjarige] afstemmen.

Wanneer [de minderjarige] ziek is bij een ouder zorgt de ouder waar [de minderjarige] is voor [de minderjarige] , gaat dit níet dan kan er overlegd worden voor een wissel dag. Moet [de minderjarige] naar het ziekenhuis wordt dit gecommuniceerd met elkaar en zullen indien nodig beide ouders aanwezig zijn voor [de minderjarige] en samen beslissingen maken over wat [de minderjarige] nodíg heeft. Beide ouders zullen elkaar nooit verwijten als er een dusdanige gebeurtenis gebeurt met [de minderjarige] .

Artikel 3.5 - Schoolkeuze

Een keuze voor een (type) school maken de ouders gezamenlijk. De ouders zullen [de minderjarige] afhankelijk van zijn leeftijd en de omstandigheden betrekken bij deze keuze. [de minderjarige] zal in [plaats 2] naar school gaan.

Artikel 3.6 - Schoolinformatie

(…)

Beoordeling

Inleiding

Uit de overgelegde stukken en het besprokene op de zitting is de rechtbank het volgende gebleken. De vader is opgegroeid in de omgeving van [plaats 3] en de moeder in [plaats 2] . De ouders hebben eerst een half jaar samengewoond in [plaats 3] . Daarna, in 2019, zijn de ouders in [plaats 2] gaan wonen. In 2021 zijn zij een geregistreerd partnerschap aangegaan en is [de minderjarige] geboren. [de minderjarige] ging op dinsdag en woensdag naar het kinderdagverblijf en op donderdag pasten opa en oma (vaderszijde) op, volgens de moeder omdat er nog geen kinderopvang beschikbaar was. De moeder was op maandag en vrijdag met [de minderjarige] thuis. Eind 2023 hebben de ouders een ouderschapsplan opgesteld. Op dat moment was al duidelijk dat de vader wilde verhuizen naar [plaats 1] . Hij is daar gaan samenwonen met zijn nieuwe partner en haar dochter. Sinds de ouders uit elkaar zijn volgen zij de zorgregeling die in het ouderschapsplan is opgenomen, waarbij [de minderjarige] totdat hij vier jaar is geworden in de even weken van woensdagmiddag uit de kinderopvang tot zondagochtend om 11:00 uur bij de vader is en in de oneven weken van woensdagmiddag uit de kinderopvang tot zaterdagmiddag om 17:00 uur. Ook is daarbij afgesproken dat de vader het halen en brengen van [de minderjarige] verzorgt. Totdat [de minderjarige] naar de basisschool ging hebben de ouders deze zorgregeling gevolgd. Omdat [de minderjarige] in oktober vier jaar ging worden hebben de ouders, eerst zelf en daarna samen met hun advocaten, geprobeerd afspraken te maken over de zorgregeling vanaf het moment dat [de minderjarige] naar basisschool zou gaan. Dat is niet gelukt. De moeder werkt op dit moment op maandag, dinsdag en donderdag van 9.00 uur tot 18.00 uur bij Karwei. De moeder heeft BSO geregeld voor in ieder geval de maandag en de dinsdag. De vader heeft een eigen bedrijf. Zijn kantoor is in Amsterdam en hij werkt fulltime, waarbij hij zelf zijn werktijden kan indelen.

De rechtbank ziet aanleiding om eerst in te gaan op de verzoeken van de vader met betrekking tot het hoofdverblijf en de schoolgang. Daarna beoordeelt de rechtbank de verzoeken van beide ouders met betrekking tot de zorgregeling.

Hoofdverblijf en school

Wettelijk kader

Op grond van artikel 1:253a lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW) kunnen, in geval van gezamenlijke uitoefening van het gezag, geschillen hieromtrent op verzoek van de ouders of van een van hen aan de rechtbank worden voorgelegd. De rechtbank neemt een zodanige beslissing als haar in het belang van het kind wenselijk voorkomt. Op grond van lid 2, onderdeel b, van genoemd artikel kan de rechtbank eveneens op verzoek van de ouders of een van hen beslissen over bij welke ouder het kind zijn hoofdverblijfplaats heeft.

Inhoudelijke beoordeling

Zoals de rechtbank op de zitting al heeft aangegeven, wordt het verzoek van de vader om het hoofdverblijf en de schoolgang van [de minderjarige] bij de vader in [plaats 1] te bepalen, afgewezen.

Volgens de vader hebben de ouders bij het opstellen van het ouderschapsplan voor ogen gehad om bij de overgang van [de minderjarige] naar de basisschool opnieuw vast te stellen of de basis van [de minderjarige] in [plaats 2] dan wel elders zou zijn. De vader wil dat het hoofdverblijf van [de minderjarige] bij hem in [plaats 1] wordt vastgesteld, omdat hij het zo kan organiseren dat hij [de minderjarige] dan iedere dag uit school ophaalt. Onder die omstandigheden vindt hij het niet goed om [de minderjarige] drie middagen in de week naar de BSO te laten gaan zoals volgens hem het geval is als [de minderjarige] het hoofdverblijf heeft bij de moeder in [plaats 2] .

De rechtbank gaat daar niet in mee. [de minderjarige] heeft vanaf zijn geboorte in [plaats 2] gewoond. Dat was geen toevallige woonplaats, maar de plek waar de ouders samen naar toe zijn verhuisd en waar de moeder is geboren en getogen. De ouders hebben in het ouderschapsplan nadrukkelijk gekozen voor [plaats 2] als basis (artikel 2).

De zinssnede “tenzij verdeling van dagen anders wordt” ondersteunt het standpunt van de vader niet. Een redelijke uitleg brengt mee dat partijen hebben bedoeld dat in het geval er een verdeling van dagen komt waarbij [plaats 2] feitelijk niet langer de basis is, dan de inschrijving in overleg kan worden aangepast. Daarmee hangt de hoofdverblijfplaats weliswaar samen met de zorgregeling, maar het uitgangspunt daarbij is dat [plaats 2] de basis is. Dat de zorgregeling moet worden aangepast op moment dat [de minderjarige] naar de basisschool gaat, zoals in artikel 3.1 is bepaald, betekent dan ook niet dat dit uitgangspunt opnieuw ter discussie staat, maar alleen dat bij schoolgang van [de minderjarige] in [plaats 2] , door ouders moet worden gesproken welke zorgregeling met de vader daarbij passend is.

Gelet op deze uitleg van het ouderschapsplan komt het verzoek van de vader feitelijk neer op een wijziging daarvan. Daartoe voert de vader aan dat hij het niet in het belang vindt van [de minderjarige] dat hij naar de BSO gaat omdat [de minderjarige] bij hem thuis opgevangen kan worden door hemzelf en eventueel zijn partner en ouders. Dit kwalificeert echter niet als een wijziging van omstandigheden ten aanzien van het hoofdverblijf, maar een als een andere visie op wat in het belang is van [de minderjarige] . Naleving van wat in het ouderschapsplan is bepaald over de hoofdverblijfplaats, gaat in ieder geval niet in tegen het belang van [de minderjarige] . Zoals de Raad voor de Kinderbescherming ook op de zitting heeft verteld, spelen bij het beoordelen van wat in het belang is van een kind veel meer aspecten mee. De vraag of [de minderjarige] naar de BSO mag/moet of niet is één aspect, maar de zorgregeling met de andere ouder speelt een veel fundamentelere rol. De enkele omstandigheid dat de BSO – volgens de vader – vermoeiend is, is dan ook onvoldoende reden voor wijziging van het ouderschapsplan. Bovendien heeft de moeder er op de zitting op gewezen dat de vermoeidheid van [de minderjarige] in ieder geval ook te wijten is aan de reistijd en dus niet alleen ligt aan het bezoeken van de BSO. [de minderjarige] was voordat hij naar school ging al gewend om twee dagen per week naar het kinderdagverblijf te gaan en werd daar op woensdag door de vader opgehaald en meegenomen naar [plaats 1] .

De rechtbank zal daarom het verzoek van de vader om het hoofdverblijf van [de minderjarige] en de schoolgang van [de minderjarige] bij de vader in [plaats 1] te bepalen, afwijzen.

Zorgregeling

Wettelijk kader

Op grond van artikel 1:253a in samenhang met artikel 1:377e BW kan de rechter op verzoek van de ouders of een van hen een beslissing over de zorgregeling alsmede een door de ouders onderling getroffen zorgregeling onder meer wijzigen op grond dat nadien de omstandigheden zijn gewijzigd.

Inhoudelijke beoordeling

Gebleken is dat er sprake is van gewijzigde omstandigheden omdat [de minderjarige] inmiddels naar de basisschool gaat. De rechtbank heeft op de zitting geprobeerd om met de ouders een zorgregeling af te spreken, maar dat is niet gelukt.

Reguliere zorgregeling

In de situatie dat [de minderjarige] het hoofdverblijf heeft bij de moeder, wil de vader [de minderjarige] ieder weekend bij zich hebben en de moeder wil dat [de minderjarige] om het weekend naar de vader gaat. De moeder heeft voorgesteld dat [de minderjarige] daarnaast ook iedere woensdagmiddag, zonder overnachting, naar de vader gaat.

De rechtbank zal bepalen dat [de minderjarige] om het weekend bij de vader is, van vrijdag uit school tot maandag naar school, zodat [de minderjarige] en de moeder ook een weekend met elkaar kunnen doorbrengen en [de minderjarige] ook weekenden heeft om activiteiten in zijn woonplaats te doen, zoals sport, verjaardagspartijtjes en met (school)vriendjes spelen. De rechtbank zal niet daarnaast de woensdag bepalen omdat juist ook de woensdagmiddag een middag is dat het voor kinderen in de basisschool leeftijd de middag is dat ze gaan sporten en afspreken met schoolvriendjes. Het is niet handig voor [de minderjarige] als hij dan met de vader naar [plaats 1] moet gaan. Bovendien is de moeder op woensdag vrij van haar werk. De rechtbank zal bepalen dat [de minderjarige] van donderdag uit school tot vrijdag naar school naar de vader gaat in de week dat hij niet op vrijdag uit school het weekend naar de vader gaat. In de andere week gaat [de minderjarige] dan van donderdag uit school tot maandag naar school naar de vader.

Dit brengt mee dat [de minderjarige] inderdaad op een schooldag in de ochtend langer moet reizen. Dat weegt naar het oordeel van de rechtbank echter niet op tegen het belang van [de minderjarige] om tijd met vader door te brengen. Bovendien kan de vader, zolang [de minderjarige] nog niet leerplichtig is en in overleg met school, in de week dat [de minderjarige] van donderdag uit school tot maandag naar school bij de vader is, [de minderjarige] eventueel op vrijdag thuishouden, zoals de vader nu ook doet.

Studiedagen

In navolging van wat de moeder nog op zitting heeft voorgesteld, zal de rechtbank bepalen dat als [de minderjarige] wegens een studiedag van de leerkrachten geen school op vrijdag of maandag heeft, de vader [de minderjarige] dan – als de studiedag op vrijdag is – pas op vrijdagavond om 19.00 uur bij de moeder hoeft te brengen, dan wel  als de studiedag op maandag is  pas op dinsdagochtend naar school hoeft te brengen.

Vakanties en feestdagen

De rechtbank zal verder een regeling bepalen voor de verdeling van de vakanties en feestdagen tussen de ouders. De moeder heeft daartoe een concreet verzoek gedaan, dat door vader niet is weersproken, dus de rechtbank zal dat verzoek toewijzen.

Dwangsom

De moeder heeft verzocht een dwangsom te bepalen voor naar de rechtbank begrijpt de situatie dat de vader [de minderjarige] komt ophalen als hij daar volgens de door de rechtbank te bepalen zorgregeling niet toe gerechtigd is. De rechtbank zal dit verzoek afwijzen. Er wordt nu een duidelijke zorgregeling bepaald en de rechtbank gaat ervan uit dat vader die nakomt. Dat de vader [de minderjarige] heeft opgehaald uit school terwijl dat niet strikt genomen zo was bepaald in het ouderschapsplan, berust op een verschillende uitleg van het ouderschapsplan en is geen reden om aan te nemen dat vader zich niet zal houden aan de door de rechtbank vast te stellen zorgregeling.

Vervangende toestemming fysiotherapie

Wettelijk kader

Op grond van artikel 1:253a lid 1 BW kunnen op verzoek van de ouders of van een van hen geschillen over de gezamenlijke uitoefening van het gezag aan de rechtbank worden voorgelegd. De rechtbank neemt een beslissing die haar in het belang van het kind wenselijk voorkomt.

Inhoudelijke beoordeling

De vader heeft op de zitting gezegd dat hij instemt met het verzoek van de moeder om [de minderjarige] in te schrijven voor fysiotherapie, maar dat hij graag had willen worden meegenomen in de besluitvorming. De rechtbank zal daarom de door de moeder verzochte vervangende toestemming verlenen.

Traject Ouderschapsbemiddeling

Beide ouders hebben op de zitting de bereidheid uitgesproken om deel te nemen aan het traject ouderschapsbemiddeling / parallel (solo) ouderschap, waarbij zij zullen gaan werken aan het verbeteren van hun onderlinge communicatie. De rechtbank zal de ouders in de gelegenheid stellen deel te nemen aan dit traject, zoals blijkt uit het proces-verbaal van doorverwijzing dat aan deze beschikking is gehecht. Dit proces-verbaal is al per email verzonden naar Jeugdteams Leidse Regio voor deelname aan voornoemd traject en/of training en aanmelding bij de betreffende uitvoerende hulpverleningsinstantie. De rechtbank zal (een kennisgeving van) deze beschikking per post zenden aan Jeugdteams Leidse Regio.

De rechtbank zal de zaak niet aanhouden in afwachting van het verloop van dit traject. Het verbeteren van de communicatie, en daarmee de invulling van het ouderschap, ligt in de handen van de ouders. De rechtbank geeft daarom een eindbeschikking af en benadrukt dat de ouders de kans om deel te nemen aan voornoemd traject in het belang van [de minderjarige] met beide handen moeten aangrijpen. [de minderjarige] is immers nog jong en de ouders zullen nog lang samen beslissingen voor [de minderjarige] moeten nemen.

Beslissing

De rechtbank:

*

bepaalt dat de minderjarige [de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2021 te [geboorteplaats] , bij de vader zal zijn:

en dat de volgende vakantie- en feestdagenregeling zal gelden:

*

verleent toestemming aan de moeder, welke toestemming die van de vader vervangt, om [de minderjarige] in te schrijven bij [fysiotherapeut] te [adres 1] ;

*

stelt vast dat de ouders, te weten:

[de moeder] (de moeder)

wonende: [adres 2] ,

en

[de vader] (de vader)

wonende: [adres 3] ,

bij (aangehecht) proces-verbaal van doorverwijzing zijn verwezen naar(De Rotterdamse omgangsbegeleiding voorziet blijkens haar folder in omgangsbegeleiding voor de duur van in beginsel maximaal zes maanden, overeenkomend met acht à negen contacten.) Jeugdteams Leidse Regio voor deelname aan het traject Ouderschapsbemiddeling / Parallel (solo) ouderschap, en voor aanmelding bij de uitvoerende hulpverleningsinstantie;

beveelt de griffier binnen twee dagen na heden een afschrift van (de kennisgeving van) deze beschikking te zenden naar Jeugdteams Leidse Regio, Haarlemmerstraatweg 31 – 8519 –, 2343 LA Oegstgeest;

verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af het meer of anders verzochte.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. I.E. Moerkerk-van Kersbergen

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?