ECLI:NL:RBDHA:2025:26543

ECLI:NL:RBDHA:2025:26543, Rechtbank Den Haag, 16-12-2025, C/09/681806 / FA RK 25-1879

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 16-12-2025
Datum publicatie 22-01-2026
Zaaknummer C/09/681806 / FA RK 25-1879
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Den Haag

Samenvatting

Eenhoofdig gezag vader. Moeder uit beeld.

Uitspraak

Gezag, hoofdverblijfplaats en vervangende toestemming aanvragen paspoort

Beschikking op het op 13 maart 2025 ingekomen verzoek van:

[de vader] ,

de vader,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. E. Kocabas-Güler te Zoetermeer.

Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de moeder] ,

de moeder,

zonder bekende woon- of verblijfplaats.

Procedure

De rechtbank heeft kennis genomen van de stukken, waaronder het verzoekschrift;

Op 18 november 2025 is de zaak op een zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:

De moeder is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet verschenen.

De minderjarige [minderjarige] heeft zich in raadkamer uitgelaten over het verzoek.

Verzoek en verweer

subsidiair

Het verzoekschrift strekt tot wijziging van na te melden beschikking, in die zin dat de vader verzoekt:

primair

- het gezamenlijk gezag over de minderjarige [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2017 te [geboorteplaats] , te beëindigen en de vader te belasten met het eenhoofdig gezag over [minderjarige] ;

een en ander voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad.

De vader doet zijn verzoek steunen op de stelling dat de omstandigheden na dagtekening van na te melden beschikking zijn gewijzigd.

De moeder heeft geen verweer gevoerd.

Feiten

- bepaald dat voortaan aan de vader en de moeder gezamenlijk het gezag zal toekomen over [minderjarige] ;

- een zorgregeling vastgesteld, in die zin dat [minderjarige] bij de vader zal zijn:

- iedere week op dinsdag en woensdag van 17:00 uur tot 20:00 uur;

- ieder weekend van vrijdag 15:00 uur tot zondag 19:00 uur;

- gedurende de helft van de vakanties en feestdagen.

Beoordeling

Rechtsmacht en toepasselijk recht

Nu de gewone verblijfplaats van [minderjarige] gelegen is in Nederland, is de Nederlandse rechter bevoegd te beslissen op het verzoek van de vader op grond van artikel 7 van de Verordening (EU) nr. 2019/1111 van de Raad (Brussel II ter) en is Nederlands recht van toepassing op grond van artikel 15 van het Haags Kinderbeschermingsverdrag 1996.

Beëindigen gezamenlijk gezag

De vader verzoekt primair om hem voortaan met het eenhoofdig gezag over [minderjarige] te belasten.

Omdat beëindiging van het gezamenlijk gezag niet ter vrije bepaling van de ouders staat, zal de rechtbank beoordelen of eenhoofdig gezag door de vader in dit geval in het belang van [minderjarige] moet worden geacht.

Wettelijk kader

Op grond van artikel 1:253n, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) kan op verzoek van de niet met elkaar gehuwde ouders of één van hen het gezamenlijk gezag worden beëindigd, indien nadien de omstandigheden zijn gewijzigd. Zoals blijkt uit artikel 1:253n, tweede lid, BW zijn de gronden van artikel 1:251a, eerste lid, BW, van overeenkomstige toepassing. Het gezamenlijk gezag kan derhalve worden beëindigd, indien: (a) er een onaanvaardbaar risico is dat het kind klem of verloren zou raken tussen de ouders en niet te verwachten is dat hierin binnen afzienbare tijd voldoende verbetering zou komen, of (b) wijziging van het gezag anderszins in het belang van het kind noodzakelijk is.

Standpunt vader

Tot augustus 2024 is uitvoering gegeven aan de zorgregeling zoals vastgesteld bij beschikking van 23 februari 2023. Toen kreeg de vader te horen dat de moeder haar woning uiterlijk op 30 oktober 2024 moest verlaten, vanwege stelstelmatige geluidsoverlast en een forse huurachterstand. Uiteindelijk is overeengekomen dat de vader de huurovereenkomst zou overnemen en hier samen met [minderjarige] zou gaan wonen. Met de moeder is sindsdien geen enkele vorm van contact meer geweest. Zij is enige periode gedwongen opgenomen geweest in het kader van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg, maar de vader weet niet of die maatregel daarna verlengd is. Hij heeft goed contact met de familie van de moeder, maar ook zij weten niet waar de moeder verblijft of hoe zij in contact met haar kunnen komen. [instelling] is bij het gezin betrokken geweest in de periode nadat de moeder uit beeld is verdwenen. Zij hebben ook geprobeerd om in contact te komen met de moeder, maar dit is niet gelukt.

De moeder vervult sinds oktober 2024 geen actieve moederrol meer en toont geen enkele betrokkenheid. De vader is hierdoor al geruime tijd het enige aanspreekpunt voor zaken omtrent [minderjarige] . Omdat er geen communicatie is tussen partijen loopt de vader tegen praktische problemen aan bij voortduring van het gezamenlijk gezag, zoals bij het aanvragen van een Pools paspoort. De vader meent daarom dat het in het belang van [minderjarige] is dat hij voortaan met het eenhoofdig gezag wordt belast.

Ontvankelijkheid

De rechtbank concludeert dat er sprake is van een wijziging van de omstandigheden. De vader is dus ontvankelijk in zijn verzoek.

Inhoudelijke beoordeling

De rechtbank is daarnaast van oordeel dat een wijziging in het gezag over [minderjarige] anderszins in zijn belang noodzakelijk is. Uit de stukken en dat wat op de zitting is besproken, is de rechtbank gebleken dat de moeder feitelijk geen invulling geeft aan het gezag over [minderjarige] en dat tussen de ouders geen enkele vorm van communicatie bestaat. Hierdoor kunnen beslissingen over [minderjarige] niet worden genomen, waardoor bijvoorbeeld nog geen paspoort voor [minderjarige] is aangevraagd. Gelet op al het voorgaande en het feit dat de moeder niet in de procedure is verschenen en geen verweer heeft gevoerd, zal de rechtbank het verzoek van de vader om hem voortaan met het eenhoofdig gezag over [minderjarige] te belasten als anderszins in zijn belang toewijzen.

Omdat de rechtbank het primaire verzoek van de vader zal toewijzen, heeft hij geen belang meer bij zijn subsidiaire verzoeken. De rechtbank zal deze verzoeken daarom afwijzen.

BeslissingDe rechtbank – met wijziging in zoverre van de beschikking van deze rechtbank van 23 februari 2023–:

bepaalt dat voortaan alleen aan de vader het gezag zal toekomen over de minderjarige [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2017 te [geboorteplaats] ;

verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mr. G van Zeben-de Vries, kinderrechter, bijgestaan door mr. M.J.W. Straatsma als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 17 december 2025.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. M.J.W. Straatsma

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?