ECLI:NL:RBDHA:2025:26544

ECLI:NL:RBDHA:2025:26544, Rechtbank Den Haag, 16-12-2025, C/09/659401 / FA RK 23-9558

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 16-12-2025
Datum publicatie 22-01-2026
Zaaknummer C/09/659401 / FA RK 23-9558
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Den Haag

Samenvatting

Gerechtelijke vaststelling ouderschap en kinderalimentatie

Uitspraak

Gerechtelijke vaststelling ouderschap

Beschikking op het op 28 december 2023 ingekomen verzoekschrift van:

[de moeder],

de moeder,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat mr. B.S. van Haeften te Den Haag.

Als belanghebbenden worden aangemerkt:

[de man],

de man,

wonende te op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat mr. F.O. Ligeon-Merton te Rotterdam.

[minderjarige], geboren op [geboortedatum 1] 2022 te [geboorteplaats],

de minderjarige,

in rechte vertegenwoordigd door mr. M.M.C. van der Sanden, advocaat te Den Haag,

in de hoedanigheid van bijzondere curator.

Procedure

Bij beschikking van deze rechtbank van 6 februari 2025 is bepaald dat partijen uiterlijk op 1 mei 2025 een rapport van DNA-onderzoek dienen te overleggen als in de beschikking vermeld en zich daarbij dienen uit te laten over de voortgang van de procedure.

Iedere verdere beslissing over de gerechtelijke vaststelling ouderschap, de kosten van het DNA-onderzoek, de omgang en de kinderalimentatie is aangehouden.

De rechtbank heeft wederom kennisgenomen van de stukken, waaronder nu ook:

 het F9 formulier van 16 juli 2025, met bijlage, van de zijde van de man;

 het F9 formulier van 17 juli 2025 van de zijde van de moeder;

 het F9 formulier van 5 november 2025, met bijlagen, van de zijde van de moeder;

 het F9 formulier van 7 november 2025, met bijlagen, van de zijde van de man;

 het e-mailbericht van 10 november 2025, met bijlagen, van de zijde van de moeder.

Op 18 november 2025 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:

 de moeder, bijgestaan door haar advocaat;

 de man, bijgestaan door zijn advocaat;

 M.M.C. van der Sanden, de bijzondere curator;

 [naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming (de Raad).

Beoordeling

Gerechtelijke vaststelling ouderschap

Uit het verwantschapsonderzoek van Verilabs is gebleken dat het praktisch bewezen is dat de man de biologische vader van [minderjarige] is. De man erkent dat hij de vader is en de bijzondere curator heeft geadviseerd het verzoek van de moeder om gerechtelijke vaststelling van het vaderschap toe te wijzen, als de man de biologische vader is. Gebleken is daarnaast dat het de moeder en de man niet lukt om samen de erkenning te regelen. De rechtbank zal gelet op het voorgaande het verzoek van de moeder tot vaststelling van het vaderschap toewijzen.

Omdat het gerechtelijke vaderschap wordt vastgesteld, zal de rechtbank de man in het hiernavolgende ‘de vader’ noemen.

Bijzondere curator

Uit de te nemen beslissing volgt dat vertegenwoordiging van [minderjarige] door de bijzondere curator in deze procedure niet meer nodig is. De rechtbank beschouwt de werkzaamheden van de bijzondere curator voor deze procedure als beëindigd.

Kosten DNA onderzoek

De moeder heeft verzocht te bepalen dat de kosten van het DNA onderzoek door de vader worden voldaan. De vader heeft verzocht te bepalen dat de kosten worden gedeeld. De rechtbank overweegt dat het eerdere DNA onderzoek dat de ouders hebben gedaan niet rechtsgeldig is en dat voor de gerechtelijke vaststelling van het ouderschap een rechtsgeldige DNA test nodig is. De ouders zijn er met elkaar niet in geslaagd om de erkenning te regelen. Op grond van het hiervoor overwogene acht de rechtbank het redelijk om te bepalen dat de vader en de moeder ieder de helft van de DNA kosten moeten betalen. Nu de vader de volledige kosten van het DNA onderzoek heeft voorgeschoten, zal de rechtbank de moeder veroordelen om de helft van de kosten van het DNA onderzoek aan de vader te betalen.

Omgang

De moeder heeft het verzoek tot omgang ingetrokken, zodat de rechtbank op dit punt niets meer hoeft te beslissen.

Kinderalimentatie

De moeder heeft verzocht te bepalen dat de vader aan de moeder een bedrag van € 339,- moet betalen als kinderalimentatie voor [minderjarige].

Ingangsdatum

De rechtbank zal om proceseconomische redenen eerst de ingangsdatum vaststellen. De moeder heeft verzocht de datum van indiening van het verzoekschrift vast te stellen. De vader heeft zich daartegen verweerd en stelt dat, als met terugwerkende kracht de kinderalimentatie wordt vastgesteld, hij pas vanaf het moment van de uitslag van de DNA test rekening heeft kunnen houden met een te betalen bedrag aan kinderalimentatie. De rechtbank volgt hierin de vader. Het rapport van het DNA onderzoek is van 23 april 2025, zodat de rechtbank er vanuit gaat dat de vader vanaf dat moment, of in ieder geval een paar dagen daarna, op de hoogte was van de uitslag van de DNA test en dus dat hij de biologische vader van [minderjarige] is. Om die reden zal de rechtbank de ingangsdatum bepalen op 1 mei 2025.

Behoefte van [minderjarige]

De behoefte van [minderjarige] is tussen de moeder en de vader in geschil. De rechtbank zal daarom hierna de behoefte vaststellen. Bij het bepalen van de behoefte hanteert de rechtbank de uitgangspunten als neergelegd in het Rapport Alimentatienormen van de Expertgroep Alimentatie en de daarbij behorende Tabel eigen aandeel kosten kinderen.

De vader en de moeder hebben nooit samengeleefd, maar hebben ook geen relatie met elkaar gehad. De rechtbank heeft dan ook geen ander aanknopingspunt dan de behoefte te berekenen aan de hand van de tarieven van 2025-II.

Omdat de vader en de moeder nooit in gezinsverband hebben samengeleefd, moet de behoefte van [minderjarige] volgens de richtlijnen van het Rapport Alimentatienormen worden bepaald door het gemiddelde te nemen van de behoefte berekend op basis van het inkomen van de ene partij en de behoefte berekend op basis van het inkomen van de andere partij.

Behoefte [minderjarige] op basis van het inkomen van de moeder

De rechtbank gaat voor de berekening van het netto besteedbaar inkomen (hierna: NBI) van de moeder uit van een basisbeurs en aanvullende beurs in het kader van haar studie van € 789,- netto per maand.

Daarnaast houdt de rechtbank rekening met het (fictief) kindgebonden budget en de alleenstaande ouderkop. Uitgaande van deze gegevens berekent de rechtbank het NBI van de moeder in 2025 op € 1.281,- per maand. Op basis van voornoemde tabel is de behoefte van [minderjarige] op basis van het inkomen van de moeder en uitgaande van één kind € 200,- per maand.

Behoefte [minderjarige] op basis van het inkomen van de vader

De rechtbank gaat voor de berekening van het NBI van de vader uit van de gegevens zoals deze volgen uit de loonstrook van mei 2024. De vader heeft op dit moment geen werk, maar heeft op de zitting naar voren gebracht dat hij verwacht op korte termijn weer werk te hebben, waarbij zijn verwachting is dat hij ongeveer hetzelfde gaat verdienen als in 2024. Het salaris van de vader waar in de berekening vanuit wordt gegaan bedraagt € 4.491,- bruto. Daarnaast wordt rekening gehouden met een Individueel Keuze Budget van € 766,- per maand en een pensioenpremie van in totaal € 313,- per maand. De rechtbank houdt verder rekening met de algemene heffingskorting, de arbeidskorting en het (fictief) kindgebonden budget. Geen rekening wordt gehouden met de inkomensafhankelijke combinatiekorting, nu de partner van de vader de minstverdienende partner is, er vanuit gaande dat de vader werkt.

Uitgaande van de bovenstaande gegevens berekent de rechtbank het NBI van de vader in 2025 op € 4.077,- per maand. Discussie bestaat over de vraag of de rechtbank bij de berekening rekening moet houden met de andere twee kinderen van de vader. Gebleken is namelijk dat deze kinderen niet staan ingeschreven in de Basisregistratie personen (BRP) van de vader en ook zijn geen geboorteaktes van deze kinderen overgelegd. De moeder heeft echter bevestigd dat de vader nog twee kinderen heeft, zodat het bestaan van deze kinderen vaststaat. De rechtbank zal er dan ook vanuit gaan dat de vader drie kinderen heeft en met deze kinderen rekening houden bij de berekening van de behoefte van [minderjarige]..

Aan de hand van de voornoemde tabel bedraagt de behoefte van de drie kinderen op basis van het inkomen van de vader in totaal € 972,-. De behoefte van [minderjarige] op basis van het inkomen van de vader bedraagt daarmee (972 / 3 =) € 324,- per maand.

Conclusie behoefte

Dit leidt tot een behoefte van [minderjarige] van ([200 + 324] / 2 =) € 262,- per maand. De rechtbank zal hiermee rekenen.

Draagkracht

Vervolgens moet worden beoordeeld in welke verhouding de ouders moeten bijdragen in de behoefte van [minderjarige].

De rechtbank volgt ook daarbij het Rapport Alimentatienormen, waaruit volgt dat het eigen aandeel in de kosten van het kind tussen de ouders moet worden verdeeld naar rato van hun draagkracht. Het bedrag aan draagkracht in 2025 wordt vastgesteld aan de hand van de formule: 70% (NBI – (0,3 x NBI + 1.310). Voor de lage inkomens (beneden een NBI van € 2.125,-) zijn vaste bedragen per categorie van toepassing.

Draagkracht van de moeder

Bij de berekening van het huidige NBI van de moeder gaat de rechtbank opnieuw uit van een bedrag van € 789,- netto dat de moeder ontvangt als basisbeurs en aanvullende beurs in het kader van haar studie. De rechtbank houdt verder rekening met het kindgebonden budget en de alleenstaande ouderkop.

Aan de hand van deze uitgangspunten berekent de rechtbank het NBI van de moeder op € 1.281,-. Bij een NBI tot € 1.875,- per maand geldt volgens de draagkrachttabel een minimale draagkracht van € 25,- voor één kind. De draagkracht van de moeder is dus minimaal en bedraagt € 25,- per maand.

Draagkracht van de vader

De rechtbank zal de draagkracht van de vader berekenen aan de hand van dezelfde gegevens als gebruikt voor de berekening van de behoefte van [minderjarige]. Daarnaast wordt rekening gehouden met de algemene heffingskorting en de arbeidskorting. Ook bij de berekening van de draagkracht van de vader gaat de rechtbank er vanuit dat de vader drie kinderen heeft. De rechtbank zal geen rekening houden met een inkomensafhankelijke combinatiekorting, nu de vader, als hij weer werk heeft, de meestverdienende partner is. Ook wordt aan zijn zijde geen rekening gehouden met een kindgebonden budget, omdat de vader op de zitting naar voren heeft gebracht dat dit wordt overgemaakt aan zijn partner en dit kindgebonden budget bedoeld is voor de andere twee kinderen van de vader.

Daarnaast heeft de vader naar voren gebracht dat hij een viertal schulden heeft waar rekening mee moet worden gehouden. De moeder heeft zich hiertegen verweerd. De rechtbank zal geen rekening houden met de DUO schuld van € 314,- per maand en de SSC schuld van € 128,- per maand. De stukken die door de vader zijn overgelegd zijn twee jaar oud. De rechtbank kan dan ook niet vaststellen dat deze schulden nog bestaan. Het had op de weg van de vader gelegen om recentere stukken te overleggen. Ook zal geen rekening worden gehouden met de gestelde schuld aan Eneco en de ABN AMRO, nu onvoldoende door de vader is aangetoond dat deze schulden bestaan.

Aan de hand van deze uitgangspunten berekent de rechtbank het NBI van de vader op € 3.794,- en de draagkracht van de vader op € 942,-. Nu geen financiële gegevens bekend zijn van de partner van de vader en daarmee ook de behoefte van de andere twee kinderen van de vader niet kan worden berekend, zal de rechtbank de draagkracht van de vader gelijk verdelen over de drie kinderen, zodat voor [minderjarige] een bedrag van € 314,- beschikbaar is.

Draagkrachtvergelijking

De vader en de moeder hebben een gezamenlijke draagkracht voor [minderjarige] van € 339,-. De behoefte van [minderjarige] bedraagt € 262,-, zodat de ouders voldoende draagkracht hebben om in de behoefte van [minderjarige] te voorzien. De rechtbank zal daarom een draagkrachtvergelijking maken waarbij de behoefte naar rato van ieders draagkracht zal worden verdeeld. Hiervoor gebruikt de rechtbank de formule: ieders draagkracht gedeeld door de totale draagkracht vermenigvuldigd met de behoefte.

Het eigen aandeel van de vader bedraagt: 314 / 339 x 262 = € 243,-

Het eigen aandeel van de moeder bedraagt: 25 / 339 x 262 = € 19,-

Samen € 262,-

Van de totale behoefte van [minderjarige] komt een gedeelte van € 243,- per maand voor rekening van de vader. Een gedeelte van € 19,- per maand komt voor rekening van de moeder.

Zorgkorting

Tussen de vader en de moeder is niet in geschil dat niet zal worden uitgegaan van een zorgkorting, nu er geen omgang ik tussen de vader en [minderjarige].

Conclusie De rechtbank zal gelet op het voorgaande bepalen dat de vader, met ingang van 1 mei 2025, € 243,- per maand aan kinderalimentatie voor [minderjarige] aan de moeder moet voldoen.

De rechtbank zal het meer of anders verzochte afwijzen.

Aanhechten beschikking

De rechtbank heeft berekeningen gemaakt van de behoefte van [minderjarige] en de draagkracht van de vader en de moeder. Deze berekeningen zijn aan de beschikking gehecht en maken daarvan onderdeel uit.

Proceskosten

Nu het hier een procedure van familierechtelijke aard betreft, zullen de proceskosten worden gecompenseerd als hierna vermeld.

Beslissing

De rechtbank:

*

stelt vast het ouderschap van:

[de man], geboren op [geboortedatum 2] 1988 te [land],

over:

[minderjarige] , geboren op [geboortedatum 1] 2022 te [geboorteplaats],

uit:

[de moeder], [geboortedatum 3] 2001 te [land].

*

beschouwt de werkzaamheden van de bijzondere curator voor deze procedure als beëindigd;

*

veroordeelt de moeder tot betaling van de helft van de DNA kosten aan de vader;

*

bepaalt de door de vader met ingang van 1 mei 2025 te betalen alimentatie voor [minderjarige] op € 243,- per maand, vanaf vandaag telkens bij vooruitbetaling aan de moeder te voldoen;

*

bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt;

*

wijst af het meer of anders verzochte.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. C. de Jong-Kwestro

Griffier

  • mr. M. Meijer

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?