RECHTBANK DEN HAAG
Aansluitende machtiging tot het verlenen van verplichte zorg
Team Jeugd- en Zorgrecht
Zaak-/rekestnr.: C/09/693414 / FA RK 25-7975
Datum beschikking: 16 december 2025
Tussenbeschikking naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot het verlenen van een aansluitende zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:
[betrokkene],
hierna te noemen: betrokkene,
geboren op [geboortedatum] 1961 te [geboorteplaats], [land],
wonende te [woonplaats],
advocaat: mr. P. Arkema-Hummel te Zoetermeer.
Procesverloop
Bij beschikking van deze rechtbank van 11 november 2025 is het verzoek tot het verlenen van een aansluitende machtiging toegewezen voor de duur van zes weken en de verdere behandeling van het verzoek aangehouden. De rechtbank achtte namelijk de uitkomsten van het onderzoek van het UMC Utrecht van belang om te kunnen oordelen over de door betrokkene gewenste afbouw dan wel het staken van de verplichte medicatie en de daarmee samenhangende vrijwillige zorg.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
- voornoemde beschikking van 11 november 2025 en de daarin genoemde stukken;
- de brief van het UMC Utrecht van 3 december 2025 (UMC).
De mondelinge behandeling van het verzoek is voortgezet op 16 december 2025. Daarbij zijn gehoord:
- betrokkene, bijgestaan door haar advocaat;
- de verpleegkundige, mevrouw [naam 1].
Omdat door de officier van justitie een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig werd geacht en het de rechtbank ter zitting is gebleken dat diens aanwezigheid ook niet noodzakelijk was om tot een inhoudelijke beslissing te kunnen komen, is de officier van justitie niet gehoord.
Standpunten ter zitting
Door en namens betrokkene is naar voren gebracht dat het goed gaat met haar. Betrokkene stelt dat zij niet wil overstappen op andere medicatie en helemaal geen medicatie meer wil gebruiken. Uit het onderzoek van het UMC is namelijk gekomen dat mogelijk ook alternatieve medicatie bijwerkingen kan veroorzaken. De advocaat pleit primair voor afwijzing van het verzoek. De advocaat benadrukt dat betrokkene in het verleden vrijwillig is opgenomen bij ontregelingen en momenteel in staat is zelf aan te geven wanneer zij zorg nodig heeft. Haar dagelijks functioneren is mede door hulp van haar dochter goed georganiseerd. Uit het onderzoek van het UMC blijkt verder dat betrokkene bijwerkingen van medicatie ervaart, hetgeen het belang onderstreept van het behouden van regie over haar eigen behandeling. Betrokkene wenst op vrijwillige basis alle medicatie af te bouwen. De advocaat stelt dat betrokkene wegens haar leeftijd van 64 jaar, haar lange geschiedenis van gedwongen zorg en de vele lichamelijke klachten als gevolg van het meer dan 40 jaar nemen van antipsychotica. De advocaat stelt dat betrokkene nu de gelegenheid moet krijgen haar behandeling en leven op eigen wijze in te richten. De gedwongen zorg kan uitsluitend alleen als ultimum remedium moet worden toegepast. Daar is nu geen sprake van, het kan volgens de advocaat ook anders. Met de ondersteuning van haar dochter gaat het namelijk goed met betrokkene. Verder betoogt de advocaat dat zelfs in het geval betrokkene ontregeld zou raken, de nadelige gevolgen er niet zullen zijn, dan wel niet groot zullen zijn. Eventueel nadeel accepteert betrokkene. Zij vindt dat de gedwongen zorg niet meer opweegt tegen het verder zelf beslissen over de eigen manier van leven. Subsidiair bepleit de advocaat dat, ingeval de rechtbank een zorgmachtiging toewijst, de machtiging voor de duur van zes maanden wordt verleend, zodat gedurende de zes maanden een gecontroleerde en verantwoorde afbouw van medicatie kan plaatsvinden.
De verpleegkundige heeft naar voren gebracht dat uit het onderzoek van het UMC niet wordt geadviseerd te stoppen met antipsychotica maar om van zuclopentixol (merknaam: Cisordinol) over te stappen naar clozapine. Bij voorkeur dient klinisch clozapine te worden opgebouwd en zuclopentixol te worden afgebouwd. De verpleegkundige verwacht dat zonder zorgmachtiging betrokkene elke vorm van medicatie zal weigeren. Uit het verleden blijkt dat het staken van medicatie kan leiden tot ontregelingen en psychoses. Momenteel is betrokkene stabiel door de zuclopentixol, ondanks de bijwerkingen. Als betrokkene zonder zorgmachtiging ontregeld raakt, bestaat het risico dat zij zorg mijdt en met een crisismaatregel opgenomen moet worden met alle vervelende gevolgen van dien.
De uitkomst van het onderzoek door het UMC
Het UMC concludeert in haar brief van 3 december 2025:
“Conclusie
Het betreft een 64 jarige Surinaams Creoolse vrouw, sinds 1983 gediagnosticeerd met een schizoaffectieve stoornis van het bipolaire type, met meerdere ontregelingen waarvoor (gedwongen) opnames in het verleden. Daarnaast aanwijzingen voor een verstandelijke beperking (2022). Patiënte is al langere tijd ingesteld op depotmedicatie vanwege medicatieontrouw in het verleden, waarop ontregelingen volgden.
Heden heeft patiënte een ZM en een depot zuclopentixol. Somatisch is zij bekend met neuropathie van de voeten, knieletsel (banden en meniscus) links, cataract en hypertensie en urine incontinentie tgv psychofarmaca (MRI hersenen 2019 liet geen intracraniele pathologie zien). Patiënte ervaart veel klachten die (antidopaminerge en anticholinerge) bijwerkingen van de medicatie kunnen zijn: droge mond, stijfheid, tremor, onrustig gevoel, acathisie, urine-incontinentie, bradykinesie en traagheid. Dit belemmert haar ADL-
zelfstandigheid. Differentiaaldiagnostisch kan nog worden gedacht aan een CYP-polymorfisme gezien de ernst van de bijwerkingen.
Advies
psychotische episodes in het verleden
- Switch naar clozapine. Dit lijkt het meest passend wegens de minste anti-cholinerge en anti-dopaminerge bijwerkingen (want ander dopaminereceptor-profiel) en grootste effectiviteit van de antipsychotica. Dochter zou als mantelzorger dit iedere avond kunnen toedienen. (Mogelijk dat bij weinig bijwerkingen de therapie-trouw ook groter wordt). Wellicht is een klinische switch te overwegen, gezien het beloop van de manisch-
- inzetten op CYP-polymorfisme diagnostiek
- Bovenstaande is op 14-11 jl. met psychiater [naam 2] telefonisch besproken
- Patiënte en dochter waren akkoord met dit voorstel.”
Betrokkene en haar dochter hebben tijdens het onderzoek bij het UMC aanvankelijk aangegeven akkoord te zijn met het voorstel om over te schakelen op clozapine in plaats van zuclopentixol. Ter zitting heeft betrokkene verklaard dat zij toch niet meer instemt hiermee. Betrokkene wenst gelet op de bijwerkingen van clozapine helemaal geen medicatie meer.
Beoordeling
Op 11 november 2025 is door de rechtbank een zorgmachtiging verleend voor de duur van zes weken, tot en met 23 december 2025, en de rest van het verzoek aangehouden. Tijdens de mondelinge behandeling van 16 december 2025 is gebleken dat betrokkene nog steeds lijdt aan een psychische stoornis, te weten een schizoaffectieve stoornis. Deze stoornis leidt in geval van een ontregeling of psychose tot ernstig nadeel gelegen in “ernstig lichamelijk letsel” en “ernstige psychische schade”.
De advocaat van betrokkene heeft tijdens mondelinge behandeling van 16 december 2025 het ernstig nadeel gemotiveerd betwist. Gelet hierop zal de rechtbank op grond van artikel 6:1, vijfde lid van de Wvggz een onderzoek door een deskundige bevelen. Dit onderzoek dient te worden verricht door een onafhankelijke deskundige die niet eerder betrokken was bij de behandeling van betrokkene.
De deskundige dient onderstaande vragen na onderzoek te beantwoorden:
De rechtbank belast de accommodatie, waar de verpleegkundige werkzaam is, zorg te dragen dat een onafhankelijke deskundige de onderzoeksvragen zal beantwoorden.
Op grond van artikel 6:1, negende lid van de Wvggz komen de kosten van de door de rechter opgeroepen deskundige ten laste van de Staat.
Artikel 6:2, vierde lid van de Wvggz bepaalt dat de termijn voor het nemen van een beslissing op het verzoek met drie weken wordt verlengd. De bepaling geldt als uitzondering op de hoofdregel van artikel van artikel 6:2, eerste lid van de Wvggz dat de rechtbank binnen drie weken na ontvangst van het verzoekschrift uitspraak moet doen. Die situatie dient zich nu niet voor. De rechtbank zal daarom verder beoordelen of nog steeds voldaan is aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz.
De verpleegkundige heeft verklaard dat zij verwacht dat betrokkene zich aan zorg zal onttrokken als dit niet verplicht is. Het risico op psychiatrische decompensatie bestaat dan met ernstig nadeel als gevolg. Om het ernstig nadeel af te wenden, de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren, de geestelijke gezondheid van betrokkene te herstellen zodanig dat zij haar autonomie zoveel mogelijk herwint en de door de stoornis bedreigde of aangetaste fysieke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen, heeft betrokkene zorg nodig.
Gebleken is dat er geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn.
Betrokkene verzet zich namelijk tegen medicatie. Om die reden is verplichte zorg nodig.
Gelet op het voorgaande acht de rechtbank de volgende vormen van verplichte zorg zonder meer noodzakelijk om het ernstig nadeel af te wenden:
- toedienen van vocht;
- toedienen van voeding;
- toedienen van medicatie;
- verrichten medische controles;
- andere medische handelingen en therapeutische maatregelen;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg
hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van
communicatiemiddelen.
Daarnaast acht de rechtbank ook de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk
indien sprake is van decompensatie van het toestandsbeeld van betrokkene en/of het ernstig
nadeel niet langer in het ambulante kader kan worden afgewend:
- beperken van de bewegingsvrijheid;
- opnemen in een accommodatie.
Gelet op hetgeen op de mondelinge behandeling van 11 november 2025 is besproken, ziet de rechtbank geen aanleiding voor het opleggen van verplichte zorg in de vorm van:
- insluiten;
- uitoefenen van toezicht;
- onderzoek aan kleding of lichaam;
- onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en
gevaarlijke voorwerpen.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De
voorgestelde verplichte zorg is bovendien evenredig en naar verwachting effectief. Uit de
stukken blijkt verder dat bij het bepalen van de juiste zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk
leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als
bedoeld in de Wvggz. De zorgmachtiging zal derhalve worden verleend voor de deur van drie weken. De rechtbank acht de uitkomsten van het onderzoek van de deskundige van belang om te kunnen oordelen of bij het stoppen van medicatie betrokkene ernstige nadeel zal ondervinden.
Gelet op hierop zal de rechtbank het verzoek toewijzen voor een periode van drie weken, tot
en met 6 januari 2026, en de resterende duur van het verzoek op een nader te bepalen
zitting, gelegen uiterlijk 6 januari 2026, verder behandelen.
Beslissing
De rechtbank:
beveelt ten aanzien van [betrokkene], geboren op [geboortedatum] 1961 te [geboorteplaats], [land], deskundigenonderzoek naar de navolgende vraag:
belast de accommodatie, waar mevrouw [naam 1] werkt, er voor te zorgen dat een onafhankelijke deskundige, die nog niet eerder betrokken was, deze onderzoeksvragen zal beantwoorden;
bepaalt dat de deskundige vóór 2 januari 2026 de schriftelijke beantwoording van de onderzoeksvragen dient te zenden naar de griffie van deze rechtbank en de advocaat van betrokkene;
verstaat dat de kosten van de deskundige ten laste komen van de Staat;
verleent een zorgmachtiging ten aanzien van [betrokkene], inhoudende dat bij wijze van verplichte zorg in ieder geval de volgende maatregelen kunnen worden getroffen:
- toedienen van vocht;
- toedienen van voeding;
- toedienen van medicatie;
- verrichten medische controles;
- andere medische handelingen en therapeutische maatregelen;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
en daarnaast ook de volgende maatregelen indien sprake is van decompensatie van het
toestandsbeeld van betrokkene en/of het ernstig nadeel niet langer in het ambulante kader kan worden afgewend:
- beperken van de bewegingsvrijheid;
- opnemen in een accommodatie;
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 6 januari 2026;
houdt de behandeling van het verzoek voor het overige aan tot een nader te bepalen zitting, uiterlijk 6 januari 2026.