ECLI:NL:RBDHA:2025:26613

ECLI:NL:RBDHA:2025:26613, Rechtbank Den Haag, 24-12-2025, SGR 25/1680

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 24-12-2025
Datum publicatie 23-01-2026
Zaaknummer SGR 25/1680
Rechtsgebied Bestuursrecht; Ambtenarenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Den Haag

Samenvatting

Militair invaliditeitspensioen - beroep ongegrond.

Uitspraak

[eiser] , uit [woonplaats] , eiser

(gemachtigde: mr. A.E.P. van Zandbergen),

en

de staatssecretaris van Defensie, verweerder

(gemachtigde: mr. I. Simon).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen het besluit van verweerder dat hij niet in aanmerking komt voor de toekenning van een militair invaliditeitspensioen.

Verweerder heeft de aanvraag van eiser met het besluit van 28 oktober 2022 afgewezen. Met het bestreden besluit van 24 januari 2025 op het bezwaar van eiser is verweerder bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.

De rechtbank heeft het beroep op 8 december 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser en de gemachtigde van verweerder.

Beoordeling door de rechtbank

Wat vindt eiser in beroep?

Waar gaat deze zaak over?

2. Eiser heeft van 2005 tot 2015 als beroepsmilitair bij de Koninklijke Marine gediend. Hij heeft te kennen gegeven dat hij tijdens zijn werk bij de onderzeedienst heftige pesterijen heeft ondergaan door collega’s en dat hij hierdoor PTSS heeft opgelopen. In 2021 heeft hij om die reden om toekenning van een militair invaliditeitspensioen gevraagd.

3. Verweerder heeft er in het besluit op gewezen dat aanspraak op een invaliditeitspensioen slechts kan bestaan als er sprake is van invaliditeit met dienstverband. Daarvoor is vereist dat sprake is van invaliditeit als gevolg van uitoefening van de militaire dienst in geval van buitengewone of daarmee vergelijkbare omstandigheden. Volgens verweerder is niet komen vast te staan dat er bij eiser sprake is geweest van uitoefening van militaire dienst onder buitengewone omstandigheden. Door de verzekeringsarts is ook geen dienstverband aanvaard. Verweerder heeft daarom geconcludeerd dat eiser niet in aanmerking komt voor de toekenning van een militair invaliditeitspensioen.

4. Verweerder heeft het bestreden besluit onvoldoende zorgvuldig voorbereid en onvoldoende gemotiveerd. In het bestreden besluit is verweerder ten onrechte niet op alles ingegaan dat eiser in de bezwaarfase heeft aangevoerd. Zo is verweerder onder andere niet ingegaan op stellingen van eiser dat hij heeft deelgenomen aan bepaalde oefeningen en operaties waarbij wel sprake was van buitengewone omstandigheden. Daarnaast is verweerder niet ingegaan op het door eiser gedane beroep op het gelijkheidsbeginsel. Eiser heeft erop gewezen dat er in een vergelijkbare procedure wel dienstverband is aangenomen en een militair invaliditeitspensioen is toegekend. Het bevreemdt eiser dat verweerder op 13 januari 2025 nog heeft aangegeven dat zijn bezwaarprocedure complex is, maar kort daarna tot het bestreden besluit is gekomen zonder daarbij in te gaan op al eisers bezwaargronden en zonder een tweede hoorzitting te houden. Verder kan verweerder niet ontkennen dat de verzekeringsarts wel een causaal verband heeft aangenomen tussen de PTSS en de uitoefening van de militaire dienst. Eiser is dan ook van mening dat de door de verzekeringsarts bij hem vastgestelde invaliditeit wel degelijk als gevolg moet worden gezien van de door hem in de uitoefening van de militaire dienst onder buitengewone of daarmee vergelijkbare omstandigheden meegemaakte traumatische gebeurtenissen. Eiser verzoekt de rechtbank om het beroep gegrond te verklaren, verweerder op te dragen om eiser alsnog in aanmerking te laten komen voor het militair invaliditeitspensioen en verweerder te veroordelen tot een schadevergoeding en tot het vergoeden van de proceskosten.

Wat zijn de regels?

5. Onder invaliditeit met dienstverband wordt verstaan een invaliditeit van tenminste 10% ten gevolge van: a) verwonding, ziekten of gebreken, welke zijn veroorzaakt door de uitoefening van de militaire dienst in geval van buitengewone of daarmee vergelijkbare omstandigheden; b) ziekten of gebreken, welke het gevolg zijn van verrichtingen of vermoeienissen aan de uitoefening van de militaire dienst in geval van buitengewone of daarmee vergelijkbare omstandigheden verbonden, dan wel welke tot uiting zijn gekomen onder overwegende invloed van die verrichtingen of vermoeienissen, of; c) ziekten of gebreken, welke zijn ontstaan, tot uiting zijn gekomen of verergerd mede door inwerking van bijzondere, zeer nadelige invloeden, waaraan de beroepsmilitair in verband met de uitoefening van de militaire dienst in geval van buitengewone of daarmee vergelijkbare omstandigheden is blootgesteld geweest. Onder buitengewone of daarmee vergelijkbare omstandigheden wordt, onder andere, verstaan: de deelname aan operaties ter bevordering of handhaving van de internationale rechtsorde; het onder oorlogsnabootsende omstandigheden in praktijk brengen van theoretisch onderwezen bekwaamheden teneinde aldus de bedrevenheid in het uitvoeren van oorlogstaken te verwerven, op te voeren of te onderhouden, voor zover sprake is van een verhoogd risico; afzonderlijk door de minister te bepalen gevallen die bijzonder van aard zijn en waarbij een verhoogd risico aanwezig is, en; gevaarzettende situaties die rechtstreeks verband houden met de uitvoering van zijn taak waaraan de militair zich vanwege zijn specifieke functie niet kan onttrekken.

De Centrale Raad van Beroep (hierna: de Raad) heeft overwogen dat het oefenen van de uitvoering van de oorlogstaak een normaal onderdeel is van het uitoefenen van de militaire dienst door een beroepsmilitair. Blijkens de systematiek van artikel 2 van het Besluit AO/IV geschiedt dit in beginsel onder normale omstandigheden, waarbij alle gebruikelijke maatregelen ter voorkoming van ongevallen worden getroffen. Daarnaast is het mogelijk dat een oorlogstaak wordt geoefend onder buitengewone omstandigheden. De oefening van de desbetreffende oorlogstaak wordt dan gedaan onder nabootsing van bijzondere omstandigheden, zoals die zich bij daadwerkelijk operationeel optreden in een oorlogssituatie kunnen voordoen en waarbij deze bijzondere omstandigheden een verhoogd risico op verwonding of letsel met zich meebrengen. In het algemeen zal dit verhoogde risico aanwezig zijn wanneer, juist om de oorlogssituatie realistisch na te bootsen, niet alle normaal gebruikelijke veiligheidsmaatregelen (kunnen) worden gehandhaafd.

Wat is het oordeel van de rechtbank?

6. Tussen eiser en verweerder is niet in geschil dat eiser PTSS heeft opgelopen naar aanleiding van hevig pestgedrag toen hij als militair bij de onderzeedienst werkte. Wel is in geschil of er sprake is van dienstverband voor de PTSS, waarbij de vraag van belang is of eiser militaire dienst heeft uitgevoerd onder buitengewone omstandigheden.

7. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder kunnen concluderen dat niet is komen vast te staan dat eiser de militaire dienst heeft uitgevoerd onder buitengewone omstandigheden. Ten aanzien van de internationale oefening Joint Caribbean Lion heeft verweerder zich op het standpunt gesteld dat sprake was van een reguliere oefening. Zoals onder 5.1 uiteengezet is het oefenen van de uitvoering van de oorlogstaak een normaal onderdeel van het uitoefenen van de militaire dienst door een beroepsmilitair. Dat het varen in een onderzeeër op zichzelf genomen een buitengewone omstandigheid is, zoals de gemachtigde van eiser heeft gesteld, volgt de rechtbank niet. De Raad heeft overwogen dat er sprake moet zijn van bijzondere omstandigheden die een verhoogd risico op verwonding of letsel met zich mee brengen en dat dit verhoogde risico in het algemeen aanwezig zal zijn wanneer niet alle normaal gebruikelijke veiligheidsmaatregelen (kunnen) worden gehandhaafd. Niet is gebleken dat er bij Joint Caribbean Lion sprake is geweest van de oefening van een oorlogstaak onder buitengewone omstandigheden waarbij een verhoogd risico aanwezig was. Over de NATO Response Force, waar de boot waarop eiser voer deel van heeft uitgemaakt, heeft verweerder te kennen gegeven dat dit ging om een paraatstelling waarbij ook geen sprake is geweest van buitengewone omstandigheden. Verder heeft verweerder navraag gedaan bij de HDP en het CZSK, waarop is teruggekoppeld dat eiser geen deel heeft genomen aan geheime missies of uitzendingen. Verweerder heeft verder uitgelegd dat voor zover in eisers “staat van dienst” wordt gesproken van “operaties” wordt gedoeld op “reguliere operationele werkzaamheden”. De informatie die eiser hiertegenover heeft gesteld, hoefde verweerder geen aanleiding te geven tot een andere conclusie. Evenmin hoefde verweerder hierin aanleiding te zien voor nader onderzoek.

8. Ter zitting heeft de gemachtigde van eiser aangegeven dat het beroep op het gelijkheidsbeginsel is gedaan in reactie op een brief van verweerder van 17 oktober 2023 waarin staat dat pesten nooit tot het aanvaarden van dienstverband kon leiden. Omdat dit standpunt niet ten grondslag is gelegd aan de beslissing op bezwaar, behoeft het beroep op het gelijkheidsbeginsel geen bespreking.

9. Hoewel verweerder eisers aanvraag, gelet op wat hiervoor is overwogen, heeft kunnen afwijzen, is de rechtbank wel van oordeel dat verweerder onzorgvuldig heeft gehandeld door geen tweede hoorzitting te houden. Aan het einde van de eerste hoorzitting heeft verweerder aangegeven dat indien gewenst een tweede hoorzitting mogelijk is. Op 8 mei 2024 heeft de gemachtigde van eiser verweerder gemaild en daarbij opgemerkt dat eiser gebruik wenst te maken van de geboden mogelijkheid om zijn bezwaar tijdens een nadere hoorzitting toe te lichten. Vervolgens heeft verweerder, zonder de mogelijkheid te bieden tot deze nadere hoorzitting en zonder verder contact hierover met eiser, het besluit op bezwaar genomen. De rechtbank is van oordeel dat eiser door dit gebrek niet in zijn belangen geschaad is, omdat niet waarschijnlijk is dat een tweede hoorzitting tot een andere uitkomst had geleid. De rechtbank ziet dan ook aanleiding om dit gebrek te passeren met toepassing van artikel 6:22 van de Algemene wet bestuursrecht. Wel ziet de rechtbank aanleiding om verweerder te veroordelen tot vergoeding van eisers proceskosten en het griffierecht.

10. Omdat verweerder eisers aanvraag niet ten onrechte heeft afgewezen, ziet de rechtbank geen aanleiding om verweerder te veroordelen tot een schadevergoeding.

Conclusie en gevolgen

11. Het beroep is ongegrond.

12. In het geconstateerde gebrek ziet de rechtbank aanleiding om verweerder te veroordelen in de door eiser gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht vast op € 1.814,-. Ook moet verweerder het griffierecht aan eiser vergoeden.

Beslissing

De rechtbank:

Deze uitspraak is gedaan door mr. B. van Dokkum, rechter, in aanwezigheid van mr. M.C. Bakker, griffier.

De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 24 december 2025.

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.

Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.

Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. B. van Dokkum

Griffier

  • mr. M.C. Bakker

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?