ECLI:NL:RBDHA:2025:26614

ECLI:NL:RBDHA:2025:26614, Rechtbank Den Haag, 17-12-2025, C/09/680147 / FA RK 25-1062

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 17-12-2025
Datum publicatie 23-01-2026
Zaaknummer C/09/680147 / FA RK 25-1062
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Den Haag

Samenvatting

Afwijzen gezamenlijk gezag, omgangsregeling, informatieregeling en ondertoezichtstelling. Toewijzen ontzeggen van de omgang.

Uitspraak

Beschikking op het op 11 februari 2025 ingekomen verzoek van:

[de vader] ,

de vader,

volgens de basisregistratie personen op [datum] 2022 geëmigreerd naar [land] , feitelijk verblijvend op een onbekende plaats in Nederland,

advocaat: mr. F.G.T. Meershoek te 's-Gravenhage.

Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de moeder] ,

de moeder,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. R.G. Jagesar te 's-Gravenhage.

Procedure

De rechtbank heeft kennis genomen van de stukken waaronder:

De minderjarigen [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] zijn in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over het verzoek, maar hebben hier geen gebruik van gemaakt.

Op 18 november is de zaak op een zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:

De vader heeft de zittingszaal kort na de aanvang van de mondelinge behandeling verlaten.

Verzoek en verweer

Het verzoek van de vader strekt er na aanvulling toe:

- eenmaal per twee weken van vrijdag uit school tot maandag naar school, waarbij de vader de kinderen op vrijdag op school zal terugbrengen;

- te bepalen dat [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] bij de vader verblijven gedurende de helft van vakanties en feestdagen, volgens onderstaand schema:

- in de even jaren verblijven de kinderen bij de vader gedurende: de voorjaarsvakantie, de tweede week van de meivakantie, de eerste drie weken van de zomervakantie en de eerste week van de kerstvakantie;

- in de oneven jaren verblijven de kinderen bij de vader gedurende: de eerste week van de meivakantie, de laatste drie weken van de zomervakantie, de herfstvakantie en de tweede week van de kerstvakantie;

- gedurende de feestdagen verblijven de kinderen volgens onderstaand schema bij de ouders:

- Goede Vrijdag: volgens de reguliere regeling;

- eerste Paasdag: in even jaren bij de vader, in oneven jaren bij de moeder;

- tweede Paasdag: in even jaren bij de moeder, in oneven jaren bij de vader;

- Koningsdag: in even jaren bij de vader, in oneven jaren bij de moeder;

- Hemelvaartsdag: in even jaren bij de moeder, in oneven jaren bij de vader;

- eerste Pinksterdag: in even jaren bij de moeder, in oneven jaren bij de vader;

- tweede Pinksterdag: in even jaren bij de vader, in oneven jaren bij de moeder;

- Sinterklaas: in even jaren bij de moeder, in oneven jaren bij de vader;

- kerstavond: in even jaren bij de vader, in oneven jaren bij de moeder;

- eerste kerstdag: in even jaren bij de vader, in oneven jaren bij de moeder;

- tweede kerstdag: in even jaren bij de moeder, in oneven jaren bij de vader;

- Oudejaarsavond: in even jaren bij de moeder, in oneven jaren bij de vader;

- Nieuwjaarsdag: in even jaren bij de moeder, in oneven jaren bij de vader;

- Moederdag: bij de moeder;

- Vaderdag: bij de vader;

- verjaardag kind: volgens de reguliere regeling, met gelegenheid de andere ouder te zien;

- verjaardag vader: bij de vader;

- verjaardag moeder: bij de moeder;

- onder de voorwaarde dat het verzoek om de vader en de moeder te belasten met het gezamenlijk gezag over [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] wordt afgewezen, te bepalen dat de moeder, met ingang van de te wijzen beschikking, iedere maand aan de vader per e-mail op het e-mailadres [e-mailadres] een e-mail dient te sturen met de navolgende informatie:

- informatie over de lichamelijke en geestelijke gezondheidstoestand van de kinderen;

- schoolkeuze;

- aan welke buitenschoolse activiteiten zij deelnemen en van welke sportvereniging dan wel andere vereniging zij lid zijn;

- welke belangrijke beslissingen in hun leven er in de komende maand genomen dienen te worden;

- [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] onder toezicht te stellen;

een en ander voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad.

De moeder voert verweer, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken, en verzoekt, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, de omgang met de vader voor onbepaalde tijd te ontzeggen.

Feiten

- [de minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2012 te [geboorteplaats] ;

- [de minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2014 te [geboorteplaats] .

Beoordeling

Gezag

Wettelijk kader

Op grond van art. 1:253c BW eerste lid van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de tot het gezag bevoegde ouder van een kind, die nooit het gezag gezamenlijk met de moeder heeft uitgeoefend, de rechtbank verzoeken de ouders gezamenlijk met het ouderlijk gezag te belasten. Dit verzoek wordt op grond van het tweede lid van voornoemd artikel slechts afgewezen indien er een onaanvaardbaar risico bestaat dat het kind klem of verloren zou raken tussen de ouders en niet te verwachten is dat hierin binnen afzienbare tijd voldoende verbetering zou komen of afwijzing anderszins in het belang van het kind noodzakelijk is.

Inhoudelijke beoordeling

De vader heeft aangevoerd dat het wettelijk uitgangspunt is dat het in het belang van een kind is als beide ouders belast zijn met het ouderlijk gezag. Volgens de vader is geen sprake van een uitzonderingssituatie. De verstandhouding tussen partijen is weliswaar moeizaam, maar wanneer de moeder de vader nodig heeft, weet zij hem te vinden en overleggen zij met elkaar. Het is in het belang van de kinderen dat partijen gelijkwaardig het ouderschap kunnen vormgeven. Op deze manier wordt de vader ook gelijkwaardig bij de ingezette hulpverlening betrokken en wordt zijn rol als ouder serieus genomen. Hij benadrukt dat hij geen gezagsbeslissingen wil blokkeren.

Volgens de moeder is er gelet op de voorgeschiedenis van partijen, waarbij de moeder enorme angsten heeft ontwikkeld richting de vader, zijn aanhoudende wangedrag, de communicatieproblemen en de ogenschijnlijke afwezigheid van de vader in het buitenland, sprake van een onaanvaardbaar risico dat de kinderen klem of verloren zullen raken. Er is bij de moeder geen draagvlak om gezamenlijk met de vader in gesprek te gaan. Zij vreest dat de vader gezagsbeslissingen zal blokkeren en stelt dat hij onvoldoende op de hoogte is van wat de kinderen nodig hebben om een juiste beslissing te kunnen nemen.

De rechtbank stelt bij haar beoordeling voorop dat het uitgangspunt van de wetgever is dat de ouders gezamenlijk het gezag over hun kinderen uitoefenen, omdat dit in het belang van het kind wordt geacht. Hiervoor is echter wel vereist de ouders daadwerkelijk in staat zijn tot een behoorlijke gezamenlijke gezagsuitoefening en dat zij beslissingen van enig belang over hun kinderen in gezamenlijk overleg kunnen nemen. Uit het rapport van de Raad blijkt dat sprake is van een complexe situatie, waarbij de kinderen klem lijken te zitten tussen de ouders. Er is nog steeds sprake van veel onrust en verwijten over drugsgebruik, onveiligheid en agressief gedrag. Gelet op het bovenstaande overweegt de rechtbank dat de ouders niet in staat zijn tot een behoorlijke gezamenlijke gezagsuitoefening. De rechtbank voorziet ook niet dat daarin binnen afzienbare tijd verbetering zal komen. Volgens de Raad gaat het op dit moment goed genoeg met de kinderen, maar is er sprake van een zeer wankel evenwicht. De rechtbank vindt het daarom niet in het belang van de kinderen om verandering te brengen in deze instabiele situatie. Omdat de rechtbank vreest dat [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] klem en verloren zullen raken tussen de ouders bij het toekennen van gezamenlijk gezag, zal de rechtbank het verzoek van de vader afwijzen.

Aangezien de rechtbank het verzoek van de vader tot gezamenlijk gezag zal afwijzen, zal zij in het vervolg spreken over een omgangsregeling.

Omgang

Wettelijk kader

De rechtbank stelt bij de beoordeling voorop dat uit artikel 1:377a lid 1 BW volgt dat een kind recht op omgang met zijn ouders heeft en dat de niet met het gezag belaste ouder het recht op en de verplichting tot omgang met zijn kind heeft.

De rechtbank ontzegt, al dan niet voor bepaalde tijd, het recht op omgang op verzoek van de ouders of van één van hen of degene die in een nauwe persoonlijke betrekking staat tot het kind. Op grond van artikel 1:377a derde lid BW ontzegt de rechtbank het recht op omgang slechts, indien: a) omgang ernstig nadeel zou opleveren voor de geestelijke of lichamelijke ontwikkeling van het kind, of b) de ouder of degene die in een nauwe persoonlijke betrekking staat tot het kind kennelijk ongeschikt of kennelijk niet in staat moet worden geacht tot omgang, of c) het kind dat twaalf jaren of ouder is, bij zijn verhoor van ernstige bezwaren tegen omgang met zijn ouder of met degene met wie hij in een nauwe persoonlijke betrekking staat heeft doen blijken, of d) omgang anderszins in strijd is met zwaarwegende belangen van het kind.

Inhoudelijke beoordeling

Volgens de vader zijn er geen contra-indicaties die zich tegen omgang tussen de vader en de kinderen verzetten. Hij heeft gedurende de relatie van partijen altijd bijgedragen in de verzorging en de opvoeding van de kinderen en er was sprake van een liefdevolle en hechte band. Door problemen tussen partijen is het niet tot afspraken gekomen over omgang, maar dat betekent niet dat omgang niet mogelijk kan of mag zijn.

De moeder stelt primair dat omgang tussen de vader en de kinderen een ernstig nadeel oplevert op de geestelijke of lichamelijke ontwikkeling van de kinderen en subsidiair dat omgang anderszins in strijd is met zwaarwegende belangen van de kinderen. De moeder maakt zich zorgen over de veiligheid van de kinderen bij de vader. Ook wijst de moeder op de grote weerstand die de kinderen voelen tegen het contact met hun vader.

De rechtbank overweegt dat uit het rapport van de Raad is gebleken dat de kinderen zich in een ernstig loyaliteitsconflict bevinden, waardoor het hen niet lukt om met beide ouders tegelijk contact te hebben. Omgang met de vader levert ernstig nadeel op voor de ontwikkeling van de minderjarigen. De situatie bij de moeder lijkt het meest stabiel voor hen. [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] groeien op in een gezinssysteem waarin hun vader wordt afgewezen door de moeder. Zij hebben zelf ook een negatief beeld van de vader ontwikkeld. De kwetsbaarheid van het gezinssysteem biedt volgens de Raad geen ruimte voor contactherstel. Onder deze omstandigheden vindt de rechtbank het niet in het belang van de kinderen dat zij omgang met hun vader hebben. Het is van belang dat er rust komt voor de kinderen en dat zij niet meer worden belast met de strijd tussen hun ouders. De rechtbank hoopt dat de kinderen als zij ouder zijn wel ruimte zullen voelen om omgang met hun vader te hebben. Op dit moment is dat echter niet het geval. Gelet op de bijzondere gezinsdynamiek verwacht de rechtbank ook niet dat hierin binnen afzienbare tijd verandering zal komen.

De rechtbank zal daarom het zelfstandig verzoek van de moeder toewijzen en het recht op omgang van de vader met [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] ontzeggen. De rechtbank overweegt hierbij dat een ontzegging van het recht op omgang tussen een ouder en een kind een tijdelijk karakter heeft. De Hoge Raad heeft geoordeeld dat in ieder geval na een periode van een jaar, of als de omstandigheden wijzigen ook eerder, een nieuw verzoek tot vaststelling van een omgangsregeling kan worden ingediend (zie HR 27 februari 2009, ECLI:NL:HR:2009:BG5045).

Informatieregeling

Wettelijk kader

Op grond van artikel 1:377b lid 1 BW is de ouder die met het gezag is belast gehouden de niet met het gezag belaste ouder op de hoogte te stellen over gewichtige aangelegenheden met betrekking tot de persoon en het vermogen van het kind en deze te raadplegen – zo nodig door tussenkomst van derden – over daaromtrent te nemen beslissingen.

Inhoudelijke beoordeling

De vader wil meer betrokken raken bij de te nemen beslissingen over de kinderen. De moeder ervaart echter angst bij het idee dat zij informatie moet delen over de adressen van scholen, sportclubs en andere verenigingen. De vader is in het verleden vaak ongewenst verschenen op die locaties en heeft daarbij amok gemaakt.

Volgens de wet is de moeder, als ouder met gezag, verplicht om de vader, de ouder zonder gezag, op de hoogte te houden van belangrijke zaken in het leven van [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] . De rechtbank ziet echter aanleiding om bovenstaand wetsartikel buiten toepassing te laten. Vaststaat dat er tussen partijen de afgelopen jaren veel is gebeurd. Gelet op het onvoorspelbare gedrag van de vader en de angst van de moeder, vindt de rechtbank het niet in het belang van de kinderen om een informatieregeling vast te stellen. Dat betekent dat de rechtbank het verzoek van de vader zal afwijzen.

Ondertoezichtstelling

Op 18 november 2025 heeft de vader in een brief aan de rechtbank zijn verzoek vermeerderd, in die zin dat hij verzoekt om ondertoezichtstelling van de kinderen.

Ingevolge artikel 283 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) is verzoeker bevoegd, zolang de rechter nog geen eindbeschikking heeft gegeven, het verzoek of de gronden daarvan te verminderen, dan wel schriftelijk te veranderen of te vermeerderen. In het geval van verandering of vermeerdering is artikel 130 Rv van overeenkomstige toepassing. Toepassing van artikel 130 Rv brengt mee dat een verandering of vermeerdering buiten beschouwing kan worden gelaten op de grond dat deze in strijd is met de eisen van een goede procesorde.

De moeder heeft bezwaar gemaakt tegen de behandeling van het aanvullende verzoek van de vader, omdat dit verzoek op de ochtend van de zitting is ingediend en zij hierdoor onvoldoende tijd heeft gehad om dit verzoek met haar advocaat te bespreken. Volgens de moeder is de vermeerdering van het verzoek dan ook in strijd met de eisen van een goede procesorde. Volgens de vader komt het verzoek niet uit de lucht vallen, nu de Raad op verzoek van de rechtbank onderzoek heeft gedaan naar de wenselijkheid van een ondertoezichtstelling. De rechtbank gaat daarin mee, maar overweegt dat van de moeder niet verwacht kan worden dat zij de bijlagen bij het aanvullende verzoek voldoende heeft bestudeerd. Daarom zal de rechtbank, zoals ook is besproken op de zitting, de bijlagen bij het aanvullende verzoek van de vader tot ondertoezichtstelling van de kinderen met toepassing van artikel 283 Rv in samenhang met artikel 130 Rv buiten beschouwing laten. De rechtbank gaat daarom over tot de behandeling van het verzoek, met uitzondering van de bijlagen, van de vader tot ondertoezichtstelling van de kinderen.

Wettelijk kader

Op grond van artikel 1:255, eerste lid, BW kan de kinderrechter een minderjarige onder toezicht stellen van een gecertificeerde instelling indien een minderjarige zodanig opgroeit dat hij in zijn ontwikkeling ernstig wordt bedreigd en: (a) de zorg die in verband met het wegnemen van de bedreiging noodzakelijk is voor de minderjarige of voor zijn ouders of de ouder die het gezag uitoefenen, door dezen niet of onvoldoende wordt geaccepteerd, en (b) de verwachting gerechtvaardigd is dat de ouders of de ouder die het gezag uitoefenen binnen een gelet op de persoon en de ontwikkeling van de minderjarige aanvaardbaar te achten termijn, de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding, bedoeld in artikel 247, tweede lid, in staat zijn te dragen. Op grond van het tweede lid is een ouder bevoegd tot het doen van het verzoek indien de Raad niet tot indiening van het verzoek overgaat.

Ontvankelijkheid

De rechtbank overweegt dat de vader ontvankelijk is in zijn verzoek op grond van artikel 1:255, tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek (BW), nu uit de stukken en de mondelinge toelichting van de Raad op zitting, is gebleken dat de Raad niet overgaat tot indiening van een verzoek tot ondertoezichtstelling.

Inhoudelijke beoordeling

De vader heeft ter onderbouwing van zijn verzoek het volgende naar voren gebracht. Er is overduidelijk sprake van een ernstige ontwikkelingsbedreiging bij de kinderen. De voornaamste zorg is het gebrek aan contact tussen de vader en de kinderen en het negatieve beeld dat zij van hem hebben. De Raad concludeert immers dat de kinderen dusdanig klem zitten dat zij maar met één ouder tegelijk contact kunnen onderhouden. Daarnaast heeft de vader zorgen over drugsgebruik in de woning van de moeder, het leerniveau van de kinderen, en over de gezondheid van [de minderjarige 2] en de wijze waarop hiermee wordt omgegaan. Ook heeft de huisarts zorgen heeft geuit over de moeder. De moeder lijkt onvoldoende in staat dan wel bereid om deze zorgen weg te nemen. Zij komt afspraken niet goed na en wilde het geadviseerde traject bij Youz niet aangaan, waardoor [de minderjarige 2] niet de juiste hulpverlening heeft gekregen. Bovendien lukt het de moeder niet om de vader toe te laten in het leven van de kinderen, waardoor zij geen contact met hun vader kunnen hebben en opgroeien met het idee zij ongewenst zijn voor hun vader.

De moeder heeft verweer tegen dit verzoek gevoerd. Zij sluit zich aan bij het advies van de Raad. Als een ondertoezichtstelling van de kinderen wordt uitgesproken, zou daarin vooral de omgang tussen de vader en de kinderen centraal staan. De moeder en de kinderen hebben een lastige tijd achter de rug en hebben op dit moment behoefte aan rust. Verder accepteert de moeder alle hulpverlening. Op de zitting heeft zij aangegeven dat zij inmiddels ondersteuning ontvangt van de praktijkondersteuner en dat zij na de zitting ook de hulp van een gezinscoach zal inroepen. Daarnaast is schoolmaatschappelijk werk betrokken en een medewerker van Wijkz. De eerdere ondertoezichtstelling van de kinderen is destijds afgesloten, omdat er hulpverlening betrokken is en de moeder deze accepteert. Dit is niet veranderd en daarom is er geen aanleiding om het verzoek van de vader toe te wijzen.

De rechtbank overweegt als volgt. Volgens de Raad is het erg zorgelijk dat de kinderen klem lijken te zitten tussen de ouders. Er lijkt sprake te zijn van een wankel evenwicht, waarbij de situatie voor de kinderen het meest stabiel is als zij geen contact hebben met hun vader. Gelet op de weerstand die de kinderen voelen en het negatieve beeld dat zij van de vader hebben is er bij hen geen ruimte voor contactherstel met de vader. Onder deze omstandigheden zal gedwongen hulpverlening die daarop gericht is juist veel onrust brengen. Gelet op het wankele evenwicht in de gezinssituatie acht de rechtbank dat niet in het belang van de kinderen. Bovendien is hierboven overwogen dat de rechtbank, gelet op alle omstandigheden, aanleiding ziet om de vader het recht op omgang te ontzeggen. Een ondertoezichtstelling zal dan ook niet van toegevoegde waarde zijn om tot herstel van contact te komen.

De Raad heeft in zijn rapportage ook aandacht besteed aan de andere zorgen die de vader heeft. Zo heeft de Raad ook zorgen over de gezondheid van [de minderjarige 2] en het feit dat [de minderjarige 1] hier last van lijkt te hebben. Het is volgens de Raad van belang dat [de minderjarige 2] passende behandeling krijgt en dat de moeder ondersteuning krijgt in de wijze waarop zij dit met de kinderen bespreekt. De Raad heeft verder geadviseerd dat de kinderen ondersteund worden bij het maken van hun huiswerk om de zorgen over hun schoolgang weg te nemen. Het gebrek aan contact met de vader is volgens de Raad een bedreiging voor de ontwikkeling van de kinderen, maar verder gaat het redelijk goed met de kinderen. Wel zou het wenselijk zijn dat de moeder voor zichzelf hulpverlening bij de praktijkondersteuner opstart en dat zij zich aanmeldt bij RondomJou voor een gezinscoach.

Gelet op het bovenstaande is de rechtbank met de Raad van oordeel dat geen sprake is van een ernstige ontwikkelingsbedreiging en dat de moeder bovendien voldoende in staat en bereid lijkt te zijn om de zorgen zelfstandig weg te nemen. Zij heeft inmiddels gesprekken gehad met de praktijkondersteuner en heeft op de zitting toegezegd dat zij zich zal aanmelden voor een gezinscoach. De rechtbank gaat ervan uit dat de moeder zich aan deze belofte zal houden. De rechtbank zal het verzoek van de vader daarom afwijzen.

Beslissing

De rechtbank:

wijst af de verzoeken van de vader;

ontzegt de vader het recht op omgang met de minderjarigen:

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. M.J.W. Straatsma

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?