ECLI:NL:RBDHA:2025:26619

ECLI:NL:RBDHA:2025:26619, Rechtbank Den Haag, 17-12-2025, C/09/693264 / FA RK 25-7894, C/09/693468 / FA RK 25-7994, C/09/695564 / FA RK 25-9137

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 17-12-2025
Datum publicatie 23-01-2026
Zaaknummer C/09/693264 / FA RK 25-7894
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Den Haag

Samenvatting

Gezag, hoofdverblijf, terugverhuizing, zorg-/omgangsregeling, informatie- en consultatieregeling, vervangende toestemming inschrijving school en psychologische behandeling. Wisselbeschikking ex artikel 69 Rv.

Uitspraak

[de moeder] ,

de moeder,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. G.D. Haytink te ’s-Gravenhage.

Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de vader] ,

de vader,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. R. Shahbazi te ’s-Gravenhage.

Procedure

De rechtbank heeft in de zaak met zaaknummer C/09/693468 kennisgenomen van de stukken, waaronder:

De rechtbank heeft in de zaak met zaaknummer C/09/693264 kennis genomen van de stukken, waaronder:

De rechtbank heeft in de zaak met zaaknummer C/09/695564 kennis genomen van het verzoekschrift.

Op 3 december 2025 heeft een gecombineerde behandeling plaatsgevonden van de bovengenoemde zaken. Hierbij zijn verschenen:

Verzoek en verweer

In de zaak met zaaknummer C/09/693468 heeft de moeder verzocht:

een en ander voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad.

In de zaak met zaaknummer C/09/693264 heeft de moeder in het kader van artikel 1:253a van het Burgerlijk Wetboek (BW) verzocht:

- aan de moeder vervangende toestemming te verlenen voor aanmelding van [minderjarige] bij een basisschool in de buurt van de woonplaats van de moeder en [minderjarige] en te bepalen dat deze vervangende toestemming strekt tot vervanging van de vereiste toestemming van de vader;

- aan de moeder vervangende toestemming te verlenen voor aanmelding van [minderjarige] voor een psychologische behandeling op doorverwijzing van de huisarts van de moeder naar een gespecialiseerde behandelaar en te bepalen dat deze vervangende toestemming strekt tot vervangende van de vereiste toestemming van de vader;

een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.

In de zaak met zaaknummer C/09/695564 heeft de moeder bij wijze van voorlopige voorziening voor de duur van de procedure verzocht:

een en ander voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad.

De vader heeft in alle zaken verweer gevoerd, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.

In de zaken met zaaknummers C/09/693468 en C/09/693264 heeft de vader tevens zelfstandig verzocht:

een en ander voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad.

Feiten

- Partijen hebben een affectieve relatie gehad

- Zij zijn de ouders van het volgende nog minderjarige kind:

- [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2021 te [geboorteplaats] .

- [minderjarige] woont bij de moeder.

- Partijen oefenen het gezamenlijk gezag over [minderjarige] uit.

Beoordeling

Voorlopige voorzieningen (C/09/695564)

Op grond van het eerste lid van artikel 223 Rv kan iedere partij tijdens een aanhangig geding vorderen dat de rechter een voorlopige voorziening zal treffen voor de duur van het geding. De rechtbank heeft de bodemprocedure tegelijk behandeld met het verzoek om voorlopige voorzieningen. Omdat in de bodemprocedure beslissingen zullen worden genomen over de zorgregeling, heeft de moeder geen belang meer bij het vaststellen van voorlopige voorzieningen. De rechtbank zal dit verzoek daarom afwijzen.

Gezag, hoofdverblijf, terugverhuizing, zorg-/omgangsregeling, informatie- en consultatieregeling (C/09/693468)

Ontvankelijkheid zelfstandige verzoeken vader

De zelfstandige verzoeken van de vader zijn een aantal uur voor aanvang van de zitting ingediend. Op de zitting heeft de moeder aangegeven dat haar motivering bij haar verzoeken kan worden opgevat als een verweer op de verzoeken van de vader. De rechtbank zal daarom de zelfstandige verzoeken van de vader in behandeling nemen.

Inhoudelijke beoordeling

De moeder heeft in de bodemprocedure verzocht om te bepalen dat zij voortaan alleen het gezag over [minderjarige] zal uitoefenen, subsidiair om het hoofdverblijf van [minderjarige] bij haar te bepalen. Daarnaast verzoekt zij te bepalen dat er gedurende twee jaar geen contact is tussen [minderjarige] en de vader.

De vader voert verweer tegen de verzoeken van de moeder en verzoekt (samengevat) te bepalen dat de moeder met [minderjarige] moet terugverhuizen naar [plaats 1] en een zorgregeling tussen de vader en [minderjarige] vast te stellen, waarbij [minderjarige] van dinsdag tot en met vrijdag bij de vader is, en om en om in het weekend bij de moeder. Ook verzoekt de vader een uitgebreide informatie- en consultatieregeling vast te stellen.

Volgens de moeder kent het gezin een lange en belaste voorgeschiedenis, waarbij er jarenlang sprake is geweest van emotionele, fysieke en financiële mishandeling door de vader. De moeder is uiteindelijk eind april 2025 met [minderjarige] naar een vrouwenopvang gevlucht en heeft daar enige tijd met code oranje verbleven. Zij verblijft nu met [minderjarige] op een geheim adres. Zij is bang dat als de vader weet waar zij verblijven, hij haar en [minderjarige] gaat stalken. Nadat de moeder was vertrokken, heeft de vader de moeder volgens haar overladen met telefoontjes en berichten. Ook heeft zij van de vrouwenopvang vernomen dat de vader een paar weken geleden is gesignaleerd bij de vrouwenopvang. Zij hebben haar gevraagd om hier aangifte van te doen bij de politie. Ook is de moeder bang dat de vader [minderjarige] , als hij contact met haar mag hebben bij begeleide omgang, zal meenemen en/of ontvoeren naar het buitenland. De vader verblijft geregeld voor langere periodes in het buitenland. De moeder heeft op 26 mei 2025 bij de politie aangifte gedaan van mishandeling. Op 15 november 2025 heeft zij nadere aangifte gedaan waarin zij in 24 pagina’s lang relaas vertelt wat er tijdens de relatie is voorgevallen. Daarin beschrijft zij gedetailleerd hoe de vader haar veelvuldig ernstig fysiek mishandelde. Ook sloot hij de moeder tegen haar wil op en bond haar vast, isoleerde hij de moeder van haar familie en vrienden, en bepaalde hij hoe zij zich moest kleden. Zij mocht zich niet opmaken. Verder vertelt de moeder onder meer dat hij tegen haar wil en zonder haar toestemming naaktfoto’s van haar maakte die hij vervolgens online verspreidde. Tot slot beheerde de vader de bankrekeningen van de moeder waardoor zij niet over haar eigen geld kon beschikken. De moeder stelt dat zij hierdoor psychische schade heeft opgelopen. De moeder heeft ter onderbouwing onder andere een verklaring van een voormalige leerkracht, een voormalige collega, haar moeder en haar zus overgelegd.

Naar mening van de moeder is ieder contact tussen de vader en [minderjarige] te belastend en onveilig voor haar. Volgens de moeder is [minderjarige] getuige geweest van het huiselijk geweld en heeft zij hierdoor trauma opgelopen. Zij ziet op dit moment geen mogelijkheden voor contact tussen de vader en [minderjarige] . Nadat zij was vertrokken, was er aanvankelijk nog telefonisch contact tussen [minderjarige] en de vader. Dat verliep niet goed. Toen [minderjarige] zei dat ze hem een kaartje wilde sturen, is hij gaan schreeuwen waardoor [minderjarige] overstuur raakte en de moeder het gesprek heeft beëindigd. Vader kan zich volgens de moeder niet verplaatsen in de wensen van [minderjarige] . Volgens haar zei hij met enige regelmaat tegen [minderjarige] dat zij moest luisteren naar wat hij zei, en als zij niet luisterde dan zou hij haar speelgoed stukmaken, en dat deed hij dan ook. Vader zorgde overdag voor [minderjarige] , maar dan durfde ze niet naar de wc, met als gevolg dat als de moeder thuis kwam, zij het zo lang opgehouden had dat het moeizaam ging. Ze at voorheen heel weinig en was heel dun, dat is nu verbeterd. Daarnaast vertelde de vader haar dat zij niet met jongens mocht omgaan, omdat die vies zijn. Zij is daardoor schrikachtig en bang voor jongens. Onder al deze omstandigheden kan ook niet van de moeder worden verwacht dat zij samen met de vader beslissingen neemt over [minderjarige] , aldus de moeder.

De vader betwist de stellingen van de moeder. Deze kunnen volgens hem niet objectief worden onderbouwd. Hij erkent wel dat er in het verleden met enige regelmaat ruzies waren tussen de ouders, waarbij de emoties hoog opliepen, er over en weer geschreeuwd werd en inderdaad politie eraan te pas kwam. Ook erkent hij het laatste incident dat de moeder heeft beschreven in haar nadere aangifte, waarbij hij het speelgoed van [minderjarige] tegen de muur heeft gegooid. De vader wil zijn aandeel hierin erkennen en is hiervoor naar De Waag gegaan waar hij nog steeds in behandeling is. Hij ontkent echter de door de moeder beschreven jarenlange fysieke mishandelingen. Daar heeft hij naar eigen zeggen dan ook geen hulp voor nodig. De vader ontkent dat er sprake is van stalken. Hoe het volgens hem is gegaan, is dat hij in de situatie waarin de moeder van de ene dag op de andere met [minderjarige] was vertrokken en hij wekenlang geen idee had waar zij waren, hij de moeder best vaak gebeld heeft, want hij wilde weten hoe het ging met [minderjarige] en hoe zat met school et cetera.

De vader houdt zielsveel van [minderjarige] en is gebroken door het feit dat hij haar al zo lang niet heeft kunnen zien. Hij heeft geen idee waar zij is, voelt zich onmachtig en weet niet wat hij moet doen. Hij maakt zich zorgen om het welzijn van [minderjarige] en daarom heeft hij een melding gedaan bij de Raad voor de Kinderbescherming en bij Veilig Thuis. Ook heeft hij aangifte gedaan bij de politie van mishandeling door de moeder, doordat zij [minderjarige] bij hem heeft weggehaald. De vader is altijd huisvader geweest, de moeder werkte. Dat [minderjarige] nu ineens geen contact met hem heeft is naar voor hem, maar nog erger voor [minderjarige] . De vader meent dat er mogelijkheden zijn om in samenspraak tot afspraken te komen over contact tussen hem en [minderjarige] . Hij heeft nagedacht tot welke afspraken zij zouden kunnen komen en heeft dit neergelegd in een concept ouderschapsplan. De vader vindt dat [minderjarige] er recht op heeft dat zij een betrokken vader in haar leven heeft. De vader wil en kan dat zijn.

De vader wil zo snel mogelijk weer contact kunnen hebben met [minderjarige] , zo nodig onder begeleiding.

De rechtbank overweegt als volgt.

De wijze waarop de ouders hun geschiedenis met elkaar beschrijven is totaal verschillend. Volgens de moeder is er tijdens de relatie jarenlang structureel sprake geweest van fysieke, emotionele en financiële mishandeling, vernedering, controlerend gedrag en uiteindelijk stalking. Dit alles trekt volgens haar een zware wissel op het welzijn van de moeder en [minderjarige] . De vader erkent dat er in het verleden met enige regelmaat ruzies waren tussen de ouders waarbij de emoties hoog opliepen, en erkent ook zijn aandeel daarin. Om die reden is hij onder behandeling bij De Waag. Hij betwist echter de door de moeder beschreven jarenlange fysieke mishandelingen en andere gedragingen. Hij typeert zichzelf als een betrokken huisvader.

De rechtbank kan niet vaststellen wat zich heeft afgespeeld tussen de vader en de moeder. Uit de stukken en tijdens de zitting is heel duidelijk geworden dat sprake is van een complexe situatie, waarbij, gelet op het gedetailleerde relaas van de moeder in haar aangifte bij de politie, grote zorgen bestaan over het welzijn en de veiligheid van de moeder en [minderjarige] . Voor de beoordeling van de verzoeken ten aanzien van het gezag en het contact tussen de vader en de [minderjarige] , is meer inzicht in de situatie van groot belang. Immers, als er sprake is geweest van het structurele geweld en het controlerende gedrag door de vader zoals door de moeder beschreven, dan is er daarmee sprake geweest van een (emotioneel) zeer onveilige situatie voor [minderjarige] . Dat is te meer het geval indien (de neiging tot) het controlerend gedrag van de vader mogelijk nog doorloopt. De vraag is dan of en zo ja, in welke vorm, contact tussen de vader en [minderjarige] mogelijk is en of het gezamenlijke gezag van de ouders nog kan worden voortgezet. Als er geweld heeft plaatsgevonden maar inmiddels is gestopt, is het belangrijk dat de vader de moeder en [minderjarige] erkenning geeft voor wat zij hebben meegemaakt. Dat is belangrijk voor de verwerking van trauma’s van de moeder en [minderjarige] en dat zou het contactherstel tussen de vader en [minderjarige] bevorderen.

Ook in de spiegelbeeldige situatie, waarin zou blijken dat er geen sprake is (geweest) van huiselijk geweld en/of dwingende controle, is het voor [minderjarige] van belang dat hierover meer duidelijkheid komt.

Hoewel het vaststellen van feiten in het verleden moeilijk is, moet er naar het oordeel van de rechtbank wel worden onderzocht wat zich tussen de ouders heeft afgespeeld nu dit van belang is voor de nu te nemen beslissingen. De rechtbank zal daarom de Raad vragen om met behulp van de MASIC (of een vergelijkbaar risicotaxatie-instrument) in kaart te brengen of, en zo ja welk patroon van geweld er tussen partijen heeft gespeeld, en/of nog steeds speelt: is er sprake geweest van situationeel geweld? Is sprake van een patroon van (psychisch) geweld dat ook nadat partijen uit elkaar zijn gegaan doorloopt, en zo ja, wie doet dan wat tegen wie, en met welke impact? De MASIC bestaat uit een gestructureerd interview dat bij elke ouder apart wordt afgenomen. Met de MASIC worden gedetailleerde vragen gesteld over verschillende vormen van partnergeweld, zoals emotionele mishandeling, dwingende controle, lichamelijk geweld, seksueel geweld en stalking. Vervolgens wordt op basis van de informatie uit de twee interviews, eventueel aangevuld met informatie uit andere bronnen (bijvoorbeeld politiegegevens en medische gegevens) een beoordeling gemaakt of er (ex-)partnergeweld aanwezig is (geweest). Tijdens de zitting heeft de vertegenwoordiger van de Raad aangegeven dat de Raad onderzoek kan doen in de vorm van de MASIC dan wel een vergelijkbaar risicotaxatie-instrument.

De rechtbank vraagt de Raad dan ook om, met toepassing van de MASIC (of een vergelijkbaar risicotaxatie-instrument) onderzoek te doen naar de volgende vragen:

Gelet op het voorgaande zal de rechtbank de verzoeken ten aanzien van het gezag en de zorg-/omgangsregeling aanhouden, in afwachting het onderzoek.

Gelet op de complexiteit van de situatie en de risico’s die gepaard gaan met iedere vorm van contact, ziet de rechtbank geen ruimte om een voorlopige zorgregeling vast te stellen. [minderjarige] en de moeder verblijven om veiligheidsredenen op een geheim adres. Bij iedere vorm van contact bestaat het risico dat [minderjarige] , mede gelet op haar jonge leeftijd, informatie met de vader zal delen waaruit hij de locatie van haar school en/of het adres van de moeder en [minderjarige] kan afleiden. Indien de behandelaar van [minderjarige] en/of de Jeugd- en Gezinshulp in [plaats 2] in de tussentijd wel mogelijkheden zien voor een veilige vorm van begeleid contact tussen de vader en [minderjarige] , dan kan de Jeugd- en Gezinshulp in [plaats 2] , in overleg met eventueel de behandelaar van [minderjarige] , hiermee voorzichtig starten. In dat geval zal het contact plaats kunnen vinden op de wijze en met een frequentie die naar het oordeel van de behandelaar en/of de Jeugd- en Gezinshulp in het belang van [minderjarige] is.

Vervangende toestemming inschrijving school (C/09/693264)

Op de zitting heeft de moeder verteld dat [minderjarige] inmiddels naar een basisschool in haar nieuwe woonplaats gaat en dat zij het daar naar haar zin heeft. De aanmelding kan pas definitief worden gemaakt als de vader toestemming geeft voor de inschrijving dan wel als de rechtbank daar vervangende toestemming voor verleent. De moeder is echter bang dat de vader achter haar adres zal komen als hij de naam en het adres van de school van [minderjarige] weet. Ook is zij bang dat hij [minderjarige] zal ontvoeren naar het buitenland. Daarom verzoekt zij om vervangende toestemming om [minderjarige] in te schrijven op de school. De vader stelt zich op het standpunt dat het niet in het belang van [minderjarige] is om haar in te schrijven bij een andere school. De vader meent dat er momenteel rust, continuïteit en stabiliteit nodig is in haar leven. Een wijziging van school is daarom volgens de vader niet in haar belang.

De rechtbank begrijpt dat de moeder vervangende toestemming vraagt om [minderjarige] in te schrijven op de basisschool waar zij inmiddels al naar toe gaat. De rechtbank vindt het in het belang van [minderjarige] dat zij naar deze basisschool kan blijven gaan, zodat zij niet (opnieuw) van school hoeft te wisselen. De rechtbank zal het verzoek van de moeder daarom toewijzen zoals verzocht.

Vervangende toestemming psychologische behandeling (C/09/693264)

De moeder heeft daarnaast verzocht om vervangende toestemming voor psychologische behandeling van [minderjarige] , omdat bij haar sprake is van traumaklachten en niet kloppende kernovertuigingen. De moeder wil niet dat de vader op de hoogte is van de naam en het adres van de behandelaar, omdat de vader hierdoor het adres van de moeder en [minderjarige] zou kunnen achterhalen. De vader verzet zich niet tegen psychologische behandeling, maar verbindt hier wel een aantal voorwaarden aan. Hij wenst op de hoogte gehouden te worden van wie de behandelaar zal uitvoeren en hoe de behandeling uitgevoerd zal worden. Ook wil hij een mogelijkheid krijgen om voorafgaand en gedurende de behandeling inbreng als ouder te leveren. Verder wenst hij inzage in de rapportages van de behandeling. Dit is eventueel ook mogelijk in een gezamenlijk gesprek met de behandelaar. Voor de vader is van belang dat de behandeling algeheel zorgvuldig en objectief plaatsvindt en dat er goede aandacht wordt geschonken aan beide ouders van [minderjarige] .

De rechtbank overweegt dat het in het belang is van [minderjarige] dat zij psychologische behandeling krijgt. De vader is het daar ook mee eens, onder een aantal voorwaarden. De rechtbank kan echter geen voorschriften of beperkingen aan de behandelaar opleggen. Het is aan de behandelaar om te bepalen op welke manier hij of zij de behandeling inricht en op welke manier hij of zij daarbij omgaat met de ouders. De rechtbank zal het verzoek van de moeder daarom toewijzen zoals verzocht.

Huurrecht en terugbetaling spaargeld (C/09/693468)

In haar verzoekschrift heeft de moeder aangegeven dat de vader zonder toestemming van de moeder € 13.050,- van haar spaarrekening heeft overgeheveld naar zijn bankrekening. De moeder verzoekt onder de noemer ‘verzoeken beëindiging samenwoning’ te bepalen dat de vader dit bedrag aan haar dient terug te betalen. Verder verzoekt zij het huurrecht van de woning aan [adres] , [postcode] [plaats 1] aan de vader toe te wijzen.

De rechtbank stelt voorop dat de moeder en de vader niet gehuwd zijn zodat de door de moeder verzochte beslissingen niet kunnen worden verzocht bij wijze van nevenvoorziening in het kader van een echtscheiding. De wet voorziet niet in een dergelijke rechtsingang voor ex-samenwoners.

Op grond van de artikelen 93 van het Wetboek van Rechtsvordering (Rv) is de kantonrechter bevoegd ten aanzien van huurzaken en vorderingen met een beloop van ten hoogte € 25.000,-. Dit betreft een dagvaardingsprocedure. Gelet op het bepaalde in artikel 69 Rv zal daarom worden beslist als hierna vermeld.

Voor de goede orde wordt verzoekster er nu reeds op gewezen dat zij niet-ontvankelijk zal worden verklaard in haar vordering als het hierna te noemen exploot van oproeping niet (tijdig) wordt overgelegd en de gedaagde partij niet in het geding verschijnt.

Beslissing

De rechtbank:

ten aanzien van de voorlopige voorzieningen:

*wijst af het verzoek van de moeder tot het treffen van voorlopige voorzieningen;

ten aanzien van het gezag, het hoofdverblijf, de terugverhuizing, de zorg-/omgangsregeling, en de informatie- en consultatieregeling:

*bepaalt dat de minderjarige [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2021 te [geboorteplaats] voorlopig de hoofdverblijfplaats zal hebben bij de moeder, en verklaart deze bepaling uitvoerbaar bij voorraad;

*bepaalt dat het contact tussen de vader en [minderjarige] voorlopig slechts begeleid plaatsvindt op de wijze en met een frequentie die naar het oordeel van Jeugd- en Gezinshulp in het belang van [minderjarige] is;

*verzoekt de Raad voor de Kinderbescherming een onderzoek te verrichten met het hiervoor omschreven doel en daarover aan de rechtbank te rapporteren en advies uit te brengen;

*indien de raad van mening is dat een zorg-/omgangsregeling niet in strijd is met de zwaarwegende belangen van de minderjarige terwijl er geen contact/omgang is tussen de vader en de minderjarige, verzoekt de rechtbank de raad een vervolgonderzoek te doen naar de wijze waarop contact/omgang gerealiseerd kan worden, indien nodig met behulp van proefcontacten;

*bepaalt dat de griffier een afschrift van de processtukken aan de Raad voor de Kinderbescherming zal toesturen;

*houdt de behandeling aan tot 15 juni 2026 pro forma; uiterlijk op die datum dient de Raad voor de Kinderbescherming zo mogelijk zijn rapport met advies te hebben uitgebracht

aan de rechtbank met kopie aan beide ouders en hun advocaten;

*bepaalt dat, ná ontvangst van het rapport en advies, de behandeling ter terechtzitting, op een nader te bepalen datum en tijdstip, zal worden voortgezet in aanwezigheid van de Raad voor de Kinderbescherming;

*beveelt de griffier partijen tegen het tijdstip van de nadere behandeling ter terechtzitting ieder via de eigen advocaat op te roepen;

*houdt iedere verdere beslissing ten aanzien van het gezag, de hoofdverblijfplaats, de omgang c.q. verdeling van de zorg- en opvoedingstaken, en de informatie- en consultatieregeling aan tot 15 juni 2026 pro forma;

ten aanzien van de vervangende toestemming inschrijving school en de vervangende toestemming psychologische behandeling:

*verleent toestemming aan de moeder – welke toestemming die van de vader vervangt – voor aanmelding van [minderjarige] bij een bassischool in de buurt van de woonplaats van de moeder en [minderjarige] ;

*verleent toestemming aan de moeder – welke toestemming die van de vader vervangt -voor aanmelding van [minderjarige] voor een psychologische behandeling op doorverwijzing van de huisarts van de moeder naar een gespecialiseerde behandelaar;

ten aanzien van het huurrecht en spaargeld:

*beveelt dat de moeder ([de moeder]) op haar kosten overgaat tot verbetering of aanvulling van het inleidende processtuk;

*verwijst de zaak hiertoe naar de rolzitting van woensdag 14 januari 2026 te 10.00 uur;

*

beveelt de moeder om de vader ([de vader]) met inachtneming van de wettelijke termijnen tegen de hiervoor genoemde datum en tijd te dagvaarden onder betekening van deze beslissing en van het inleidend verzoekschrift en het exploot van dagvaarding uiterlijk één dag eerder dan voornoemde roldatum ter inschrijving op de rol aan de griffie aan te bieden;

beveelt dat de procedure in de stand waarin deze zich bevindt zal worden voortgezet volgens de regels die gelden voor de dagvaardingsprocedure;

stelt de moeder ([de moeder]) in de gelegenheid haar stellingen zo nodig aan te passen op de voor de dagvaardingsprocedure toepasselijke procesregels;

houdt iedere verdere beslissing ten aanzien van het huurrecht en de betaling van het bedrag van € 13.050,- aan;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. M.J.W. Straatsma

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?