ECLI:NL:RBDHA:2025:26650

ECLI:NL:RBDHA:2025:26650, Rechtbank Den Haag, 17-12-2025, C/09/693295 / FA RK 25-7912

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 17-12-2025
Datum publicatie 23-01-2026
Zaaknummer C/09/693295 / FA RK 25-7912
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Den Haag

Samenvatting

Informele rechtsingang. Gelasting raadsonderzoek naar zorgregeling, aanhouding beslissingen hoofdverblijfplaats en zorgregeling. Kindbrieven.

Uitspraak

Informele rechtsingang

Beschikking op het op 20 oktober 2025 ingekomen verzoek van:

de minderjarige [minderjarige 1] ,

geboren op [geboortedatum 1] 2013 in [geboorteplaats] ,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

en

de minderjarige [minderjarige 2] ,

geboren op [geboortedatum 2] 2014 in [geboorteplaats] ,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres.

Als belanghebbenden worden aangemerkt:

[de moeder] ,

de moeder,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. H. van Pelt-De Jong in Bodegraven.

en

[de vader] ,

de vader,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. I.J. Pieters in Leiden.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:

Op 5 november 2025 hebben [minderjarige 1] en [minderjarige 2] hun brief nader toegelicht in een gesprek met de kinderrechter van deze rechtbank.

Op 3 december 2025 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: de moeder met haar advocaat, de vader met zijn advocaat en [naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming (de Raad).

Feiten

Informele rechtsingang

[minderjarige 1] en [minderjarige 2] hebben de rechtbank op 14 oktober 2025 een brief geschreven, met behulp van de Kinder- en Jongerenrechtswinkel [plaats] , waarin zij aangeven dat zij graag bij de vader willen wonen. In de brief geeft [minderjarige 1] aan dat zij het liefst geen contact meer met de moeder wil. [minderjarige 2] wil de moeder nu één keer in de twee weken zien en als het weer goed met haar gaat wil hij weer de helft van de tijd bij de moeder zijn.

De kinderrechter begrijpt het verzoek als een wijziging van de beschikking van

10 juni 2022, in die zin dat de vastgestelde hoofdverblijfplaats en zorgregeling volgens het ouderschapsplan worden gewijzigd.

Beide ouders hebben via een brief en mondeling op de zitting hun mening gegeven over de wens van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] . De vader staat achter het verzoek van de kinderen. De moeder vindt dat de hoofdverblijfplaats en zorgregeling ongewijzigd moeten blijven.

Beoordeling

Ontvankelijkheid

Deze zaak betreft een zogeheten "informele rechtsingang". De informele rechtsingang biedt kinderen van twaalf jaar of ouder de mogelijkheid om zich op een informele wijze tot de rechtbank te wenden. Dat kan bijvoorbeeld met een e-mail of een brief. Hetzelfde geldt als de minderjarige de leeftijd van twaalf jaar nog niet heeft bereikt, maar in staat kan worden geacht tot een redelijke waardering van zijn belangen. De rechtbank kan op de aanvraag van een kind, nadat de aanvraag is behandeld en alle belanghebbenden zijn gehoord, ambtshalve een beslissing nemen. Een kind kan alleen gebruik maken van de informele rechtsingang als dat in de wet is bepaald. Op grond van artikel 1:253a vierde lid van het Burgerlijk Wetboek (BW) in combinatie met artikel 1:377e BW en artikel 1:377g BW kan een kind als de ouders samen het gezag uitoefenen vragen om de wijziging van de hoofdverblijfplaats en van de zorgregeling.

De kinderrechter merkt op dat [minderjarige 1] twaalf jaar is en daarom sowieso gebruik kan maken van de informele rechtsingang. [minderjarige 2] is elf jaar. Gelet op zijn leeftijd valt hij buiten het bereik van de informele rechtsingang, tenzij de kinderrechter vindt dat hij in staat is tot een redelijke waardering van zijn belangen. De kinderrechter heeft met [minderjarige 2] gesproken en stelt dat hij, ook al is hij nog geen twaalf jaar, wel duidelijk en consequent aangeeft wat hij graag wil en wat hij vindt dat goed voor hem is. Dat betekent dat de kinderrechter ook zonder dat de ouders of een vertegenwoordiger van [minderjarige 2] dat vragen, mag beoordelen of de hoofdverblijfplaats en zorgregeling voor hem moeten worden aangepast.

Inhoudelijke beoordeling

De kinderrechter heeft op de zitting met de ouders gesproken over de wens van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] en de achtergrond daarvan. Daarbij merkt de rechtbank op dat op de zitting geen onderscheid is gemaakt tussen de kinderen en daarom is gesproken over [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] .

De vader staat achter de wens van de kinderen. Hij vindt het belangrijk dat de kinderen contact hebben met de moeder en staat ook achter de zorgregeling zoals die gold, maar hij maakt zich zorgen om de situatie bij de moeder thuis. De vader ziet, net als de kinderen, dat de moeder een alcoholprobleem heeft, waardoor zij niet in staat is om de kinderen een veilige omgeving te bieden en adequaat op hun behoeften te reageren. De vader wil dat de moeder hulp gaat zoeken om een stabielere omgeving voor de kinderen te kunnen bieden. Vanwege zijn zorgen heeft de vader de kinderen sinds 8 oktober 2025, de laatste keer dat hij ze bij de moeder heeft opgehaald omdat de kinderen belden dat zij dronken was, bij zich gehouden.

De moeder ontkent dat zij een alcoholprobleem heeft. Zij geeft aan dat zij complexe PTSS heeft en af en toe alcohol gebruikt om spanningen te dempen, zonder dat de alcohol een probleem is. De moeder geeft verder aan dat zij sinds vijf maanden bij een door haar huisarts geadviseerde behandelaar voor haar complexe PTSS in behandeling is. Volgens de moeder heeft de behandeling tot nu toe een positief resultaat, maar heeft zij dat nog niet aan de kinderen kunnen laten zien. De moeder mist de kinderen heel erg en wil hen weer zien conform de zorgregeling uit het ouderschapsplan. Op de zitting heeft de moeder aangegeven dat voor zover het af en toe even niet goed met haar gaat, zij van de kinderen verwacht dat zij daar begrip voor hebben en haar even met rust laten.

Op de zitting heeft de Raad aangegeven zich zorgen te maken over de ontwikkeling van de kinderen. De Raad begrijpt dat de moeder het contact met de kinderen snel wil herstellen, maar merkt op dat het belangrijk is dat dit op een goede manier gebeurt. Er moet eerst rustig worden gekeken wat de kinderen nodig hebben om op een goede manier het contact met de moeder weer aan te gaan, zodat dat niet in de nabije toekomst weer mis gaat. De Raad acht het hiervoor van belang dat een jeugdbeschermer betrokken wordt bij het gezin. Op de zitting heeft de Raad daarom om een ondertoezichtstelling voor de kinderen verzocht, wat schriftelijk is bevestigd op 8 en 10 december 2025. De rechtbank zal op dat verzoek, met zaak- en rekestnummer C/09/695751 / JE RK 25-2090, bij aparte beschikking van

17 december 2025 beslissen.

De rechtbank stelt voorop dat er in de afgelopen jaren erg veel tussen de ouders is gebeurd. In de onderhavige procedure acht de rechtbank het echter niet helpend om in te gaan op het verleden dat partijen met elkaar hebben gehad. De rechtbank zal dan ook de blik op de toekomst richten. De vader heeft op de zitting gezegd dat het nu goed gaat met de kinderen. De rechtbank acht het van belang dat alle drie de kinderen goed contact hebben met de moeder, maar maakt zich net als de Raad wel zorgen om de kinderen in de thuissituatie bij de moeder. De zorgwekkende situatie die [minderjarige 1] en [minderjarige 2] hebben geschetst in het gesprek met de kinderrechter wordt herkend door de vader. De rechtbank heeft geen enkele aanleiding om te twijfelen aan het verhaal van de kinderen. Het feit dat moeder het verhaal van de kinderen ontkent maakt dat voor de rechtbank niet anders. Daarbij komt dat de moeder zelf op de zitting heeft aangeven dat zij af en toe last heeft van hersenmist, waardoor zij in een staat van apathie komt en er niks bij haar binnenkomt. Ook dat baart de rechtbank zorgen ten aanzien van de zorg die de moeder op dat moment aan de kinderen kan verlenen.

De rechtbank zal daarom nu niet beslissen dat de zorgregeling uit het ouderschapsplan weer uitgevoerd moet worden. Voordat een beslissing wordt genomen over de vaststelling van de zorgregeling zal de rechtbank de Raad verzoeken onderzoek te doen naar welke (opbouw naar de) zorgregeling het meest in het belang van alle drie de kinderen wordt geacht en daarover een rapport en advies uit te brengen. Voor zover de Raad daar tijdens het onderzoek ruimte voor ziet, verzoekt de rechtbank de Raad om proefcontacten tussen de kinderen en de moeder tot stand te brengen. De rechtbank ziet aanleiding om gedurende het raadsonderzoek voorlopig de hoofdverblijfplaats van alle drie de kinderen bij de vader vast te stellen, omdat dat overeenkomt met de feitelijke situatie en [minderjarige 1] en [minderjarige 2] dat wensen.

In afwachting van het raadsrapport zal de rechtbank de beslissing met betrekking tot de definitieve hoofdverblijfplaats en de zorgregeling pro forma aanhouden tot na te melden datum.

Kindbrieven

De rechtbank heeft besloten om in aparte brieven aan [minderjarige 1] en [minderjarige 2] uit leggen wat de beslissing van de rechtbank is. Hieronder volgt de tekst van die brieven, zodat beide ouders weten welke boodschap [minderjarige 1] en [minderjarige 2] hebben ontvangen.

Beste [minderjarige 1] ,

Op 5 november 2025 hebben wij elkaar gesproken, nadat je op 14 oktober 2025 een brief aan de rechtbank had gestuurd. Je hebt mij verteld dat je bij je vader wilt wonen, omdat het thuis bij je moeder niet goed gaat. Je zei dat je moeder erg veel wijn drinkt en dat zij dan gaat schreeuwen en met kastdeuren slaan. De laatste keer dat zij dronken was, heeft je vader jou en je broertjes opgehaald en mee naar zijn huis genomen. Sindsdien zie je je moeder niet meer. Van jou hoeft dat ook even niet meer.

Op 3 december 2025 heb ik met je ouders gesproken. Daar was ook iemand bij van de Raad voor de Kinderbescherming. Jouw vader zei dat je een beetje tot rust bent gekomen en dat het wel goed met je gaat nu. Hij vindt het belangrijk dat je contact met je moeder hebt, maar alleen als dat op een prettige en veilige manier kan. Je moeder mist jou enorm. Zij vertelde dat zij het niet altijd makkelijk heeft gehad en dat zij daar hulp bij krijgt. Het gaat steeds beter met haar en ze wil je heel graag weer zien.

Ik heb goed naar iedereen geluisterd. Ik ga nu niet beslissen dat je weer naar je moeder moet en daar moet blijven zoals dat voorheen ging. Maar ik vind het ook niet goed dat je je moeder niet meer ziet. Contact met je moeder is belangrijk voor jou, al denk je daar nu anders over.

Ik heb daarom twee dingen gedaan. Het eerste is dat ik er een jeugdbeschermer bij heb gehaald. Dat is iemand die met jou gaat praten en dan gaat kijken of, hoe en wanneer jij weer contact zou kunnen hebben met je moeder. Het tweede dat ik heb gedaan is dat ik de Raad voor de Kinderbescherming heb gevraagd om een onderzoek te doen. Dat is meer voor de verdere toekomst. De Raad gaat praten met jou en met andere mensen in jouw leven. Daarna geeft de Raad mij een advies over hoe zij vindt dat de omgang tussen jullie en jullie moeder eruit moet gaan zien. Als ik dat advies heb gekregen, ga ik weer met je ouders praten en dan kijken we met elkaar hoe het verder moet.

Voor nu blijf je dus bij je vader. Er zullen dus mensen met jou willen praten en ik wil je vragen in die gesprekken open en eerlijk te vertellen wat jij er allemaal van vindt, net zoals je dat bij mij hebt gedaan. Over een tijdje, als ik jouw ouders weer heb gesproken, laat ik je weten hoe we verder gaan. Voor nu hoop ik dat je een fijne kerstvakantie hebt en wens ik je het allerbeste, Nina!

Oh ja, voor je ouders schrijf ik een andere brief. Die brief heet een beschikking. Daarin staat ook wat ik in deze brief aan jou schrijf. Dan kun je er met je vader over praten, als je dat wil.

Hartelijke groet,

de kinderrechter

Beste [minderjarige 2] ,

Op 5 november 2025 hebben wij elkaar gesproken, nadat je op 14 oktober 2025 een brief aan de rechtbank had gestuurd. Je hebt mij verteld dat je bij je vader wilt wonen, omdat het thuis bij je moeder niet goed gaat. Je zei dat je moeder erg veel wijn drinkt en dat zij dan wel eens met spullen gooit. Je moeder heeft ook wel eens dronken met jou en [minderjarige 3] in de auto gezeten en toen 170 km/u gereden. Toen was je heel bang. De laatste keer dat zij dronken was, heeft je vader jou en [minderjarige 1] en [minderjarige 3] opgehaald en mee naar zijn huis genomen. Sindsdien zie je je moeder niet meer. Je vertelde dat je het liefste wil dat het goed gaat met je moeder. Zolang het niet goed gaat, wil je haar nog wel zien, maar niet zo vaak als eerst.

Op 3 december 2025 heb ik met je ouders gesproken. Daar was ook iemand bij van de Raad voor de Kinderbescherming. Jouw vader zei dat je een beetje tot rust bent gekomen en dat het wel goed met je gaat nu. Hij vindt het belangrijk dat je contact met je moeder hebt, maar alleen als dat op een prettige en veilige manier kan. Je moeder mist jou enorm. Zij vertelde dat het niet altijd goed met haar ging. Dat heb jij dus heel goed gezien. Jouw moeder krijgt nu hulp en het gaat steeds beter met haar. Ze wil je heel graag weer zien.

Ik heb goed naar iedereen geluisterd. Ik ga nu niet beslissen dat je weer naar je moeder moet en daar moet blijven zoals dat voorheen ging. Maar ik vind het ook niet goed dat je je moeder niet meer ziet. Contact met je moeder is belangrijk voor jou en ik had het idee dat jij dat ook wel wil, als het maar niet zo gaat als eerst.

Ik heb daarom twee dingen gedaan. Het eerste is dat ik er een jeugdbeschermer bij heb gehaald. Dat is iemand die met jou gaat praten en dan gaat kijken of, hoe en wanneer jij weer contact zou kunnen hebben met je moeder. Het tweede dat ik heb gedaan is dat ik de Raad voor de Kinderbescherming heb gevraagd om een onderzoek te doen. Dat is meer voor de verdere toekomst. De Raad gaat praten met jou en met andere mensen in jouw leven. Daarna geeft de Raad mij een advies over hoe zij vindt dat de omgang tussen jullie en jullie moeder eruit moet gaan zien. Als ik dat advies heb gekregen, ga ik weer met je ouders praten en dan kijken we met elkaar hoe het verder moet.

Voor nu blijf je dus bij je vader. Je kunt het tegen de jeugdbeschermer zeggen als je graag je moeder weer wil zien. Hij of zij gaat jou daar dan bij helpen. Ik begrijp dat het heel fijn is je moeder te zien, maar ik wil ook dat het dan goed gaat en jij veilig bent.

Als ik over een tijdje weer met jouw ouders heb gesproken, laat ik je weten hoe het verder gaat. Voor nu hoop ik dat je een fijne kerstvakantie hebt en ik wens je het allerbeste, [minderjarige 2] !

Oh ja, voor je ouders schrijf ik een andere brief. Die brief heet een beschikking. Daarin staat ook wat ik in deze brief aan jou schrijf. Dan kun je er met je vader over praten, als je dat wil.

Hartelijke groet,

de kinderrechter

Beslissing

De rechtbank:

*

bepaalt dat de minderjarigen:

voorlopig de hoofdverblijfplaats zullen hebben bij de vader, en verklaart deze bepaling uitvoerbaar bij voorraad;

*

verzoekt de Raad voor de Kinderbescherming een onderzoek te verrichten met het hiervoor omschreven doel en daarover aan de rechtbank te rapporteren en advies uit te brengen; de Raad kan daartoe telefonisch een eerste afspraak maken met de ouders, die te bereiken zijn op de volgende telefoonnummers: [telefoonnummer 1] (advocaat moeder) en [telefoonnummer 2] (advocaat vader);

dat onderzoek dient antwoord te geven op de vraag welke regeling inzake de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken in het belang van [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] is te achten;

indien de Raad voor de Kinderbescherming van mening is dat een regeling inzake de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken niet in strijd is met de zwaarwegende belangen van de kinderen, verzoekt de rechtbank de Raad een vervolgonderzoek te doen naar de wijze waarop dat contact gerealiseerd kan worden, indien nodig met behulp van proefcontacten;

bepaalt dat de griffier een afschrift van de processtukken aan de Raad voor de Kinderbescherming zal toesturen;

houdt de behandeling aan tot 15 juni 2026 pro forma; uiterlijk op die datum dient de Raad voor de Kinderbescherming zo mogelijk zijn rapport met advies te hebben uitgebracht aan de rechtbank met kopie aan beide ouders en hun advocaten;

bepaalt dat de behandeling van de zaak, na ontvangst van het rapport en advies, zal worden voortgezet op een nader te bepalen wijze;

houdt iedere verdere beslissing ten aanzien van de definitieve hoofdverblijfplaats en de zorgregeling aan.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. P.M.A. van Oosten

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?