ECLI:NL:RBDHA:2025:26799

ECLI:NL:RBDHA:2025:26799, Rechtbank Den Haag, 12-12-2025, NL25.59336

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 12-12-2025
Datum publicatie 19-01-2026
Zaaknummer NL25.59336
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

Vervolgberoep, Bewaring, zicht op uitzetting, beroep ongegrond.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

[naam eiser] , V-nummer: [V-nummer] , eiser (gemachtigde: mr. G.A. Dorsman),

de minister van Asiel en Migratie, verweerder.

uitspraak

Zittingsplaats Rotterdam Bestuursrecht zaaknummer: NL25.59336

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

en

Procesverloop

Verweerder heeft op 9 oktober 2025 aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) opgelegd. Deze maatregel duurt nog voort.

Eiser heeft tegen het voortduren van de maatregel van bewaring beroep ingesteld. Daarbij heeft hij verzocht om schadevergoeding.

Verweerder heeft een voortgangsrapportage overgelegd. Eiser heeft hier op gereageerd.

De rechtbank heeft bepaald dat een onderzoek ter zitting achterwege blijft.

Overwegingen

Toetsingskader

Zicht op uitzetting

3. Eiser voert aan dat er geen redelijk vooruitzicht op uitzetting binnen een redelijke termijn is. Eiser betoogt daartoe dat hem bij beschikking van 13 september 2023 een vertrekplicht naar Algerije is opgelegd, maar dat het laissez-passer (lp)-traject door de Algerijnse autoriteiten op 22 november 2025 is afgesloten. Nu de Algerijnse autoriteiten te kennen hebben gegeven dat zij eisers identiteit en nationaliteit niet kunnen bevestigen, is het reƫle zicht op uitzetting in zijn geval komen te vervallen, aldus eiser.

4. De rechtbank overweegt dat zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn naar Algerije in zijn algemeenheid niet ontbreekt. De rechtbank verwijst in dit verband naar de uitspraken van de Afdeling van 6 mei 2024 (ECLI:NL:RVS:2024:1892), 15 juli 2024 (ECLI:NL:RVS:2024:2842) en 27 februari 2025 (ECLI:NL:RVS:2025:722). Er zijn geen

omstandigheden gesteld of gebleken waardoor zicht op uitzetting naar Algerije in zijn algemeenheid nu wel zou ontbreken. Als het gaat om eisers specifieke geval, overweegt de rechtbank als volgt. Uit de voortgangsrapportage begrijpt de rechtbank dat de lp-aanvraag weliswaar is afgesloten, maar dat de regievoerder contact kan opnemen met de landverantwoordelijke indien eiser een Algerijnse ID-kaart of een paspoort of een goede kopie van een dergelijk document heeft. Eiser heeft tijdens het vertrekgesprek van 25 november 2025 aangegeven dat hij wel over een ID-kaart beschikt, maar dat hij deze niet bij zich heeft. Op de vraag waar deze ID-kaart zich bevindt, heeft eiser niet willen antwoorden. Verder maakt de rechtbank uit dit verslag op dat er geen belemmeringen zijn voor eiser om vanuit detentie documenten aan te leveren aan de DT&V. Gelet op het voorgaande leidt het feit dat het lp-traject voor eiser op 22 november 2025 is afgesloten, de rechtbank thans niet tot het oordeel dat voor eiser het zicht op uitzetting is komen te ontbreken. Dat eisers identiteit en nationaliteit niet kan worden vastgesteld, ligt in eisers eigen invloedsfeer. De rechtbank wijst er in dit verband op dat op eiser de verplichting rust om volledig en actief mee te werken aan zijn uitzetting en aan het lp-traject. Ten overvloede merkt de rechtbank op dat als eiser een Chavez-aanvraag wil indienen, zoals hij in het vertrekgesprek van 10 november 2025 heeft aangegeven, hij ook daarvoor documenten zal moeten overleggen om zijn identiteit en nationaliteit te bevestigen. De beroepsgrond slaagt niet.

Ambtshalve toetsing

5. De rechtbank overweegt tot slot dat zij, zoals blijkt uit het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 8 november 2022 (ECLI:EU:C:2022:858), gehouden is ambtshalve de rechtmatigheidsvoorwaarden van de maatregel van bewaring te toetsen. Ook met inachtneming van deze ambtshalve toetsing ziet de rechtbank geen grond voor het oordeel dat het voortduren van de maatregel van bewaring in de te toetsen periode op enig moment onrechtmatig is geweest.

6. Het Hof heeft in het arrest Adrar van 4 september 2025, ECLI:EU:C:2025:647, voor recht verklaard dat de bewaringsrechter zo nodig ambtshalve moet nagaan of het beginsel van non-refoulement en/of het belang van het kind en het familie- en gezinsleven, bedoeld in respectievelijk artikel 5, onder a) en b), van richtlijn 2008/115 zich verzetten tegen de verwijdering als de bewaringsmaatregel is opgelegd om de terugkeer van een illegaal verblijvende derdelander voor te bereiden en/of om de verwijderingsprocedure uit te voeren. Het is de rechtbank niet gebleken dat het familie- en gezinsleven van eiser of het beginsel van non-refoulement zich verzetten tegen eisers verwijdering.

Conclusie en gevolgen

7. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank:

Deze uitspraak is gedaan door mr. G.A. Bouter - Rijksen, rechter, in aanwezigheid van F.S. Ulrich, griffier.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

12 december 2025

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. G.A. Bouter - Rijksen

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?