ECLI:NL:RBDHA:2025:26990

ECLI:NL:RBDHA:2025:26990, Rechtbank Den Haag, 03-12-2025, NL25.36390

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 03-12-2025
Datum publicatie 22-01-2026
Zaaknummer NL25.36390
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Utrecht

Samenvatting

Herhaalde asielaanvraag, Ethiopië, politieke overtuiging, inreisverbod en 8 EVRM. Het beroep is gegrond.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , V-nummer: [V-nummer] , eiser (gemachtigde: mr. G. van Reemst),

de minister van Asiel en Migratie, (gemachtigde: M.L.A. Berkelmans).

Samenvatting

uitspraak

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummers: NL25.27287 en NL25.36390

en

Procesverloop

3. Eiser heeft een herhaalde aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Hij stelt van Ethiopische nationaliteit te zijn en te zijn geboren op [geboortedatum] 1972. De minister heeft met het besluit van 12 april 2022 deze aanvraag afgewezen. Dit besluit is ingetrokken op 2 februari 2024, waarna eiser aanvullend is gehoord. Met het bestreden besluit van 31 juli 2025 heeft de minister de herhaalde asielaanvraag van eiser in de algemene procedure afgewezen als kennelijk ongegrond.

4. Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.

5. De rechtbank heeft het beroep op 29 oktober 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser, N. Fictoor als tolk en de gemachtigde van de minister.

Beoordeling door de rechtbank

Het asielrelaas
De politieke overtuiging
Het oordeel van de rechtbank
Het inreisverbod

Eerdere asielprocedures

6. Eiser heeft twee keer eerder asiel aangevraagd. Bij besluit van 1 maart 2002 is de eerste asielaanvraag van eiser afgewezen als ongegrond. Eiser heeft tegen dit besluit beroep ingesteld en dit beroep is bij uitspraak van 5 juni 2003 ongegrond verklaard. Op 14 januari 2011 heeft eiser opnieuw een asielaanvraag ingediend. Aan deze aanvraag heeft eiser ten grondslag gelegd dat hij actief betrokken is bij de Ethiopische gemeenschap in Nederland en politieke activiteiten onderneemt met de leden van de gemeenschap. Deze aanvraag is bij beschikking van 19 september 2011 afgewezen als ongegrond. Eiser heeft tegen dit besluit beroep en hoger beroep ingesteld. Het hoger beroep is op 15 augustus 2023 ongegrond verklaard, waarmee het besluit van 19 september 2011 onherroepelijk is geworden.

Beroep niet tijdig beslissen

7. Het beroep van eiser tegen het niet tijdig nemen van een beslissing op zijn asielaanvraag is niet-ontvankelijk. Eiser wilde met dit beroep namelijk bereiken dat de minister zou beslissen op zijn herhaalde asielaanvraag. Omdat de minister dit alsnog heeft gedaan, heeft eiser geen belang meer bij een uitspraak op het beroep voor zover dat is gericht tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag.

8. De rechtbank ziet aanleiding om de minister te veroordelen in de proceskosten van eiser voor het beroep niet tijdig beslissen. De minister heeft namelijk niet binnen de wettelijke termijn beslist en eiser heeft dus terecht beroep tegen het niet tijdig beslissen ingesteld. Deze kosten worden op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht vastgesteld op €453,50, waarbij voor de in aanmerking te brengen proceshandelingen van de gemachtigde van eiser één punt met een waarde van €907,- wordt toegekend (voor het indienen van het beroepschrift). Het gewicht van de zaak is bepaald op licht met wegingsfactor 0,5, omdat het bij dit beroep uitsluitend gaat om het niet tijdig nemen van een besluit.

9. Eiser legt aan zijn asielaanvraag het volgende ten grondslag. Eiser heeft verklaard politiek actief te zijn en lid te zijn van de politieke partij [naam] . Ook is eiser sympathisant van de Fano. Eiser is politiek actief op social media en heeft meegedaan aan demonstraties in Nederland. Ter ondersteuning van zijn asielrelaas heeft eiser de volgende documenten overgelegd:

- Originele geboorteakte;

- Originele lidmaatschapskaart [naam] ;

- Originele verklaring [naam] van 4 mei 2021;

- Foto’s van demonstraties met links naar video’s en het Facebook account van eiser;

- Meerdere screenshots van social media.

Het bestreden besluit

10. Het asielrelaas van eiser bevat volgens de minister de volgende asielmotieven:

(1) Identiteit, nationaliteit en herkomst; en

(2) Politieke mening en de daaraan gekoppelde politieke activiteiten.

11. De minister stelt zich op het standpunt dat beide asielmotieven geloofwaardig zijn. Eiser komt echter niet in aanmerking voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef onder a of b van de Vw, omdat de geloofwaardig bevonden asielmotieven niet voldoende zwaarwegend zijn. Hiertoe heeft de minister overwogen dat eiser geen sterke politieke overtuiging heeft. Eiser is pas in Nederland politiek actief geworden. Eiser heeft algemeen en oppervlakkig verklaard ten aanzien van zijn politieke ideologie. Niet is gebleken noch aannemelijk gemaakt dat de Ethiopische autoriteiten bekend (kunnen) zijn met eisers lidmaatschap van [naam] of dat eiser om die reden in de negatieve belangstelling van de Ethiopische autoriteiten staat. Ook is niet gebleken dat eiser bekend is bij de Ethiopische autoriteiten omdat hij sympathisant is van de Fano. Bij demonstraties heeft eiser slechts een marginale rol gespeeld en de verklaringen van eiser over zijn andere activiteiten en zijn activiteiten op social media geven eveneens een beeld dat de rol van eiser minimaal en marginaal van aard is en geen blijk geeft van een intensieve veelvoudige en frequente bezigheid. Dat de Ethiopische autoriteiten op de hoogte zijn van de social media accounts en uitlatingen van eiser en om die reden bij hen in de negatieve belangstelling staat, wordt ook niet gevolgd door de minister.

12. De minister heeft verder bij de beoordeling betrokken dat eiser afkomstig is uit [plaats 1] , in de regio Oromia. In Oromia is sprake van een relatief lager niveau van willekeurig geweld. Echter heeft eiser volgens de minister geen individuele, persoonlijke omstandigheden aangedragen waaruit blijkt dat hij een hoger risico loopt op willekeurig geweld dan anderen in Oromia.

13. De minister concludeert dat de asielaanvraag kennelijk ongegrond is op grond van artikel 30b, eerste lid, onder g, van de Vw. De asielaanvraag is namelijk een opvolgende aanvraag, die niet-ontvankelijk is verklaard. Tot slot legt de minister aan eiser een inreisverbod op voor de duur van twee jaar.

De etniciteit van eiser

14. Eiser voert aan dat hij etnisch Amhaars is en niet Oromo. In het eerste gehoor heeft hij verklaard wat zijn etnische achtergrond is. De minister heeft hieruit ten onrechte geconcludeerd dat hij Oromo zou zijn. Zijn etniciteit maakte geen onderdeel uit van de beoordeling van zijn asielaanvraag of de beroepsprocedure, waardoor de minister ten onrechte in het besluit stelt dat in rechte vaststaat dat hij etnisch Oromo is. Op de zitting is naar voren gebracht dat het voor hem met name van belang is dat zijn etniciteit correct in het systeem staat.

15. Naar het oordeel van de rechtbank is de minister in deze procedure er terecht van uitgegaan dat eiser etnisch gezien Oromo is. In de vorige twee asielprocedures van eiser is uitgegaan van de Oromo-etniciteit van eiser. De etniciteit van eiser staat op verschillende documenten in de voorgaande procedures vermeld, zoals bijvoorbeeld op pagina 1 van het rapport van gehoor opvolgende aanvraag van 18 januari 2011. Bovendien is tijdens de vorige asielaanvraag door eiser zelf aangevoerd dat hij behoort tot de Oromo bevolkingsgroep. Dat is ook zo opgenomen en betrokken bij de uitspraak van de rechtbank ’s Gravenhage, van 13 september 2012, met zaaknummer AWB 11/33216. Het standpunt van eiser dat hij in de eerdere procedures de gestelde etniciteit niet heeft betwist, omdat dit voor de beoordeling van de asielaanvraag niet relevant was, wordt dan ook niet gevolgd. De verklaring van eiser op de zitting dat zijn moeder Amhaars is en dat er daarom moet worden uitgegaan van de Amhaarse etniciteit, is bovendien niet onderbouwd en onvoldoende om anders te oordelen.

16. Eiser voert het volgende aan. De minister acht geloofwaardig dat eiser lid is van [naam] , sympathisant is van de Fano, dat eiser in Nederland aan demonstraties heeft deelgenomen en dat hij tijdens een demonstratie als fotograaf heeft gewerkt. Ook vindt de minister het geloofwaardig dat eiser overheidskritische berichten op zijn sociale media accounts heeft geplaatst en dat hij heeft deelgenomen aan exposities met onder andere het thema de genocide in [plaats 2] . De minister heeft de vrees van eiser bij terugkeer in verband met zijn politieke overtuiging niet beoordeeld in overeenstemming met het Informatiebericht (IB) 2024/10. Zo werpt de minister tegen dat eiser niet inzichtelijk heeft verklaard hoe hij tot zijn politieke overtuiging is gekomen. Dit volgt echter niet uit het IB 2024/10. Uit het IB volgt namelijk dat de minister bij de beoordeling van de vrees alleen mag betrekken welke politieke opvattingen, gedachten of meningen een vreemdeling heeft, en of, op basis van de sterkte van de overtuiging, aannemelijk is dat de vreemdeling zich bij terugkeer zal uiten en of hij daardoor te vrezen heeft. Daarnaast heeft de minister niet deugdelijk gemotiveerd dat eisers activiteiten op sociale media van minimale en marginale aard zouden zijn. De minister heeft niet inzichtelijk gemaakt waarom de tegenwerping dat eiser geen eigen politieke content creëert, relevant is voor de vraag of eiser te vrezen heeft voor vervolging. Eiser heeft met zijn sociale media accounts een groot bereik en plaatst wekelijks overheidskritische berichten die soms expliciet te linken zijn aan de Fano. Verder heeft de minister niet deugdelijk gemotiveerd waarom wordt getwijfeld aan de telefonische benadering door de veiligheidsdienst. Eiser wijst er op dat de Ethiopische autoriteiten politieke opposanten nauwlettend in de gaten worden gehouden en dat (vermeende) Fano-aanhangers te vrezen hebben voor vervolging. Hierbij verwijst eiser naar verschillende bronnen met landeninformatie.1

17. Op de zitting heeft eiser er op gewezen dat de vrees van eiser niet zo zeer ziet op zijn lidmaatschap van [naam] , maar dat eiser met name vreest omdat hij aanhanger is van de Fano.

Het toetsingskader

1. Eiser verwijst onder andere naar de volgende bronnen: Algemeen Ambtsbericht van Ethiopië van januari 2024; Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en Staatlozen, COI Focus Ethiopië Veiligheidssituatie in Amahara (14 mei 2025); UK Home Office, Country Policy and Information Note Ethiopia: Amhara and Amhara opposition groups (24 juni 2025).

18. Uit het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 21 september 2023, S en A (ECLI:EU:C:2023:688), volgt dat de Kwalificatierichtlijn zo moet worden uitgelegd dat een opvatting, gedachte of mening van een vreemdeling die nog niet in de negatieve belangstelling staat van de autoriteiten in het land van herkomst, al onder het begrip ‘politieke overtuiging’ kan vallen als deze vreemdeling verklaart die opvatting, gedachte of mening te hebben of te uiten. Uit het arrest volgt dat bij de beoordeling van deze vervolgingsgrond niet meer als eis mag worden gesteld dat sprake moet zijn van een fundamentele politieke overtuiging.

19. Dit arrest en de daarop volgende uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) van 17 januari 2024 (ECLI:NL:RVS:2024:63), hebben geleid tot aanpassing van het door de minister gevoerde beleid met betrekking tot de beoordeling van een gestelde politieke overtuiging als asielmotief. Deze aanpassing is neergelegd in het IB 2024/10.

20. Uit het IB 2024/10 volgt dat de minister eerst beoordeelt of er sprake is van een geloofwaardige politieke overtuiging, waarbij een gedachte of mening al onder het begrip ‘politieke overtuiging’ valt. Vervolgens wordt beoordeeld of sprake is van een gegronde vrees voor vervolging wegens die politieke overtuiging (zwaarwegendheid). Deze beoordeling dient op individuele basis en per geval te worden verricht, waarbij de beoordeling is gericht op de sterkte van de overtuiging en de eventueel geloofwaardig verrichte activiteiten en de daaraan ontleende vrees bij terugkeer. Bij deze vrees wordt beoordeeld of aannemelijk is dat de vreemdeling zich op een bepaalde manier zal uiten en of hij of zij daardoor te vrezen heeft.

21. De rechtbank stelt vast dat tussen partijen in geschil is of de politieke overtuiging van eiser zwaarwegend genoeg is om gegronde vrees voor vervolging aan te nemen, de tweede stap bij de beoordeling van een politieke overtuiging. De minister is namelijk van oordeel dat geloofwaardig wordt geacht dat er sprake is van een politieke overtuiging, maar dat deze onvoldoende zwaarwegend is. Ook heeft de minister op de zitting toegelicht dat hij wel gelooft dat eiser het gedachtegoed van de Fano aanhangt, maar dat niet is gebleken dat eiser politiek actief is.

22. De rechtbank wijst er verder op dat het aan de vreemdeling is om zijn asielrelaas aannemelijk te maken. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de minister zich op het standpunt mogen stellen dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij activiteiten heeft verricht als Fano-aanhanger. Daarbij heeft de minister mogen betrekken dat de activiteiten van eiser op social media van minimale en marginale aard zijn. Eiser beschikt over drie social media accounts (twee accounts op X en één Facebook account). De regelmaat waarmee eiser berichten plaatst op zijn accounts is beperkt en op één van de accounts van eiser is al sinds september 2023 niks meer gepost. Het account op X waarmee eiser met meer regelmaat post, opereert onder een andere naam en niet met een eigen profielfoto en is niet herleidbaar tot eiser. Daarnaast heeft de minister bij zijn oordeel mogen betrekken dat de inhoud van de berichten op eisers accounts slechts deels van politieke aard is en het aantal overheidskritische berichten beperkt is. In de berichten wordt de naam Fano ook maar beperkt genoemd. Uit deze posts kan niet worden opgemaakt dat eiser aanhanger is van de Fano en dat hij daarvoor activiteiten verricht. Uit de posts blijkt evenmin dat eiser zelf politieke content voor social media creëert. Hoewel in het IB 2024/10 niet is genoemd dat het creëren van eigen politieke content van belang is, heeft de minister dit wel – in samenhang met het voorgaande – bij zijn beoordeling van de sterkte van de overtuiging en de mate waarin eiser als actief betrokken Fano-aanhanger kan worden aangemerkt mogen betrekken.

23. Verder heeft de minister zich op het standpunt mogen stellen dat de door eiser gestelde politieke activiteiten onvoldoende grond bieden om aan te nemen dat hij hierdoor in de negatieve belangstelling van de Ethiopische autoriteiten is gekomen. Eiser heeft niet aannemelijk gemaakt dat zijn social media activiteiten en het bijwonen van een demonstratie bekend zijn geworden bij de autoriteiten, of dat hij naar aanleiding daarvan negatieve consequenties heeft ondervonden. Zowel het Algemeen Ambtsbericht 2024 van Ethiopië als de landeninformatie die door eiser is overgelegd, duidt met name op het risico dat opposanten en politieke activisten van de Fano lopen. Zoals hiervoor is overwogen heeft de minister zich op het standpunt mogen stellen dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij is aan te merken als politiek activist van de Fano. Voor zover de door eiser genoemde landeninformatie ook ziet op het risico voor sympathisanten van de Fano, heeft eiser niet aannemelijk gemaakt dat hij als gevolg van zijn sympathie voor de Fano in de negatieve aandacht staat. Hierbij is ook van belang dat de social media activiteiten van eiser minimaal en marginaal van aard zijn en dat eiser niet of nauwelijks te herleiden is naar zijn social media accounts. De verklaring van eiser dat hij gebeld is door de Ethiopische veiligheidsdienst, maken het voorgaande niet anders. Hoewel er in de door eiser overgelegde oproepenlijst een Ethiopisch telefoonnummer te zien is waarbij een logo afgebeeld staat die lijkt op het logo van de Ethiopische veiligheidsdienst, kan niet zonder meer worden gezegd dat het hier daadwerkelijk om een oproep van de veiligheidsdienst gaat. Het is voor eenieder die vanuit Ethiopië belt mogelijk om een dergelijk logo als profielfoto in te stellen. Ook is het bevreemdend dat een officiële veiligheidsdienst een ‘spierbal-emoticon’ zou gebruiken.

24. Eiser voert aan dat uit de Werkinstructie (WI) 2020/16 volgt dat het opleggen van een inreisverbod altijd betekent dat sprake is van inmenging van het recht op gezinsleven, waardoor de minister altijd moet beoordelen of artikel 8 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) het opleggen van een inreisverbod in de weg staat. Eiser wijst er op dat hij een Nederlandse echtgenote heeft. Eiser heeft een aanvraag gedaan voor verblijf bij gezin of familie, in de zin van artikel 8 van het EVRM. Het inreisverbod is in strijd met het recht op gezinsleven en daarom had de minister moeten afzien van het opleggen van een inreisverbod.

25. De rechtbank constateert dat in de beschikking bij het opleggen van het inreisverbod niet is getoetst aan artikel 8 van het EVRM. Uit het beleid van de minister, blijkt dat dit wel had moeten gebeuren. Uit WI 2020/16 volgt namelijk dat bij het opleggen van een inreisverbod, er altijd moet worden beoordeeld of artikel 8 van het EVRM aan het opleggen van een inreisverbod in de weg staat. Op de zitting heeft de minister erkend dat dit ten onrechte niet is gebeurd. Dit maakt dat het aan eiser opgelegde inreisverbod in strijd is met het motiveringsbeginsel en het zorgvuldigheidsbeginsel en voor vernietiging in aanmerking komt. De omstandigheid dat op de zitting er op is gewezen dat eisers aanvraag op grond van artikel 8 van het EVRM inmiddels is afgewezen, leidt niet tot het oordeel dat vernietiging van het inreisverbod achterwege kan blijven of dat de rechtsgevolgen van het inreisverbod in stand kunnen worden gelaten. De inhoud van de afwijzing van de aanvraag en de toets aan artikel 8 van het EVRM is de rechtbank immers niet bekend.

Conclusie en gevolgen

26. De minister heeft de aanvraag terecht afgewezen als kennelijk ongegrond. De minister heeft echter ten onrechte bij het opleggen van het inreisverbod nagelaten te toetsen aan artikel 8 EVRM. Dat betekent dat het bestreden besluit in zoverre niet in stand kan blijven. De rechtbank vernietigt daarom het bestreden besluit voor zover de minister daarbij een inreisverbod heeft opgelegd.

27. Omdat de rechtbank het beroep gegrond verklaart, moet de minister de proceskosten van eiser vergoeden. Deze vergoeding bedraagt €1.814, omdat de gemachtigde van eiser een beroepschrift heeft ingediend en aan de zitting heeft deelgenomen (twee punten van elk €907). Hierbij moet worden opgeteld de proceskosten van het beroep niet tijdig beslissen. Deze vergoeding bedraagt €453,50. De totale vergoeding bedraagt €2.267,50.

Beslissing

De rechtbank:

Deze uitspraak is gedaan door mr. P.J. Blok, rechter, in aanwezigheid van mr. W.J.T. Twijnstra, griffier.

Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

03 december 2025

Documentcode: [Documentcode]

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. P.J. Blok

Griffier

  • mr. W.J.T. Twijnstra

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?