ECLI:NL:RBDHA:2025:27074

ECLI:NL:RBDHA:2025:27074

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 17-12-2025
Datum publicatie 26-01-2026
Zaaknummer NL25.25227
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Utrecht

Samenvatting

Herhaalde asielaanvraag, Turkije, HDP en DemNed lidmaatschap, onderzoek Bureau Documenten, vergewisplicht. Het beroep is ongegrond.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

[eiser] , V-nummer: [V-nummer] , eiser (gemachtigde: mr. P.A.J. Mulders),

de Minister van Asiel en Migratie, (gemachtigde: mr. J.G.R. Becker).

Samenvatting

uitspraak

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: NL25.25227

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

en

1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de herhaalde asielaanvraag van eiser als bedoeld in artikel 28 van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw). Eiser is het hier niet mee eens. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de asielaanvraag.

2. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzing van de asielaanvraag in stand kan blijven. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

3. Eiser heeft op 23 februari 2022 een herhaalde aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Hij stelt van Turkse nationaliteit te zijn en te zijn geboren op [geboortedatum] 1976. De minister heeft met het bestreden besluit van 30 mei 2025 deze aanvraag in de algemene procedure afgewezen als kennelijk ongegrond.

4. Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. De minister heeft een verweerschrift ingediend.

5. De rechtbank heeft het beroep op 19 september 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser, K. Koyuncu als tolk en de gemachtigde van de minister.

Beoordeling door de rechtbank

Het asielrelaas
Lidmaatschap HDP
Lidmaatschap DemNed en demonstraties

Voorgeschiedenis

6. Op 7 februari 2019 heeft eiser een eerste asielaanvraag ingediend. Aan de asielaanvraag heeft eiser het volgende ten grondslag gelegd. Eiser komt uit Oost-Turkije, waar de spanningen tussen de PKK en de Turkse overheid zijn opgelopen. Eiser verdient zijn geld met de verkoop van thee aan dorpsgenoten. Eiser wordt door een agent van de gendarmerie gevraagd hoe het kan dat zijn thee bij de PKK is aangetroffen. Ook wordt eiser door de PKK benaderd om voor hen te werken. Daarnaast heeft eiser verklaard dat hij vanwege nierproblemen niet langer om kan gaan met stress. De minister heeft bij besluit van 13 februari 2020 deze aanvraag als ongegrond afgewezen. Dit besluit is met een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) van 5 november 2020 in rechte vast komen te staan (uitspraak in de zaak 202005552/1/V2 op het hoger beroep tegen de uitspraak van deze rechtbank in de zaak NL20.6477, beide uitspraken zijn niet gepubliceerd).

7. Op 23 februari 2022 heeft eiser een herhaalde asielaanvraag ingediend. Met het besluit van 29 juni 2023 heeft de minister de aanvraag in de verlengde procedure afgewezen als kennelijk ongegrond. Eiser heeft beroep ingediend tegen het besluit. Bij uitspraak van 4 augustus 2023 heeft deze rechtbank het beroep van eiser gegrond verklaard, het besluit van 29 juni 2023 vernietigd en de minister opgedragen een nieuw besluit op de asielaanvraag te nemen (zaaknummer NL23.19685, niet gepubliceerd). De rechtbank heeft aan haar uitspraak ten grondslag gelegd dat eiser niet de mogelijkheid heeft gehad om te reageren op de verklaring van onderzoek van Bureau Documenten naar het door eiser overgelegde aanhoudingsbevel van 25 september 2020. Ook was er geen rapport aanwezig in het dossier van het door Team Onderzoek en Expertise Land en Taal (TOELT) verrichte nadere onderzoek.

8. Eiser legt aan zijn asielaanvraag het volgende ten grondslag. Eiser wordt gezocht door de Turkse autoriteiten omdat hij wordt beschuldigd van terrorisme. Daarnaast is eiser politiek actief. Eiser is lid van de HDP en van DemNed. Eiser heeft in Nederland deelgenomen aan demonstraties. De vrouw van eiser is lastiggevallen en verhuisd naar een andere plaats. Ter onderbouwing van zijn herhaalde asielaanvraag heeft eiser de volgende documenten overgelegd:

- Een bevel tot aanhouding van 25 september 2020;

- Een (kopie) bevel van aanhouding van 5 september 2020;

- Een lidmaatschapsverklaring HDP District Karliova, afgegeven in 2012;

- Printscreen raadplegen procesdossiers (e-devlet);

- Foto’s demonstratie en bijeenkomsten DemNed; en

- Een lidmaatschapsverklaring van DemNed van 13 november 2020.

Het bestreden besluit

9. Het asielrelaas van eiser bevat volgens de minister de volgende asielmotieven:

(1) Identiteit, nationaliteit en herkomst;

(2) Problemen met de Turkse autoriteiten; en

(3) Politieke overtuiging en activiteiten.

De minister vindt de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiser geloofwaardig. De problemen met de Turkse autoriteiten vindt de minister niet geloofwaardig. In de vorige procedure is geoordeeld dat de vrees van eiser voor de lokale autoriteiten en de PKK niet geloofwaardig is. Eiser heeft zijn verklaringen niet onderbouwd met objectieve documenten die het tweede asielmotief onderbouwen. De overgelegde aanhoudingsbevelen zijn volgens de minister met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid niet bevoegd opgemaakt en afgegeven. Daarnaast vormen de verklaringen van eiser geen samenhangend en aannemelijk geheel en kan eiser in grote lijnen niet als geloofwaardig worden beschouwd. De politieke overtuiging en activiteiten vindt de minister deels geloofwaardig. De minister is namelijk van mening dat eisers lidmaatschap van HDP niet geloofwaardig is, omdat hij dat niet heeft onderbouwd met objectieve documenten. Ook vormen de verklaringen van eiser geen samenhangend en aannemelijk geheel en kan eiser in grote lijnen als niet geloofwaardig worden beschouwd. De verklaringen van eiser over zijn lidmaatschap van DemNed en zijn aanwezigheid bij demonstraties vindt de minister wel geloofwaardig. Echter, de minister is van oordeel dat het niet aannemelijk is dat eiser in de negatieve belangstelling van de autoriteiten staat of zal staan bij terugkeer. Ook blijkt uit de verklaringen van eiser dat hij van mening is dat uiting geven aan zijn politieke overtuiging bij terugkeer niet mogelijk is. De minister concludeert daarom dat eiser niet in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, aanhef en onder a of b, van de Vw. Tot slot legt de minister aan eiser een inreisverbod op voor de duur van twee jaar.

De problemen met de Turkse autoriteiten

10. Eiser voert in beroep aan dat de minister ten onrechte stelt dat de aanhoudingsbevelen niet echt zijn bevonden door Bureau Documenten. Dit is niet hetzelfde als met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid niet bevoegd zijn opgemaakt en afgegeven. Het is onduidelijk of het aanhoudingsbevel wel of niet op echtheid is onderzocht. Ook geeft de vergewisbrief geen duidelijkheid over het onderzoek. Eiser verzoekt de rechtbank daarom om het interne document op te vragen om zich ervan te verzekeren dat de conclusies van Bureau Documenten gerechtvaardigd zijn. Eiser voert verder aan dat er verschillende redenen kunnen zijn waarom het jaartal 2020 is genoemd op het arrestatiebevel van 5 september 2020.

11. De rechtbank overweegt als volgt. Een advies van Bureau Documenten is een deskundigenadvies aan de minister ten behoeve van de uitvoering van zijn bevoegdheden, waarop de minister in beginsel mag afgaan (ECLI:NL:RVS:2022:1764). De minister moet wel nagaan of het advies van Bureau Documenten op zorgvuldige wijze tot stand is gekomen, de redenering daarin begrijpelijk is en de getrokken conclusies daarop aansluiten. Er kunnen zich situaties voordoen waarin de vergewisplicht van de minister meebrengt dat hij moet nagaan hoe Bureau Documenten tot zijn conclusie is gekomen (ECLI:NL:RVS:2022:2765). Zo’n situatie doet zich in ieder geval voor als de conclusies van een verklaring van onderzoek in relatie tot de bevindingen naar aanleiding van dat onderzoek vragen oproepen, bijvoorbeeld als die bevindingen niet logischerwijs tot de daaraan verbonden conclusies leiden. Ook als een vreemdeling gemotiveerd heeft betwist dat een verklaring van onderzoek op zorgvuldige wijze tot stand is gekomen, de redenering daarin begrijpelijk is en de getrokken conclusies daarop aansluiten, moet de minister nader invulling geven aan zijn vergewisplicht. Zo nodig vraagt de minister de deskundige om een reactie op wat over het advies is aangevoerd. Als de minister heeft voldaan aan de vergewisplicht, is het aan eiser om de conclusies uit het deskundigenonderzoek gemotiveerd te betwisten, bijvoorbeeld door een contra-expertise.

12. De rechtbank stelt vast dat Bureau Documenten onderzoek heeft verricht naar de door eiser overgelegde aanhoudingsbevelen. Uit de verklaringen van onderzoek van Bureau Documenten van 4 april 2025, volgt dat de door eiser overgelegde aanhoudingsbevelen met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid niet bevoegd zijn opgemaakt en afgegeven. De minister heeft aanleiding gezien om zich van de onderliggende stukken van het advies over het aanhoudingsbevel van 5 september 2020 te vergewissen. De minister heeft dat gedaan door de interne afdeling TOELT te vragen naar het advies te kijken. Uit de vergewisbrief van TOELT van 22 april 2025 volgt dat de verklaring van onderzoek van Bureau Documenten inhoudelijk inzichtelijk is. Gezien deze omstandigheid bestaat geen grond voor het oordeel dat de minister niet heeft voldaan aan zijn vergewisplicht. De vergewisplicht strekt niet zo ver dat de minister in detail inzichtelijk moet maken hoe de conclusies in de deskundigenrapportages tot stand komen (ECLI:NL:RVS:2021:15). De minister hoeft niet te controleren of de deskundige zijn werk vakinhoudelijk goed heeft gedaan en hoeft op dat punt ook niet ten minste over dezelfde deskundigheid te beschikken als de deskundige die het advies heeft opgesteld. De rechtbank ziet dan ook geen aanleiding om de onderliggende stukken van het advies over het aanhoudingsbevel van 5 september 2020 op te vragen.

13. Hierbij is van belang dat eiser geen concrete aanknopingspunten heeft aangedragen die doen twijfelen aan de conclusies van Bureau Documenten en geen contra-expertise heeft ingebracht. Verder heeft eiser twee aanhoudingsbevelen overgelegd, waarvan één versie 2020 noemt als jaar waarin het delict heeft plaatsgevonden, en de andere versie 2016 noemt. De minister heeft terecht gewezen op het feit dat eiser in 2020 al in Nederland was. Ook heeft de minister mogen stellen dat eiser geen toereikende verklaring heeft kunnen geven door de verschillen tussen de aanhoudingsbevelen. Dit doet afbreuk aan de bewijskracht van de overgelegde aanhoudingsbevelen. Verder heeft de minister mogen vinden dat de door eiser overgelegde printscreens uit e-Devlet zijn verklaringen niet onderbouwen. Uit de printscreens blijkt niet dat eiser wordt gezocht of gedaagde is in een strafzaak.

14. Gezien het bovenstaande is de rechtbank van oordeel dat de minister zich op de rapporten van Bureau Documenten heeft mogen baseren. De door eiser overgelegde aanhoudingsbevelen maken niet aannemelijk dat de Turkse autoriteiten eiser willen aanhouden in verband met oppositionele activiteiten. De minister heeft daarom mogen concluderen dat de verklaringen van eiser in samenhang bezien met de overgelegde documenten geen samenhangend en aannemelijk geheel vormen.

De politieke overtuiging en -activiteiten

15. Eiser voert aan dat hij in zijn vorige procedure niet is bevraagd over het lidmaatschap van de HDP. Zijn verklaringen in de vorige procedure over zijn onafhankelijkheid en het niet lid-zijn van een organisatie staan niet haaks op zijn verklaringen aangaande zijn lidmaatschap van de HDP. Eiser is met zijn lidmaatschap immers neutraal omdat deze partij niet alleen een spreekbuis is voor Koerden, maar meerdere functies in de maatschappij vervult. De minister heeft niet aangegeven waarom de brief van DemNed niet zou kunnen aantonen dat eiser lid is geweest van de HDP. Daarnaast heeft de heer [naam] , in de brief van 23 juni 2025, toegelicht hoe DemNed informatie vergaard heeft over het HDP-lidmaatschap van eiser. De minister kan niet volstaan met het enkel verwijzen naar de eerdere procedure. Ook doet eiser een beroep op artikel 31, vijfde lid, van de Vw, omdat hij al eens eerder door de Turkse autoriteiten is opgepakt en gemarteld. Tot slot voert eiser aan dat zijn vrouw enkele keren is lastiggevallen door de Turkse politie, waarbij zij is gevraagd naar de verblijfplaats van eiser. De neef van eiser heeft daarnaast een verblijfsvergunning asiel gekregen in Duitsland. De minister heeft deze aspecten niet bij zijn beoordeling betrokken.

16. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de minister terecht geconcludeerd dat eisers verklaringen over zijn lidmaatschap van de HDP geen samenhangend en aannemelijk geheel vormen. De minister heeft hierbij mogen overwegen dat de verklaringen van eiser in de vorige asielprocedure tegenstrijdig zijn met de verklaringen tijdens het gehoor opvolgende aanvraag in huidige procedure. In het nader gehoor van 20 mei 2019 heeft eiser namelijk verklaard: “Ik ben geen lid van welke organisatie” (pagina 6) en “De meeste dorpelingen zijn voor de PKK. Zij weten dat ik geen aanhanger ben van de PKK en of Erdogan, of van wie dan ook. Ik ben iemand die onafhankelijk is” (pagina 12). Daarentegen heeft eiser tijdens het gehoor opvolgende aanvraag van 21 april 2022 verklaard sinds 2015 lid te zijn van de HDP (pagina 15) en heeft hij een lidmaatschapsverklaring overgelegd. Deze lidmaatschapsverklaring is onderzocht door Bureau Documenten. Uit de verklaring van onderzoek is gebleken dat er geen uitspraak kan worden gedaan over de echtheid, opmaak en afgifte van het document en kan niet worden vastgesteld of het document inhoudelijk juist is. Ook komt de inhoud van de lidmaatschapsbrief niet overeen met de eigen verklaringen van eiser. In de brief staat namelijk dat eiser sinds 15 augustus 2015 officieel medewerker is van en actief werkzaam is voor de HDP, terwijl eiser tijdens het gehoor opvolgende aanvraag heeft verklaard dat hij niet heeft deelgenomen aan grote activiteiten omdat hij ziek was en niet veel kon doen (pagina 15). Voor wat betreft de verklaring die is afgegeven door DemNed, heeft de minister terecht opgemerkt dat dit een organisatie is die is gevestigd in Nederland, die niet kan aantonen dat eiser lid is geweest van de HDP. Ook de brief van DemNed van 23 juni 2025 is onvoldoende om het gestelde HDP-lidmaatschap van eiser aannemelijk te achten. Tegen de achtergrond van eisers verklaringen uit 2019 dat hij in Turkije geen lid was van enige organisatie, legt de verklaring van DemNed onvoldoende gewicht in de schaal om niettemin aannemelijk te vinden dat eiser lid was van de HDP.

17. De stelling van eiser dat hij in de vorige procedure niet is bevraagd over zijn lidmaatschap van de HDP verandert het oordeel van de rechtbank niet. In de verklaringen van eiser in de vorige procedure heeft de minister geen aanleiding hoeven zien om eiser te vragen naar mogelijk HDP-lidmaatschap.

18. Op de zitting heeft de minister er terecht op gewezen dat, nu het HDP-lidmaatschap van eiser niet geloofwaardig is bevonden, de minister het ook niet geloofwaardig vindt dat de vrouw van eiser om deze reden zou zijn lastiggevallen door de Turkse politie. Dat de neef van eiser een verblijfsvergunning asiel heeft in Duitsland heeft de minister ook niet als een aanleiding hoeven te zien om anders te oordelen. De eigen verklaringen van eiser zijn namelijk leidend bij de beoordeling van de asielaanvraag.

19. De rechtbank is het met de minister eens dat niet aannemelijk is dat eiser in de negatieve belangstelling staat vanwege zijn activiteiten in Nederland, en dat niet aannemelijk is dat eiser bij terugkeer alsnog in de negatieve belangstelling van de Turkse autoriteiten zal komen te staan. Uit de verklaringen van eiser is niet gebleken dat hij een sterke politieke overtuiging heeft. De minister heeft terecht overwogen dat de activiteiten van eiser voor DemNed van zeer beperkte aard zijn. Zo is eiser alleen aanwezig geweest bij een Newroz viering en een demonstratie in 2021. Uit de verklaringen van eiser is niet gebleken dat hij een vooraanstaande functie heeft gehad binnen DemNed. Ook is niet gebleken dat eiser vanwege zijn activiteiten voor DemNed problemen heeft ondervonden met de Turkse autoriteiten. Daarnaast is de rechtbank het met de minister eens dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat eiser zich bij terugkeer op een actieve wijze zal gaan uiten. Tijdens het aanvullend gehoor van 20 oktober 2024 is aan eiser gevraagd hoe hij bij terugkeer zijn politieke activiteiten zou willen voortzetten. Hierop heeft eiser geantwoord: “Het is onmogelijk om je activiteiten te willen voortzetten in Turkije. Ik voel me ook niet sterk genoeg meer om politieke activiteiten aan te gaan” (pagina 13). Ook de stelling van eiser dat hij in het verleden reeds is blootgesteld aan vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag of ernstige schade, volgt de rechtbank niet. Het voorval met de Turkse autoriteiten waarbij eiser zou zijn opgepakt en gemarteld zou namelijk tweeëntwintig of drieëntwintig jaar geleden hebben plaatsgevonden. Daarnaast heeft eiser zelf verklaard dat deze arrestatie geen reden is voor zijn asielaanvraag (nader gehoor van 20 mei 2019, pagina 4).

Conclusie en gevolgen

20. De minister heeft de aanvraag terecht afgewezen als kennelijk ongegrond. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiser geen gelijk krijgt. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J.J. Catsburg, rechter, in aanwezigheid van mr. W.J.T. Twijnstra, griffier.

Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

17 december 2025

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. J.J. Catsburg

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?