ECLI:NL:RBDHA:2025:27093

ECLI:NL:RBDHA:2025:27093

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 06-02-2025
Datum publicatie 26-01-2026
Zaaknummer NL24.47421
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Den Haag

Samenvatting

Aanvraag asiel. Uganda. Lhbti-gerichtheid. Gebrek bestreden besluit, maar wordt gepasseerd (artikel 6:22 van de Awb). Beroep ongegrond met vergoeding proceskosten.

Uitspraak

[eiseres] , V-nummer: [v-nummer] , eiseres

(gemachtigde: mr. M.S. Nizamoeddin),

en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

(gemachtigde: mr. R.S. Hogendoorn-Mathijssen).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen de afwijzing haar asielaanvraag.

Eiseres heeft op 18 juli 2022 een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Verweerder heeft met het bestreden besluit van 22 november 2024 deze aanvraag in de verlengde procedure afgewezen als kennelijk ongegrond.

2. De rechtbank heeft het beroep op 9 januari 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, haar gemachtigde en de gemachtigde van verweerder. Als tolk is verschenen mevrouw H. Abdulla.

Beoordeling door de rechtbank

Waar gaat deze zaak over?

Het asielrelaas

3. Eiseres heeft de Ugandese nationaliteit en is geboren op [geboortedatum] 1989. Zij legt aan haar asielaanvraag ten grondslag dat ze lesbisch is en dat dit verboden is in Uganda. Nadat eiseres is betrapt op seksueel contact met haar vriendin is ze Uganda ontvlucht. Haar familie heeft haar verstoten en ze vrees voor hen en de Ugandese autoriteiten.

Ter onderbouwing van haar asielaanvraag heeft eiseres foto’s van deelnames aan pride-evenementen in Nederland overgelegd.

Het bestreden besluit

4. Het asielrelaas van eiseres bevat volgens verweerder de volgende asielmotieven:

eiseres haar identiteit, nationaliteit en herkomst (ook wel het eerste asielmotief); en

eiseres haar seksuele gerichtheid en de daaruit voortvloeiende problemen (ook wel het tweede asielmotief).

Verweerder vindt het eerste asielmotief geloofwaardig, maar het tweede niet. Eiseres heeft haar seksuele gerichtheid en de daaruit voortvloeiende problemen niet met documenten onderbouwd en haar verklaringen hierover vormen geen samenhangend en aannemelijk geheel. Ook het feit dat eiseres niet zo spoedig mogelijk haar asielaanvraag heeft ingediend doet afbreuk aan de geloofwaardigheid van het tweede asielmotief. Alhoewel verweerder de activiteiten van eiseres voor de lhbti-gemeenschap gelooft, zijn deze omstandigheden en het feit dat eiseres uit Uganda komt onvoldoende om aan te nemen dat eiseres een vluchteling is als bedoeld in het Vluchtelingenverdrag of dat zij bij terugkeer naar Uganda een reëel risico loopt op ernstige schade als bedoeld in artikel 3 van het EVRM. Eiseres komt daarom niet in aanmerking voor een verblijfsvergunning asiel op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a of b, van de Vw. Verweerder heeft de aanvraag van eiseres afgewezen als kennelijk ongegrond, omdat eiseres niet onmiddellijk asiel heeft aangevraagd toen dat mogelijk was.

Wat vindt eiseres in beroep?

5. Eiseres is het niet eens met het bestreden besluit en voert – kort samengevat – het volgende aan. Eiseres vindt allereerst dat het besluit onvoldoende zorgvuldig is voorbereid. Zo heeft verweerder tijdens het nader gehoor onvoldoende rekening gehouden met het referentiekader van eiseres en het feit dat eiseres stottert, zich daarvoor schaamt en daarom zo kort mogelijk spreekt. Verder heeft verweerder haar tweede asielmotief ten onrechte ongeloofwaardig bevonden. Tot slot mocht verweerder haar asielaanvraag niet afdoen als kennelijk ongegrond op de grond dat eiseres niet onmiddellijk asiel heeft aangevraagd toen dat mogelijk was. Verweerder tilt te zwaar aan de verklaringen van eiseres over wanneer ze denkt asiel te hebben aangevraagd en betrekt ten onrechte niet in welke ernstige omstandigheden eiseres verkeerde voordat ze asiel heeft aangevraagd.

Wat is het oordeel van de rechtbank?

6. De rechtbank beoordeelt of verweerder de asielaanvraag van eiseres kon afwijzen als kennelijk ongegrond. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eiseres.

7. Het beroep is ongegrond. Hieronder legt de rechtbank uit hoe en waarom zij tot deze conclusie is gekomen.

8. Allereerst overweegt de rechtbank het volgende. Ter zitting heeft verweerder aangegeven dat de aanvraag van eiseres niet af had mogen worden gedaan als kennelijk ongegrond, maar dat de aanvraag als ongegrond had moeten worden afgedaan. Daarmee erkent verweerder dat aan het bestreden besluit een gebrek kleeft. Verweerder stelt primair dat voorbij moet worden gegaan aan het gebrek, nu eiseres door het eerder als kennelijk ongegrond afdoen van de aanvraag niet in haar belangen is geschaad. Zo is aan eiseres geen inreisverbod opgelegd en heeft zij een vertrektermijn van 4 weken gekregen. Subsidiair stelt verweerder het bestreden besluit te vernietigen, maar met het in stand laten van de rechtsgevolgen.

De rechtbank overweegt dat er sprake is van een gebrek in het bestreden besluit, maar dat deze met toepassing van artikel 6:22 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) wordt gepasseerd, nu niet is gesteld of gebleken dat eiseres door het afdoen van de aanvraag als kennelijk ongegrond in haar belangen is geschaad.

Heeft verweerder de besluitvorming voldoende zorgvuldig voorbereid?

Referentiekader

9. Verweerder dient in zaken waar geaardheidskwesties spelen door te vragen op de antwoorden van de betrokken vreemdeling. Dit is van belang, omdat de mate waarin iemand zijn gerichtheid in woorden kan vatten per persoon zal verschillen. Niet iedere vreemdeling is namelijk gewend om over zijn persoonlijke ervaringen en gevoelens te praten.

Anders dan door de gemachtigde van eiseres is aangevoerd, heeft verweerder tijdens het nader gehoor voldoende rekening gehouden met het geringere begrips- en bevattingsniveau van eiseres. Zo is eiseres in nader gehoor bijvoorbeeld gevraagd naar haar gevoelens over [naam 1] , waar eiseres volgens verweerder te algemeen op antwoord of zich slechts spitst op seksuele gevoelens. Doormiddel van vragen als “U verklaart dat u gevoelens voor haar kreeg. Kunt u deze gevoelens toelichten?”, “Romantische gevoelens is best algemeen. Kunt u dit meer toelichten?” en “Los van deze lust gevoelens, wat voelde u nog meer?” heeft verweerder voldoende doorgevraagd dan wel de vraagstelling concreter gemaakt. Dat verweerder meer sturing had moeten geven bij het beantwoorden van de vragen kan de rechtbank dan ook niet volgen.

Stotteren

In beginsel geldt dat in lhbti-zaken de verklaringen van de vreemdeling leidend zijn. Een van de gronden van eiseres is dat zij stottert en daarom moeite heeft om te verklaren. Dat dit zo is, is de rechtbank ook ter zitting gebleken. De rechtbank kan zich goed indenken dat het voor eiseres erg intensief is geweest om een verklaring af te leggen. Dat neemt niet weg dat, zoals ook ter zitting is besproken, uit het gehoor blijkt dat verweerder hier rekening mee heeft gehouden. Zo volgt uit het nader gehoor dat verweerder – aan het begin van het gehoor – heeft laten weten aan eiseres dat het geen probleem is dat ze stottert, dat ze de tijd mag nemen om antwoord te geven en dat ze het ook mag aangeven dat ze de tijd wil nemen om vragen te beantwoorden. Het gehoor is vervolgens over twee dagen gespreid. Tegen deze achtergrond heeft de rechtbank geen aanleiding om te concluderen dat door verweerder onzorgvuldig is gehandeld en dat eiseres niet of onvoldoende in staat is gesteld om haar verhaal te doen.

Dat het bestreden besluit onzorgvuldig is voorbereid volgt de rechtbank, gelet op het voorgaande, niet.

Heeft verweerder het tweede asielmotief ongeloofwaardig mogen vinden?

10. Bij het onderzoek naar de geloofwaardigheid van de lhbti-gerichtheid van eiseres dient verweerder werkinstructie 2019/17 als uitgangspunt te nemen. Volgens deze werkinstructie moet verweerder bij de beoordeling rekening houden met de omstandigheid dat het voor een vreemdeling niet mogelijk is om met sluitend bewijs aannemelijk te maken dat zij lhbti is. De enkele stelling van de vreemdeling dat zij lhbti is, is niet voldoende. Verweerder moet een individuele afweging maken die onderdeel is van een integrale geloofwaardigheidsbeoordeling overeenkomstig werkinstructie 2014/10, waarbij alle relevante omstandigheden van het geval moeten worden betrokken en in onderlinge samenhang moeten worden gewogen. Het is aan de vreemdeling om de gestelde seksuele gerichtheid tegenover verweerder aannemelijk te maken. Het bepalen van welk gewicht toekomt aan de antwoorden op de vragen die zijn gesteld over iemands seksuele gerichtheid, is sterk afhankelijk van de individuele zaak. Verweerder moet, net als tijdens het gehoor, hierbij rekening houden met het referentiekader van de vreemdeling. Bij de beoordeling moet worden betrokken of de verklaringen consistent zijn en overeenkomen met hetgeen bekend is over de algemene situatie (ten aanzien van lhbti’ers in het land van herkomst). Het zwaartepunt ligt bij het persoonlijke, authentieke verhaal dat een vreemdeling vertelt over en vanuit haar eigen ervaringen.

Verweerder moet de gestelde seksuele gerichtheid in ieder geval aan de hand van de volgende vier thema’s beoordelen:

privéleven;

huidige en voorgaande relaties, contacten in het land van herkomst en contact met of kennis van lhbti-groepen;

contact met lhbti’ers in Nederland en kennis van de Nederlandse situatie; en

discriminatie, repressie en vervolging in land van herkomst.

De rechtbank is van oordeel dat verweerder zich niet ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat de lhbti-gerichtheid van eiseres ongeloofwaardig is, mede omdat haar verklaringen geen samenhangend en aannemelijk geheel vormen.

De rechtbank begrijpt het betoog van de gemachtigde van eiseres zo, dat verweerder de verklaringen van eiseres niet langs dezelfde lat mag leggen als de verklaringen van andere vreemdelingen die niet stotteren. Zoals eerder is besproken, heeft de rechtbank ervaren dat het eiseres moeite kost om zich te uiten. De rechtbank kan niet uitsluiten dat het eiseres daardoor meer moeite – meer dan anderen – heeft gekost om inzicht te geven in haar gevoelens. Dat neemt niet weg dat, zoals hiervoor ook is overwogen, niet is gebleken dat eiseres onvoldoende in de gelegenheid is gesteld om haar verhaal te doen. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder dan ook navolgende aan eiseres mogen tegenwerpen.

Voor wat betreft de verklaringen over haar gevoelens, heeft verweerder kunnen tegenwerpen dat eiseres op verschillende momenten oppervlakkig heeft verklaard, terwijl verweerder op die momenten wel heeft geprobeerd door te vragen om een meer gedetailleerde toelichting te verkrijgen. Zo volgt bijvoorbeeld uit het voornemen dat eiseres op verschillende manieren wordt gevraagd de romantische gevoelens die zij kreeg voor vrouwen toe te lichten, maar is zij hier onvoldoende in geslaagd. Eiseres noemt daarbij telkens enkel seksuele gevoelens. Verweerder heeft dit oppervlakkig mogen vinden.

Ook mocht verweerder vinden dat eiseres oppervlakkig en in algemene termen blijft verklaren over wat het met haar deed dat zij haar geaardheid geheim moest houden voor haar familie, ondanks dat verweerder hierop doorvraagt. Zo vraagt verweerder aan eiseres: “Hoe voelde het om in een gezin te zitten waar homoseksualiteit als een zonde gezien wordt?”, waarop eiseres antwoord dat zij dit niet fijn vond, dit haar verdrietig en boos maakt, zich gediscrimineerd voelt, had verwacht daar familie haar begreep en dat haar familie tegen haar is. Vervolgens vraagt verweerder aan eiseres “Verdrietig en boos is best algemeen. U bent homoseksueel in een familie waar dit verboden is en waarvan uw oom zelfs zei dat homoseksuele gedood moeten worden. Kunt u uitgebreider toelichten hoe u zich hierbij voelde.”, waarop eiseres antwoord dat zij bang en ontmoedigd was, en het aan niemand durfde te vertellen. Daarna vraagt verweerder opnieuw aan eiseres hoe zij zich hierbij voelt, waarop eiseres antwoord “Ik was zeer verdrietig. Het deed mij pijn. En ik wist dat ik niet geaccepteerd zou worden.”. Verweerder heeft mogen tegenwerpen dat eiseres oppervlakkig verklaart en daarbij mogen betrekken dat eiseres weliswaar gevoelens noemt, maar deze gevoelens vervolgens – ook na doorvragen – niet kan uitleggen en dat zij in algemene termen blijft verklaren.

Verder heeft verweerder in de beoordeling mogen betrekken dat eiseres vaag heeft verklaard over haar relatie met [naam 2] , dat zij alleen algemene eigenschappen heeft benoemd terwijl – gelet de jarenlange relatie – verwacht mag worden dat eiseres op authentieke wijze kan beschrijven wat zij zo leuk vond aan [naam 2] .

Verweerder heeft in de beoordeling ook mogen betrekken dat eiseres ongerijmd en/of niet consistent heeft verklaard. Zo mocht verweerder tegenwerpen dat het ongerijmd is dat eiseres na aankomst in Nederland geen pogingen heeft ondernomen om contact op te nemen met [naam 2] . Zij heeft niet geprobeerd haar telefoonnummer te achterhalen via gezamenlijke contacten en ook niet onderzocht of [naam 2] op sociale media is te vinden. Dit, terwijl eiseres zelf verklaart dat [naam 2] veel voor haar betekende, dat zij een relatie met haar had en dat – als de verklaringen van eiseres worden gevolgd – [naam 2] mogelijk gevaar loopt. Ook mocht verweerder tegenwerpen dat eiseres niet consistent verklaart over de duur van de relatie met [naam 2] . Zo stelt eiseres eerst dat de relatie 3,5 tot 4 jaar heeft geduurd, stelt ze vervolgens dat deze 2,5 tot 3 jaar heeft geduurd en corrigeert zij dit daarna weer en stelt ze dat de relatie 2 jaar en 9 maanden heeft geduurd. Eiseres heeft ook niet goed kunnen toelichten waarom zij hier wisselend over heeft verklaard. Aangezien de relatie met [naam 2] een belangrijk onderdeel is van het asielrelaas van eiseres, mocht verweerder verwachten dat eiseres hier consistent over zou kunnen verklaren. Verder mocht verweerder tegenwerpen dat het ongerijmd is dat zij en [naam 2] de poort van de tuin en de deur van het huis niet afsloten toen zij gemeenschap hadden. Dat laat zich niet goed rijmen met haar verklaring dat zij altijd in angst leefde en bang was om betrapt te worden.

Tot slot heeft verweerder ook kunnen tegenwerpen dat aan eiseres op meerdere manieren is gevraagd wat het voor haar betekent om hier openlijk homoseksueel te mogen zijn en dat eiseres ook op dit punt geen inzicht heeft gegeven in haar belevingswereld. Eiseres heeft verklaard dat het haar blij en gelukkig maakt, dat zij vreugde voelt en niet in angst hoeft te leven. Mede omdat eiseres heeft verteld over de activiteiten die zij heeft ondernomen met verschillende lhbti-organisaties, heeft verweerder mogen verlangen dat zij op dit punt meer over haar gevoelens had kunnen verklaren. Anders dan eiseres stelt, heeft de gehoormedewerker op dit punt wel degelijk doorgevraagd. Zo is eerst gevraagd “Wat betekent het voor u om hier openlijk homoseksueel te mogen zijn?” Als eiseres daarop verklaard dat het haar heel blij en gelukkig maakt en dat het voelt alsof zij een nieuw leven heeft, vraagt de gehoormedewerker “Kunt u toelichten hoe het voelt om een nieuw leven te hebben?” Daarna vraagt de gehoormedewerker “Wat doet het met u dat u in Nederland een relatie met een vrouw mag hebben?” Vervolgens is gevraagd “Kunt u dit toch iets meer toelichten? U komt uit een land waar u niet openlijk met [naam 2] hand-in-hand mocht lopen en uw relatie kenbaar mocht maken. Hier in Nederland zou u wel hand-in-hand mogen lopen met [naam 2] en is uw relatie toegestaan. Wat doet dit met u?” Tot slot vraagt de gehoormedewerker wat het met eiseres doet dat zij trots op zichzelf mag zijn. Naar het oordeel van de rechtbank blijkt uit deze vraagstelling dat rekening is gehouden met de mate waarin iemand zijn of haar gerichtheid in woorden kan vatten en dat is doorgevraagd in het geval van standaardantwoorden. Ook is de gehoormedewerker voldoende uitnodigend geweest om de verklaringen persoonlijker te maken.

Gelet op het voorgaande, heeft verweerder een voldoende dragende motivering gegeven bij de beoordeling dat de verklaringen van eiseres over haar seksuele gerichtheid en de daaruit voortvloeiende problemen ongeloofwaardig worden geacht. De rest van de beroepsgronden behoeven daarom geen bespreking meer.

Conclusie en gevolgen

Beslissing

11. De rechtbank komt tot de conclusie dat er een gebrek kleeft aan het bestreden besluit, maar passeert dit gebrek met toepassing van artikel 6:22 van de Awb. Verweerder heeft de aanvraag op goede gronden afgewezen als ongegrond. Daarmee is het beroep ongegrond en blijft het bestreden besluit in stand.

12. In de omstandigheid dat er een gebrek kleeft aan de besluitvorming, ziet de rechtbank wel aanleiding om verweerder te veroordelen in de proceskosten. Verweerder moet de proceskosten van eiseres vergoeden. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op een totaal van € 1.814,- (1 punt voor het indienen van een beroepschrift met een waarde van € 907,- met een wegingsfactor 1 en 1 punt voor het verschijnen ter zitting met een waarde van € 907,- met een wegingsfactor 1).

De rechtbank:

Deze uitspraak is gedaan door mr. J. Smeets, rechter, in aanwezigheid van mr. Y. Robio, griffier.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. J. Smeets

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?