ECLI:NL:RBDHA:2025:27103

ECLI:NL:RBDHA:2025:27103

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 13-11-2025
Datum publicatie 26-01-2026
Zaaknummer 25/155
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Den Haag

Samenvatting

Verweerder heeft het verzoek om schadevergoeding op grond van artikel 8:88 van de Algemene wet bestuursrecht afgewezen. Verzoeker voldoet niet aan de voorwaarden voor het toekennen van een schadevergoeding, omdat hij de gestelde schade niet heeft onderbouwd met verifieerbare en objectieve stukken. Daarnaast vloeit een deel van de gestelde schade niet voort uit het onrechtmatige besluit. De wet biedt geen ruimte om gestelde schade die niet voortvloeit uit het onrechtmatige besluit te vergoeden. De rechtbank heeft het verzoek deels toegewezen.

Uitspraak

[verzoeker], uit [land], verzoeker

(gemachtigde: [naam]),

en

de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, verweerder

(gemachtigde: mr. M. Santing).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het verzoek van verzoeker om schadevergoeding, omdat hij schade zou hebben geleden door verschillende beslissingen van verweerder over zijn recht op studiefinanciering.

Verweerder heeft op het verzoek gereageerd met een verweerschrift.

De rechtbank heeft het verzoek op 6 oktober 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoeker, zijn gemachtigde en de gemachtigde van verweerder.

Beoordeling door de rechtbank

Waar gaat deze zaak over?

2. Verzoeker heeft een verzoek om schadevergoeding ingediend, omdat hij vindt dat verweerder hem ernstige financiële en emotionele schade heeft berokkend. Er is volgens verzoeker sprake van voortdurende nalatigheid, waarvoor verweerder geen verantwoordelijkheid neemt. Verweerder heeft niet alleen gefaald om tijdig te reageren op zijn aanvragen, maar heeft daarnaast ook niet de benodigde zorgvuldigheid getoond bij de behandeling van zijn zaken. Bij zijn brief aan verweerder van 5 december 2024 heeft verzoeker verzocht om een schadevergoeding ter hoogte van € 4.000,-. In zijn schadeverzoek aan de rechtbank verzoekt hij om € 4.500,-.

Verzoeker stelt dat de door hem geleden schade bestaat uit:

het onvermogen om de huur van zijn appartement te betalen;

reputatieschade in [land];

gedwongen moeten lenen van geld;

kosten van aangetekende verzending van brieven en andere correspondentie.

Verzoeker voert aan dat verweerder over de periode september 2017 tot en met maart 2018 heeft nagelaten om studiefinanciering uit te betalen, ondanks herhaalde aanvragen van verzoeker en correspondentie daarover. Het niet tijdig uitbetalen van de studiefinanciering heeft geleid tot de genoemde financiële en emotionele schade. Verzoeker stelt dat hij hierdoor genoodzaakt was om geld te lenen bij familie om in zijn levensonderhoud te kunnen voorzien.

Wat heeft verweerder besloten?

3. Verweerder heeft het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Verweerder heeft toegelicht dat er veel is gebeurd in deze zaak met de berekening van de aanvullende beurs van verzoeker. Verweerder betreurt dat. Voor wat betreft de studiefinanciering heeft verzoeker hier geen nadeel van ondervonden. De uiteindelijk berekende aanvullende beurs is namelijk voor het overige in mindering gebracht op de lening. Verzoeker had geen hoger bedrag aan studiefinanciering kunnen krijgen dan hij al kreeg. Er is geen sprake van schade door het later toekennen van de aanvullende beurs. Verzoeker heeft de gestelde schade niet aangetoond. Ook heeft hij niet aangetoond dat schade is geleden als gevolg van het onjuist vaststellen van de studiefinanciering. Daarom ziet verweerder geen aanleiding om de door verzoeker gestelde schade te vergoeden.3.1. In het verweerschrift geeft verweerder aan dat verzoeker recht heeft op een schadevergoeding van € 108,43 aan wettelijke rente. Verweerder vindt dat het verzoek om schadevergoeding voor het overige moet worden afgewezen.

Wat is het oordeel van de rechtbank?

4. De rechtbank overweegt dat verzoeker een verzoek heeft ingediend bij de rechtbank als bedoeld in artikel 8:88 van de Algemene wet bestuursrecht.

5. De rechtbank moet, voor de beantwoording van de vraag of en in welke omvang de schade die een partij lijdt voor vergoeding in aanmerking komt, zoveel mogelijk aansluiting zoeken bij het civiele schadevergoedingsrecht. Voor zo’n vergoeding moet er een onrechtmatig besluit zijn; ook moet er een oorzakelijk verband zijn tussen het onrechtmatige besluit en de gestelde schade. Alleen die schadeposten kunnen worden vergoed die zó in verband staan met dat besluit dat zij het bestuursorgaan kunnen worden toegerekend. Het is aan de verzoeker om de gestelde schade op objectieve en controleerbare wijze aannemelijk te maken.

6. De rechtbank zal eerst vaststellen of er sprake is van een onrechtmatig besluit. In het besluit van 30 maart 2018 heeft verweerder vermeld dat verzoeker vanaf augustus 2017 recht heeft op studiefinanciering en dat hij € 7.070,44 te weinig studiefinanciering en studiefinanciering in de vorm van een studentenreisproduct heeft ontvangen. Verweerder heeft in de brief aangegeven dat de te weinig uitbetaalde studiefinanciering zal worden uitbetaald aan verzoeker. Hieruit maakt de rechtbank op dat sprake is van een hieraan voorafgaand onrechtmatig besluit.

7. Vervolgens zal de rechtbank de door verzoeker gestelde schade beoordelen. De rechtbank realiseert zich dat de procedures tegen DUO en de gevolgen daarvan voor verzoeker en zijn vader belastend zijn geweest. Ook op de zitting hebben zij uitgelegd dat zij nog veel last hebben van dat verleden. De vraag is echter of verzoeker voldoet aan de voorwaarden voor het toekennen van een schadevergoeding. Dat is – hoe teleurstellend dat oordeel voor verzoeker ook zal zijn – niet zo. Daarvoor is allereerst redengevend dat verzoeker de gestelde schade niet heeft onderbouwd met verifieerbare en objectieve stukken, hoewel hij daartoe wel in de gelegenheid is gesteld. Hij is er dus niet in geslaagd de gestelde schade aannemelijk te maken. Daarnaast vloeit een deel van de gestelde schade niet voort uit het onrechtmatige besluit. De wet biedt geen ruimte om gestelde schade die niet voortvloeit uit het onrechtmatige besluit te vergoeden.

Conclusie en gevolgen8.De rechtbank wijst het verzoek om schadevergoeding deels toch toe, omdat verweerder verzoeker wel in aanmerking heeft gebracht voor wettelijke rente van € 108,43. Het verzoek wordt voor het overige afgewezen. Verzoeker krijgt voor het overige ongelijk. Hij krijgt daarom het griffierecht terug van € 53,-. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding, omdat verzoeker zich niet heeft laten bijstaan door een professionele rechtsbijstandverlener.

Beslissing

De rechtbank:

- wijst het verzoek om schadevergoeding toe tot een bedrag van € 108,43;- wijst het verzoek voor het overige af; - bepaalt dat verweerder het griffierecht van € 53,- aan verzoeker moet vergoeden.

Deze uitspraak is gedaan door mr. B. van Dokkum, rechter, in aanwezigheid van mr.J.R. van Veen, griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op

13 november 2025.

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.

Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.

Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?